{"id":664566,"date":"2026-04-23T22:52:48","date_gmt":"2026-04-23T20:52:48","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlhr2022844-hoge-raad-21-06-2022-21-00850\/"},"modified":"2026-04-23T22:52:48","modified_gmt":"2026-04-23T20:52:48","slug":"eclinlhr2022844-hoge-raad-21-06-2022-21-00850","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr2022844-hoge-raad-21-06-2022-21-00850\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:HR:2022:844 Hoge Raad , 21-06-2022 \/ 21\/00850"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Hennepteelt (art. 3.B Opiumwet), diefstal d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr) en beschadiging elektriciteitsnetwerk (art. 161bis.2 Sr). Beginpunt redelijke termijn (art. 6 EVRM). Kan datum eerste politieverhoor, waar verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd, worden aangemerkt als beginpunt van redelijke termijn? Gelet op wat namens verdachte ttz. in hoger beroep is aangevoerd is \u2019s hofs oordeel dat dit politieverhoor niet heeft te gelden als handeling waaraan verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem t.z.v. bepaald strafbaar feit door OM een strafvervolging zal worden ingesteld, niet z.m. begrijpelijk.<\/p>\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> HR doet de zaak zelf af en vermindert aan verdachte opgelegde taakstraf van 120 uren met 6 uren. Samenhang met 21\/00847 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o).<\/p>\n<p>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN<\/p>\n<p>STRAFKAMER<\/p>\n<p>Nummer 21\/00850<\/p>\n<p>Datum 21 juni 2022<\/p>\n<p>ARREST<\/p>\n<p>op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 februari 2021, nummer 21-005881-18, in de strafzaak<\/p>\n<p>tegen<\/p>\n<p>[verdachte] ,<\/p>\n<p>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,<\/p>\n<p>hierna: de verdachte.<\/p>\n<h3>1Procesverloop in cassatie<\/h3>\n<p>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.L.A.M. Pluijmakers, advocaat te Apeldoorn, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.<\/p>\n<p>De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.<\/p>\n<h3>2Beoordeling van het cassatiemiddel<\/h3>\n<p>Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat als beginpunt van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) niet te gelden heeft de datum van het eerste verhoor van de verdachte door de politie, maar de betekening van de dagvaarding om ter terechtzitting van de politierechter te verschijnen.<\/p>\n<p>Volgens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte daar het woord gevoerd overeenkomstig de pleitnota die aan het proces-verbaal is gehecht. Deze pleitnota houdt onder meer in:<\/p>\n<p>\u201c3. De verdediging heeft in eerste aanleg verweer gevoerd omdat de redelijke termijn in strafzaken is overschreden. De politierechter was van oordeel dat er in dit geval geen sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn nu de vervolging minder dan twee jaar geleden is aangevangen.<\/p>\n<p>4. In strafzaken kan op het aan de verdachte toegekende recht op berechting binnen een redelijke termijn inbreuk worden gemaakt door het tijdsverloop, te rekenen vanaf het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld (ECLI:NL:HR:2008:BD2578). Wat betreft de berechting van de zaak in eerste aanleg heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden.<\/p>\n<p>5. Cli\u00ebnt is op 23 augustus 2016 verhoord door de politie. Dat is op zijn minst een<\/p>\n<p>handeling die is aan te merken als een moment waaraan cli\u00ebnt in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat tegen hem terzake de hennepteelt door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. De veroordeling van de politierechter dateert van 17 oktober 2018. De zaak heeft in eerste aanleg 2 jaren en 2 maanden geduurd.<\/p>\n<p>6. Dat betekent dat het oordeel van de politierechter niet juist is. De redelijke termijn in strafzaken is in eerste aanleg ex artikel 6, eerste lid, EVRM wel degelijk geschonden.<\/p>\n<p>(&#8230;)<\/p>\n<p>8. Het verzoek van de verdediging is dan ook om vast te stellen dat er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn. Het gevolg wat hieraan zou moeten worden verbonden is strafvermindering. De verdediging verzoekt uw Hof om de strafvermindering toe te passen.\u201d<\/p>\n<p>Volgens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte verder het volgende opgemerkt:<\/p>\n<p>\u201cTen aanzien van de redelijke termijn in eerste aanleg wil ik opmerken dat op het moment dat mijn cli\u00ebnt als verdachte verhoord wordt en een bekennende verklaring aflegt, dan mag je als verdachte strafvervolging verwachten vanaf dat moment. Dat kun je wel aanmerken als moment voor de aanvang van de redelijke termijn.\u201d<\/p>\n<p>In de bestreden uitspraak heeft het hof met betrekking tot de berechting binnen een redelijke termijn onder meer het volgende overwogen:<\/p>\n<p>\u201cHet hof stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Het eerste verhoor van de verdachte door de politie heeft niet steeds als zodanige handeling te gelden. Wel dienen de inverzekeringstelling van de verdachte en de betekening van de dagvaarding als een zodanige handeling te worden aangemerkt.<\/p>\n<p>Anders dan door de raadsman is bepleit, dient in dit geval als beginpunt van de als redelijk te beoordelen termijn niet te gelden de datum van het eerste verhoor van verdachte, maar de betekening van de dagvaarding om ter zitting van de politierechter te verschijnen. De dagvaarding is op 2 augustus 2018 aan de verdachte in persoon betekend. De politierechter heeft op 17 oktober 2018 vonnis gewezen, zodat het hof met de politierechter van oordeel is dat de redelijke termijn in eerste aanleg niet is overschreden.\u201d<\/p>\n<p>Gelet op wat namens de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep is aangevoerd is het oordeel van het hof dat het politieverhoor waar de verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd niet heeft te gelden als een handeling waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld, niet zonder meer begrijpelijk. Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.<\/p>\n<p>De Hoge Raad kan de zaak zelf afdoen.<\/p>\n<h3>3Beslissing<\/h3>\n<p>De Hoge Raad:<\/p>\n<p>&#8212; vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;<\/p>\n<p>&#8212; vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze 114 uren, subsidiair 57 dagen hechtenis, belopen;<\/p>\n<p>&#8212; verwerpt het beroep voor het overige.<\/p>\n<p>Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juni 2022.<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:844\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Hennepteelt (art. 3.B Opiumwet), diefstal d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr) en beschadiging elektriciteitsnetwerk (art. 161bis.2 Sr). Beginpunt redelijke termijn (art. 6 EVRM). Kan datum eerste politieverhoor, waar verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd, worden aangemerkt als beginpunt van redelijke termijn? Gelet op wat namens verdachte ttz. in hoger beroep is aangevoerd is \u2019s ho&#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7834],"kji_chamber":[],"kji_year":[32183],"kji_subject":[7625],"kji_keyword":[16507,26343,12149,12076,8072],"kji_language":[7671],"class_list":["post-664566","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-hoge-raad","kji_year-32183","kji_subject-commercial","kji_keyword-beginpunt","kji_keyword-politieverhoor","kji_keyword-redelijke","kji_keyword-termijn","kji_keyword-verdachte","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:HR:2022:844 Hoge Raad , 21-06-2022 \/ 21\/00850 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr2022844-hoge-raad-21-06-2022-21-00850\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:HR:2022:844 Hoge Raad , 21-06-2022 \/ 21\/00850\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Hennepteelt (art. 3.B Opiumwet), diefstal d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr) en beschadiging elektriciteitsnetwerk (art. 161bis.2 Sr). Beginpunt redelijke termijn (art. 6 EVRM). Kan datum eerste politieverhoor, waar verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd, worden aangemerkt als beginpunt van redelijke termijn? Gelet op wat namens verdachte ttz. in hoger beroep is aangevoerd is \u2019s ho...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr2022844-hoge-raad-21-06-2022-21-00850\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"6 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr2022844-hoge-raad-21-06-2022-21-00850\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr2022844-hoge-raad-21-06-2022-21-00850\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:HR:2022:844 Hoge Raad , 21-06-2022 \\\/ 21\\\/00850 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-23T20:52:48+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr2022844-hoge-raad-21-06-2022-21-00850\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr2022844-hoge-raad-21-06-2022-21-00850\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr2022844-hoge-raad-21-06-2022-21-00850\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:HR:2022:844 Hoge Raad , 21-06-2022 \\\/ 21\\\/00850\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:HR:2022:844 Hoge Raad , 21-06-2022 \/ 21\/00850 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr2022844-hoge-raad-21-06-2022-21-00850\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:HR:2022:844 Hoge Raad , 21-06-2022 \/ 21\/00850","og_description":"Hennepteelt (art. 3.B Opiumwet), diefstal d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr) en beschadiging elektriciteitsnetwerk (art. 161bis.2 Sr). Beginpunt redelijke termijn (art. 6 EVRM). Kan datum eerste politieverhoor, waar verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd, worden aangemerkt als beginpunt van redelijke termijn? Gelet op wat namens verdachte ttz. in hoger beroep is aangevoerd is \u2019s ho...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr2022844-hoge-raad-21-06-2022-21-00850\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"6 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr2022844-hoge-raad-21-06-2022-21-00850\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr2022844-hoge-raad-21-06-2022-21-00850\/","name":"ECLI:NL:HR:2022:844 Hoge Raad , 21-06-2022 \/ 21\/00850 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-23T20:52:48+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr2022844-hoge-raad-21-06-2022-21-00850\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr2022844-hoge-raad-21-06-2022-21-00850\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr2022844-hoge-raad-21-06-2022-21-00850\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:HR:2022:844 Hoge Raad , 21-06-2022 \/ 21\/00850"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/664566","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=664566"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=664566"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=664566"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=664566"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=664566"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=664566"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=664566"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=664566"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}