{"id":647285,"date":"2026-04-22T11:41:42","date_gmt":"2026-04-22T09:41:42","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbams20259915-rechtbank-amsterdam-18-11-2025-11769243-cv-expl-25-8927\/"},"modified":"2026-04-22T11:41:42","modified_gmt":"2026-04-22T09:41:42","slug":"eclinlrbams20259915-rechtbank-amsterdam-18-11-2025-11769243-cv-expl-25-8927","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20259915-rechtbank-amsterdam-18-11-2025-11769243-cv-expl-25-8927\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBAMS:2025:9915 Rechtbank Amsterdam , 18-11-2025 \/ 11769243 \\ CV EXPL 25-8927"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Betaling factuur voor juridische werkzaamheden. Gedaagden geven toe dat zij de factuur moeten betalen, maar willen graag een betalingsregeling treffen. Eiser weigert om een regeling aan te gaan, zodat gedaagden het verschuldigde bedrag in \u00e9\u00e9n keer moeten betalen.<\/p>\n<p>RECHTBANK<br \/>\n AMSTERDAM<\/p>\n<p>Civiel recht<\/p>\n<p>Kantonrechter<\/p>\n<p>Zaaknummer: 11769243 \\ CV EXPL 25-8927<\/p>\n<p>Vonnis van 18 november 2025<\/p>\n<p>in de zaak van<\/p>\n<p>mr. [eiser] (handelend onder de naam [handelsnaam] ),<\/p>\n<p>wonende te [woonplaats] ,<\/p>\n<p>eisende partij,<\/p>\n<p>hierna te noemen: [eiser] ,<\/p>\n<p>procederend in persoon,<\/p>\n<p>tegen<\/p>\n<h3>1 [gedaagde 1] B.V.,<\/h3>\n<p>en<\/p>\n<p>2. [gedaagde 2] B.V.,<\/p>\n<p>beiden gevestigd te [vestigingsplaats] ,<\/p>\n<p>gedaagde partijen,<\/p>\n<p>hierna te noemen: [bedrijf 1] respectievelijk [gedaagde 2] ,<\/p>\n<p>beiden vertegenwoordigd door: [naam] .<\/p>\n<h3>1De procedure<\/h3>\n<p>Het verloop van de procedure blijkt uit:<\/p>\n<p>&#8212; de dagvaarding van 16 juni 2025, met producties,<\/p>\n<p>&#8212; de conclusie van antwoord, met producties,<br \/>\n&#8212; het proces-verbaal van aanvullend mondeling antwoord,<\/p>\n<p>&#8212; de e-mail van [naam] van 4 juli 2025,<\/p>\n<p>&#8212; het instructievonnis van 22 juli 2025,<\/p>\n<p>&#8212; de conclusie van repliek, tevens akte vermindering van eis, met producties,<\/p>\n<p>&#8212; de conclusie van dupliek, met producties,<\/p>\n<p>&#8212; de akte uitlating producties, tevens akte vermindering eis.<\/p>\n<p>Ten slotte is bepaald dat vonnis zal worden gewezen.<\/p>\n<h3>2De feiten<\/h3>\n<p>[eiser] is advocaat. [bedrijf 1] is een onderneming met holdingactiviteiten. Enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 1] is [naam] (hierna: [naam] ). [gedaagde 2] is een accountants- en belastingadvieskantoor. [bedrijf 1] is \u2013 met [bedrijf 2] B.V. \u2013 medeaandeelhouder en medebestuurder van [gedaagde 2] geweest. [bedrijf 1] heeft tijdens deze procedure haar aandelen in [gedaagde 2] afgedragen en is niet langer medebestuurder.<\/p>\n<p>[eiser] heeft, op basis van een op 25 februari 2025 van [naam] ontvangen en vervolgens bevestigde opdracht, juridische werkzaamheden verricht voor [bedrijf 1] en [gedaagde 2] .<\/p>\n<p>[eiser] heeft [bedrijf 1] en [gedaagde 2] meerdere facturen verstuurd. De aan hen verstuurde factuur van 22 april 2025 voor een totaalbedrag van \u20ac 5.456,41 inclusief btw (hierna: de factuur) is niet binnen de termijn van veertien dagen betaald.<\/p>\n<p>Bij e-mail van 7 mei 2025 heeft [naam] aan [eiser] medegedeeld dat hij geen gebruik meer wil maken van de diensten van [eiser] en dat hij zal overstappen naar een andere advocaat. [eiser] heeft de be\u00ebindiging van de opdracht diezelfde dag aan [naam] bevestigd.<\/p>\n<p>[naam] heeft [eiser] bij e-mail van 19 mei 2025 ge\u00efnformeerd dat hij onvoldoende middelen heeft om de factuur te betalen en dat hij zoekt naar een oplossing om de factuur zo snel mogelijk te betalen. [eiser] heeft diezelfde dag per e-mail de vennootschap van [naam] in gebreke gesteld en aanspraak gemaakt op vergoeding van de wettelijke handelsrente.<\/p>\n<p>[eiser] heeft [naam] vervolgens bij e-mail van 27 mei 2025 gesommeerd tot betaling van \u20ac 6.139,23, bestaande uit het factuurbedrag, verschenen rente en buitengerechtelijke kosten.<\/p>\n<p>[naam] heeft [eiser] bij e-mail van 30 mei 2025 voorgesteld om de factuur en de rente (eventueel met buitengerechtelijke incassokosten) in zeven maandelijkse termijnen te betalen. [eiser] heeft dat voorstel bij e-mail van 2 juni 2025 geweigerd en [naam] nogmaals gesommeerd tot betaling van de factuur met rente en buitengerechtelijke kosten.<\/p>\n<p>[bedrijf 1] heeft op 27 juni 2025 een bedrag van \u20ac 785,- aan [eiser] voldaan. Op 14 augustus 2025 heeft [bedrijf 1] \u20ac 1.570,- aan [eiser] voldaan. Het overige is onbetaald gebleven.<\/p>\n<h3>3Het geschil<\/h3>\n<p>[eiser] vordert, na eiswijzigingen, kort gezegd dat [bedrijf 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van \u20ac 3,977,76, met de wettelijke handelsrente vanaf 15 oktober 2025. Ook vordert [eiser] de kosten van deze procedure, vermeerderd met de handelsrente.<\/p>\n<p>[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat [bedrijf 1] en [gedaagde 2] de factuur niet tijdig en volledig hebben betaald, terwijl zij daartoe beiden hoofdelijk gehouden zijn. De overeenkomst is immers zowel met [bedrijf 1] als met [gedaagde 2] gesloten. Volgens [eiser] strekken de betalingen van [bedrijf 1] op grond van artikel 6:44 van het Burgerlijk Wetboek (BW) eerst in mindering op de verschuldigde (incasso)kosten en de rente, zodat nog een bedrag van \u20ac 3.977,76 resteert. Bovendien was [eiser] niet gehouden om in te stemmen met de betalingsregeling, aldus [eiser] .<\/p>\n<p>[bedrijf 1] en [gedaagde 2] erkennen dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Zij erkennen ook de verschuldigdheid van de factuur, maar willen graag een betalingsregeling treffen. Omdat [eiser] het voorstel van [naam] heeft geweigerd, verzoeken [bedrijf 1] en [gedaagde 2] om de betaling in termijnen te mogen voldoen.<\/p>\n<h3>4De beoordeling<\/h3>\n<p>Het gaat in deze zaak met name om de vraag welk bedrag [bedrijf 1] en [gedaagde 2] (ten aanzien van de factuur, rente en incassokosten) nog aan [eiser] moeten betalen. Ook gaat het om de vraag of [eiser] de voorgestelde betalingsregeling mocht weigeren. Samengeval oordeelt de kantonrechter dat [eiser] de betalingsregeling mocht weigeren. [bedrijf 1] en [gedaagde 2] wordt veroordeeld tot betaling van \u20ac 3.369,94, rente en de proceskosten, zonder betalingsregeling. Dat wordt hierna toegelicht.<\/p>\n<p>Factuur<\/p>\n<p>[bedrijf 1] en [gedaagde 2] erkennen de verschuldigdheid van de oorspronkelijke hoofdsom van \u20ac 5.456,41. [bedrijf 1] en [gedaagde 2] hebben inmiddels in totaal \u20ac 2.355,- aan [eiser] betaald, maar die betalingen strekken, zoals [eiser] terecht stelt, eerst in mindering op de kosten en de rente. Daarom moet eerst worden vastgesteld of [bedrijf 1] en [gedaagde 2] buitengerechtelijke kosten en (verschenen) rente verschuldigd zijn.<\/p>\n<p>Buitengerechtelijke incassokosten<\/p>\n<p>De gevorderde vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Er is sprake van een handelsovereenkomst die op of na 16 maart 2013 is gesloten en de overeengekomen betalingstermijn is verstreken. Daarom zijn [bedrijf 1] en [gedaagde 2] op grond van het bepaalde in artikel 6:96 lid 4 BW ten minste een bedrag van \u20ac 40,- verschuldigd, ongeacht de daadwerkelijke hoogte van de kosten.<\/p>\n<p>[eiser] vordert echter \u20ac 647,82 aan incassokosten. [eiser] stelt daartoe dat hij zich genoodzaakt heeft gezien om zelf declarabele tijd te besteden en buitengerechtelijke werkzaamheden te verrichten om [bedrijf 1] en [gedaagde 2] tot betaling te bewegen. Op grond van artikel 6:96 lid 2 sub c BW komen buitengerechtelijke kosten voor vergoeding in aanmerking als de verrichte werkzaamheden redelijkerwijs noodzakelijk waren en de gemaakte kosten naar hun omvang redelijk zijn (dubbele redelijkheidstoets). Bovendien mag geen sprake zijn van werkzaamheden ter voorbereiding op de procedure. De kosten daarvan vallen immers onder de proceskosten.<\/p>\n<p>Intern gemaakte bedrijfskosten, in de vorm van door eigen deskundige medewerkers aan de zaak bestede tijd, komen in beginsel voor vergoeding in aanmerking. [eiser] heeft echter niet gesteld welke werkzaamheden hij verricht heeft. Bovendien heeft [eiser] de omvang van de door hem bestede uren niet toegelicht. De bij dagvaarding overlegde producties in combinatie met het door hem gestelde uurloon zijn onvoldoende om de redelijkheid op te kunnen baseren. Daarom kan niet worden vastgesteld dat aan de dubbele redelijkheidstoets is voldaan en dat geen sprake is van werkzaamheden ter voorbereiding van de procedure. [eiser] heeft dan ook onvoldoende gesteld dat een vergoeding van meer dan \u20ac 40,- op zijn plaats is. Daarom zal een bedrag van \u20ac 40,- worden toegewezen.<\/p>\n<p>De wettelijke handelsrente over de buitengerechtelijke kosten wordt \u2013 voor zover gevorderd aangezien [eiser] de kosten onder \u00e9\u00e9n noemer heeft gevorderd \u2013afgewezen. De wettelijke handelsrente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW heeft namelijk uitsluitend betrekking op verplichtingen tot betaling uit een handelsovereenkomst. Een verplichting tot vergoeding van schade, zoals vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten, kan daartoe niet worden gerekend.<\/p>\n<p>Rente<\/p>\n<p>[bedrijf 1] en [gedaagde 2] hebben de facturen te laat betaald en zijn daarom in verzuim. Zij moeten daarom rente betalen. De overeenkomst kwalificeert als handelsovereenkomst en de vordering vloeit voort uit die handelsovereenkomst, zodat de wettelijke handelsrente verschuldigd is. Het is niet duidelijk of [eiser] bij de berekening van de verschenen rente rekening heeft gehouden met het bepaalde in artikel 119a lid 3 BW (geen rente over rente binnen \u00e9\u00e9n jaar). Ook is niet duidelijk of [eiser] rente heeft gerekend over de buitengerechtelijke incassokosten. [bedrijf 1] en [gedaagde 2] hebben de hoogte van de gevorderde verschenen rente over de periode van 6 mei 2025 tot en met 14 oktober 2025 echter niet betwist. De gevorderde verschenen rente is dan ook toewijsbaar.<\/p>\n<p>De wettelijke handelsrente over de verschenen handelsrente \u2013 voor zover gevorderd \u2013 wordt afgewezen, omdat rente over rente pas na \u00e9\u00e9n jaar verschuldigd is.<\/p>\n<p>Openstaand bedrag<\/p>\n<p>[eiser] is bij de berekening van zijn vordering uitgegaan van \u20ac 647,82 aan buitengerechtelijke kosten. Zoals hierboven is overwogen zijn [bedrijf 1] en [gedaagde 2] een lager bedrag aan buitengerechtelijke kosten verschuldigd, namelijk \u20ac 40,-. Aangezien [bedrijf 1] en [gedaagde 2] de hoogte van de verschenen rente niet betwisten en de door [bedrijf 1] verrichte betalingen reeds op de vordering in mindering zijn gebracht, resteert een bedrag van \u20ac 3.369,94. Dat bedrag zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over het restant van de hoofdsom vanaf 15 oktober 2025.<\/p>\n<p>Betalingsregeling<\/p>\n<p>[bedrijf 1] en [gedaagde 2] stellen dat zij het gevorderde bedrag niet in \u00e9\u00e9n keer kunnen betalen. [naam] heeft daarom een betalingsregeling aangeboden en al een aantal betalingen (in totaal 3 termijnen) verricht. [eiser] heeft echter geweigerd om een regeling aan te gaan. Uit artikel 6:29 BW volgt dat [eiser] niet verplicht is om een betalingsregeling te treffen. Daaruit volgt ook dat de kantonrechter niet gerechtigd is om een betalingsregeling vast te stellen zonder instemming van [eiser] . Dat betekent dat \u2013 voor zover [bedrijf 1] en [gedaagde 2] dat verzocht hebben \u2013 er geen betalingsregeling in dit vonnis kan worden opgenomen. [bedrijf 1] en [gedaagde 2] zijn dus gehouden om het openstaande bedrag ineens te betalen.<\/p>\n<p>Proceskosten<\/p>\n<p>[bedrijf 1] en [gedaagde 2] zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op \u20ac 851,90, bestaande uit de kosten van de dagvaarding (\u20ac 119,40), het griffierecht (\u20ac 257,-), het salaris van de gemachtigde (2x \u20ac 204,-) en de nakosten (\u20ac 67,50).<\/p>\n<p>Gelet op hetgeen hiervoor onder 4.6. is overwogen wordt de gevorderde wettelijke handelsrente over de proceskosten afgewezen.<\/p>\n<p>Hoofdelijk<\/p>\n<p>[naam] heeft zowel namens [bedrijf 1] als namens [gedaagde 2] geantwoord en erkend dat tussen partijen (dus alle partijen) een overeenkomst tot stand is gekomen. De stelling dat beide gedaagden hoofdelijk aansprakelijk zijn wordt daarmee niet betwist. De veroordeling wordt dan ook hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de \u00e9\u00e9n (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.<\/p>\n<h3>5De beslissing<\/h3>\n<p>De kantonrechter<\/p>\n<p>veroordeelt [bedrijf 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk om aan [eiser] te betalen een bedrag van \u20ac 3.369,94, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het restant van de hoofdsom, met ingang van 15 oktober 2025, tot de dag van volledige betaling,<\/p>\n<p>veroordeelt [bedrijf 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk in de proceskosten van \u20ac 851,90, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [bedrijf 1] en [gedaagde 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,<\/p>\n<p>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,<\/p>\n<p>wijst het meer of anders gevorderde af.<\/p>\n<p>Dit vonnis is gewezen door mr. B.T. Beuving, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. M.E. Zwart da Silva Palma, griffier, op 18 november 2025.<\/p>\n<p>64183<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>Hoge Raad 1 juli 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1036 (Staat\/Stichting NCB) en Hoge Raad 24 juni 2016 ECLI:NL:HR:2016:1278 (Staat\/Neerijnen).<\/li>\n<li>Hoge Raad 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:40.<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:9915\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Betaling factuur voor juridische werkzaamheden. Gedaagden geven toe dat zij de factuur moeten betalen, maar willen graag een betalingsregeling treffen. Eiser weigert om een regeling aan te gaan, zodat gedaagden het verschuldigde bedrag in \u00e9\u00e9n keer moeten betalen.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7998],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[11428,15315,10470,13506],"kji_language":[7671],"class_list":["post-647285","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-amsterdam","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-betalen","kji_keyword-factuur","kji_keyword-gedaagden","kji_keyword-moeten","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBAMS:2025:9915 Rechtbank Amsterdam , 18-11-2025 \/ 11769243 \\ CV EXPL 25-8927 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20259915-rechtbank-amsterdam-18-11-2025-11769243-cv-expl-25-8927\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBAMS:2025:9915 Rechtbank Amsterdam , 18-11-2025 \/ 11769243 \\ CV EXPL 25-8927\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Betaling factuur voor juridische werkzaamheden. Gedaagden geven toe dat zij de factuur moeten betalen, maar willen graag een betalingsregeling treffen. Eiser weigert om een regeling aan te gaan, zodat gedaagden het verschuldigde bedrag in \u00e9\u00e9n keer moeten betalen.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20259915-rechtbank-amsterdam-18-11-2025-11769243-cv-expl-25-8927\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"9 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams20259915-rechtbank-amsterdam-18-11-2025-11769243-cv-expl-25-8927\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams20259915-rechtbank-amsterdam-18-11-2025-11769243-cv-expl-25-8927\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBAMS:2025:9915 Rechtbank Amsterdam , 18-11-2025 \\\/ 11769243 \\\\ CV EXPL 25-8927 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-22T09:41:42+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams20259915-rechtbank-amsterdam-18-11-2025-11769243-cv-expl-25-8927\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams20259915-rechtbank-amsterdam-18-11-2025-11769243-cv-expl-25-8927\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams20259915-rechtbank-amsterdam-18-11-2025-11769243-cv-expl-25-8927\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBAMS:2025:9915 Rechtbank Amsterdam , 18-11-2025 \\\/ 11769243 \\\\ CV EXPL 25-8927\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBAMS:2025:9915 Rechtbank Amsterdam , 18-11-2025 \/ 11769243 \\ CV EXPL 25-8927 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20259915-rechtbank-amsterdam-18-11-2025-11769243-cv-expl-25-8927\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBAMS:2025:9915 Rechtbank Amsterdam , 18-11-2025 \/ 11769243 \\ CV EXPL 25-8927","og_description":"Betaling factuur voor juridische werkzaamheden. Gedaagden geven toe dat zij de factuur moeten betalen, maar willen graag een betalingsregeling treffen. Eiser weigert om een regeling aan te gaan, zodat gedaagden het verschuldigde bedrag in \u00e9\u00e9n keer moeten betalen.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20259915-rechtbank-amsterdam-18-11-2025-11769243-cv-expl-25-8927\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"9 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20259915-rechtbank-amsterdam-18-11-2025-11769243-cv-expl-25-8927\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20259915-rechtbank-amsterdam-18-11-2025-11769243-cv-expl-25-8927\/","name":"ECLI:NL:RBAMS:2025:9915 Rechtbank Amsterdam , 18-11-2025 \/ 11769243 \\ CV EXPL 25-8927 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-22T09:41:42+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20259915-rechtbank-amsterdam-18-11-2025-11769243-cv-expl-25-8927\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20259915-rechtbank-amsterdam-18-11-2025-11769243-cv-expl-25-8927\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20259915-rechtbank-amsterdam-18-11-2025-11769243-cv-expl-25-8927\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBAMS:2025:9915 Rechtbank Amsterdam , 18-11-2025 \/ 11769243 \\ CV EXPL 25-8927"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/647285","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=647285"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=647285"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=647285"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=647285"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=647285"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=647285"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=647285"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=647285"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}