{"id":664864,"date":"2026-04-23T23:13:23","date_gmt":"2026-04-23T21:13:23","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrbgel20223035-rechtbank-gelderland-16-06-2022-awb-21_500\/"},"modified":"2026-04-23T23:13:23","modified_gmt":"2026-04-23T21:13:23","slug":"eclinlrbgel20223035-rechtbank-gelderland-16-06-2022-awb-21_500","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20223035-rechtbank-gelderland-16-06-2022-awb-21_500\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBGEL:2022:3035 Rechtbank Gelderland , 16-06-2022 \/ AWB-21_500"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Volgens de hoofdregel van artikel 7:11 van de Awb moeten bij heroverweging in bezwaar alle feiten en omstandigheden van dat moment worden betrokken. College heeft dat nagelaten. College heeft ten onrechte niet onderzocht of voorgestelde dan wel een andere partij in staat zou zijn pgb te beheren voor eiser.<\/p>\n<p>RECHTBANK GELDERLAND<\/p>\n<p>Zittingsplaats Arnhem<\/p>\n<p>Bestuursrecht<\/p>\n<p>zaaknummer: ARN 21\/500<\/p>\n<h3>uitspraak van de enkelvoudige kamer van<\/h3>\n<h3>in de zaak tussen<\/h3>\n<h3>[eiser], uit [plaats], eiser<\/h3>\n<p>(gemachtigde: mr. E.J.L. van de Glind),<\/p>\n<p>en<\/p>\n<h3>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tiel, verweerder<\/h3>\n<p>(gemachtigde: mr. R.A.M. Saedt).<\/p>\n<h3>Inleiding<\/h3>\n<p>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van een aanvraag voor ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).<\/p>\n<p>In het besluit van 14 januari 2020 heeft verweerder eisers aanvraag voor de maatwerkvoorziening begeleiding groep op grond van de Wmo 2015 afgewezen. Ook heeft verweerder eisers aanvraag voor een persoonsgebonden budget (pgb) voor begeleiding individueel afgewezen. Met het bestreden besluit van 16 december is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Aan de afwijzing heeft verweerder ten grondslag gelegd dat begeleiding groep vanuit de Wmo 2015 niet nodig is, omdat eiser is aangewezen op psychologische behandeling en Werkzaak Rivierenland eiser gaat helpen met het vinden van betaald werk. Verweerder heeft de aanvraag voor het pgb voor begeleiding individueel afgewezen, omdat de voorgedragen pgb-beheerder niet over voldoende vaardigheden beschikt om het pgb te beheren.<\/p>\n<p>De rechtbank heeft het beroep op 13 april 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.<\/p>\n<h3>Overwegingen<\/h3>\n<p>2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de aanvraag voor begeleiding groep voor een pgb voor begeleiding individueel. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd.<\/p>\n<p>3. De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dat oordeel heeft.<\/p>\n<p>4. De rechtbank is uitgegaan van de volgende feiten.<\/p>\n<p>Op 27 augustus 2019 heeft eiser zich bij verweerder gemeld om in aanmerking te komen voor ondersteuning op grond van de Wmo 2015 en op 28 oktober 2019 heeft eiser een aanvraagformulier ingediend om in aanmerking te komen voor begeleiding individueel en begeleiding groep door zorgaanbieder Relaunch. In samenwerking met Werkzaak Rivierenland is in het kader van de Wmo 2015 opdracht gegeven voor een belastbaarheidsonderzoek. De bevindingen zijn vastgelegd in de rapportage psychisch belastbaarheidsonderzoek van 29 oktober 2019. Omdat Relaunch geen gecontracteerde zorgaanbieder is heeft eiser een pgb-plan ingediend. Daarbij heeft eiser de heer [persoon A] als pgb-beheerder voorgesteld. Verweerder heeft de aanvraag beoordeeld en zijn bevindingen neergelegd in het rapport afwijzing pgb. Hierop is de besluitvorming gevolgd zoals opgenomen onder 1.1.<\/p>\n<p>Heeft verweerder kunnen concluderen dat de pgb-beheerder niet in staat is de pgb-taken te vervullen?<\/p>\n<p>Aan de afwijzing van de aanvraag voor (zover deze ziet op) het pgb heeft verweerder ten grondslag gelegd dat [persoon A] niet over voldoende vaardigheden beschikt om het pgb te beheren. [persoon A] heeft niet het pgb-plan met eiser ingevuld, hij had geen duidelijk beeld van de zorgvraag van eiser, was niet op de hoogte van de regels en verplichtingen die horen bij het beheer van het pgb en heeft niet laten zien dat hij op de hoogte is van de kwaliteitseisen die verweerder stelt aan de zorgverlener. Daarnaast is [persoon A] oud-werknemer van zorgaanbieder Relaunch waardoor hij volgens verweerder niet in staat wordt geacht de zorgverlener aan te sturen. De door [persoon A] afgelegde pgb-bekwaamheidstest van Per Saldo die eiser in de bezwaarfase heeft overgelegd leidt volgens verweerder niet tot een andere conclusie.<\/p>\n<p>Volgens eiser is [persoon A] goed in staat het pgb te beheren. Uit het verslag blijkt dat hij zich goed heeft ingelezen in het dossier, zijn administratie op orde is en hij in staat is de boekhouding te onderhouden. Ook is hij communicatief vaardig en kan hij duidelijk en direct communiceren met de zorgverlener. Dat [persoon A] niet op de hoogte is van de laatste regels omtrent het pgb-beheer maakt niet dat hij ongeschikt is. Verweerder had hem opnieuw de gelegenheid moeten bieden om zijn kennis en vaardigheid aan te tonen. Voorts voert eiser aan dat tijdens de bezwaarfase is voorgesteld een andere pgb-beheerder aan te stellen. Dit verzoek is door verweerder afgewezen, omdat het bezwaar is gericht op [persoon A]. Volgens eiser had verweerder in het kader van de volledige heroverweging rekening moeten houden met dit voorstel. Daar verweerder dat niet heeft gedaan is het besluit niet zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.<\/p>\n<p>De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet in redelijkheid heeft het standpunt heeft kunnen innemen dat eiser met behulp van [persoon A] niet voldoende in staat is te achten de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. De rechtbank stelt voorop dat de beoordelingsperiode in een geval als het onderhavige in beginsel loopt van de datum van de aanvraag tot de beslissing op bezwaar, in deze zaak dus van 28 oktober 2019 tot 16 december 2020. Uit artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) volgt dat verweerder het besluit waartegen het bezwaar zich richt volledig moet heroverwegen in bezwaar. Wanneer de heroverweging daar aanleiding toe geeft, herroept het bestuursorgaan het primaire besluit en neemt \u2013 voor zover nodig \u2013 in de plaats daarvan een nieuw besluit. Verweerder moet daarbij rekening houden met alle feiten en omstandigheden van dat moment. Naar het oordeel van de rechtbank is dit niet gebeurd. In het aanvullende bezwaarschrift van 1 mei 2020 heeft gemachtigde van eiser verzocht om [persoon A] tijdens een hoorzitting te horen, zodat de commissie een oordeel kan vellen over de kwaliteiten van [persoon A]. Gemachtigde heeft op 24 juni 2020 te kennen gegeven dat [persoon A] een pgb-cursus heeft gevolgd, waarmee hij kan bewijzen dat hij (inmiddels) zorgvuldig een pgb kan beheren. Per mail van 23 juli 2020 heeft gemachtigde gevraagd of verweerder nog aanvullende stukken wenst te ontvangen omtrent de cursus en (nogmaals) verzocht of [persoon A], al dan niet schriftelijk, kon worden gehoord. Noch uit de stukken, noch uit hetgeen ter zitting is ingebracht blijkt dat deze gelegenheid is geboden. Met eiser is de rechtbank van oordeel dat verweerder in het kader van de volledige heroverweging in bezwaar gehouden was deze gelegenheid te bieden. Door dat niet te doen heeft verweerder ook niet kunnen beoordelen of [persoon A] ten tijde van het bestreden besluit voldoende vaardig was om het pgb op verantwoorde wijze te beheren. De enkele omstandigheid dat [persoon A] een oud-werknemer zou zijn van de zorgaanbieder acht de rechtbank onvoldoende voor de conclusie dat [persoon A] niet in staat is het pgb te beheren. De rechtbank acht tevens van belang dat de gemachtigde van eiser in een mail van 18 september 2020 concreet een nieuwe pgb-beheerder heeft aangedragen. Ook dit is een omstandigheid die verweerder in het kader van de heroverweging had moeten meewegen. Verweerders reactie van 24 september 2020, dat als eiser een nieuwe pgb-beheerder wenst aan te dragen hij een nieuwe aanvraag moet indienen, volgt de rechtbank dan ook niet. Nu verweerder dit onderzoek niet heeft verricht, is het bestreden besluit niet zorgvuldig voorbereid en berust het niet op een deugdelijke (feitelijke) grondslag.<\/p>\n<p>Deze beroepsgrond slaagt.<\/p>\n<p>Heeft verweerder de aanvraag voor (zover deze ziet op) begeleiding groep terecht afgewezen?<\/p>\n<p>Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser niet in aanmerking komt voor de maatwerkvoorziening begeleiding groep, omdat uit het belastbaarheidsonderzoek volgt dat eiser, naast (individuele) begeleiding en behandeling, is gebaat bij een daginvulling in de vorm van werk. De dagbesteding die eiser van Relaunch ontvangt belemmert volgens verweerder het traject richting werk. Volgens verweerder ziet artikel 2.3.2, vierde lid, onderdeel f van de Wmo 2015 op de integrale werkwijze van gemeenten om de te verlenen ondersteuning zoveel mogelijk af te stemmen met partijen op gebied van onder andere zorg en werk. De afstemming met het re-integratietraject maakt dan ook onderdeel uit van (het onderzoek naar) de maatwerkvoorziening. Begeleiding groep is om die reden niet een passende maatwerkvoorziening voor eiser.<\/p>\n<p>Volgens eiser heeft verweerder niet deugdelijk gemotiveerd dat de maatwerkvoorziening begeleiding groep de mogelijkheid tot vinden van werk en het verkrijgen van goede behandeling mogelijk belemmert. De Werkzaak staat volledig achter de aanpak van Relaunch. Daarbij heeft verweerder eisers belangen niet meegewogen. Ook is onduidelijk of het onderzoek van verweerder volledig is, omdat verweerder andere informatie van de Werkzaak heeft ontvangen waarover verweerder eiser niet heeft ge\u00efnformeerd.<\/p>\n<p>De rechtbank is van oordeel dat verweerder de aanvraag begeleiding groep ten onrechte heeft afgewezen. Uit artikel 2.3.2, vierde lid, onder f, van de Wmo 2015 volgt dat het college de mogelijkheden moet onderzoeken om door middel van samenwerking met, voor zover hier van belang, partijen op het gebied van werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van de zelfredzaamheid en participatie. Uit artikel 2.3.5, vijfde lid, onder g, van de Wmo 2015 volgt dat de maatwerkvoorziening, voor zover daartoe aanleiding bestaat, is afgestemd op ondersteuning ingevolge de Participatiewet (Pw). Het college moet in dat kader komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening, waarbij de afstemming ook kan inhouden dat het college de aanvrager indien nodig verwijst naar de Pw. Verweerder betoogt dat vanuit de afstemmingsgedachte begeleiding groep in de situatie van eiser niet als passende maatwerkvoorziening kan worden aangemerkt, daar dit zijn re-integratietraject zou belemmeren. Omdat het hierbij juist gaat om afstemming van de beoogde maatwerkvoorziening met de voorziening op grond van de Pw had het op de weg van verweerder gelegen om te onderzoeken of naast het traject bij Werkzaak Rivierenland nog ruimte en nut bestond voor begeleiding groep vanuit de Wmo 2015 en aldus tot een afgewogen standpunt hierover te komen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder dit niet deugdelijk onderzocht waardoor zijn standpunt onvoldoende onderbouwd is. De rechtbank neemt in aanmerking dat eiser ter zitting heeft verklaard dat hij naast het traject bij Werkzaak Rivierenland voldoende tijd overhield voor begeleiding vanuit Relaunch. De intensiteit van het traject verschilde per maand, de ene maand had hij drie afspraken en de andere maand had hij er slechts \u00e9\u00e9n. Volgens eiser moest er daarnaast voldoende tijd overblijven voor het vinden van werk. Eiser is ook enige tijd vrijgesteld van de sollicitatieplicht. Dit is door verweerder niet betwist.<\/p>\n<p>Verweerder kon evenmin de aanvraag afwijzen omdat eiser zou zijn aangewezen op behandeling in de GGZ. In dat geval had het immers op de weg van verweerder gelegen om te onderbouwen wat die behandeling concreet inhield, wat daarvan het mogelijke resultaat zou kunnen zijn voor eiser en te motiveren hoe dit in verhouding stond met de maatwerkvoorziening begeleiding groep. Dat heeft verweerder niet gedaan.<\/p>\n<p>De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het traject bij Werkzaak Riviereland, dan wel behandeling in de GGZ in de weg staat van het toekennen van de maatwerkvoorziening begeleiding groep op grond van de Wmo 2015. Het bestreden besluit is niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand gekomen en daardoor ondeugdelijk gemotiveerd.<\/p>\n<p>Deze beroepsgrond slaagt.<\/p>\n<h3>Conclusie en gevolgen<\/h3>\n<p>Het beroep is gegrond en het bestreden besluit komt voor vernietiging wegens strijd met artikel 3:2 en artikel 7:12 van de Awb in aanmerking. De rechtbank kan de rechtsgevolgen van het bestreden besluit niet in stand laten of zelf in de zaak voorzien, omdat de rechtbank daarvoor onvoldoende informatie voorhanden heeft en verweerder nog nader onderzoek zal moeten doen. Verweerder dient dan ook, met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen, opnieuw te beslissen op het bezwaar.<\/p>\n<p>Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt.<\/p>\n<p>De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op \u20ac 1.518,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van \u20ac 759, &#8212; en een wegingsfactor 1).<\/p>\n<h3>Beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank:<\/p>\n<p>&#8212; verklaart het beroep gegrond;<\/p>\n<p>&#8212; vernietigt het bestreden besluit;<\/p>\n<p>&#8212; draagt verweerder op om binnen 6 weken een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;<\/p>\n<p>&#8212; gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht groot \u20ac 49,- aan hem vergoedt;<\/p>\n<p>&#8212; veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van \u20ac 1.518,-.<\/p>\n<p>Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Klein Egelink, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J. Vaessen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op<\/p>\n<p>griffier<\/p>\n<p>rechter<\/p>\n<p>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:<\/p>\n<h3>Bent u het niet eens met deze uitspraak?<\/h3>\n<p>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 26 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:224.<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:3035\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Volgens de hoofdregel van artikel 7:11 van de Awb moeten bij heroverweging in bezwaar alle feiten en omstandigheden van dat moment worden betrokken. College heeft dat nagelaten. College heeft ten onrechte niet onderzocht of voorgestelde dan wel een andere partij in staat zou zijn pgb te beheren voor eiser.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7864],"kji_chamber":[],"kji_year":[32183],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[8084,7867,7673,7866,7675],"kji_language":[7671],"class_list":["post-664864","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-gelderland","kji_year-32183","kji_subject-divers","kji_keyword-college","kji_keyword-gelderland","kji_keyword-heeft","kji_keyword-rbgel","kji_keyword-rechtbank","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.4 (Yoast SEO v27.4) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBGEL:2022:3035 Rechtbank Gelderland , 16-06-2022 \/ AWB-21_500 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20223035-rechtbank-gelderland-16-06-2022-awb-21_500\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBGEL:2022:3035 Rechtbank Gelderland , 16-06-2022 \/ AWB-21_500\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Volgens de hoofdregel van artikel 7:11 van de Awb moeten bij heroverweging in bezwaar alle feiten en omstandigheden van dat moment worden betrokken. College heeft dat nagelaten. College heeft ten onrechte niet onderzocht of voorgestelde dan wel een andere partij in staat zou zijn pgb te beheren voor eiser.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20223035-rechtbank-gelderland-16-06-2022-awb-21_500\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"11 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel20223035-rechtbank-gelderland-16-06-2022-awb-21_500\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel20223035-rechtbank-gelderland-16-06-2022-awb-21_500\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBGEL:2022:3035 Rechtbank Gelderland , 16-06-2022 \\\/ AWB-21_500 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-23T21:13:23+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel20223035-rechtbank-gelderland-16-06-2022-awb-21_500\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel20223035-rechtbank-gelderland-16-06-2022-awb-21_500\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlrbgel20223035-rechtbank-gelderland-16-06-2022-awb-21_500\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBGEL:2022:3035 Rechtbank Gelderland , 16-06-2022 \\\/ AWB-21_500\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBGEL:2022:3035 Rechtbank Gelderland , 16-06-2022 \/ AWB-21_500 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20223035-rechtbank-gelderland-16-06-2022-awb-21_500\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBGEL:2022:3035 Rechtbank Gelderland , 16-06-2022 \/ AWB-21_500","og_description":"Volgens de hoofdregel van artikel 7:11 van de Awb moeten bij heroverweging in bezwaar alle feiten en omstandigheden van dat moment worden betrokken. College heeft dat nagelaten. College heeft ten onrechte niet onderzocht of voorgestelde dan wel een andere partij in staat zou zijn pgb te beheren voor eiser.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20223035-rechtbank-gelderland-16-06-2022-awb-21_500\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"11 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20223035-rechtbank-gelderland-16-06-2022-awb-21_500\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20223035-rechtbank-gelderland-16-06-2022-awb-21_500\/","name":"ECLI:NL:RBGEL:2022:3035 Rechtbank Gelderland , 16-06-2022 \/ AWB-21_500 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-23T21:13:23+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20223035-rechtbank-gelderland-16-06-2022-awb-21_500\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20223035-rechtbank-gelderland-16-06-2022-awb-21_500\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlrbgel20223035-rechtbank-gelderland-16-06-2022-awb-21_500\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBGEL:2022:3035 Rechtbank Gelderland , 16-06-2022 \/ AWB-21_500"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/664864","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=664864"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=664864"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=664864"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=664864"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=664864"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=664864"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=664864"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=664864"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}