{"id":659821,"date":"2026-04-23T14:07:34","date_gmt":"2026-04-23T12:07:34","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlghshe20252092-gerechtshof-s-hertogenbosch-23-07-2025-20-000298-25\/"},"modified":"2026-04-23T14:07:34","modified_gmt":"2026-04-23T12:07:34","slug":"eclinlghshe20252092-gerechtshof-s-hertogenbosch-23-07-2025-20-000298-25","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252092-gerechtshof-s-hertogenbosch-23-07-2025-20-000298-25\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2092 Gerechtshof &#8216;s-Hertogenbosch , 23-07-2025 \/ 20-000298-25"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd. Overtreding van artikel 5a, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Wederspannigheid.<\/p>\n<p>Parketnummer : 20-000298-25<\/p>\n<p>Uitspraak : 23 juli 2025<\/p>\n<p>TEGENSPRAAK<\/p>\n<h3>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof<\/h3>\n<h3>&#039;s-Hertogenbosch<\/h3>\n<p>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats \u2019s-Hertogenbosch, van 24 januari 2025, in de strafzaak met parketnummer 01-069642-23, tegen:<\/p>\n<h3>[verdachte] ,<\/h3>\n<p>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,<\/p>\n<p>thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I. Sittard te Sittard.<\/p>\n<p>Hoger beroep<\/p>\n<p>Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van \u2018overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994\u2019 (feit 1), \u2018poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd\u2019 (feit 2), \u2018Overtreding van artikel 5a, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994\u2019 (feit 3), \u2018wederspannigheid\u2019 (feit 4) en \u2018overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994\u2019 (feit 5), veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Voorts heeft de politierechter de verdachte ten aanzien van de feiten 2 en 3 de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van, in totaal, 3 jaren opgelegd. Ten slotte heeft de politierechter een beslissing genomen op de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] en aan verdachte de verplichting opgelegd om hun schade aan de Staat te betalen.<\/p>\n<p>Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.<\/p>\n<p>Onderzoek van de zaak<\/p>\n<p>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.<\/p>\n<p>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.<\/p>\n<p>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen, en opnieuw rechtdoende, het onder feit 1, feit 2, feit 3, feit 4 en feit 5 tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van het voorarrest.<\/p>\n<p>Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof ten aanzien van feit 2 en feit 3 de verdachte de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van respectievelijk 2 jaren en 1 jaar zal ontzeggen.<\/p>\n<p>Ten aanzien van het beslag heeft de advocaat-generaal geconcludeerd dat de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven, personenauto verbeurd dient te worden verklaard.<\/p>\n<p>Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 1] heeft de advocaat-generaal geconcludeerd dat deze telkens toegewezen dienen te worden tot een bedrag van \u20ac 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en telkens met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel tot datzelfde bedrag.<\/p>\n<p>De raadsman van de verdachte heeft zich voor wat betreft het onder feit 1 tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van het hof. Ten aanzien van feit 2, feit 3, feit 4 en feit 5 werd vrijspraak bepleit. Voorts werd een straftoemetingsverweer gevoerd.<\/p>\n<p>Ten aanzien van het beslag heeft de raadsman bepleit dat het hof de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven, personenauto zal retourneren aan de verdachte.<\/p>\n<p>Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 1] heeft de raadsman het hof primair verzocht de vorderingen af te wijzen, dan wel niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair is verzocht een lager bedrag aan immateri\u00eble schadevergoeding toe te kennen.<\/p>\n<p>Het vonnis waarvan beroep<\/p>\n<p>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat de politierechter heeft volstaan met een aantekening mondeling vonnis, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.<\/p>\n<p>Tenlastelegging<\/p>\n<p>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:<\/p>\n<p>1.<br \/>\nhij op of omstreeks 14 april 2022 te Nistelrode, althans in Nederland een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen, na gebruik van een of meer in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine en\/of MDMA , terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed bij ieder aangewezen stoff de vermelde meetbare stoffen 340 microgram amfetamine per liter en\/of 24 microgram MDMA per liter bedroeg, in elk geval (telkens) zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde;<\/p>\n<p>2.<br \/>\nhij op of omstreeks 14 april 2022 te Nistelrode, althans in Nederland, ter uitvoering van het door de verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde 2] en\/of [benadeelde 3] en\/of [benadeelde 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meerdere malen, althans eenmaal, met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto rijdend met (hoge) snelheid is ingereden op (een) politieauto(s) met daarin [benadeelde 2] en\/of [benadeelde 3] en\/of [benadeelde 1] terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;<\/p>\n<p>3.<br \/>\nhij op of omstreeks 14 april 2022 te Nistelrode, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (te weten een personenauto met kenteken\/exportplaten met daarop [kenteken] ), daarmee rijdende op de weg, te weten de A50, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door meermalen, althans eenmaal<\/p>\n<p>&#8212; op de vluchtstrook te rijden en\/of te slingeren en\/of<\/p>\n<p>&#8212; op de snelweg te slingeren en\/of<\/p>\n<p>&#8212; een door verbalisanten gegeven stopteken te negeren en\/of<\/p>\n<p>&#8212; (met een hoge snelheid) op een of meerdere (politie)voertuigen in te rijden en\/of<\/p>\n<p>&#8212; (met een hoge snelheid) (over vrijwel de gehele breedte van drie rijstroken) van links naar rechts te manoeuvreren en\/of<\/p>\n<p>&#8212; met (zeer) langzame snelheid over de snelweg te rijden en\/of<\/p>\n<p>&#8212; te proberen zich uit de zogenoemde inbox-procedure te manoeuvreren door onder meer snelle stuurbewegingen te maken en\/of door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;<\/p>\n<p>4.<br \/>\nhij op of omstreeks 14 april 2022 te Nistelrode, gemeente Bernheze, zich met geweld en\/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen (een) ambtenaar\/ambtenaren, te weten [benadeelde 2] (aspirant bij de Eenheid Oost-Brabant) en\/of [benadeelde 3] (hoofdagent bij de Eenheid Oost-Brabant) en\/of [benadeelde 1] (inspecteur bij de Eenheid Oost-Brabant), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn\/haar\/hun bediening, te weten de aanhouding en\/of overbrenging van hem, verdachte,<\/p>\n<p>&#8212; door zich los proberen te rukken en\/of te bewegen in een tegenovergestelde richting dan waarin ambtenaar\/ambtenaren [benadeelde 3] en\/of [benadeelde 1] en\/of [benadeelde 2] hem, verdachte, trachtte(n) te bewegen en\/of<\/p>\n<p>&#8212; door zijn armen in tegengestelde richting dan waarin ambtenaar\/ambtenaren [benadeelde 3] en\/of [benadeelde 1] deze brachten en\/of<\/p>\n<p>&#8212; door (constant) spanning op zijn lijf te houden;<\/p>\n<p>5.<br \/>\nhij op of omstreeks 14 april 2022 te Nistelrode, althans in Nederland, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorie\u00ebn van motorrijtuigen, te weten A en\/of A1 en\/of A2 en\/of B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorie\u00ebn was afgegeven, op de weg, A50, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorie\u00ebn heeft bestuurd.<\/p>\n<p>De in de tenlastelegging voorkomende taal- en\/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.<\/p>\n<p>Vrijspraak van het onder feit 5 tenlastegelegde<\/p>\n<p>Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder feit 5 tenlastegelegde heeft begaan. Het overweegt daartoe als volgt.<\/p>\n<p>De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij op 14 april 2022 niet wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Hoewel uit het dossier blijkt dat het rijbewijs van de verdachte vanaf 11 maart 2022 ongeldig was verklaard en hem nadien geen nieuw rijbewijs was verstrekt, is het hof niet gebleken van een omstandigheid waarvan met een voldoende mate van zekerheid kan worden afgeleid dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zijn rijbewijs niet langer geldig was. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het onder feit 5 tenlastegelegde.<\/p>\n<p>Bewezenverklaring<\/p>\n<p>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:<\/p>\n<p>1.<br \/>\nhij op 14 april 2022 te Nistelrode een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd na gebruik van meer in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine en MDMA, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed bij ieder aangewezen stof vermelde meetbare stoffen 340 microgram amfetamine per liter en 24 microgram MDMA per liter bedroeg, telkens zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde;<\/p>\n<p>2.<br \/>\nhij op 14 april 2022 te Nistelrode, ter uitvoering van het door de verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde 2] en [benadeelde 3] en [benadeelde 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meerdere malen, met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto rijdend met hoge snelheid is ingereden op politieauto\u2019s met daarin [benadeelde 2] en [benadeelde 3] en [benadeelde 1] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;<\/p>\n<p>3.<br \/>\nhij op 14 april 2022 te Nistelrode als bestuurder van een voertuig te weten een personenauto met exportplaten met daarop [kenteken] , daarmee rijdende op de weg, te weten de A50, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door meermalen, althans eenmaal<\/p>\n<p>&#8212; op de vluchtstrook te rijden en te slingeren en<\/p>\n<p>&#8212; op de snelweg te slingeren en<\/p>\n<p>&#8212; met een hoge snelheid op een of meerdere politievoertuigen in te rijden<\/p>\n<p>door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;<\/p>\n<p>4.<br \/>\nhij op 14 april 2022 te Nistelrode, gemeente Bernheze, zich met geweld heeft verzet tegen ambtenaren, [benadeelde 2] , aspirant bij de Eenheid Oost-Brabant en [benadeelde 3] , hoofdagent bij de Eenheid Oost-Brabant en [benadeelde 1] (inspecteur bij de Eenheid Oost-Brabant), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten de aanhouding en\/of overbrenging van hem, verdachte,<\/p>\n<p>&#8212; door zich te bewegen in een tegenovergestelde richting dan waarin ambtenaren [benadeelde 3] en\/of [benadeelde 1] en\/of [benadeelde 2] hem, verdachte, trachtten te bewegen en<\/p>\n<p>&#8212; door zijn armen in tegengestelde richting dan waarin ambtenaar\/ambtenaren [benadeelde 3] en\/of [benadeelde 1] deze brachten.<\/p>\n<p>Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.<\/p>\n<p>Bewijsmiddelen<\/p>\n<p>Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.<\/p>\n<p>Elk bewijsmiddel wordt &#8212; ook in zijn onderdelen &#8212; slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.<\/p>\n<p>Bewijsoverwegingen<\/p>\n<p>De raadsman heeft ten aanzien van feit 2 vrijspraak bepleit nu er geen sprake was van het aanvaarden van de aanmerkelijke kans op het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel bij de politieambtenaren door de verdachte. De verdachte reed eerst met een snelheid van 80 kilometer en later bedroeg zijn snelheid 30 tot 40 kilometer per uur. Voorts is er geen letsel ontstaan en de aanrijdingen vonden plaats op de snelweg, waar geen bomen stonden en niet in de buurt van de vangrail. In dit kader heeft de raadsman nog verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Limburg met het nummer ECLI:NL:RBLIM:2019:9607, waarin in een soortgelijke casus is geoordeeld dat er geen sprake was van een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel.<\/p>\n<p>Het hof overweegt als volgt.<\/p>\n<p>Uit het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [benadeelde 3] en [benadeelde 2] (pagina\u2019s 32-35 van het procesdossier) leidt het hof het volgende af.<\/p>\n<p>Op 14 april 2022 rond 14:00 uur zien genoemde verbalisanten, rijdend in een herkenbare politie-auto (hierna: voertuig 1), de verdachte in Uden in een zwarte Audi rijden. De verdachte is bij de politie bekend met het rijden onder invloed van drugs en zijn rijbewijs is ongeldig verklaard. Om die reden geeft de politie de verdachte als bestuurder van die Audi meerdere malen een stopteken, waaraan hij geen gehoor geeft. De verbalisanten zetten vervolgens de achtervolging in en schakelen de optische en geluidssignalen in. De verdachte rijdt vervolgens de A50 op met een snelheid van 120 kilometer per uur. De verbalisanten constateren daarbij dat het verkeersbeeld druk was. V\u00f3\u00f3r de verdachte rijdt een andere politieauto met daarin verbalisant [benadeelde 1] (hierna: voertuig 2). Dit voertuig voerde ook optische en geluidssignalen. De verdachte mindert vervolgens snelheid tot (het hof begrijpt: afgelezen op de boordsnelheidsmeter) 80 kilometer per uur. De verbalisanten in voertuig 1 zien dat hij slingerende stuurbewegingen maakt en probeert voertuig 2 in te halen. Om dat te voorkomen gaatvoertuig 1 links naast de verdachte rijden om de verdachte naar de vluchtstrook te begeleiden en hem daar tot stoppen te dwingen. De verdachte rijdt vervolgens steeds verder de kant op van deze politieauto (voertuig 1), die op de meest linkerrijstrook rijdt en botst vervolgens tegen dit voertuig aan. [benadeelde 3] remt vervolgens af om te voorkomen dat hun auto ten gevolge van deze botsing niet de vangrail in wordt geduwd. De verdachte rijdt hierna op de meest linker rijstrook verder achter de andere politieauto (voertuig 2) en probeert dit voertuig links te passeren. De verdachte rijdt daarbij met de voorzijde van zijn auto naast de achterzijde van deze politieauto en maakt daarbij een stuurbeweging naar rechts richting die politieauto. Hij botst daarbij tegen voertuig 2, waarbij er onderdelen van beide voertuigen af vallen. [benadeelde 3] ziet op zijn boordsnelheidsmeter dat hij op dat moment 90 kilometer per uur rijdt.<\/p>\n<p>Voor wat betreft de door de verdachte ten tijde van de botsingen met voertuig 1 en voertuig 2 gereden snelheid overweegt het hof dat hij uit de hiervoor vermelde bevindingen afleidt dat de snelheid van de verdachte, afgelezen van de boordsnelheidsmeter van voertuig 1, korte tijd v\u00f3\u00f3r de eerste botsing 80 kilometer per uur bedroeg. Uit de bevindingen van verbalisanten [benadeelde 3] , [benadeelde 2] en de hierna nader te noemen bevindingen van verbalisant [benadeelde 1] , alsook uit de verklaringen van de verdachte, leidt het hof niet af dat de verdachte ten tijde van de eerste en de tweede botsing zijn snelheid ten opzichte van die 80 kilometer per uur significant had gewijzigd. De bevinding van [benadeelde 3] dat voertuig 1 op het moment van de tweede botsing 90 kilometer per uur rijdt bevestigt veeleer dat de snelheid van het door de verdachte bestuurde voertuig ongeveer gelijk was gebleven, in elk geval niet lager is geworden, nu het in de gegeven situatie, waarin beide politievoertuigen het voertuig van de verdachte tot stoppen probeerden te dwingen door hem in te sluiten, in de rede ligt dat voertuig 1 een snelheid had die niet veel afweek van de snelheid van het door de verdachte bestuurde voertuig. Boordsnelheidsmeters van politievoertuigen zijn voorts, zo mag van algemene bekendheid heten, doorgaans gekalibreerd, zodat het hof ook hier zal uitgaan van een gekalibreerde boordsnelheidsmeter. Bij niet gekalibreerde boordsnelheidsmeters ligt het overigens niet voor de hand dat een veel grotere afwijking van de werkelijk gereden snelheid op de boordsnelheidsmeter zichtbaar is. Voorts, zo mag ook van algemene bekendheid heten, mag een boordsnelheidsmeter ingevolge EU-regelgeving geen lagere snelheid aangeven dan de werkelijke snelheid. Het hof zal er gelet op het vorenstaande van uitgaan dat bij de beide botsingen het voertuig van de verdachte een snelheid had van ongeveer 75 tot 80 kilometer per uur.<\/p>\n<p>Verbalisant [benadeelde 1] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen (pagina\u2019s 25-26) vermeld dat hij zag dat de Audi van de verdachte hem wilde passeren en daarbij eerst naar rechts stuurde, vervolgens naar links en daarna weer naar rechts stuurde. Op dat moment hoort hij een klap en voelde dat hij iets naar voren werd geduwd. Hij beseft daarmee dat er een ernstig ongeval plaats had kunnen vinden, waarbij hij letsel op had kunnen lopen, en dat de verdachte niet zou stoppen en een ernstig gevaar vormde voor anderen en zichzelf.<\/p>\n<p>Voorts blijkt uit de aangifte door de politie van vernieling van de politieauto\u2019s met fotobijlagen (pagina\u2019s 5 tot en met 15 van het dossier) dat er aan beide politieauto\u2019s schade is ontstaan, waaronder een lekke band aan de linker voorzijde van het voertuig waarin [benadeelde 3] en [benadeelde 2] zich bevonden en een aantal deuken linksvoor en rechtsachter van de politieauto waarin [benadeelde 1] reed. Op de foto\u2019s 1 en 2 is tevens te zien dat de A50 twee rijbanen heeft voor beide rijrichtingen en dat er op dat moment veel verkeer is op de A50.<\/p>\n<p>Ten slotte staat op basis van bloedonderzoek vast dat de verdachte onder invloed van 340 microgram amfetamine per liter bloed en 24 microgram MDMA per liter bloed heeft gereden.<\/p>\n<p>De verdachte heeft bij de politie en ter zitting van het hof verklaard dat de bevindingen van de politie leugens betreffen en dat hij is aangereden en klemgereden en nog steeds niet gelooft dat het echte politieambtenaren waren.<\/p>\n<p>Het hof is op basis van het voorgaande niet van oordeel dat er sprake was van vol opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel op de drie politieambtenaren. Het hof dient vervolgens de vraag te beantwoorden of de verdachte voorwaardelijk opzet daarop heeft gehad.<\/p>\n<p>Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg is aanwezig indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Voor de vaststelling dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan een dergelijke kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap had van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard (op de koop heeft toegenomen).<\/p>\n<p>Voor beantwoording van de vragen of sprake is van een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel en de verdachte die aanmerkelijke kans willens en wetens heeft aanvaard, acht het hof vooral de bevindingen van de drie politieambtenaren van belang en het feit dat verdachte onder invloed van drugs was.<\/p>\n<p>Uit de bevindingen van de politieambtenaren blijkt dat de botsingen tegen de politieauto\u2019s plaatsvonden op een drukke snelweg midden op de dag en met aanzienlijke snelheden. Verdachte vertoonde hierbij onvoorspelbaar rijgedrag en reed slingerend op beide weghelften, waarbij hij probeerde de politieauto\u2019s via de vluchtstrook of de strook tussen de meest linker rijbaan en de vangrail te passeren. De tweede botsing vindt bovendien plaats op de linkerrijstrook van de snelweg, waar het overige verkeer harder rijdt dan op de rechterrijstrook. De kans op, bijvoorbeeld, een verkeerde stuurbeweging of plotseling remmen van de politieambtenaren achter het stuur acht het hof onder die omstandigheden re\u00ebel. Daardoor hadden ook botsingen met andere verkeersdeelnemers kunnen ontstaan.. De schade aan de auto\u2019s laat ook zien dat het gaat om flinke botsingen. [benadeelde 3] wordt gedwongen af te remmen om te voorkomen dat hij met de auto tegen de vangrail belandt en de wijze waarop \u2018 [benadeelde 1] het rijgedrag van de verdachte (dat er een ernstig ongeval had kunnen plaatsvinden en dat de verdachte niet zou stoppen) kwalificeert het hof als \u2018op de koop toenemen van gevaar voor zichzelf en anderen\u2019.<\/p>\n<p>Naar het oordeel van het hof hebben gelet op het voorgaande de gedragingen van de verdachte zoals hiervoor benoemd voor alle drie de betrokken verbalisanten de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel in het leven geroepen, alsmede kunnendeze gedragingen van de verdachte naar de uiterlijke verschijningsvorm telkens worden aangemerkt als zozeer gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel dat de verdachte die aanmerkelijke kans ook willens en wetens heeft aanvaard.<\/p>\n<p>Het verweer van de verdediging met betrekking tot het bewijs van het onder 2 tenlastegelegde wordt verworpen.<\/p>\n<p>De overige tot vrijspraak strekkende verweren van de raadsman vinden hun weerlegging in de door het hof gebezigde en later aan te vullen bewijsmiddelen, zodat het hof zal volstaan met een verwijzing daarnaar.<\/p>\n<p>Resumerend acht het hof, op grond van het vorenoverwogene in onderling verband en samenhang beschouwd met de inhoud van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten heeft begaan.<\/p>\n<p>Strafbaarheid van het bewezenverklaarde<\/p>\n<p>Het onder 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:<\/p>\n<h3>overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.<\/h3>\n<p>Het onder 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:<\/p>\n<h3>poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd.<\/h3>\n<p>Het onder 3 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:<\/p>\n<h3>overtreding van artikel 5a, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.<\/h3>\n<p>Het onder 4 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:<\/p>\n<h3>wederspannigheid.<\/h3>\n<p>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.<\/p>\n<p>Strafbaarheid van de verdachte<\/p>\n<p>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.<\/p>\n<p>Op te leggen straf<\/p>\n<p>Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.<\/p>\n<p>De verdachte rijdt op 14 april 2022 met een ongeldig verklaard rijbewijs en negeert vervolgens een stopteken van de politie, , waarna agenten de verdachte zijn gaan achtervolgen. Bij deze achtervolging heeft hij dermate gevaarlijk en roekeloos gereden dat de verkeersveiligheid ernstig in gevaar is gekomen. Ook heeft hij met hoge snelheid op de agenten ingereden, wat een gevaar op zwaar lichamelijk letsel voor deze agenten met zich heeft gebracht. Nadat de verdachte staande was gehouden, heeft hij zich verzet bij zijn aanhouding. Uit onderzoek is voorts gebleken dat de verdachte onder invloed van een aanzienlijke hoeveelheid harddrugs de auto had bestuurd. De verdachte heeft met zijn gedrag de verkeersveiligheid van andere weggebruikers, in het bijzonder de politieagenten die hem achtervolgden en tot staan hebben gebracht, ernstig in gevaar gebracht. Het hof is ter terechtzitting gebleken dat de verdachte nog steeds niet tot het inzicht lijkt te zijn gekomen dat zijn handelen laakbaar is, waarbij ter illustratie mag dienen dat hij ten overstaan van het hof heeft verklaard dat hij zelf bepaalt wanneer hij kan autorijden na het gebruik van drugs. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.<\/p>\n<p>Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justiti\u00eble Documentatie, d.d. 1 mei 2025, betrekking hebbende op het justiti\u00eble verleden van de verdachte, waaruit volgt dat de verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van overtreding van de Wegenverkeerswet 1994, wederspannigheid en mishandeling. Deze eerdere veroordelingen hebben de verdachte er kennelijk niet van weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan dergelijke strafbare feiten.<\/p>\n<p>Voorts heeft het hof kennis genomen van de inhoud van het door Reclassering Nederland over de verdachte opgemaakte reclasseringsadvies van 12 november 2024, waaruit naar voren is gekomen dat de verdachte niet wil meewerken met de reclassering en dat de risico\u2019s op recidive, risico\u2019s op letsel en risico\u2019s op onttrekken aan voorwaarden telkens wordt ingeschat als hoog.<\/p>\n<p>Verder heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte naar voren gebracht dat hij momenteel in detentie verblijft omdat hij in een andere zaak is veroordeeld tot een ISD-maatregel, maar dat deze zaak nog niet onherroepelijk is.<\/p>\n<p>Alles afwegende acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden , met aftrek van het voorarrest bij uitvoering van deze gevangenisstraf, passend en geboden.<\/p>\n<p>Het hof acht deze straf passend omdat de verdachte nog niet onherroepelijk is veroordeeld tot een ISD-maatregel in een andere zaak en momenteel in de penitentiaire inrichting verblijft in afwachting van de behandeling van deze zaak in hoger beroep. Het hof is van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op dit moment daaraan niet in de weg staat.<\/p>\n<p>Daarnaast zie het hof grond om, mede ter bescherming van de verkeersveiligheid, de verdachte ter zake van respectievelijk het onder feit 1, feit 2 en feit 3 bewezenverklaarde de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen te ontzeggen voor de duur van respectievelijk 6 maanden, 1 jaar en 1 jaar.<\/p>\n<p>Beslag<\/p>\n<p>De in beslag genomen en nog niet teruggeven personenauto is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp betreft met behulp waarvan het onder feit 2 en feit 3 bewezenverklaarde is begaan.<\/p>\n<p>Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.<\/p>\n<p>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]<\/p>\n<p>De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van \u20ac 600,00 aan immateri\u00eble schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.<\/p>\n<p>De politierechter heeft bij het vonnis waarvan beroep de vordering integraal toegewezen tot een totaalbedrag van \u20ac 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 april 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.<\/p>\n<p>De benadeelde partij heeft te kennen gegeven de gehele vordering in hoger beroep te handhaven.<\/p>\n<p>De raadsman van de verdachte heeft het hof primair verzocht de vordering af te wijzen dan wel niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair is verzocht een lager bedrag aan immateri\u00eble schadevergoeding toe te kennen.<\/p>\n<p>Het hof overweegt als volgt.<\/p>\n<p>Immateri\u00eble schade komt in dit geval slechts dan voor vergoeding in aanmerking indien deze schade valt onder het bereik van artikel 6:106, eerste lid, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek, en er sprake is van aantasting in de persoon \u2018op andere wijze\u2019. Hiervan is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. In dit geval is het ontstaan van geestelijk letsel echter niet gesteld.<\/p>\n<p>Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in art. 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon \u2018op andere wijze\u2019 sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Van een aantasting in de persoon \u2018op andere wijze\u2019 als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek is niet reeds sprake bij de enkele schending van een fundamenteel recht.<\/p>\n<p>De benadeelde partij heeft in voormeld verband naar voren gebracht dat bij hem tijdens de debriefing frustratie en onbegrip naar voren is gekomen omtrent het gedrag van de verdachte, dat de verdachte politieagenten in levensgevaar heeft gebracht en dat hij de gevaarzetting voor zijn collega\u2019s en voor zichzelf niet zal vergeten. Hoewel het hof onderkent dat de bewezenverklaarde gang van zaken impact heeft (gehad) op de benadeelde partij, is het hof van oordeel dat de gevolgen hiervan voor de benadeelde partij in het onderhavige geval niet dermate ernstig zijn dat kan worden gesproken van een uitzonderlijk geval in vorenbedoelde zin en daarmee van aantasting in de persoon als bedoeld in artikel 6:106, eerste lid, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek. Het hof ziet aldus geen juridische grond voor toekenning van immateri\u00eble schade. Bijgevolg zal de vordering worden afgewezen.<\/p>\n<p>Proceskosten<\/p>\n<p>Het hof zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.<\/p>\n<p>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]<\/p>\n<p>De benadeelde partij [benadeelde 3] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van \u20ac 600,00 aan immateri\u00eble schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.<\/p>\n<p>De politierechter heeft bij het vonnis waarvan beroep de vordering integraal toegewezen tot een totaalbedrag van \u20ac 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 april 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.<\/p>\n<p>De benadeelde partij heeft te kennen gegeven de gehele vordering in hoger beroep te handhaven.<\/p>\n<p>De raadsman van de verdachte heeft het hof primair verzocht de vordering af te wijzen dan wel niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair is verzocht een lager bedrag aan immateri\u00eble schadevergoeding toe te kennen.<\/p>\n<p>Het hof overweegt als volgt.<\/p>\n<p>Immateri\u00eble schade komt in dit geval slechts dan voor vergoeding in aanmerking indien deze schade valt onder het bereik van artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek (BW), en er sprake is van aantasting in de persoon \u2018op andere wijze\u2019. Hiervan is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in art. 6:106, aanhef en onder b, van het BW bedoelde aantasting in zijn persoon \u2018op andere wijze\u2019 sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Van een aantasting in de persoon \u2018op andere wijze\u2019 als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, van het BW is niet reeds sprake bij de enkele schending van een fundamenteel recht.<\/p>\n<p>De benadeelde partij heeft in voormeld verband naar voren gebracht dat hij bang was dat de verdachte een ongeluk zou veroorzaken, dat hij tijdens het voorval stress heeft ervaren en dat het voorval een flinke indruk op hem heeft gemaakt. Hoewel het hof onderkent dat de bewezenverklaarde gang van zaken impact heeft (gehad) op de benadeelde partij, is het hof van oordeel dat de gevolgen hiervan voor de benadeelde partij in het onderhavige geval niet dermate ernstig zijn dat kan worden gesproken van een uitzonderlijk geval in vorenbedoelde zin en daarmee van aantasting in de persoon als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek. Het hof ziet aldus geen juridische grond tot toekenning van smartengeld. Bijgevolg zal de vordering worden afgewezen.<\/p>\n<p>Proceskosten<\/p>\n<p>Het hof zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.<\/p>\n<p>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]<\/p>\n<p>De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van \u20ac 600,00 aan immateri\u00eble schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.<\/p>\n<p>De politierechter heeft bij het vonnis waarvan beroep de vordering integraal toegewezen tot een totaalbedrag van \u20ac 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 april 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.<\/p>\n<p>De benadeelde partij heeft te kennen gegeven de gehele vordering in hoger beroep te handhaven.<\/p>\n<p>De raadsman van de verdachte heeft het hof primair verzocht de vordering af te wijzen dan wel niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair is verzocht een lager bedrag aan immateri\u00eble schadevergoeding toe te kennen.<\/p>\n<p>Het hof overweegt als volgt.<\/p>\n<p>Immateri\u00eble schade komt in dit geval slechts dan voor vergoeding in aanmerking indien deze schade valt onder het bereik van artikel 6:106, aanhef en onder b, van het BW, en er sprake is van aantasting in de persoon \u2018op andere wijze\u2019. Hiervan is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in art. 6:106, aanhef en onder b, van het BW bedoelde aantasting in zijn persoon \u2018op andere wijze\u2019 sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Van een aantasting in de persoon \u2018op andere wijze\u2019 als bedoeld in art. 6:106, aanhef en onder b, van het BW is niet reeds sprake bij de enkele schending van een fundamenteel recht.<\/p>\n<p>De benadeelde partij heeft in voormeld verband naar voren gebracht dat dat hij boos werd bij de gedachte dat hij door het handelen van de verdachte letsel zou kunnen bekomen en dat hij met collega\u2019s over het voorval heeft gesproken ter verwerking. Hoewel het hof onderkent dat de bewezenverklaarde gang van zaken impact heeft (gehad) op de benadeelde partij, is het hof van oordeel dat de gevolgen hiervan voor de benadeelde partij in het onderhavige geval niet dermate ernstig zijn dat kan worden gesproken van een uitzonderlijk geval in vorenbedoelde zin en daarmee van aantasting in de persoon als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, van het BW. Het hof ziet aldus geen juridische grond tot toekenning van smartengeld. Bijgevolg zal de vordering worden afgewezen.<\/p>\n<p>Proceskosten<\/p>\n<p>Het hof zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.<\/p>\n<p>Toepasselijke wettelijke voorschriften<\/p>\n<p>De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 45, 57, 63, 180 en 302 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5a, 8, 176, 179 en 179a van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.<\/p>\n<h3>BESLISSING<\/h3>\n<p>Het hof:<\/p>\n<p>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:<\/p>\n<p>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 5 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.<\/p>\n<p>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.<\/p>\n<p>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.<\/p>\n<p>Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.<\/p>\n<p>Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden.<\/p>\n<p>Beveelt dat de tijd die door de verdachte v\u00f3\u00f3r de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.<\/p>\n<p>Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.<\/p>\n<p>Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 1 (\u00e9\u00e9n) jaar.<\/p>\n<p>Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 1 (\u00e9\u00e9n) jaar.<\/p>\n<p>Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:<\/p>\n<p>Personenauto Audi A4; Avant (goednummer PL2100-2022075577-1922670).<\/p>\n<p>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]<\/p>\n<p>Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] tot immateri\u00eble schadevergoeding af.<\/p>\n<p>Veroordeelt de benadeelde partij in de door de verdachte gemaakte kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.<\/p>\n<p>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]<\/p>\n<p>Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] tot immateri\u00eble schadevergoeding af.<\/p>\n<p>Veroordeelt de benadeelde partij in de door de verdachte gemaakte kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.<\/p>\n<p>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]<\/p>\n<p>Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] tot immateri\u00eble schadevergoeding af.<\/p>\n<p>Veroordeelt de benadeelde partij in de door de verdachte gemaakte kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.<\/p>\n<p>Aldus gewezen door:<\/p>\n<p>mr. T. van de Woestijne, voorzitter,<\/p>\n<p>mr. A. Muller en mr. P.J.D.J. Muijen, raadsheren,<\/p>\n<p>in tegenwoordigheid van mr. H. Smits, griffier,<\/p>\n<p>en op 23 juli 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2092\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd. Overtreding van artikel 5a, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Wederspannigheid.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8088],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7625],"kji_keyword":[7813,8185,11939],"kji_language":[7671],"class_list":["post-659821","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-gerechtshof-s-hertogenbosch","kji_year-8463","kji_subject-commercial","kji_keyword-artikel","kji_keyword-overtreding","kji_keyword-wegenverkeerswet","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:GHSHE:2025:2092 Gerechtshof &#039;s-Hertogenbosch , 23-07-2025 \/ 20-000298-25 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252092-gerechtshof-s-hertogenbosch-23-07-2025-20-000298-25\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:GHSHE:2025:2092 Gerechtshof &#039;s-Hertogenbosch , 23-07-2025 \/ 20-000298-25\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd. Overtreding van artikel 5a, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Wederspannigheid.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252092-gerechtshof-s-hertogenbosch-23-07-2025-20-000298-25\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"30 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252092-gerechtshof-s-hertogenbosch-23-07-2025-20-000298-25\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252092-gerechtshof-s-hertogenbosch-23-07-2025-20-000298-25\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:GHSHE:2025:2092 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 23-07-2025 \\\/ 20-000298-25 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-23T12:07:34+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252092-gerechtshof-s-hertogenbosch-23-07-2025-20-000298-25\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252092-gerechtshof-s-hertogenbosch-23-07-2025-20-000298-25\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlghshe20252092-gerechtshof-s-hertogenbosch-23-07-2025-20-000298-25\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:GHSHE:2025:2092 Gerechtshof &lsquo;s-Hertogenbosch , 23-07-2025 \\\/ 20-000298-25\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2092 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 23-07-2025 \/ 20-000298-25 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252092-gerechtshof-s-hertogenbosch-23-07-2025-20-000298-25\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2092 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 23-07-2025 \/ 20-000298-25","og_description":"Overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd. Overtreding van artikel 5a, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Wederspannigheid.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252092-gerechtshof-s-hertogenbosch-23-07-2025-20-000298-25\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"30 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252092-gerechtshof-s-hertogenbosch-23-07-2025-20-000298-25\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252092-gerechtshof-s-hertogenbosch-23-07-2025-20-000298-25\/","name":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2092 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 23-07-2025 \/ 20-000298-25 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-23T12:07:34+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252092-gerechtshof-s-hertogenbosch-23-07-2025-20-000298-25\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252092-gerechtshof-s-hertogenbosch-23-07-2025-20-000298-25\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlghshe20252092-gerechtshof-s-hertogenbosch-23-07-2025-20-000298-25\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:GHSHE:2025:2092 Gerechtshof &lsquo;s-Hertogenbosch , 23-07-2025 \/ 20-000298-25"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/659821","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=659821"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=659821"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=659821"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=659821"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=659821"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=659821"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=659821"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=659821"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}