{"id":648511,"date":"2026-04-22T14:17:06","date_gmt":"2026-04-22T12:17:06","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbdha2025931-rechtbank-den-haag-28-01-2025-23_3417\/"},"modified":"2026-04-22T14:17:06","modified_gmt":"2026-04-22T12:17:06","slug":"eclinlrbdha2025931-rechtbank-den-haag-28-01-2025-23_3417","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha2025931-rechtbank-den-haag-28-01-2025-23_3417\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBDHA:2025:931 Rechtbank Den Haag , 28-01-2025 \/ 23_3417"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> De rechtbank beschikt niet over voldoende stukken om te kunnen beoordelen of de aanslag IB\/PVV te hoog is vastgesteld, zodat het niet mogelijk is het voorgelegde geschil te beslechten. De rechtbank wijst de zaak terug. Beroep gegrond.<\/p>\n<h3>Rechtbank DEN HAAG<\/h3>\n<p>Team belastingrecht<\/p>\n<p>zaaknummer: SGR 23\/3417<\/p>\n<h3>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 januari 2025 in de zaak tussen<\/h3>\n<h3>[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser<\/h3>\n<p>en<\/p>\n<h3>de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.<\/h3>\n<h3>Procesverloop<\/h3>\n<p>Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2019 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd (IB\/PVV). Daarbij is belastingrente in rekening gebracht.<\/p>\n<p>Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag. Het bezwaarschrift is op 26 december 2022 door verweerder ontvangen.<\/p>\n<p>Verweerder heeft de aanslag bij uitspraak op bezwaar van 5 april 2023 verminderd.<\/p>\n<p>Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.<\/p>\n<p>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.<\/p>\n<p>Eiser heeft v\u00f3\u00f3r de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan verweerder.<\/p>\n<p>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 november 2024.<\/p>\n<p>Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam 1] en [naam 2] .<\/p>\n<p>Het onderzoek is ter zitting gesloten waarbij 23 december 2024 als uitspraakdatum is aangekondigd.<\/p>\n<p>De rechtbank heeft partijen bij bericht van 19 december 2024 ge\u00efnformeerd over zijn beslissing om de uitspraaktermijn te verlengen tot uiterlijk 3 februari 2025.<\/p>\n<p>Eiser heeft op 20 december 2024 verzocht om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.<\/p>\n<h3>Overwegingen<\/h3>\n<p>Feiten<\/p>\n<p>1. Eiser drijft een eenmanszaak onder de naam [bedrijf] Finance &amp; Insurance Consultancy.<\/p>\n<p>2. Eiser heeft aangifte IB\/PVV voor het jaar 2019 gedaan naar een inkomen uit werk en woning van \u20ac 11.850, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van \u20ac 16.674 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van nihil. In de aangifte is een bedrag onttrokken aan de Fiscale Oudedagsreserve (FOR). Tevens is zelfstandigenaftrek in aanmerking genomen.<\/p>\n<p>3. Verweerder heeft naar aanleiding van de aangifte bij brief van 6 april 2022 om informatie verzocht over onder meer het urencriterium, de afname van de FOR en het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang. Voorts heeft verweerder opgenomen dat hij over gegevens beschikt waaruit volgt dat eiser per 1 januari 2019 \u20ac 2.518.738 aan spaartegoeden bezit en een beleggingsproduct van \u20ac 775.500.<\/p>\n<p>4. Eiser heeft bij brief van 28 april 2022 gereageerd.<\/p>\n<p>5. Verweerder heeft op 24 juni 2022 vervolgvragen gesteld. Daarop is op 22 juli 2022 door eiser gereageerd.<\/p>\n<p>6. Met dagtekening 27 oktober 2022 heeft verweerder eiser ge\u00efnformeerd over zijn voornemen om bij de aanslagoplegging van de aangifte af te wijken. In deze brief is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:<\/p>\n<p>\u201cDe informatie waar ik u om heb verzocht had als doel om het aangegeven voordeel uit sparen en beleggen te controleren. Uw vermogen is verdeeld over de onderneming, het Fonds voor Gemene Rekening (hierna: FGR, box 2) en box 3. Om te beoordelen welk vermogen tot uw box 3 vermogen behoort heb ik aan u een specificatie gevraagd van alle bezittingen. Op de ontvangen specificatie van 28 april 2022 ontbreken van de participaties in box 2 onder andere de rekeningnummers. Een eenvoudige controle op de bezittingen is om deze reden niet mogelijk. U heeft aangegeven dat de buitenlandse bankrekeningen (waar een deel van mijn informatieverzoek op ziet) niet bij u bekend zijn. Om deze reden heb ik de diverse banken in Duitsland, Belgi\u00eb, Itali\u00eb, Estland en Tsjechi\u00eb om informatie verzocht. Van de banken in Duitsland en Belgi\u00eb heb ik op dit moment nog geen informatie ontvangen, in verband met de dreigende verjaring van de aanslag zal ik de aangifte vaststellen op basis van de gegevens die mij ter beschikking staan.<\/p>\n<p>De totale waarde van uw bezittingen volgens uw informatie is in totaal \u20ac 3.368.779:<\/p>\n<p>&#8212; Priv\u00e9 bezittingen (box 3): \u20ac 29.250<\/p>\n<p>&#8212; Financi\u00eble vaste activa in eenmanszaak (box 1): \u20ac 324.500<\/p>\n<p>&#8212; Liquide middelen eenmanszaak (box 1): \u20ac 126.550<\/p>\n<p>&#8212; Bezittingen FGR op 1 januari 2019 \u20ac 2.888.479<\/p>\n<p>Volgens mijn informatie is de totale waarde van uw bezittingen inclusief de buitenlandse bankrekeningen \u20ac 3.785.088. Dit bedrag bestaat uit:<\/p>\n<p>&#8212; Waarde van de in Nederland aangehouden bank-, giro- en spaartegoeden van<\/p>\n<p>\u20ac 2.518.738<\/p>\n<p>&#8212; Waarde beleggingen Oikocredit Nederlands Fonds \u20ac 775.500<\/p>\n<p>&#8212; Waarde bankrekeningen Belgi\u00eb \u20ac 100.000<\/p>\n<p>&#8212; Waarde bankrekeningen Estland \u20ac 200.850<\/p>\n<p>&#8212; Waarde bankrekeningen Tsjechi\u00eb \u20ac 90.000<\/p>\n<p>&#8212; Waarde bankrekeningen Duitsland \u20ac 100.000 (geschat).<\/p>\n<p>In welke box voornoemde bezittingen thuishoren is niet geheel duidelijk geworden. De waarde van de bankrekening in Itali\u00eb is niet door mij opgenomen omdat uit de informatie uit Itali\u00eb is gebleken dat de transacties hebben plaatsgevonden na 1 januari 2019. De informatie uit Duitsland is nog niet ontvangen en stel ik mij op het standpunt dat de waarde van de bankrekeningen in Duitsland tenminste 100.000 is.<\/p>\n<p>In uw aangifte is een bedrag van \u20ac 29.250 vermeld. Het verschil tussen de door u aangegeven waarde en de bij ons bekende waarde is \u20ac 416.309 (\u20ac 3.785.088 &#8212; \u20ac 3.368.779). De financi\u00eble vast activa van de eenmanszak van \u20ac 324.500 horen niet tot het ondernemingsvermogen en heb ik toegevoegd aan de waarde van uw bezittingen in box 3. De totale waarde van uw bezittingen komt daarmee uit op minstens \u20ac 740.809 (\u20ac 416.309 + \u20ac 324.500). Na aftrek van het heffingsvrije vermogen van \u20ac 30.360 is het bedrag waarover het voordeel uit sparen en beleggen wordt berekend \u20ac 710.449. Ik heb besloten op dit punt van de aangifte af te wijken met een bedrag van totaal \u20ac 710.449.\u201d<\/p>\n<p>7. Met dagtekening 18 november 2022 is de aanslag IB\/PVV voor het jaar 2019 opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van \u20ac 2.769, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van \u20ac 16.674 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van \u20ac 12.930. De grondslag sparen en beleggen is bepaald op \u20ac 710.449. De in rekening gebrachte belastingrente bedraagt \u20ac 350.<\/p>\n<p>8. Deze rechtbank heeft op 19 december 2022 uitspraak gedaan in de procedure die ziet op een voor het jaar 2018 aan eiser opgelegde aanslag IB\/PVV. In deze uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat het werkkapitaal van de onderneming niet meer bedraagt dan \u20ac 165.000, hetgeen door gerechtshof Den Haag bij uitspraak van 18 september 2023 is bevestigd.<\/p>\n<p>9. Op 4 april 2023 heeft een hoorgesprek plaatsgevonden. Tot de stukken van het geding behoort een naar aanleiding van dit gesprek door verweerder opgesteld hoorverslag.<\/p>\n<p>10. Bij uitspraak op bezwaar zijn het belastbaar inkomen uit werk en woning en het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang gehandhaafd op \u20ac 2.769, respectievelijk \u20ac 16.674. Het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen is verminderd tot \u20ac 12.758. De grondslag sparen en beleggen is bepaald op \u20ac 610.449. Daarbij is de geschatte waarde van de bankrekeningen in Duitsland (van \u20ac 100.000) niet langer meegerekend. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.<\/p>\n<p>Geschil<\/p>\n<p>11. In geschil is of de aanslag IB\/PVV voor het jaar 2019 naar een juist bedrag is vastgesteld. Meer specifiek is in geschil of terecht voorbij is gegaan aan de onttrekking aan de FOR, of eiser aan het urencriterium voldoet en of het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen naar een juist bedrag is vastgesteld.<\/p>\n<p>12. Eiser stelt primair dat de zaak moet worden teruggewezen. Subsidiair stelt eiser dat in 2019 een onttrekking aan de FOR heeft plaatsgevonden en dat hij voldoet aan het urencriterium. Daarnaast is volgens eiser het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen naar een te hoog bedrag vastgesteld. Verweerder is volgens eiser uitgegaan van een onjuiste rendementsgrondslag en een te hoog rendement.<\/p>\n<p>13. Verweerder stelt dat voor terugwijzing geen aanleiding bestaat. Volgens verweerder zijn het belastbaar inkomen uit werk en woning en het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen niet naar te hoge bedragen vastgesteld.<\/p>\n<p>Beoordeling van het geschil<\/p>\n<p>14. In de uitspraak op bezwaar is uitgegaan van een grondslag sparen en beleggen van \u20ac 610.449. Deze grondslag is, voor zover hier van belang, als volgt berekend:<\/p>\n<p>Totaal vermogen (box 1, 2 en 3)<\/p>\n<p>\u20ac 3.685.088<\/p>\n<p>Vermogen volgens aangifte<\/p>\n<p>Box 1 vaste activa eenmanszaak<\/p>\n<p>\u20ac 324.500<\/p>\n<p>Box 1 liquide middelen<\/p>\n<p>\u20ac 126.550<\/p>\n<p>Box 2<\/p>\n<p>\u20ac 2.888.479<\/p>\n<p>Box 3<\/p>\n<p>\u20ac 29.250<\/p>\n<p>\u20ac 3.368.779<\/p>\n<p>Verschil<\/p>\n<p>\u20ac 316.309<\/p>\n<p>Correctie van box 1 naar box 3<\/p>\n<p>\u20ac 324.500<\/p>\n<p>Vermogen box 3<\/p>\n<p>\u20ac 640.809<\/p>\n<p>Heffingvrij vermogen<\/p>\n<p>\u20ac 30.360 -\/-<\/p>\n<p>\u20ac 610.449<\/p>\n<p>15. Tussen partijen is niet in geschil dat moet worden uitgegaan van een totaalvermogen van \u20ac 3.685.088. W\u00e9l is in geschil of dit bedrag bij het bepalen van het box 3-vermogen terecht is afgezet tegen het bovengenoemde bedrag van \u20ac 3.368.779. Volgens eiser is dat ten onrechte gebeurd. Daartoe heeft hij aangevoerd dat in de onderhavige aangifte een totaalvermogen op 1 januari 2019 van \u20ac 3.685.088 is opgenomen. Ter zitting heeft eiser toegelicht dat verweerder bij de berekening van de correctie ten onrechte is uitgegaan van \u20ac 3.368.779 als in de aangifte opgenomen vermogen op 1 januari 2019. Verweerder heeft bij de berekening van dit bedrag namelijk de box-1 bedragen van ultimo 2019 in aanmerking genomen. Zodoende heeft hij ten onrechte een verschil geconstateerd van \u20ac 316.309, welk bedrag als box 3-vermogen is bijgeteld. Volgens eiser heeft dit ertoe geleid dat verweerder van een te hoge grondslag sparen en beleggen is uitgegaan.<\/p>\n<p>16. Volgens verweerder had, met inachtneming van de procedure die voor het jaar 2018 is gevoerd, van het totaalvermogen een bedrag van \u20ac 165.000 tot het werkkapitaal in box 1 moeten worden gerekend, een bedrag van \u20ac 2.888.479 tot box 2 en de rest tot box 3. Volgens verweerder is de aanslag IB\/PVV voor het jaar 2019 eerder te laag dan te hoog vastgesteld omdat te weinig vermogen in box 3 is belast.<\/p>\n<p>17. Eiser heeft terecht aangevoerd, zoals overigens ook is vermeld in 7.18 van het verweerschrift, dat de onder 14 genoemde box 1-bedragen de bedragen van ultimo 2019 zijn. Verweerder heeft daardoor ten onrechte een verschil van \u20ac 316.309 geconstateerd en als box 3-vermogen in aanmerking genomen. De rechtbank beschikt niet over voldoende stukken om te kunnen beoordelen of de aanslag daardoor te hoog of te laag is vastgesteld. Het is voor de rechtbank dan ook niet mogelijk om het voorgelegde geschil definitief te beslechten. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 8:72, vierde lid, van de Awb zal de rechtbank verweerder daarom opdragen om opnieuw uitspraak op bezwaar te doen. Het beroep dient gegrond te worden verklaard.<\/p>\n<p>18. Met de terugwijzing naar verweerder start geen nieuwe behandelingsfase voor het vaststellen van de redelijke termijn in eerste aanleg. Er geldt als uitgangspunt dat de berechting in eerste aanleg niet binnen de redelijke termijn heeft plaatsgevonden als het totale tijdsverloop, dus de opstelsom van het tijdsverloop van de fase v\u00f3\u00f3r terugwijzing en van de fase na terugwijzing langer dan twee jaar heeft geduurd. Dat betekent dat op het moment van deze uitspraak nog niet kan worden beoordeeld in hoeverre recht bestaat op vergoeding van immateri\u00eble schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.<\/p>\n<p>19. Het is niet aan de belastingrechter om te oordelen over een het verzoek van eiser om schadevergoeding vanwege reputatieschade.<\/p>\n<p>Proceskosten<\/p>\n<p>20. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit) vast op \u20ac 267,50 (\u20ac 10 reiskosten en \u20ac 257,50 verletkosten). Het Besluit voorziet, behoudens de reeds toegekende vergoeding van verletkosten, niet in een vergoeding voor de tijd die eiser aan de procedure heeft besteed. Dergelijke kosten komen dan ook niet voor vergoeding in aanmerking.<\/p>\n<h3>Beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank:<\/p>\n<p>&#8212; verklaart het beroep gegrond;<\/p>\n<p>&#8212; vernietigt de uitspraak op bezwaar;<\/p>\n<p>&#8212; draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen;<\/p>\n<p>&#8212; wijst het verzoek van eiser om een schadevergoeding af;<\/p>\n<p>&#8212; veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van \u20ac 267,50;<\/p>\n<p>&#8212; draagt verweerder op het betaalde griffierecht van \u20ac 50 aan eiser te vergoeden.<\/p>\n<p>Deze uitspraak is gedaan door mr. K.G. Scholten, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Blauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2025.<\/p>\n<p>griffier rechter<\/p>\n<p>Afschrift verzonden aan partijen op:<\/p>\n<h3>Rechtsmiddel<\/h3>\n<p>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).<\/p>\n<p>Dat kan digitaal via <a href=\"http:\/\/www.rechtspraak.nl\" rel=\"nofollow\">http:\/\/www.rechtspraak.nl<\/a>, daar klikt u op \u201cFormulieren en inloggen\u201d. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.<\/p>\n<p>Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:<\/p>\n<p>1 &#8212; bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;<\/p>\n<p>2 &#8212; het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.<\/p>\n<p>Verder vermeldt u ten minste het volgende:<\/p>\n<p>a. de naam en het adres van de indiener;<\/p>\n<p>b. de datum van verzending;<\/p>\n<p>c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;<\/p>\n<p>d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>ECLI:NL:RBDHA:2022:14133.<\/li>\n<li>ECLI:NL:GHDHA:2023:2219.<\/li>\n<li>Hoge Raad 22 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1818, r.o. 3.2 en Hoge Raad 9 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1153, r.o. 3.2.<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:931\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>De rechtbank beschikt niet over voldoende stukken om te kunnen beoordelen of de aanslag IB\/PVV te hoog is vastgesteld, zodat het niet mogelijk is het voorgelegde geschil te beslechten. De rechtbank wijst de zaak terug. Beroep gegrond.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7670],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[31650,7674,7675,10455,10520],"kji_language":[7671],"class_list":["post-648511","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-den-haag","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-beschikt","kji_keyword-rbdha","kji_keyword-rechtbank","kji_keyword-stukken","kji_keyword-voldoende","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBDHA:2025:931 Rechtbank Den Haag , 28-01-2025 \/ 23_3417 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha2025931-rechtbank-den-haag-28-01-2025-23_3417\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBDHA:2025:931 Rechtbank Den Haag , 28-01-2025 \/ 23_3417\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"De rechtbank beschikt niet over voldoende stukken om te kunnen beoordelen of de aanslag IB\/PVV te hoog is vastgesteld, zodat het niet mogelijk is het voorgelegde geschil te beslechten. De rechtbank wijst de zaak terug. Beroep gegrond.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha2025931-rechtbank-den-haag-28-01-2025-23_3417\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"10 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha2025931-rechtbank-den-haag-28-01-2025-23_3417\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha2025931-rechtbank-den-haag-28-01-2025-23_3417\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBDHA:2025:931 Rechtbank Den Haag , 28-01-2025 \\\/ 23_3417 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-22T12:17:06+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha2025931-rechtbank-den-haag-28-01-2025-23_3417\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha2025931-rechtbank-den-haag-28-01-2025-23_3417\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbdha2025931-rechtbank-den-haag-28-01-2025-23_3417\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBDHA:2025:931 Rechtbank Den Haag , 28-01-2025 \\\/ 23_3417\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBDHA:2025:931 Rechtbank Den Haag , 28-01-2025 \/ 23_3417 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha2025931-rechtbank-den-haag-28-01-2025-23_3417\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBDHA:2025:931 Rechtbank Den Haag , 28-01-2025 \/ 23_3417","og_description":"De rechtbank beschikt niet over voldoende stukken om te kunnen beoordelen of de aanslag IB\/PVV te hoog is vastgesteld, zodat het niet mogelijk is het voorgelegde geschil te beslechten. De rechtbank wijst de zaak terug. Beroep gegrond.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha2025931-rechtbank-den-haag-28-01-2025-23_3417\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"10 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha2025931-rechtbank-den-haag-28-01-2025-23_3417\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha2025931-rechtbank-den-haag-28-01-2025-23_3417\/","name":"ECLI:NL:RBDHA:2025:931 Rechtbank Den Haag , 28-01-2025 \/ 23_3417 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-22T12:17:06+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha2025931-rechtbank-den-haag-28-01-2025-23_3417\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha2025931-rechtbank-den-haag-28-01-2025-23_3417\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbdha2025931-rechtbank-den-haag-28-01-2025-23_3417\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBDHA:2025:931 Rechtbank Den Haag , 28-01-2025 \/ 23_3417"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/648511","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=648511"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=648511"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=648511"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=648511"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=648511"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=648511"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=648511"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=648511"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}