{"id":647410,"date":"2026-04-22T12:02:28","date_gmt":"2026-04-22T10:02:28","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbrot202514959-rechtbank-rotterdam-21-11-2025-11825247-vz-verz-25-5508\/"},"modified":"2026-04-22T12:02:28","modified_gmt":"2026-04-22T10:02:28","slug":"eclinlrbrot202514959-rechtbank-rotterdam-21-11-2025-11825247-vz-verz-25-5508","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202514959-rechtbank-rotterdam-21-11-2025-11825247-vz-verz-25-5508\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBROT:2025:14959 Rechtbank Rotterdam , 21-11-2025 \/ 11825247 VZ VERZ 25-5508"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Achterstallig loon, vakantiegeld, vakantiedagen, transitievergoeding.<\/p>\n<h3>RECHTBANK ROTTERDAM<\/h3>\n<p>locatie Rotterdam<\/p>\n<p>zaaknummer: 11825247 VZ VERZ 25-5508<\/p>\n<p>datum uitspraak: 21 november 2025<\/p>\n<p>Beschikking van de kantonrechter<\/p>\n<p>in de zaak van<\/p>\n<p>[verzoeker]<br \/>\n ,<\/p>\n<p>wonende te [woonplaats 1] ,<\/p>\n<p>verzoeker,<\/p>\n<p>gemachtigde: mr. W.P. Bekenkamp te Schiedam,<\/p>\n<p>tegen<\/p>\n<h3>1 [verweerder 1] ,<\/h3>\n<p>gevestigd te [vestigingsplaats] ,<\/p>\n<p>2. [verweerder 2],<\/p>\n<p>wonende te [woonplaats 2] ,<\/p>\n<p>3. [verweerder 3],<\/p>\n<p>wonende te [woonplaats 3] ,<\/p>\n<p>verweerders,<\/p>\n<p>vertegenwoordigd door verweerder sub 2, [verweerder 2] .<\/p>\n<p>Verzoeker wordt hierna \u2018 [verzoeker] \u2019 genoemd. Verweerders worden afzonderlijk \u2018 [verweerder 1] \u2019, \u2018 [verweerder 2] \u2019 en \u2018 [verweerder 3] \u2019 en gezamenlijk \u2018 [verweerder 2] c.s.\u2019 (in meervoud) genoemd.<\/p>\n<h3>1De procedure<\/h3>\n<p>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:<\/p>\n<p>het vonnis van 8 augustus 2025 in de procedure met zaaknummer 11722550 CV EXPL 25-12646 en de daarin genoemde stukken;<\/p>\n<p>de e-mail van [verzoeker] van 11 september 2025;<\/p>\n<p>de e-mail van [verweerder 2] c.s. van 30 september 2025, met bijlagen;<\/p>\n<p>de e-mail van [verzoeker] van 9 oktober 2025;<\/p>\n<p>de e-mail van [verzoeker] van 22 oktober 2025, met \u00e9\u00e9n bijlage;<\/p>\n<p>de e-mail van [verweerder 2] c.s. van 27 oktober 2025, met \u00e9\u00e9n bijlage.<\/p>\n<h3>2De verdere beoordeling<\/h3>\n<p>[verzoeker] heeft in de procedure met zaaknummer 11722550 CV EXPL 25-12646 bij dagvaarding gevorderd om \u2013 kort samengevat \u2013 [verweerder 2] c.s. te veroordelen tot betaling van achterstallige loon over de periode van december 2024 tot aan de einddatum van zijn dienstverband bij [verweerder 2] c.s. en het vakantiegeld over de periode van juni 2023 tot juni 2025. Daarnaast heeft [verzoeker] gevorderd om [verweerder 2] c.s. te veroordelen tot uitbetaling van de vakantiedagen over de periode van juni 2024 tot 17 augustus 2025 en tot betaling van de transitievergoeding, met de wettelijke rente en wettelijke verhoging over al deze bedragen. [verweerder 2] c.s. hebben verweer gevoerd tegen de vorderingen van [verzoeker] , waarna de zaak tijdens de mondelinge behandeling op 23 juli 2025 met partijen is besproken.<\/p>\n<p>In het vonnis van 8 augustus 2025 heeft de kantonrechter vervolgens bepaald dat de procedure wordt omgezet naar een verzoekschriftprocedure en zal worden voortgezet onder het hiervoor genoemde zaaknummer 11825247 VZ 25-5508. In dat vonnis heeft de kantonrechter op een groot deel van de vorderingen van [verzoeker] al inhoudelijk beslist. Daarnaast zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich op een aantal punten nog nader schriftelijk uit te laten, van welke gelegenheid zij ook gebruik hebben gemaakt. Daarop zal hierna verder worden ingegaan.<\/p>\n<p>[verweerder 2] c.s. moeten \u20ac 549,16 bruto aan vakantiegeld over de periode van juni 2023 tot en met mei 2024 aan [verzoeker] betalen<\/p>\n<p>[verweerder 2] c.s. zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag welke betalingen zij aan [verzoeker] hebben verricht ten aanzien van het vakantiegeld over de periode van juni 2023 tot en met mei 2024. In verband daarmee hebben zij betalingsbewijzen overgelegd, waaruit volgt dat zij 10 termijnen van \u20ac 137,29 aan [verzoeker] hebben betaald. [verzoeker] heeft de ontvangst van die betalingen bevestigd en heeft zijn vordering op dit punt verminderd tot een bedrag van \u20ac 549,16 bruto. Dat bedrag zal daarom worden toegewezen.<\/p>\n<p>[verweerder 2] c.s. moeten \u20ac 1.996,29 bruto aan vakantiegeld over de periode van juni 2024 tot en met mei 2025 aan [verzoeker] betalen<\/p>\n<p>[verweerder 2] c.s. hebben aangevoerd dat in het vonnis van 8 augustus 2025 het toe te wijzen bedrag aan vakantiegeld te hoog is vastgesteld omdat deze ten onrechte is berekend over 100% van het loon van [verzoeker] . Daarin hebben [verweerder 2] c.s. gelijk. Vast staat immers dat [verzoeker] met ingang vanaf het tweede ziektejaar, dus vanaf de maand december 2024 slechts recht heeft op 70% van het loon. Dat betekent dat het vakantiegeld vanaf december 2024 berekend moet worden over 70% van het loon in plaats van 100%.<\/p>\n<p>Het voorgaande leidt er toe dat [verzoeker] over de maanden juni tot en met november 2024 recht heeft op een bedrag van \u20ac 1.174,29 bruto aan vakantiegeld<\/p>\n<p>((6 x \u20ac 2.446,44) x 8%) en over de maanden december 2024 tot en met mei 2025 een bedrag van \u20ac 822,- bruto ((6 x 70% van \u20ac 2.446,44) x 8%). In totaal heeft [verzoeker] over de periode van juni 2024 tot en met mei 2025 dus recht op \u20ac 1.996,29 bruto (\u20ac 1.174,29 +<\/p>\n<p>\u20ac 822,-) aan vakantiegeld. In afwijking van hetgeen hierover in het vonnis van 8 augustus 2025 is overwogen zal het laatstgenoemde bedrag van \u20ac 1.996,29 bruto dan ook worden toegewezen.<\/p>\n<p>[verweerder 2] c.s. moeten een transitievergoeding van \u20ac 16.097,58 bruto aan [verzoeker] betalen<\/p>\n<p>In het vonnis van 8 augustus 2025 is al geoordeeld dat [verweerder 2] c.s. de transitievergoeding ten bedrage van \u20ac 16.097,58 bruto aan [verzoeker] verschuldigd zijn. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen afgesproken dat de procedure enige tijd zou worden aangehouden zodat [verweerder 1] , met hulp van de gemachtigde van [verzoeker] , een aanvraag voor compensatie van de transitievergoeding door het UWV (artikel 7:673e BW) kon indienen. Naar aanleiding daarvan heeft [verzoeker] laten weten dat zijn gemachtigde contact heeft opgenomen met het UWV en dat het UWV daarbij te kennen heeft gegeven dat compensatie van de verschuldigde transitievergoeding in dit geval niet mogelijk is. Het UWV heeft dat gemotiveerd door er onder meer op te wijzen dat [verzoeker] op de datum van het einde van de arbeidsovereenkomst nog geen 104 aaneengesloten weken arbeidsongeschikt was en dat compensatie daarnaast slechts kan worden aangevraagd als de transitievergoeding eerst door [verweerder 2] c.s. aan [verzoeker] is betaald, hetgeen niet het geval is.<\/p>\n<p>Hoewel tijdens de zitting is toegezegd dat de gemachtigde van [verzoeker] een conceptbrief voor het UWV in het kader van de aanvraag voor de compensatieregeling aan [verweerder 2] c.s. zou toesturen, kan het [verzoeker] in de gegeven omstandigheden niet verweten worden dat zijn gemachtigde dat niet meer heeft gedaan. Gelet op de door [verweerder 2] c.s. onweersproken gelaten uitkomst van het overleg met het UWV zou het indienen van een aanvraag immers geen kans van slagen en daarom geen enkel praktisch nut hebben gehad.<\/p>\n<p>Dat [verweerder 2] c.s. niet in aanmerking komen voor de compensatieregeling inzake de transitievergoeding doet niets af aan het feit dat zij de transitievergoeding wel aan [verzoeker] verschuldigd zijn. De enkele omstandigheid dat er sprake is van betalingsonmacht aan de zijde van [verweerder 2] c.s. ontslaat hen niet van hun betalingsverplichting. [verweerder 2] c.s. worden dan ook veroordeeld de transitievergoeding van \u20ac 16.097,58 bruto aan [verzoeker] te betalen.<\/p>\n<p>[verweerder 2] c.s. moeten tevens \u20ac 4.474,62 bruto aan loon over de periode van 1 maart 2025 tot en met 19 mei 2025 aan [verzoeker] betalen<\/p>\n<p>Zoals al in het vonnis van 8 augustus 2025 is geoordeeld moeten [verweerder 2] c.s. 70% van het loon over de periode van 1 maart 2025 tot en met 19 mei 2025 aan [verzoeker] betalen. Dat betekent dat [verzoeker] over de maanden maart en april 2025 recht heeft op een bedrag van \u20ac 3.425,02 bruto (2 x 70% van \u20ac 2.446,44) en over de periode van 1 mei 2025 tot en met 19 mei 2025 op een bedrag van \u20ac 1.049,60 bruto (19\/31 x 70% van<br \/>\n\u20ac 2.446,44). [verweerder 2] c.s. worden dan ook veroordeeld een totaalbedrag van<br \/>\n\u20ac 4.474,62 bruto (\u20ac 3.425,02 + \u20ac 1.049,60) aan [verzoeker] te betalen terzake van loon over de hiervoor genoemde periode.<\/p>\n<p>[verweerder 2] c.s. moeten voorts \u20ac 2.699,52 bruto aan opgebouwde, niet genoten vakantiedagen aan [verzoeker] uitbetalen<\/p>\n<p>In het vonnis van 8 augustus 2025 is ook al geoordeeld dat [verzoeker] ten aanzien van de door hem opgebouwde, maar niet genoten vakantiedagen over de periode van juni 2024 tot en met mei 2025 recht heeft op uitbetaling van een bedrag van \u20ac 2.249,60 bruto en over de periode van 1 juni 2025 tot 17 augustus 2025 van een bedrag van \u20ac 449,92 bruto. De kantonrechter volgt [verweerder 2] c.s. niet in hun stelling dat [verzoeker] over de laatstgenoemde periode geen recht heeft op uitbetaling van vakantiedagen, omdat hij toen al een Ziektewetuitkering ontving. De opbouw van vakantiedagen loopt namelijk \u2013 ongeacht de arbeidsongeschiktheid van de werknemer \u2013 tijdens ziekte gedurende 104 weken door tot aan het einde van de arbeidsovereenkomst per 17 augustus 2025. De omstandigheid dat [verweerder 1] per 20 mei 2025 haar bedrijfsactiviteiten heeft gestaakt maakt dat niet anders en moet in dit verband voor rekening van [verweerder 2] c.s. blijven.<\/p>\n<p>Het bovenstaande leidt er toe dat [verweerder 2] c.s. worden veroordeeld een totaalbedrag van \u20ac 2.699,52 bruto (\u20ac 2.249,60 + \u20ac 449,92) aan opgebouwde, niet genoten vakantiedagen aan [verzoeker] te betalen.<\/p>\n<p>[verweerder 2] c.s. moeten de wettelijke verhoging en wettelijke rente betalen<\/p>\n<p>[verweerder 2] c.s. moeten de wettelijke verhoging in de zin van artikel 7:625 BW over het hiervoor genoemde achterstallige loon over de periode 1 maart 2025 tot en met 19 mei 2025, het vakantiegeld en de opgebouwde, niet genoten vakantiedagen betalen, omdat zij die bedragen niet op tijd hebben voldaan. Gezien de slechte financi\u00eble situatie van [verweerder 2] c.s. en het feit dat [verweerder 1] sinds 20 mei 2025 haar activiteiten heeft be\u00ebindigd is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende duidelijk dat er niet zozeer sprake is van betalingsonwil, maar eerder van betalingsonmacht. Onder die omstandigheden bestaat er aanleiding om de gevorderde wettelijke verhoging te matigen tot 10%.<\/p>\n<p>Ook de wettelijke rente over de hiervoor in r.o. 2.12. genoemde achterstallige bedragen wordt toegewezen op de wijze zoals hierna in de beslissing vermeld. [verzoeker] heeft namelijk voldoende gesteld waaruit blijkt dat [verweerder 2] c.s. rente moeten betalen en [verweerder 2] c.s. hebben daartegen geen inhoudelijk verweer gevoerd.<\/p>\n<p>De kantonrechter kan geen betalingsregeling in deze beschikking opnemen<\/p>\n<p>[verweerder 2] c.s. hebben in hun laatste akte te kennen gegeven dat zij slechts aan hun betalingsverplichtingden kunnen voldoen door middel van een betalingsregeling. De kantonrechter kan echter geen betalingsregeling opnemen in deze beschikking. Daarvoor is namelijk instemming van [verzoeker] nodig (artikel 6:29 BW) en die ontbreekt vooralsnog. Het staat [verweerder 2] c.s. uiteraard vrij na ontvangst van deze beschikking contact op te nemen met de gemachtigde van [verzoeker] om te bezien of [verzoeker] alsnog een betalingsregeling wil afspreken.<\/p>\n<p>[verweerder 2] c.s. moeten de proceskosten betalen<\/p>\n<p>De proceskosten komen voor rekening van [verweerder 2] c.s., omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgen. De kantonrechter begroot de kosten die [verweerder 2] c.s. aan [verzoeker] moeten betalen op \u20ac 732,- aan griffierecht, \u20ac 814,- aan salaris voor de gemachtigde en \u20ac 135,- aan nakosten. Dat is in totaal \u20ac 1.681,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als deze beschikking wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen. De kosten van de dagvaarding blijven voor rekening van [verzoeker] . Nog afgezien van het feit dat [verzoeker] met een toevoeging procedeert, zijn die kosten immers nodeloos gemaakt, omdat [verzoeker] deze procedure eigenlijk had moeten inleiden met een verzoekschrift.<\/p>\n<p>De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad<\/p>\n<p>Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv). Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als \u00e9\u00e9n van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.<\/p>\n<h3>3De beslissing<\/h3>\n<p>De kantonrechter:<\/p>\n<p>veroordeelt [verweerder 2] c.s. om aan [verzoeker] te betalen een bedrag van<\/p>\n<p>\u20ac 4.474,62 bruto aan achterstallig loon over de periode van 1 maart 2025 tot en met 19 mei 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf de vervaltermijn van iedere salaristermijn tot de dag van volledige betaling en de wettelijke verhoging in de zin van artikel 7:625 BW ter hoogte van 10%;<\/p>\n<p>veroordeelt [verweerder 2] c.s. om aan [verzoeker] te betalen een bedrag van<\/p>\n<p>\u20ac 549,16 bruto aan achterstallig vakantiegeld over de periode van juni 2023 tot en met mei 2024, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf de dag van opeisbaarheid tot de dag van volledige betaling en de wettelijke verhoging in de zin van artikel 7:625 BW ter hoogte van 10%;<\/p>\n<p>veroordeelt [verweerder 2] c.s. om aan [verzoeker] te betalen een bedrag van<\/p>\n<p>\u20ac 1.996,29 bruto aan vakantiegeld over de periode van juni 2024 tot en met mei 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf de dag van opeisbaarheid tot de dag van volledige betaling en de wettelijke verhoging in de zin van artikel 7:625 BW ter hoogte van 10%;<\/p>\n<p>veroordeelt [verweerder 2] c.s. om aan [verzoeker] te betalen een bedrag van<\/p>\n<p>\u20ac 2.699,52 bruto aan opgebouwde, niet genoten vakantiedagen over de periode van 1 juni 2024 tot 17 augustus 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf de dag van opeisbaarheid tot de dag van volledige betaling en de wettelijke verhoging in de zin van artikel 7:625 BW ter hoogte van 10%;<\/p>\n<p>veroordeelt [verweerder 2] c.s. om aan [verzoeker] de transitievergoeding van \u20ac 16.097,58 bruto te betalen;<\/p>\n<p>veroordeelt [verweerder 2] c.s. in de proceskosten, die aan de kant van [verzoeker] worden begroot op \u20ac 1.681,-, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van deze beschikking tot de dag dat volledig is betaald;<\/p>\n<p>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;<\/p>\n<p>wijst al het andere af.<\/p>\n<p>Deze beschikking is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken.<\/p>\n<p>44487<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:14959\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Achterstallig loon, vakantiegeld, vakantiedagen, transitievergoeding.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8003],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[27906,8004,7675,8005,30798],"kji_language":[7671],"class_list":["post-647410","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-rotterdam","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-achterstallig","kji_keyword-rbrot","kji_keyword-rechtbank","kji_keyword-rotterdam","kji_keyword-vakantiegeld","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBROT:2025:14959 Rechtbank Rotterdam , 21-11-2025 \/ 11825247 VZ VERZ 25-5508 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202514959-rechtbank-rotterdam-21-11-2025-11825247-vz-verz-25-5508\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBROT:2025:14959 Rechtbank Rotterdam , 21-11-2025 \/ 11825247 VZ VERZ 25-5508\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Achterstallig loon, vakantiegeld, vakantiedagen, transitievergoeding.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202514959-rechtbank-rotterdam-21-11-2025-11825247-vz-verz-25-5508\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"10 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbrot202514959-rechtbank-rotterdam-21-11-2025-11825247-vz-verz-25-5508\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbrot202514959-rechtbank-rotterdam-21-11-2025-11825247-vz-verz-25-5508\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBROT:2025:14959 Rechtbank Rotterdam , 21-11-2025 \\\/ 11825247 VZ VERZ 25-5508 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-22T10:02:28+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbrot202514959-rechtbank-rotterdam-21-11-2025-11825247-vz-verz-25-5508\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbrot202514959-rechtbank-rotterdam-21-11-2025-11825247-vz-verz-25-5508\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbrot202514959-rechtbank-rotterdam-21-11-2025-11825247-vz-verz-25-5508\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBROT:2025:14959 Rechtbank Rotterdam , 21-11-2025 \\\/ 11825247 VZ VERZ 25-5508\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBROT:2025:14959 Rechtbank Rotterdam , 21-11-2025 \/ 11825247 VZ VERZ 25-5508 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202514959-rechtbank-rotterdam-21-11-2025-11825247-vz-verz-25-5508\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBROT:2025:14959 Rechtbank Rotterdam , 21-11-2025 \/ 11825247 VZ VERZ 25-5508","og_description":"Achterstallig loon, vakantiegeld, vakantiedagen, transitievergoeding.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202514959-rechtbank-rotterdam-21-11-2025-11825247-vz-verz-25-5508\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"10 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202514959-rechtbank-rotterdam-21-11-2025-11825247-vz-verz-25-5508\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202514959-rechtbank-rotterdam-21-11-2025-11825247-vz-verz-25-5508\/","name":"ECLI:NL:RBROT:2025:14959 Rechtbank Rotterdam , 21-11-2025 \/ 11825247 VZ VERZ 25-5508 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-22T10:02:28+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202514959-rechtbank-rotterdam-21-11-2025-11825247-vz-verz-25-5508\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202514959-rechtbank-rotterdam-21-11-2025-11825247-vz-verz-25-5508\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbrot202514959-rechtbank-rotterdam-21-11-2025-11825247-vz-verz-25-5508\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBROT:2025:14959 Rechtbank Rotterdam , 21-11-2025 \/ 11825247 VZ VERZ 25-5508"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/647410","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=647410"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=647410"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=647410"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=647410"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=647410"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=647410"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=647410"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=647410"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}