{"id":658265,"date":"2026-04-23T11:01:22","date_gmt":"2026-04-23T09:01:22","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbams202510695-rechtbank-amsterdam-01-10-2025-13-174274-25-en-13-195444-24-tul\/"},"modified":"2026-04-23T11:01:22","modified_gmt":"2026-04-23T09:01:22","slug":"eclinlrbams202510695-rechtbank-amsterdam-01-10-2025-13-174274-25-en-13-195444-24-tul","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202510695-rechtbank-amsterdam-01-10-2025-13-174274-25-en-13-195444-24-tul\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBAMS:2025:10695 Rechtbank Amsterdam , 01-10-2025 \/ 13\/174274-25 en 13\/195444-24 (TUL)"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Veroordeling voor handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en belaging. De rechtbank verwerpt het verweer dat het ging om nepwapens. Gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Bijzondere voorwaarden. Verbeurdverklaring telefoon. Ontrekking aan het verkeer van het wapen en de munitie. TUL toewijzen.<\/p>\n<p>vonnis<\/p>\n<h3>RECHTBANK AMSTERDAM<\/h3>\n<p>Afdeling Publiekrecht<\/p>\n<p>Teams Strafrecht<\/p>\n<p>Parketnummer: 13\/174274-25<br \/>\nParketnummer vordering tul: 13\/195444-24<\/p>\n<p>Datum uitspraak: 1 oktober 2025<\/p>\n<p>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:<\/p>\n<p>[verdachte] ,<\/p>\n<p>geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),<\/p>\n<p>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:<\/p>\n<p>[adres 1] ,<\/p>\n<p>thans gedetineerd te: [detentieplaats] ,<\/p>\n<p>hierna te noemen: verdachte.<\/p>\n<h3>1Het onderzoek ter terechtzitting<\/h3>\n<p>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 september 2025.<\/p>\n<p>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. G. Dankers, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. E.I.B. Hoffman, naar voren hebben gebracht.<\/p>\n<p>Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen het slachtoffer, mevrouw [slachtoffer] , naar voren heeft gebracht.<\/p>\n<h3>2Tenlastelegging<\/h3>\n<p>Aan verdachte is \u2013 samengevat \u2013 ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan:<\/p>\n<p>Feit 1:<\/p>\n<p>het voorhanden hebben van een drietal vuurwapens (een pomphagelgeweer (een shotgun), een semiautomatisch vuurwapen (type FGC-9) en een pistoolmitrailleur) en een grote hoeveelheid munitie (750 patronen) in de periode van 1 januari 2024 tot en met 5 juni 2025 in Amsterdam en\/of Wormerveer;<\/p>\n<p>Feit 2:<\/p>\n<p>bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en\/of met zware mishandeling van [slachtoffer] op 25 mei 2025 in Amsterdam;<\/p>\n<p>Feit 3:<\/p>\n<p>belaging van [slachtoffer] in de periode van 25 mei 2025 tot 4 juni 2025 in Amsterdam.<\/p>\n<p>De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I, die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.<\/p>\n<h3>3Waardering van het bewijs<\/h3>\n<p>Standpunt van het Openbaar Ministerie<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle aan verdachte tenlastegelegde feiten.<\/p>\n<p>Standpunt van de verdediging<\/p>\n<p>De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de vraag of zij tot een bewezenverklaring komt van de aan verdachte tenlastegelegde feiten.<\/p>\n<p>Oordeel van de rechtbank<\/p>\n<p>Feit 1<br \/>\n : bewezenverklaring voorhanden hebben vuurwapens en munitie<\/p>\n<p>De rechtbank acht bewezen dat verdachte op tijdstippen in de tenlastegelegde periode de in de tenlastelegging genoemde wapens en munitie tezamen en in vereniging met anderen voorhanden heeft gehad.<\/p>\n<p>Verdachte heeft ter zitting bekend dat hij de onder hem inbeslaggenomen munitie in zijn bezit had. Verdachte had aldus de beschikkingsmacht over die munitie. Bovendien wist hij dat het ging om (echte) munitie.<\/p>\n<p>Ten aanzien van het drietal in de tenlastelegging genoemde wapens heeft verdachte verklaard dat hij die weliswaar in zijn bezit heeft gehad, maar dat hij dacht dat het ging om nepwapens. Dat was hem verteld door de mensen van wie hij de wapens kreeg. De woning waar verdachte stond ingeschreven in [plaats 1] werd als opslag- of stashlocatie gebruikt door een groepering die zich met criminele activiteiten bezighoudt, aldus verdachte. Verder heeft verdachte verklaard dat hij wapens, specifiek: het in de tenlastelegging genoemde pomphagelgeweer en het semiautomatische vuurwapen (type FGC-9), in de woning van [slachtoffer] in [plaats 2] heeft gebracht.<\/p>\n<p>De rechtbank verwerpt het verweer van verdachte dat sprake zou zijn geweest van nepwapens, gelet op het feit dat verdachte geen concrete, verifieerbare verklaring heeft afgelegd over hoe en van wie hij die nepwapens dan heeft verkregen en waar die dan gebleven zouden zijn. Bovendien ligt het niet voor hand dat verdachte nepvuurwapens moest bewaren voor een groep die zich, volgens verdachte, met criminele activiteiten bezig zou houden. Daarnaast geldt dat de politie de wapens als echte vuurwapens heeft herkend. Ook volgt uit het dossier dat de onder verdachte inbeslaggenomen echte kogelpatronen gebruikt kunnen worden voor het semiautomatische vuurwapen en de pistoolmitrailleur.<\/p>\n<p>Pomphagelgeweer zonder kolf<\/p>\n<p>Uit het dossier volgt dat het pomphagelgeweer niet voorzien was van een kolf en daarmee zodanig is vervaardigd of gewijzigd dat het dragen niet of minder zichtbaar is dan wel dat de aanvalskracht wordt verhoogd. De rechtbank acht daarmee ook dit onderdeel van de tenlastelegging bewezen.<\/p>\n<p>De perioden<\/p>\n<p>De rechtbank acht bewezen dat verdachte het pomphagelgeweer voorhanden heeft gehad in de periode van 1 januari 2024, gelet op de verklaring van verdachte dat er begin 2024 een foto van hem met het pomphagelgeweer is gemaakt, tot november 2024, gelet op de verklaring van aangeefster dat verdachte het wapen rond die tijd in haar woning heeft gebracht. Ook had verdachte het wapen in de zomer van 2024 voorhanden, gelet op het feit dat \u2013 naar eigen zeggen van verdachte \u2013 destijds het filmpje van verdachte met het pomphagelgeweer is gemaakt.<\/p>\n<p>Voor wat betreft het semiautomatische vuurwapen (type FGC-9) acht de rechtbank bewezen dat verdachte dat voorhanden heeft gehad in de periode van 13 oktober 2024, de datum van de foto van het wapen dat is aangetroffen in de telefoon van verdachte, tot november 2024, gelet op de verklaring van aangeefster dat verdachte het wapen rond die tijd in haar woning heeft gebracht.<\/p>\n<p>Ten aanzien van de pistoolmitrailleur acht de rechtbank bewezen dat verdachte die voorhanden had in de periode van 13 oktober 2024, de datum van de foto van het wapen dat is aangetroffen in de telefoon van verdachte, tot 18 oktober 2024, de datum waarvan de foto\u2019s van aangeefster, die zijn aangetroffen in de telefoon van verdachte, met dit vuurwapen dateren.<\/p>\n<p>De munitie had verdachte voorhanden op 5 juni 2025, de dag dat een doorzoeking in de woning van verdachte in [plaats 1] plaatsvond en de kogelpatronen onder hem in beslag werden genomen.<\/p>\n<p>Feiten 2 en 3<br \/>\n : bewezenverklaring bedreiging en belaging<\/p>\n<p>Op grond van de bekennende verklaring ter zitting en de aangifte van [slachtoffer] , acht de rechtbank bewezen dat verdachte [slachtoffer] op 25 mei 2025 met de dood heeft bedreigd en in de periode van 25 mei 2025 tot 4 juni 2025 heeft belaagd. Doordat verdachte in de genoemde periode veelvuldig telefonisch contact heeft opgenomen met en veelvuldig mail en WhatsApp-berichten heeft gestuurd aan [slachtoffer] met het doel om haar te dwingen het \u2013 in de woorden van verdachte \u2013 weer goed te maken, heeft verdachte wederrechtelijk, stelselmatig en opzettelijk inbreuk gemaakt op haar levenssfeer.<\/p>\n<h3>4Bewezenverklaring<\/h3>\n<p>De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:<\/p>\n<p>Feit 1:<\/p>\n<p>op tijdstippen in de periode van 1 januari 2024 tot en met 5 juni 2025 te Amsterdam en Wormerveer tezamen en in vereniging met anderen<\/p>\n<p>een wapen van categorie II, onder 3, te weten een pomphagelgeweer (shotgun), zijnde een vuurwapen dat zodanig was vervaardigd of gewijzigd dat het dragen niet of minder zichtbaar was en\/of dat de aanvalskracht werd verhoogd en<\/p>\n<p>een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een semi-automatisch vuurwapen, type FGC-9, kaliber 9x19mm zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en\/of pistool en<\/p>\n<p>een wapen van categorie II onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistoolmitrailleur, type Heckler &amp; Koch MP5, kaliber 9x19mm zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch af te vuren en<\/p>\n<p>munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 750 patronen (magtech), patronen van het kaliber 9mm luger<\/p>\n<p>voorhanden heeft gehad;<\/p>\n<p>Feit 2:<\/p>\n<p>op 25 mei 2025 te Amsterdam, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen: &quot;ik maak je af, ik kom naar je huis en je krijgt een kogels door je kkr hersenen vieze kkr hoer&quot;;<\/p>\n<p>Feit 3:<\/p>\n<p>in de periode van 25 mei 2025 tot 4 juni 2025 te Amsterdam, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door veelvuldig telefonisch contact op te nemen en veelvuldig mail en WhatsApp-berichten te sturen met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen.<\/p>\n<p>Voor zover in de tenlastelegging taal- en\/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.<\/p>\n<h3>5De strafbaarheid van het feit<\/h3>\n<p>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.<\/p>\n<h3>6De strafbaarheid van verdachte<\/h3>\n<p>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.<\/p>\n<h3>7Motivering van de straffen<\/h3>\n<p>De eis van de officier van justitie<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest en een proeftijd van twee jaar. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat aan de proeftijd de bijzondere voorwaarden dienen te worden gekoppeld, zoals door de reclassering zijn geadviseerd.<\/p>\n<p>Het standpunt van de verdediging<\/p>\n<p>De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht om aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest plus de 65 dagen gevangenisstraf die verdachte nog dient uit te zitten in het kader van de vordering tenuitvoerlegging. In aanvulling daarop heeft de raadsvrouw verzocht om aan verdachte een forse taakstraf op te leggen, bijvoorbeeld van 240 uur (de maximale duur), waarvan een deel voorwaardelijk. Aan het voorwaardelijk gedeelte kunnen dan de bijzondere voorwaarden, zoals geadviseerd door de reclassering, worden gekoppeld.<\/p>\n<p>Het oordeel van de rechtbank<\/p>\n<p>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.<\/p>\n<p>De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.<\/p>\n<p>De ernst van de feiten<\/p>\n<p>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van drie vuurwapens, te weten: een pomphagelgeweer, een semiautomatisch vuurwapen en een pistoolmitrailleur. Daarnaast heeft verdachte, samen met anderen, een forse hoeveelheid munitie voorhanden gehad. Het bezit hiervan kan een gevaar opleveren voor omstanders en omwonenden en zorgt hoe dan ook voor onveiligheidsgevoelens in de samenleving. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging en belaging van zijn (destijds) ex-partner. Nadat aangeefster de relatie tussen haar en verdachte had be\u00ebindigd, is verdachte haar gaan lastig vallen door haar te bedreigen en veelvuldig te bellen, mailen en WhatsApp-berichten te sturen. Verdachte stopte daar niet mee, toen aangeefster daarom vroeg. Ook het feit dat een politieagent verdachte (telefonisch) heeft aangesproken op zijn gedrag en hem heeft gevraagd te stoppen, heeft verdachte er niet van weerhouden door te gaan met zijn gedrag. Verdachte heeft daarmee gedurende enige tijd stelselmatig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Dit heeft impact gehad op het gevoel van veiligheid en op de bewegingsvrijheid van aangeefster. Verdachte heeft geen besef getoond van de impact van zijn handelen op aangeefster en heeft geen begrip en respect voor de behoeften en persoonlijke ruimte van aangeefster gehad.<\/p>\n<p>De persoon van de verdachte<\/p>\n<p>De rechtbank heeft bij de strafoplegging gelet op de inhoud van een uittreksel uit de justiti\u00eble documentatie (het strafblad) van 4 september 2025. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten met politie en justitie in aanraking is gekomen.<\/p>\n<p>Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport over verdachte van 2 september 2025. Uit het rapport volgt dat de volgende risicofactoren voor het delictgedrag te zien zijn: het sociale netwerk van verdachte, het psychosociale functioneren van verdachte en zijn relatie met [slachtoffer] en het niet hebben van een dagbesteding. De reclassering schat het risico op herhaling in als gemiddeld.<\/p>\n<p>Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf met de onderstaande bijzondere voorwaarden:<\/p>\n<p>een meldplicht bij de reclassering;<\/p>\n<p>gedragsinterventie agressiebeheersing: verdachte neemt actief deel aan de gedragsinterventie Be\u00ebindiging (Onderling) Relationeel Geweld (BORG) of een andere interventie die gericht is op agressiebeheersing;<\/p>\n<p>Indien de BORG training niet voldoende blijkt naar het professioneel oordeel van de reclassering, zal verdachte zich laten behandeling door De Waag of een soortgelijke instelling, te bepalen door de reclassering;<\/p>\n<p>Dagbesteding: verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en\/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.<\/p>\n<p>Ter zitting heeft verdachte verklaard mee te zullen werken aan bovenvermelde voorwaarden.<\/p>\n<p>De straffen<\/p>\n<p>De rechtbank legt aan verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van \u00e9\u00e9n jaar, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf worden de bijzondere voorwaarden gekoppeld, zoals geadviseerd door de reclassering. Daarnaast legt de rechtbank aan verdachte op een taakstraf voor de maximale duur van 240 uur.<\/p>\n<p>Toelichting op de straffen<\/p>\n<p>De rechtbank heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) vastgestelde ori\u00ebntatiepunten, ofwel de afspraken die rechtbanken onderling hebben gemaakt over op te leggen straffen voor dezelfde soort feiten. Op het voorhanden hebben van vuurwapens staan in beginsel lange gevangenisstraffen, zoals door de officier van justitie ook ge\u00ebist.<\/p>\n<p>De rechtbank wijkt af van de eis van de officier van justitie in het voordeel van verdachte, omdat zij \u2013 voor wat betreft feit 1 \u2013 uitgaat van een kleinere rol van verdachte. De rechtbank volgt de verdachte in zijn verklaring dat zijn woning \u2018slechts\u2019 als opslag-\/stashlocatie werd gebruikt door anderen. Daarnaast vindt de rechtbank het van belang dat verdachte een deel van zijn straf invult met een taakstraf. Dat vindt de rechtbank een constructievere reactie, dan hem lang naar de gevangenisstraf te sturen.<\/p>\n<p>Ten aanzien van de bedreiging en belaging geldt dat verdachte en aangeefster de relatie met elkaar hebben hervat. Ter zitting hebben zij beiden aangegeven dat zij samen zullen deelnemen aan de BORG training. Gelet op het voorgaande, vindt de rechtbank het niet opportuun om verdachte hiervoor nog fors te straffen.<\/p>\n<h3>8Beslag<\/h3>\n<p>Onder verdachte zijn inbeslaggenomen:<\/p>\n<p>een onderdeel van een wapen (te weten: een handvat);<\/p>\n<p>munitie (2 patronen); en<\/p>\n<p>zijn telefoon.<\/p>\n<p>Verbeurdverklaring<\/p>\n<p>De telefoon van verdachte moet worden verbeurd verklaard en is daarvoor vatbaar, aangezien met behulp hiervan het bewezen geachte onder feiten 2 en 3 is begaan.<\/p>\n<p>Onttrekking aan het verkeer<\/p>\n<p>Het onderdeel van het wapen (handvat) en de munitie moeten worden onttrokken aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen het bewezen geachte onder feit 1 is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.<\/p>\n<h3>9Beslissing na voorwaardelijke veroordeling inzake 13\/195444-24<\/h3>\n<p>Bij de stukken bevindt zich de op 4 september 2025 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam, in de zaak met parketnummer 13\/195444-24, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis van 24 december 2024 van de rechtbank Amsterdam. Verdachte is in deze zaak veroordeeld tot een gevangenisstraf van 90 dagen, waarvan 65 dagen voorwaardelijk, met bevel dat het voorwaardelijk strafdeel niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op twee jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.<\/p>\n<p>Ook bevindt zich bij de stukken een geschrift waaruit blijkt dat de mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering aan verdachte is betekend.<\/p>\n<p>Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan meerdere strafbare feiten heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van het genoemde voorwaardelijke strafdeel te bevelen. Dit is immers het uitgangspunt bij het overtreden van voorwaarden gedurende de proeftijd.<\/p>\n<h3>10Toepasselijke wettelijke voorschriften<\/h3>\n<p>De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36c, 47, 55, 57, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie.<\/p>\n<p>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.<\/p>\n<h3>11Beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.<\/p>\n<p>Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.<\/p>\n<p>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.<\/p>\n<p>Het bewezen verklaarde levert op:<\/p>\n<p>Feit 1: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd<\/p>\n<p>Feit 2: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht<\/p>\n<p>Feit 3: belaging<\/p>\n<p>Verklaart het bewezene strafbaar.<\/p>\n<p>Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.<\/p>\n<p>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (\u00e9\u00e9n) jaar.<\/p>\n<p>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.<\/p>\n<p>Bepaalt dat een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.<\/p>\n<p>Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.<\/p>\n<p>De tenuitvoerlegging kan ook worden bevolen als de veroordeelde gedurende de proeftijd niet aan de hierna vermelde bijzondere voorwaarden voldoet.<\/p>\n<p>Stelt als bijzondere voorwaarden:<\/p>\n<p>Meldplicht bij de reclassering<\/p>\n<p>Veroordeelde meldt zich binnen 3 (drie) dagen na het ingaan van de proeftijd bij Leger des Heils Reclassering op het adres [adres 2] . Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.<\/p>\n<p>Gedragsinterventie agressiebeheersing<\/p>\n<p>Veroordeelde neemt actief deel aan de gedragsinterventie Be\u00ebindig (Onderling) Relationeel Geweld (BORG) of een andere gedragsinterventie die gericht is op agressiebeheersing. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Veroordeelde houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer\/begeleider.<\/p>\n<p>Ambulante behandeling<\/p>\n<p>Indien de BORG training niet voldoende blijkt naar het professioneel oordeel van de reclassering, zal veroordeelde zich laten behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zo spoedig mogelijk na het ingaan van de proeftijd. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.<\/p>\n<p>Dagbesteding<\/p>\n<p>Veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en\/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.<\/p>\n<p>Openheid geven ten aanzien van zijn sociaal netwerk van vrienden\/kennissen<\/p>\n<p>Veroordeelde toont openheid ten aanzien van zijn sociaal netwerk van vrienden\/kennissen\/contacten.<\/p>\n<p>De rechtbank geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.<\/p>\n<p>Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:<\/p>\n<p>&#8212; ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;<\/p>\n<p>&#8212; medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.<\/p>\n<p>Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen.<\/p>\n<p>Ten aanzien van het beslag:<\/p>\n<p>Verklaart verbeurd:<\/p>\n<p>1 STK telefoontoestel (omschrijving: PL1300-2025131349-G6666153, Apple<\/p>\n<p>IPhone)<\/p>\n<p>Verklaart onttrokken aan het verkeer:<\/p>\n<p>1 STK patroon (Omschrijving: PL1300-2025131349-G6665761, Kogelpatroon)<\/p>\n<p>1 STK patroon (Omschrijving: PL1300-2025131349-G6665768, Kogelpatroon)<\/p>\n<p>1 STK wapen (Omschrijving: PL1300-2025131349-G6665765, Handvat wapen)<\/p>\n<p>Vordering tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 13\/195444-24<\/p>\n<p>Beveelt de tenuitvoerlegging van de bij genoemd vonnis van 24 december 2024 opgelegde voorwaardelijke straf, namelijk 65 dagen gevangenisstraf.<\/p>\n<p>Dit vonnis is gewezen door:<\/p>\n<p>mr. A.\u015e. Do\u011fan, voorzitter,<\/p>\n<p>mrs. R.A. Overbosch en I. Struijkenkamp, rechters,<\/p>\n<p>in tegenwoordigheid van mr. M.J.D. Hartman, griffier,<\/p>\n<p>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 oktober 2025.<\/p>\n<p>[&#8230;]<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10695\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Veroordeling voor handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en belaging. De rechtbank verwerpt het verweer dat het ging om nepwapens. Gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Bijzondere voorwaarden. Verbeurdverklaring telefoon. Ontrekking aan het&#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7998],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7625],"kji_keyword":[8000,8648,7999,7675,8129],"kji_language":[7671],"class_list":["post-658265","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-amsterdam","kji_year-8463","kji_subject-commercial","kji_keyword-amsterdam","kji_keyword-munitie","kji_keyword-rbams","kji_keyword-rechtbank","kji_keyword-veroordeling","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBAMS:2025:10695 Rechtbank Amsterdam , 01-10-2025 \/ 13\/174274-25 en 13\/195444-24 (TUL) - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202510695-rechtbank-amsterdam-01-10-2025-13-174274-25-en-13-195444-24-tul\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBAMS:2025:10695 Rechtbank Amsterdam , 01-10-2025 \/ 13\/174274-25 en 13\/195444-24 (TUL)\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Veroordeling voor handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en belaging. De rechtbank verwerpt het verweer dat het ging om nepwapens. Gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Bijzondere voorwaarden. Verbeurdverklaring telefoon. Ontrekking aan het...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202510695-rechtbank-amsterdam-01-10-2025-13-174274-25-en-13-195444-24-tul\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"16 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams202510695-rechtbank-amsterdam-01-10-2025-13-174274-25-en-13-195444-24-tul\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams202510695-rechtbank-amsterdam-01-10-2025-13-174274-25-en-13-195444-24-tul\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBAMS:2025:10695 Rechtbank Amsterdam , 01-10-2025 \\\/ 13\\\/174274-25 en 13\\\/195444-24 (TUL) - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-23T09:01:22+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams202510695-rechtbank-amsterdam-01-10-2025-13-174274-25-en-13-195444-24-tul\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams202510695-rechtbank-amsterdam-01-10-2025-13-174274-25-en-13-195444-24-tul\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbams202510695-rechtbank-amsterdam-01-10-2025-13-174274-25-en-13-195444-24-tul\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBAMS:2025:10695 Rechtbank Amsterdam , 01-10-2025 \\\/ 13\\\/174274-25 en 13\\\/195444-24 (TUL)\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBAMS:2025:10695 Rechtbank Amsterdam , 01-10-2025 \/ 13\/174274-25 en 13\/195444-24 (TUL) - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202510695-rechtbank-amsterdam-01-10-2025-13-174274-25-en-13-195444-24-tul\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBAMS:2025:10695 Rechtbank Amsterdam , 01-10-2025 \/ 13\/174274-25 en 13\/195444-24 (TUL)","og_description":"Veroordeling voor handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en belaging. De rechtbank verwerpt het verweer dat het ging om nepwapens. Gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Bijzondere voorwaarden. Verbeurdverklaring telefoon. Ontrekking aan het...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202510695-rechtbank-amsterdam-01-10-2025-13-174274-25-en-13-195444-24-tul\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"16 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202510695-rechtbank-amsterdam-01-10-2025-13-174274-25-en-13-195444-24-tul\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202510695-rechtbank-amsterdam-01-10-2025-13-174274-25-en-13-195444-24-tul\/","name":"ECLI:NL:RBAMS:2025:10695 Rechtbank Amsterdam , 01-10-2025 \/ 13\/174274-25 en 13\/195444-24 (TUL) - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-23T09:01:22+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202510695-rechtbank-amsterdam-01-10-2025-13-174274-25-en-13-195444-24-tul\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202510695-rechtbank-amsterdam-01-10-2025-13-174274-25-en-13-195444-24-tul\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbams202510695-rechtbank-amsterdam-01-10-2025-13-174274-25-en-13-195444-24-tul\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBAMS:2025:10695 Rechtbank Amsterdam , 01-10-2025 \/ 13\/174274-25 en 13\/195444-24 (TUL)"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/658265","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=658265"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=658265"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=658265"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=658265"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=658265"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=658265"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=658265"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=658265"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}