{"id":649961,"date":"2026-04-22T17:32:11","date_gmt":"2026-04-22T15:32:11","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrblim202210534-rechtbank-limburg-28-12-2022-roe-22-2770\/"},"modified":"2026-04-22T17:32:11","modified_gmt":"2026-04-22T15:32:11","slug":"eclinlrblim202210534-rechtbank-limburg-28-12-2022-roe-22-2770","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202210534-rechtbank-limburg-28-12-2022-roe-22-2770\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBLIM:2022:10534 Rechtbank Limburg , 28-12-2022 \/ ROE 22\/2770"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Aan verzoeker is een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 toegekend voor beschermd wonen in de vorm van een pgb. Volgens verzoeker is er geen sprake van een maatwerkvoorziening omdat het toegekende tarief (\u20ac 87,71 per etmaal) volgens hem ontoereikend is om de te maken zorgkosten (\u20ac 110,00 per etmaal) te dekken. Niet in geschil is dat er bij de door verweerder gecontracteerde zorgaanbieders voor verzoeker geen plek was. Dat betekent dat verweerder moest onderzoeken of verzoeker tegen het tarief van verweerder elders geplaatst kon worden. Uit de huidige besluitvorming en de stukken die hieraan ten grondslag liggen, volgt niet dat dit onderzoek heeft plaatsgevonden. Hoewel het bewijs op dit moment ontbreekt, is het bewijs van die stelling vrij gemakkelijk te leveren, wat betekent dat het gebrek in bezwaar dus ook vrij gemakkelijk worden hersteld. Dat betekent dat de voorzieningenrechter voorshands van oordeel is dat deze bezwaargrond niet direct tot een gegrond bezwaar zal leiden. Bovendien vindt de stelling dat de overeengekomen zorgprijs ondanks de schriftelijke documenten toch \u20ac 110,00 en niet \u20ac 87,71 bedraagt onvoldoende steun in het dossier. Van strijd met het gelijkheidsbeginsel is de voorzieningenrechter voorts niet gebleken. De voorzieningenrechter acht het belang van verzoeker bij het treffen van de verzochte voorziening minder zwaarwegend dan die van verweerder bij het afwijzen daarvan. De voorzieningenrechter weegt daarbij nog mee dat verweerder ter zitting heeft aangegeven dat er voor verzoeker plek is bij (een van) haar gecontracteerde zorgaanbieders, mocht verzoeker per 1 januari 2023 op straat komen te staan. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Verzoeker krijgt hangende het bezwaar geen voorschot op een hoger pgb.<\/p>\n<p>RECHTBANK LIMBURG<\/p>\n<p>Zittingsplaats Maastricht<\/p>\n<p>Bestuursrecht<\/p>\n<p>zaaknummer: ROE 22\/2770<\/p>\n<h3>uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 december 2022 in de zaak tussen<\/h3>\n<h3>[naam 1] , uit [woonplaats] , verzoeker<\/h3>\n<p>(gemachtigde: mr. N. Roos),<\/p>\n<p>en<\/p>\n<h3>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo (verweerder)<\/h3>\n<p>(gemachtigde: mr. drs. [naam gemachtigde] ).<\/p>\n<h3>Inleiding<\/h3>\n<p>In deze uitspraak beslist de voorlopige voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de toekenning van een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) voor beschermd wonen in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) van verzoeker.<\/p>\n<p>Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 18 oktober 2022 toegekend over de periode 1 oktober 2022 tot en met 31 mei 2023 voor een bedrag van in totaal \u20ac 21.314,61. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en ondertussen de voorzieningenrechter verzocht een voorziening te treffen door bij wijze van een voorschot een toereikend (plus \u20ac 400,00 pgb per maand) te verstrekken, dan wel een toeslag intensief en dagbesteding tot zes weken na de beslissing op bezwaar.<\/p>\n<p>De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 19 december 2022 op zitting behandeld, deels fysiek, deels met behulp van een beeldverbinding. Hieraan hebben deelgenomen: via een beeldverbinding: de gemachtigde van verzoeker en mevrouw [naam 2] , zorgco\u00f6rdinatrice bij Stichting Stap1 (hierna: Stap1) en fysiek: de gemachtigde van verweerder en mevrouw [naam 3] , sociaal wijkteamlid.<\/p>\n<h3>Beoordeling door de voorzieningenrechter<\/h3>\n<p>Achtergrond en de wijze van beoordelen<\/p>\n<p>1. Verzoeker is afkomstig uit de gemeente van verweerder en is in verband met verslavingsproblematiek opgenomen geweest in een kliniek in Belgi\u00eb. Van daaruit is hij per 27 mei 2022 rechtstreeks bij Stap1 ingestroomd, op dat moment nog zonder indicatie voor beschermd wonen en ook zonder medeweten van verweerder. Per e-mail van 31 mei 2022 heeft mevrouw [naam 2] onder meer bij verweerder aangegeven dat verzoeker bij Stap1 verblijft en verzocht haar te informeren omtrent de indicatie en het tarief. Ze gaf daarbij aan dat ze verzoeker hebben aangenomen onder voorbehoud dat bovengenoemde met elkaar is afgestemd. Vervolgens hebben Stap1 en verweerder uitvoerig met elkaar gecorrespondeerd. Dit heeft er uiteindelijk in geresulteerd dat verweerder op 18 oktober 2022 de maatwerkvoorziening heeft verstrekt als genoemd onder de inleiding. Stap1 heeft de zorgkosten van verzoeker over de periode 27 mei 2022 tot 1 oktober 2022 voor eigen rekening genomen.<\/p>\n<p>Volgens verzoeker is het door verweerder verstrekte bedrag niet toereikend om de zorg bij Stap1 te bekostigen. Hij heeft op 1 december 2022 een aanvullende factuur van Stap1 ontvangen, waarbij hem \u20ac 1.359,69 in rekening wordt gebracht. In de toelichting valt te lezen \u201cWij hebben de facturen voor de maanden oktober en november 2022 naar uw PGB vertegenwoordiger gestuurd ter betaling uit uw PGB. Echter is, zoals bjj u bekend, uw PGB niet toereikend. Daarom ontvangt u van ons nog een factuur met de resterende kosten die niet uit uw PGB betaald kunnen worden.\u201d De betalingstermijn bedraagt 30 dagen. Voorts heeft verzoeker van de Stichting op 1 december 2022 een brief ontvangen, waarin het volgende staat:<\/p>\n<p>\u201cWe hebben je aangegeven dat indien de gemeente het bedrag van jouw indicatie niet wil aanpassen, wij genoodzaakt zijn je zorg te be\u00ebindigen. De reden hiervoor is dat we anders namelijk nog enkele maanden onder kostprijs moeten werken en met de eerdere maanden die wij niet vergoed hebben gekregen, vinden wij dit financieel niet verantwoord.<\/p>\n<p>Graag horen wij spoedig doch uiterlijk 31 december 2022 of het indicatiebedrag zal worden aangepast. Anders zijn we helaas genoodzaakt je zorg per deze datum dan ook te be\u00ebindigen.\u201d<\/p>\n<p>2. De voorzieningenrechter beoordeelt de voorlopige rechtmatigheid van het besluit van verweerder aan de hand van de op de zitting besproken bezwaargronden van verzoeker. Zij beoordeelt dus de kans van het slagen van het bezwaarschrift, en weegt aan de hand daarvan de belangen die partijen hebben bij het wel of niet treffen van een voorlopige voorziening. Daarbij geldt dat hoe zekerder de voorzieningenrechter is over de rechtmatigheid van het besluit, hoe minder ruimte er is om gewicht toe te kennen aan de belangen van verzoeker bij het toekennen van een voorschot. De beoordeling door de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter, waar de rechtbank later niet aan gebonden is.<\/p>\n<p>Standpunt verzoeker<\/p>\n<p>3. Verzoeker is van mening dat het toegekende tarief ontoereikend is om de te maken zorgkosten te dekken. Er is daarom geen sprake van een maatwerkvoorziening en aan de doelstelling van de Wmo wordt voorbij gegaan. Het betreft geen passende voorziening. Het verblijf kost \u20ac 110,00 per etmaal, terwijl verweerder slechts \u20ac 87,71 per etmaal vergoedt. De rest komt nu voor rekening van verzoeker, die dit niet kan betalen. Dit betekent dat de zorg zal worden be\u00ebindigd. Er dient een toeslag \u201cintensiteit\u201d of \u201cdagbesteding\u201d te worden toegekend. De hoogte wijkt ook sterk af van aan Stap1 toegekende maatwerkvoorzieningen in andere gemeenten in soortgelijke gevallen. Verzoeker heeft van meerdere gemeenten geanonimiseerde beschikkingen bijgevoegd waaruit blijkt dat voor beschermd wonen bij Stap1 bedragen worden toegekend gelegen tussen \u20ac 3.100,00 en \u20ac 3.900,00 per maand. Er is sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel. Gelijke gevallen moeten gelijk behandeld worden en ongelijke gevallen naar de mate waarin zij verschillen. Verweerders gemeente wijkt in vergelijking met de andere gemeenten sterk af in negatieve zin.<\/p>\n<p>Standpunt verweerder<\/p>\n<p>4. Verweerder stelt dat een spoedeisend belang ontbreekt. De factuur dateert van 1 december 2022, de betalingstermijn is 30 dagen. Uit de stukken blijkt niet<\/p>\n<p>dat Stap1 niet bereid is de beslissing op bezwaar af te wachten. Evenmin blijkt uit de stukken dat het zorgaanbod dreigt te worden stopgezet of dat verzoeker uit de beschermd wonen accommodatie dreigt te worden gezet. Verweerder betwist dat de geboden zorg \u20ac 110,00 per etmaal bedraagt. Zowel uit de zorgovereenkomst als uit het pgb-ondersteuningsplan van 23 september 2020 volgt dat de zorg \u20ac 87,71 bedraagt en dat Stap1 niets extra\u2019s bij verzoeker in rekening brengt. Volgens verweerder is er sprake van een belangenverstrengeling, nu mevrouw [naam 2] verzoeker in rechte vertegenwoordigt. Het is de vraag of het belang van verzoeker voldoende wordt geborgd. Het geeft geen pas dat nu over het hoofd van verzoeker bij verweerder extra bedragen in rekening worden gebracht, terwijl dit geen grondslag lijkt te hebben. Verweerder vraagt ook aandacht voor het feit dat de zorg is gestart buiten verweerder om. Verweerder heeft hierdoor niet de ge\u00ebigende weg kunnen volgen en werd voor voldongen feiten geplaatst. Weliswaar was er bij de gecontracteerde aanbieders eind mei 2022 geen plek, maar er waren waarschijnlijk wel andere zorgaanbieders geweest waar verzoeker terecht had gekund tegen het door verweerder toegekende bedrag. Van de tarieven beschermd wonen mag worden verwacht dat deze naar alle redelijkheid zijn vastgesteld om de kosten voor 24-uurs zorg te kunnen dekken. Voor de toeslagen \u201cintensief\u201d en \u201cdagbesteding\u201d is in dit geval geen ruimte. Van intensieve zorg is igeen sprake en dagbesteding vindt in ieder geval deels plaats bij een externe partij, waarvoor in dat geval een aparte indicatie moet worden afgegeven.<\/p>\n<p>Het oordeel van de voorzieningenrechter<\/p>\n<p>5. Het wettelijk kader volgt uit de bijlage bij deze uitspraak.<\/p>\n<p>6. Het feit dat er een brief ligt waarin staat dat Stap1 de zorg zal be\u00ebindigen als niet tijdig het indicatiebedrag is aangepast, maakt dat de voorzieningenrechter de vereiste onverwijlde spoed voldoende aannemelijk gemaakt acht. De datum die in de brief wordt genoemd is 31 december 2022, terwijl de hoorzitting in bezwaar eerst in januari 2023 zal plaatsvinden. Hoewel de voorzieningenrechter er gelet op het verhandelde ter zitting niet geheel zeker van is dat Stap1 de zorg ook daadwerkelijk zal be\u00ebindigen, maakt het enkele risico dat dit wel kan gebeuren, dat zij een spoedeisend belang bij een inhoudelijke beoordeling van de zaak aanneemt.<\/p>\n<p>7. De voorzieningenrechter wijst evenwel om inhoudelijke redenen het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af. De voorzieningenrechter licht hierna toe hoe zij tot dit oordeel is gekomen.<\/p>\n<p>Het is om te beginnen aan verweerder om de hoogte van het pgb te bepalen. Hierbij geldt wel als voorwaarde dat het pgb toereikend moet zijn om de benodigde zorg en ondersteuning in te kopen. Anders is het pgb-budget immers geen zinvol alternatief voor zorg in natura. Dit betekent dat verweerder altijd moet onderzoeken of het toegekende pgb-bedrag toereikend is. Het gaat er echter daarbij niet om dat het pgb toereikend moet zijn om iedere door een betrokkene gewenste zorgaanbieder te kunnen bekostigen. Verweerder kan in beginsel volstaan met een pgb gelijk aan de kostprijs voor de voorziening in natura, zoals hij in het besluit beschermd wonen en opvang Venlo 2022 ook heeft gedaan, mits de betrokkene de voorziening voor dezelfde prijs bij de aanbieder kan inkopen. Als dat niet zo is, moet aannemelijk zijn dat voor dezelfde prijs wel een andere aanbieder beschikbaar is. Kortom, de ge\u00efndiceerde maatwerkvoorziening moet niet slechts in theorie, maar daadwerkelijk ook feitelijk tegen het toegekende bedrag afgenomen kunnen worden.<\/p>\n<p>Niet in geschil is dat er bij de door verweerder gecontracteerde zorgaanbieders voor verzoeker geen plek was. Dat betekent dus dat verweerder moest onderzoeken of verzoeker ten tijde dat de indicatie werd aangevraagd, tegen het tarief van verweerder elders geplaatst kon worden. Uit de huidige besluitvorming en de stukken die hieraan ten grondslag liggen, volgt niet dat dit onderzoek heeft plaatsgevonden. Dit is echter een gebrek dat in bezwaar kan worden hersteld. Verweerder dient in dat kader concreet aan te geven bij welke instellingen verzoeker met zijn pgb ten tijde van de toekenning (dus per 1 oktober 2022) de ge\u00efndiceerde maatwerkvoorziening daadwerkelijk kon realiseren. Het gaat daarbij niet enkel om een opsomming van instituten die verzoeker in theorie hadden kunnen huisvesten en behandelen, maar het dient duidelijk te zijn of verzoeker daar met het aan hem toegekende pgb ook daadwerkelijk terecht kon. Met een brief of een rapportage van de betreffende instelling waarin dit wordt bevestigd, kan dit worden aangetoond. Hoewel het bewijs op dit moment ontbreekt, heeft mevrouw [naam 3] ter zitting nadrukkelijk aangegeven dat zij diverse instellingen kent, waar verzoeker z\u00e9\u00e9r waarschijnlijk wel voor het door verweerder gehanteerde tarief terecht zou hebben gekund. Omdat het bewijs van die stelling vrij gemakkelijk is te leveren, kan het gebrek dus in bezwaar ook vrij gemakkelijk worden hersteld. Dat betekent met andere woorden dat de voorzieningenrechter voorshands van oordeel is dat deze bezwaargrond niet direct tot een gegrond bezwaar zal leiden.<\/p>\n<p>Daarbij komt dat verzoekers verzoek is gebaseerd op de stelling dat het toegekende pgb ontoereikend is om de zorg die hij bij Stap1 afneemt te bekostigen. Voorshands is de voorzieningenrechter van oordeel dat in rechte niet van de juistheid van die stelling kan worden uitgegaan. Om te beginnen komt de stelling, inhoudende dat verzoeker voor de zorg bij Stap1 feitelijk \u20ac 110,00 is verschuldigd, niet overeen met de schriftelijke documenten die zich in het dossier bevinden. Zo volgt uit de overgelegde zorgovereenkomst van 23 september 2022 die verzoeker met Stap1 heeft gesloten dat de zorg \u20ac 87,71 per etmaal bedraagt. Ook uit het pgb-ondersteuningsplan van 23 september 2022 volgt dat een tarief van \u20ac 87,71 is overeengekomen. Op de vraag of het tarief binnen de maximale vergoeding van de gemeente valt, is vervolgens aangekruist \u201cnee, de zorgaanbieder is akkoord met de maximale vergoeding vanuit de gemeente en zal mij hier verder geen extra kosten voor in rekening brengen\u201d. Dit document is ondertekend door verzoeker, de pgb-beheerster mevrouw [naam 4] en mevrouw [naam 2] namens Stap1. Op basis van de stukken ziet het er dan ook naar uit dat verzoeker met Stap1 een lager tarief is overeengekomen dan Stap1 normaliter hanteert. Deze overeenkomsten sluiten overigens ook aan bij hetgeen mevrouw [naam 2] eerder in een e-mail aan verweerder heeft gecommuniceerd. Waar zij in haar e-mail van 31 mei 2022 nog een voorbehoud had gemaakt, schreef ze op 20 september 2022 namelijk &#8212; nadat duidelijk was dat verweerder vasthield aan haar tarieven &#8212; dat dit niet kostendekkend was, maar dat Stap1 had besloten verzoeker niet uit te zetten, omdat Stap1 zich verantwoordelijk voelt voor de zorg van haar cli\u00ebnten en verzoeker het ook goed doet bij de stichting. Vervolgens zijn de overeenkomsten opgesteld. Dat in afwijking daarvan of nadien tussen verzoeker en de Stap1 is overeengekomen dat verzoeker (toch) een deel van de kosten zelf zou dragen, is de voorzieningenrechter onvoldoende gebleken. Dat het overeengekomen tarief van \u20ac 87,81 lager is dan het tarief van \u20ac 110,00 dat Stap1 normaal hanteert en dat dit tarief (ver) onder de kostprijs ligt, is uiteraard vervelend voor Stap1 en de houding die Stap1 hier heeft aangenomen siert haar, maar juridisch gezien is het niet iets dat verweerder regardeert. Het betekent in ieder geval dat de stelling dat de overeengekomen zorgprijs ondanks de schriftelijke documenten toch \u20ac 110,00 bedraagt onvoldoende steun vindt in het dossier en de voorzieningenrechter dus ook niet van de juistheid van die stelling uit gaat. Het voorgaande betekent ook dat er verder geen aanleiding bestaat om in rechte te onderzoeken of er toeslagen dienen te worden toegekend.<\/p>\n<p>8. Van strijd met het gelijkheidsbeginsel is de voorzieningenrechter niet gebleken. De stelling is gebaseerd op pgb-toekenningen die Stap1 krijgt van diverse gemeenten, maar die omstandigheid is niet van doorslaggevend belang bij de beoordeling of een betreffend pgb toereikend is. Daarbij gaat het om de vraag of iemand de benodigde zorg bij tenminste \u00e9\u00e9n partij kan inkopen, hetgeen dus in zoverre los staat van de zorgkosten bij Stap1.<\/p>\n<p>9. Uit het voorgaande volgt dat de voorzieningenrechter voorshands niet aannemelijk acht dat de bezwaargronden zullen slagen. Dat maakt dat zij het belang van verzoeker bij het treffen van de verzochte voorziening minder zwaarwegend acht dan die van verweerder bij het afwijzen daarvan, te meer omdat het de vraag is of verzoeker in staat zal zijn de voorschotten terug te betalen, mocht dat de uiteindelijke uitkomst zijn. Daarbij weegt de voorzieningenrechter nog mee dat verweerder ter zitting heeft aangegeven dat er voor verzoeker plek is bij (een van) haar gecontracteerde zorgaanbieders, mocht verzoeker per 1 januari 2023 op straat komen te staan.<\/p>\n<h3>Conclusie en gevolgen<\/h3>\n<p>10. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat verzoeker hangende het bezwaar geen voorschot krijgt op een hoger pgb. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.<\/p>\n<h3>Beslissing<\/h3>\n<p>De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.<\/p>\n<p>Deze uitspraak is gedaan door mr. I.C.A. Wilschut, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van B. van Dael, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 december 2022.<\/p>\n<p>griffier<\/p>\n<p>voorzieningenrechter<\/p>\n<p>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 28 december 2022<\/p>\n<h3>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.<\/h3>\n<h3>Bijlage bij de uitspraak<\/h3>\n<p>De wet maatschappelijke ondersteuning 2015<\/p>\n<p>Ingevolge artikel 2.3.1 van de Wmo 2015 draagt het college er zorg voor dat aan personen die daarvoor in aanmerking komen, een maatwerkvoorziening wordt verstrekt.<\/p>\n<p>In artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo 2015 is onder meer bepaald dat het college tot verstrekking van een maatwerkvoorziening beslist ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid (\u2026) die de cli\u00ebnt ondervindt (\u2026).<\/p>\n<p>De maatwerkwerkvoorziening levert (\u2026) een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cli\u00ebnt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid (\u2026).<\/p>\n<p>In artikel 2.3.6, eerste lid, van de Wmo 2015 is bepaald dat, indien de cli\u00ebnt dit wenst, het college hem een pgb verstrekt dat de cli\u00ebnt in staat stelt de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken.<\/p>\n<p>Ingevolge artikel 2.3.6, vijfde lid, aanhef en onder a, van de Wmo 2015 kan het college een pgb weigeren voor zover de kosten van het betrekken van de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen van derden hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening.<\/p>\n<p>De Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Venlo 2022<\/p>\n<p>Artikel 9. Regels voor pgb<\/p>\n<p>Lid 4: De hoogte van een pgb:<\/p>\n<p>a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de cli\u00ebnt opgesteld budgetplan waarin in ieder geval is uiteen is gezet:<\/p>\n<p>I welke diensten, hulmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorzieningen behoren de cli\u00ebnt van het budget wil betrekken, en<\/p>\n<p>II indien van toepassing, welke hiervan de cli\u00ebnt wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk;<\/p>\n<p>b. wordt berekend op basis van een prijs of tarief:<\/p>\n<p>I waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorzieningen behoren, van derden te betrekken;<\/p>\n<p>II waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten van derden van wie de cli\u00ebnt diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren te betrekken;<\/p>\n<p>III waarbij, voor zover van toepassing, rekening is gehouden met de in artikel 9, lid 1 4 onder b gestelde voorwaarden betreffende het tarief onder welke de cli\u00ebnt de mogelijkheid heeft om de betreffende diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, en<\/p>\n<p>IV. wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering;<\/p>\n<p>c. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura zoals bedoeld in artikel 2, bedraagt niet meer dan 90% van de kostprijs voor een gediplomeerd ZZP-er en bedraagt niet meer dan 75% van de kostprijs (met een maximum van \u20ac 20 per uur voor een hulp uit het eigen sociale netwerk. Voor professionals geldt dat ten minste het wettelijk minimumloon wordt betaald.<\/p>\n<p>Lid 5.De relevante kostprijzen worden ingaande 1 april van het betreffende jaar gehanteerd en jaarlijks door het college vastgesteld en tijdig gepubliceerd.<\/p>\n<p>Lid 10. Aanvullende regels voor beschermd wonen:<\/p>\n<p>1) Indien uit het onderzoek blijkt dat een cli\u00ebnt structureel behoefte heeft aan aanvullende ondersteuning kan in uitzonderlijke gevallen een toeslag intensieve ondersteuning toegekend worden. Deze toeslag wordt toegekend indien er:<\/p>\n<p>a. als een gevolg van een lichamelijke of somatische aandoening, inzet van (verpleegkundige) ondersteuning nodig is aanvullend op de ondersteuningsvorm beschermd wonen en\/of;<\/p>\n<p>b. er sprake is van dermate complexe psychiatrische problematiek, in combinatie met ernstige gedragsproblematiek, waardoor er inzet van begeleiding nodig is aanvullend op de ondersteuningsvorm Beschermd Wonen.<\/p>\n<p>2) Indien uit het onderzoek blijkt dat een cli\u00ebnt behoefte heeft aan een geregisseerde dagbesteding, kan er een toeslag dagbesteding aanvullend op de ondersteuningsvorm Beschermd Wonen worden toegekend.<\/p>\n<p>3) Voor de toepassing en berekening van de tariefdifferentiatie, zoals bedoeld in artikel 9, lid 4 sub c. van deze verordening, wordt in de basis uitgegaan van fictief acht uur ondersteuning per week voor beschermd wonen.<\/p>\n<p>Besluit beschermd wonen en opvang Venlo 2022<\/p>\n<p>Artikel 14 Hoogte en besteding van het pgb beschermd wonen<\/p>\n<p>De hoogte van een pgb wordt gebaseerd op de kostprijs van de goedkoopst passende voorziening in natura, zoals bepaald in artikel 14 van de Verordening.<\/p>\n<p>Indien uit het onderzoek blijkt dat een cli\u00ebnt structureel behoefte heeft aan aanvullende ondersteuning, kan in uitzonderlijke gevallen een toeslag intensieve ondersteuning toegekend worden. Deze toeslag wordt toegekend indien er:<\/p>\n<p>a. als gevolg van een lichamelijke of somatische aandoening aanvullende (verpleegkundige) ondersteuning nodig is; en\/of<\/p>\n<p>b. er sprake is van dermate complexe psychiatrische problematiek, in combinatie met ernstige gedragsproblematiek, waardoor er aanvullende inzet van begeleiding nodig is.<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2022:10534\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Aan verzoeker is een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 toegekend voor beschermd wonen in de vorm van een pgb. Volgens verzoeker is er geen sprake van een maatwerkvoorziening omdat het toegekende tarief (\u20ac 87,71 per etmaal) volgens hem ontoereikend is om de te maken zorgkosten (\u20ac 110,00 per etmaal) te dekken. Niet in geschil is dat er bij de door verweerder gecontracteerde zorgaanbied&#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8080],"kji_chamber":[],"kji_year":[32183],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[20213,8166,8209,8602,10635],"kji_language":[7671],"class_list":["post-649961","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-limburg","kji_year-32183","kji_subject-divers","kji_keyword-betekent","kji_keyword-bezwaar","kji_keyword-verweerder","kji_keyword-verzoeker","kji_keyword-voorzieningenrechter","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBLIM:2022:10534 Rechtbank Limburg , 28-12-2022 \/ ROE 22\/2770 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202210534-rechtbank-limburg-28-12-2022-roe-22-2770\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBLIM:2022:10534 Rechtbank Limburg , 28-12-2022 \/ ROE 22\/2770\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Aan verzoeker is een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 toegekend voor beschermd wonen in de vorm van een pgb. Volgens verzoeker is er geen sprake van een maatwerkvoorziening omdat het toegekende tarief (\u20ac 87,71 per etmaal) volgens hem ontoereikend is om de te maken zorgkosten (\u20ac 110,00 per etmaal) te dekken. Niet in geschil is dat er bij de door verweerder gecontracteerde zorgaanbied...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202210534-rechtbank-limburg-28-12-2022-roe-22-2770\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"17 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202210534-rechtbank-limburg-28-12-2022-roe-22-2770\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202210534-rechtbank-limburg-28-12-2022-roe-22-2770\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBLIM:2022:10534 Rechtbank Limburg , 28-12-2022 \\\/ ROE 22\\\/2770 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-22T15:32:11+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202210534-rechtbank-limburg-28-12-2022-roe-22-2770\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202210534-rechtbank-limburg-28-12-2022-roe-22-2770\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim202210534-rechtbank-limburg-28-12-2022-roe-22-2770\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBLIM:2022:10534 Rechtbank Limburg , 28-12-2022 \\\/ ROE 22\\\/2770\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBLIM:2022:10534 Rechtbank Limburg , 28-12-2022 \/ ROE 22\/2770 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202210534-rechtbank-limburg-28-12-2022-roe-22-2770\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBLIM:2022:10534 Rechtbank Limburg , 28-12-2022 \/ ROE 22\/2770","og_description":"Aan verzoeker is een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 toegekend voor beschermd wonen in de vorm van een pgb. Volgens verzoeker is er geen sprake van een maatwerkvoorziening omdat het toegekende tarief (\u20ac 87,71 per etmaal) volgens hem ontoereikend is om de te maken zorgkosten (\u20ac 110,00 per etmaal) te dekken. Niet in geschil is dat er bij de door verweerder gecontracteerde zorgaanbied...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202210534-rechtbank-limburg-28-12-2022-roe-22-2770\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"17 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202210534-rechtbank-limburg-28-12-2022-roe-22-2770\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202210534-rechtbank-limburg-28-12-2022-roe-22-2770\/","name":"ECLI:NL:RBLIM:2022:10534 Rechtbank Limburg , 28-12-2022 \/ ROE 22\/2770 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-22T15:32:11+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202210534-rechtbank-limburg-28-12-2022-roe-22-2770\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202210534-rechtbank-limburg-28-12-2022-roe-22-2770\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrblim202210534-rechtbank-limburg-28-12-2022-roe-22-2770\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBLIM:2022:10534 Rechtbank Limburg , 28-12-2022 \/ ROE 22\/2770"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/649961","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=649961"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=649961"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=649961"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=649961"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=649961"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=649961"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=649961"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=649961"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}