{"id":650843,"date":"2026-04-22T19:25:49","date_gmt":"2026-04-22T17:25:49","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbams20259452-rechtbank-amsterdam-08-05-2025-13-650204-1-6-ontneming\/"},"modified":"2026-04-22T19:25:49","modified_gmt":"2026-04-22T17:25:49","slug":"eclinlrbams20259452-rechtbank-amsterdam-08-05-2025-13-650204-1-6-ontneming","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20259452-rechtbank-amsterdam-08-05-2025-13-650204-1-6-ontneming\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBAMS:2025:9452 Rechtbank Amsterdam , 08-05-2025 \/ 13\/650204-1 6 (ontneming)"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Vordering ontneming \u20ac 144.954,54. Wederrechtelijk verkregen voordeel \u20ac 11.404,81. Betalingsverplichting voor \u20ac 8.553,61. Overschrijding redelijke termijn.<\/p>\n<p>vonnis<\/p>\n<h3>RECHTBANK AMSTERDAM<\/h3>\n<p>Afdeling Publiekrecht<\/p>\n<p>Teams Strafrecht<\/p>\n<p>Parketnummer: 13\/650204-16 (ontneming)<\/p>\n<p>Datum uitspraak: 8 mei 2025<\/p>\n<p>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, op de vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr), in de zaak, behorende bij de strafzaak met parketnummer 13\/650204-16 tegen:<\/p>\n<p>[veroordeelde] ,<\/p>\n<p>geboren op [geboortedag] 1973 te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ),<\/p>\n<p>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:<\/p>\n<p>[adres] ,<\/p>\n<p>thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieplaats] ,<\/p>\n<p>hierna: veroordeelde.<\/p>\n<h3>1Het onderzoek ter terechtzitting<\/h3>\n<p>De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie en het onderzoek op de terechtzitting van 27 maart 2025.<\/p>\n<p>Voorafgaand aan de zitting van 27 maart 2025 hebben schriftelijke conclusiewisselingen plaatsgevonden.<\/p>\n<p>De rechtbank heeft kennis genomen van wat de officier van justitie, mr. T. van Wanrooij, en van wat veroordeelde en zijn raadsvrouw, mr. M.A.C. de Vilder-van Overmeire, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.<\/p>\n<h3>2De vordering<\/h3>\n<p>De vordering van de officier van justitie van 13 november 2018 strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en het aan veroordeelde opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat geschatte voordeel tot een maximumbedrag van \u20ac 144.954,54.<\/p>\n<h3>3De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie<\/h3>\n<p>Het standpunt van de verdediging<\/p>\n<p>De raadsvrouw heeft verzocht het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren wegens tijdsverloop en de daarmee samenhangende schending van het verdedigingsrecht. De verdediging is gelet op de lange duur die is verstreken tussen het wijzen van het vonnis in de inhoudelijke zaak en de behandeling van de ontneming ter zitting niet meer in staat deugdelijk verweer te voeren.<\/p>\n<p>Het standpunt van de officier van justitie<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat een overschrijding van de redelijke termijn nooit leidt tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.<\/p>\n<p>Het oordeel van de rechtbank<\/p>\n<p>De rechtbank is van oordeel dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in haar vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad leidt overschrijding van de redelijke termijn niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, ook niet in uitzonderlijke gevallen. Daarnaast is naar het oordeel van de rechtbank ook niet gebleken dat op andere wijze een zodanig ernstige inbreuk op de verdedigingsrechten van veroordeelde is gemaakt dat geen sprake meer kan zijn van een eerlijk proces in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De rechtbank verwerpt daarom het verweer van de raadsvrouw.<\/p>\n<h3>4De grondslag van de vordering<\/h3>\n<p>De veroordeling<\/p>\n<p>Veroordeelde is bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 16 november 2016 voor diverse gekwalificeerde diefstallen veroordeeld. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld. Het Gerechtshof Amsterdam heeft veroordeelde bij arrest van 1 december 2020 voor de volgende strafbare feiten veroordeeld:<\/p>\n<p>Het onder 1, eerste cumulatief, bewezenverklaarde levert op:<\/p>\n<p>diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.<\/p>\n<p>Het onder 2, 5 en 9 bewezenverklaarde levert op:<\/p>\n<p>diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking, meermalen gepleegd.<\/p>\n<p>Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:<\/p>\n<p>diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.<\/p>\n<p>Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:<\/p>\n<p>diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking.<\/p>\n<p>Het onder 7 bewezenverklaarde levert op:<\/p>\n<p>poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.<\/p>\n<p>Het onder 8 bewezenverklaarde levert op:<\/p>\n<p>poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.<\/p>\n<p>Het onder 11 bewezenverklaarde levert op:<\/p>\n<p>diefstal door twee of meer verenigde personen.<\/p>\n<p>Het standpunt van de officier van justitie<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft ter zitting uiteengezet dat de ontnemingsvordering gebaseerd is op de grondslag van artikel 36e, derde lid, Sr. De officier van justitie heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel en de op te leggen betalingsverplichting bepaald aan de hand van het beschikbare financieel onderzoek dat jegens veroordeelde is uitgevoerd en zijn justiti\u00eble documentatie. Bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebruik gemaakt van een kasopstelling.<\/p>\n<p>Het standpunt van de verdediging<\/p>\n<p>De raadsvrouw heeft ter zitting gesteld dat toepassing van artikel 36e, derde lid, Sr vereist dat sprake is van een veroordeling wegens een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd. Hiervan is in dit geval geen sprake.<\/p>\n<p>Het oordeel van de rechtbank<\/p>\n<p>De rechtbank stelt vast dat voor de feiten waarvoor veroordeelde is veroordeeld, op grond van artikel 311, eerste lid, Sr ten hoogste een geldboete van de vierde categorie kan worden opgelegd. De ontnemingsmaatregel kan dus, anders dan de officier van justitie heeft gesteld, niet op de grondslag van artikel 36e, derde lid, Sr aan veroordeelde worden opgelegd.<\/p>\n<p>Het bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kan in het geval van veroordeelde wel worden gebaseerd op de grondslag van artikel 36e, tweede lid, Sr. Dit betekent dat de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden opgelegd aan veroordeelde als hij door middel van of uit de baten van het daar bedoelde feit of andere strafbare feiten voordeel heeft verkregen waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door veroordeelde zijn begaan.<\/p>\n<h3>5Het wederrechtelijk verkregen voordeel<\/h3>\n<p>De rechtbank baseert in dit geval de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op het oordeel van het Gerechtshof Amsterdam zoals neergelegd in het arrest van 1 december 2020 en de daaraan ten grondslag liggende feiten en omstandigheden, die zijn vervat in de wettige bewijsmiddelen. De rechtbank zal deze bewijsmiddelen niet nader uitwerken, maar volstaan met het vermelden van de conclusies en onderdelen van dit arrest.<\/p>\n<p>In het arrest van het Gerechtshof Amsterdam is veroordeelde voor de in dit vonnis onder 4.1 genoemde feiten veroordeeld. De rechtbank stelt op basis van het arrest en het strafdossier vast welk bedrag per feit is verkregen. Uit het dossier blijkt niet hoe de opbrengst van de feiten waarvoor veroordeelde door het gerechtshof is veroordeeld, verdeeld zou moeten worden. Veroordeelde heeft hierover geen verklaring afgelegd. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat de opbrengst pondspondsgewijs is verdeeld. Op basis van het dossier en overeenkomstig het ontnemingsvonnis inzake de medeverdachte van veroordeelde van 17 juli 2024 stelt de rechtbank vast met hoeveel personen veroordeelde die feiten heeft gepleegd.<\/p>\n<p>Feiten 1, 5, 7 en 8<\/p>\n<p>Ten aanzien van feit 1 en feit 5 heeft de rechtbank op basis van het dossier niet kunnen vaststellen uit welk bedrag het wederrechtelijk verkregen voordeel bestond. Deze feiten zullen dan ook niet worden meegenomen in de berekening van het verkregen voordeel.<\/p>\n<p>Ten aanzien van feit 7 en feit 8 is veroordeelde veroordeeld voor een poging tot diefstal. Uit deze feiten heeft veroordeelde dus geen voordeel genoten.<\/p>\n<p>Feit 2<\/p>\n<p>Uit de bewezenverklaring van feit 2 blijkt dat het genoten voordeel uit dit feit \u20ac 1.624,90 bedraagt. De diefstal is door vier personen gepleegd, zodat het wederrechtelijk verkregen voordeel per persoon \u20ac 406,23 bedraagt<\/p>\n<p>Feit 3<\/p>\n<p>Uit de bewezenverklaring van feit 3 blijkt dat het genoten voordeel uit dit feit \u20ac 19.000,- bedraagt. De diefstal is door vier personen gepleegd, zodat het wederrechtelijk verkregen voordeel per persoon \u20ac 4.750,- bedraagt.<\/p>\n<p>Feit 4<\/p>\n<p>Uit de bewezenverklaring van feit 4 blijkt dat het genoten voordeel uit dit feit \u20ac 1.500,- bedraagt. De diefstal is door vier personen gepleegd zodat het wederrechtelijk verkregen voordeel per persoon \u20ac 375,- bedraagt.<\/p>\n<p>Feit 9<\/p>\n<p>Uit de bewezenverklaring van feit 9 blijkt dat het genoten voordeel uit dit feit \u20ac 11.620,75,- bedraagt. De diefstal is door drie personen gepleegd, zodat het wederrechtelijk verkregen voordeel per persoon \u20ac 3873,58,- bedraagt.<\/p>\n<p>Feit 11<\/p>\n<p>Uit de bewezenverklaring van feit 11 blijkt dat het genoten voordeel uit dit feit \u20ac 8.000,- bedraagt. De diefstal is door vier personen gepleegd zodat het wederrechtelijk verkregen voordeel per persoon \u20ac 2.000,- bedraagt.<\/p>\n<p>Totaal<\/p>\n<p>De rechtbank concludeert op grond van het vorenstaande dat veroordeelde door middel van of uit de baten van voornoemde strafbare feiten wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. De rechtbank schat het wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van \u20ac 11.404,81, nu niet is gebleken dat verdachte kosten heeft gemaakt met betrekking tot de bewezen verklaarde feiten.<\/p>\n<h3>6De verplichting tot betaling<\/h3>\n<p>Het standpunt van de verdediging<\/p>\n<p>Redelijke termijn<\/p>\n<p>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de redelijke termijn is overschreden. Als startdatum moet uitgegaan worden van de datum dat er conservatoir beslag is gelegd, nu dit een handeling is op basis waarvan de redelijke verwachting kan worden ontleend dat tegen veroordeelde een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel zal worden ingediend. De machtiging van conservatoir beslag is verleend op 22 april 2016 zodat op die dag de redelijke termijn gestart. Dit betekent dat de termijn van twee jaar op 22 april 2018 is verstreken. De verdediging verzoekt de rechtbank bij het opleggen van een betalingsverplichting rekening te houden met een overschrijding van de redelijke termijn van zes jaar en vier maanden.<\/p>\n<p>Draagkracht<\/p>\n<p>Voorts heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat bij het opleggen van de betalingsverplichting rekening moet worden gehouden met de draagkracht van veroordeelde. Hij zit momenteel gedetineerd en heeft geen inkomsten. Bovendien betaalt hij al \u20ac 50,- per maand om een andere schuld van \u20ac 90.000,- af te lossen.<\/p>\n<p>Het standpunt van de officier van justitie<\/p>\n<p>Redelijke termijn<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft in de conclusie van repliek van 2 oktober 2024 gesteld dat de redelijke termijn is overschreden. Dit zou moeten leiden tot een vermindering van het bedrag van de betalingsverplichting met 15%, maar maximaal \u20ac 10.000,-<\/p>\n<p>Draagkracht<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat volgens rechtspraak van de Hoge Raad de draagkracht pas aan de orde dient te worden gesteld in de executiefase. Alleen wanneer op voorhand duidelijk is dat veroordeelde op dat moment \u00e9n in de toekomst geen draagkracht heeft of zal hebben, dient hier rekening mee te worden gehouden. Dat is hier niet het geval.<\/p>\n<p>Het oordeel van de rechtbank<\/p>\n<p>Redelijke termijn<\/p>\n<p>Met de verdediging en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn. |De redelijke termijn is aangevangen op 22 november 2016, zijnde de datum dat de ontnemingsvordering is aangekondigd. De vordering had binnen een redelijke termijn van twee jaar moeten zijn behandeld zodat de redelijke termijn verstreken is op 22 november 2018. Nu de uitspraak heden, op 8 mei 2025, plaatsvindt, is de redelijke termijn met ruim zes jaar overschreden zonder dat daarvoor een duidelijke aanwijsbare reden bestaat. De rechtbank ziet in het voorgaande aanleiding deze overschrijding te compenseren met een vermindering van het te betalen bedrag. De rechtbank zoekt in dit verband aansluiting bij het eerdergenoemde vonnis in de ontnemingszaak van de medeverdachte, waarbij het bedrag verlaagd is met 25%. De rechtbank komt daarmee tot een door veroordeelde te betalen bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel van (\u20ac 11.404,91 min 25% =) \u20ac 8.553,61. Voor een verdere vermindering ziet de rechtbank, ondanks het feit dat in de ontnemingszaak van de medeverdachte op een eerdere datum werd beslist, geen aanleiding.<\/p>\n<p>Draagkracht<\/p>\n<p>Tot slot verwerpt de rechtbank het verweer van de raadsvrouw omtrent de draagkracht van veroordeelde. Veroordeelde heeft onvoldoende onderbouwd dat hij op dit moment onvoldoende draagkracht heeft \u00e9n dat dit in de toekomst nog steeds het geval zal zijn. De draagkracht zal verder in de executiefase nog aan de orde kunnen komen.<\/p>\n<p>De rechtbank bepaalt het door veroordeelde te betalen bedrag op \u20ac 8.553,61. Veroordeelde is verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen.<\/p>\n<h3>7De toepasselijke wettelijke voorschriften<\/h3>\n<p>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.<\/p>\n<h3>8De beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.<\/p>\n<p>Stelt vast als wederrechtelijk verkregen voordeel een bedrag van \u20ac 11.404,81.<\/p>\n<p>Legt op aan [veroordeelde] de verplichting tot betaling van \u20ac 8.553,61 (zegge: achtduizend vijfhonderddrie\u00ebnvijftig euro en eenenzestig cent) aan de Staat.<\/p>\n<p>Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd op 171 dagen.<\/p>\n<p>Dit vonnis is gewezen door<\/p>\n<p>mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,<\/p>\n<p>mrs. A.K. Glerum en J.E. van Bruggen, rechters,<\/p>\n<p>in tegenwoordigheid van mr. R.T. Lo Dico, griffier,<\/p>\n<p>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 mei 2025.<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>ECLI:NL:GHAMS:2020:3223<\/li>\n<li>ECLI:NL:RBAMS:2024:5030.<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:9452\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Vordering ontneming \u20ac 144.954,54. Wederrechtelijk verkregen voordeel \u20ac 11.404,81. Betalingsverplichting voor \u20ac 8.553,61. Overschrijding redelijke termijn.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7998],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[8000,8075,7999,7675,8076],"kji_language":[7671],"class_list":["post-650843","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-amsterdam","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-amsterdam","kji_keyword-ontneming","kji_keyword-rbams","kji_keyword-rechtbank","kji_keyword-vordering","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBAMS:2025:9452 Rechtbank Amsterdam , 08-05-2025 \/ 13\/650204-1 6 (ontneming) - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20259452-rechtbank-amsterdam-08-05-2025-13-650204-1-6-ontneming\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBAMS:2025:9452 Rechtbank Amsterdam , 08-05-2025 \/ 13\/650204-1 6 (ontneming)\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Vordering ontneming \u20ac 144.954,54. Wederrechtelijk verkregen voordeel \u20ac 11.404,81. Betalingsverplichting voor \u20ac 8.553,61. Overschrijding redelijke termijn.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20259452-rechtbank-amsterdam-08-05-2025-13-650204-1-6-ontneming\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"10 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams20259452-rechtbank-amsterdam-08-05-2025-13-650204-1-6-ontneming\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams20259452-rechtbank-amsterdam-08-05-2025-13-650204-1-6-ontneming\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBAMS:2025:9452 Rechtbank Amsterdam , 08-05-2025 \\\/ 13\\\/650204-1 6 (ontneming) - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-22T17:25:49+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams20259452-rechtbank-amsterdam-08-05-2025-13-650204-1-6-ontneming\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams20259452-rechtbank-amsterdam-08-05-2025-13-650204-1-6-ontneming\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams20259452-rechtbank-amsterdam-08-05-2025-13-650204-1-6-ontneming\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBAMS:2025:9452 Rechtbank Amsterdam , 08-05-2025 \\\/ 13\\\/650204-1 6 (ontneming)\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBAMS:2025:9452 Rechtbank Amsterdam , 08-05-2025 \/ 13\/650204-1 6 (ontneming) - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20259452-rechtbank-amsterdam-08-05-2025-13-650204-1-6-ontneming\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBAMS:2025:9452 Rechtbank Amsterdam , 08-05-2025 \/ 13\/650204-1 6 (ontneming)","og_description":"Vordering ontneming \u20ac 144.954,54. Wederrechtelijk verkregen voordeel \u20ac 11.404,81. Betalingsverplichting voor \u20ac 8.553,61. Overschrijding redelijke termijn.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20259452-rechtbank-amsterdam-08-05-2025-13-650204-1-6-ontneming\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"10 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20259452-rechtbank-amsterdam-08-05-2025-13-650204-1-6-ontneming\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20259452-rechtbank-amsterdam-08-05-2025-13-650204-1-6-ontneming\/","name":"ECLI:NL:RBAMS:2025:9452 Rechtbank Amsterdam , 08-05-2025 \/ 13\/650204-1 6 (ontneming) - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-22T17:25:49+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20259452-rechtbank-amsterdam-08-05-2025-13-650204-1-6-ontneming\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20259452-rechtbank-amsterdam-08-05-2025-13-650204-1-6-ontneming\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams20259452-rechtbank-amsterdam-08-05-2025-13-650204-1-6-ontneming\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBAMS:2025:9452 Rechtbank Amsterdam , 08-05-2025 \/ 13\/650204-1 6 (ontneming)"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/650843","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=650843"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=650843"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=650843"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=650843"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=650843"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=650843"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=650843"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=650843"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}