{"id":674955,"date":"2026-04-24T20:28:00","date_gmt":"2026-04-24T18:28:00","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlhr20251213-hoge-raad-02-09-2025-23-00834-2\/"},"modified":"2026-04-24T20:28:00","modified_gmt":"2026-04-24T18:28:00","slug":"eclinlhr20251213-hoge-raad-02-09-2025-23-00834-2","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr20251213-hoge-raad-02-09-2025-23-00834-2\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:HR:2025:1213 Hoge Raad , 02-09-2025 \/ 23\/00834"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. hennepteelt (art. 3.B Opiumwet) en diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr). Kon hof in volmacht tot het instellen van hoger beroep geen grief a.b.i. art. 410.1 Sv lezen?<\/p>\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> O.g.v. art. 410.1 Sv moet appelschriftuur de grieven tegen vonnis in eerste aanleg bevatten. Ook volmacht tot het instellen van h.b. kan dergelijke grieven bevatten. Onder \u201cgrieven\u201d kunnen zowel bezwaren direct gericht tegen oordeel van rechter in e.a. als andersoortige gronden voor het instellen van beroep vallen. Dit geldt ook voor de in art. 416.1 en 416.2 Sv genoemde mondelinge \u201cbezwaren tegen vonnis\u201d (vgl. HR:2019:251). Aan formulering van grieven (die ook door verdachte zelf kunnen worden ingediend) worden geen hoge eisen gesteld (vgl. HR:2014:1496). Wel moeten opgegeven grieven of mondelinge bezwaren voldoende duidelijk maken wat inzet van h.b. is. Hof heeft toepassing gegeven aan art. 416.2 Sv. Hof heeft in dat verband kennelijk geoordeeld dat in de door raadsvrouw ingediende volmacht tot het instellen van h.b. opgenomen zin dat verdachte \u201chet niet eens is met veroordeling in zaak met parketnummer 13-207596-19\u201d niet kan worden opgevat als grief a.b.i. art. 410 Sv. Dat oordeel getuigt, gelet op wat hiervoor is overwogen over eisen waaraan grieven moeten voldoen, niet van onjuiste rechtsopvatting en is ook niet onbegrijpelijk.<\/p>\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Volgt verwerping. Samenhang met 23\/00834 P.<\/p>\n<p>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN<\/p>\n<p>STRAFKAMER<\/p>\n<p>Nummer 23\/00834<\/p>\n<p>Datum 2 september 2025<\/p>\n<p>ARREST<\/p>\n<p>op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 16 februari 2023, nummer 23-002750-22, in de strafzaak<\/p>\n<p>tegen<\/p>\n<p>[verdachte] ,<\/p>\n<p>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,<\/p>\n<p>hierna: de verdachte.<\/p>\n<h3>1Procesverloop in cassatie<\/h3>\n<p>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat B.G.M.C. Peters bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.<\/p>\n<p>De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.<\/p>\n<h3>2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel<\/h3>\n<p>Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het namens de verdachte ingestelde hoger beroep. Het voert daartoe aan dat het hof ten onrechte niet in de volmacht tot het instellen van hoger beroep een grief als bedoeld in artikel 410 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) heeft gelezen.<\/p>\n<p>Het hof heeft het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en heeft daartoe overwogen:<\/p>\n<p>\u201cDoor of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Evenmin zijn mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Om die reden wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.\u201d<\/p>\n<p>Bij de stukken bevinden zich:<\/p>\n<p>&#8212; een \u2018Volmacht voor en verzoek tot instellen hoger beroep\u2019 die onder meer inhoudt:<\/p>\n<p>\u201cDaartoe bepaaldelijk door cli\u00ebnt gevolmachtigd, geef ik hierbij een schriftelijke bijzondere volmacht aan u, griffiemedewerker, om namens cli\u00ebnt hoger beroep in te stellen omdat hij het niet eens is met veroordeling in de zaak met het parketnummer 13-207596-19<\/p>\n<p>(&#8230;)<\/p>\n<p>Hoogachtend,<\/p>\n<p>(handtekening)<\/p>\n<p>B.G.M.C. Peters<\/p>\n<p>(advocaat).\u201d<\/p>\n<p>&#8212; een \u2018Dagvaarding van verdachte in hoger beroep (Kopie raadsman)\u2019 waarop staat vermeld:<\/p>\n<p>\u201cUw cli\u00ebnt is gedagvaard om te verschijnen op een ROLZITTING van het hof omdat door of namens uw cli\u00ebnt hoger beroep is ingesteld tegen een uitspraak van de kantonrechter\/politierechter\/meervoudige kamer van de rechtbank. Omdat geen grieven zijn opgegeven tegen het vonnis waartegen hoger beroep is ingesteld zal de zaak van uw cli\u00ebnt op de in de dagvaarding aangegeven datum en tijdstip worden behandeld op een zogenoemde ROLZITTING. Deze zitting is bedoeld om u en\/of uw cli\u00ebnt in de gelegenheid te stellen de bezwaren tegen het vonnis op te geven, waarna de behandeling van de strafzaak direct zal worden aangehouden tot een nadere datum waarop de strafzaak inhoudelijk behandeld zal worden. Tijdens de behandeling bestaat niet de mogelijkheid om inhoudelijk op de strafzaak in te gaan of om onderzoekswensen op te geven. U en\/of uw cli\u00ebnt zijn immers reeds in de gelegenheid gesteld om onderzoekwensen op te geven van welke mogelijkheid geen gebruik is gemaakt. De behandeling is uitsluitend bedoeld om te inventariseren of en zo ja, wat de bezwaren zijn tegen het vonnis waartegen door of namens uw cli\u00ebnt hoger beroep is ingesteld. Indien u of uw cli\u00ebnt niet verschijnt en ook niet voorafgaand aan de zitting of tijdens de zitting bezwaren zijn opgegeven tegen het vonnis waartegen hoger beroep is ingesteld, dan dient u er rekening mee te houden dat het hof uw cli\u00ebnt, conform artikel 416 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering, niet ontvankelijk verklaart in het door of namens uw cli\u00ebnt ingestelde hoger beroep. Indien u voorafgaand aan de zitting uw bezwaren opgeeft en er voor kiest om niet ter zitting te verschijnen, is het verzoek om tevens uw verhinderdata op te geven, opdat de strafzaak kan worden aangehouden tot een nadere datum. Opgave van verhinderdata vanaf 4 weken tot 21 weken na de datum van de ROLZITTING is afdoende.\u201d<\/p>\n<p>Het onderschrift bij de dagvaarding voor de rolzitting, zoals weergegeven onder 2.2.2, houdt onder meer in dat het hof ervan uitgaat dat \u201cgeen grieven zijn opgegeven tegen het vonnis waartegen hoger beroep is ingesteld\u201d en dat aan de verdediging de mogelijkheid wordt geboden alsnog schriftelijk voorafgaand aan de rolzitting of mondeling op die rolzitting bezwaren op te geven. Door of namens de verdachte is daarvan geen gebruik gemaakt.<\/p>\n<p>De volgende bepalingen zijn van belang:<\/p>\n<p>&#8212; artikel 410 lid 1 Sv:<\/p>\n<p>\u201c1. De officier van justitie dient binnen veertien dagen na het instellen van hoger beroep een schriftuur, houdende grieven, in op de griffie van het gerecht dat het vonnis heeft gewezen. De verdachte kan aldaar binnen veertien dagen na de instelling van het hoger beroep een schriftuur, houdende grieven, indienen. (&#8230;)\u201d<\/p>\n<p>&#8212; artikel 416 leden 1 en 2 Sv:<\/p>\n<p>\u201c1. (&#8230;) Na de voordracht van de advocaat-generaal wordt de verdachte die hoger beroep heeft ingesteld, in de gelegenheid gesteld zijn bezwaren tegen het vonnis op te geven.<\/p>\n<p>2. Indien de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis opgeeft, kan het door de verdachte ingestelde hoger beroep zonder onderzoek van de zaak zelf niet-ontvankelijk worden verklaard.\u201d<\/p>\n<p>Op grond van artikel 410 lid 1 Sv moet een appelschriftuur de grieven tegen het vonnis in eerste aanleg bevatten. Ook een volmacht tot het instellen van het hoger beroep kan dergelijke grieven bevatten. Onder \u2018grieven\u2019 kunnen zowel bezwaren direct gericht tegen het oordeel van de rechter in eerste aanleg als andersoortige gronden voor het instellen van het beroep vallen. Dit geldt ook voor de in artikel 416 leden 1 en 2 Sv genoemde mondelinge \u2018bezwaren tegen het vonnis\u2019. (Vgl. HR 19 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:251.) Aan de formulering van de grieven &#8212; die ook door de verdachte zelf kunnen worden ingediend &#8212; worden geen hoge eisen gesteld (vgl. HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1496, rechtsoverweging 2.40). Wel moeten de opgegeven grieven of mondelinge bezwaren voldoende duidelijk maken wat de inzet van het hoger beroep is.<\/p>\n<p>Het hof heeft toepassing gegeven aan artikel 416 lid 2 Sv. Het hof heeft in dat verband kennelijk geoordeeld dat de in de door de raadsvrouw van de verdachte ingediende volmacht tot het instellen van het hoger beroep opgenomen zin dat de verdachte \u201chet niet eens is met veroordeling in de zaak met het parketnummer 13-207596-19\u201d niet kan worden opgevat als grief als bedoeld in artikel 410 Sv. Dat oordeel getuigt, gelet op wat onder 2.4 is overwogen over de eisen waaraan grieven moeten voldoen, niet van een onjuiste rechtsopvatting en is ook niet onbegrijpelijk.<\/p>\n<p>Het cassatiemiddel faalt.<\/p>\n<h3>3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel<\/h3>\n<p>De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).<\/p>\n<h3>4Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof<\/h3>\n<p>De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden.<\/p>\n<p>De klacht tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van de verdachte in het ingestelde hoger beroep leidt niet tot cassatie. De Hoge Raad acht ook geen grond aanwezig waarop dat oordeel ambtshalve zou moeten worden vernietigd. Daarom moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat het hof de verdachte terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in het namens hem ingestelde hoger beroep, zodat het vonnis in eerste aanleg onherroepelijk is geworden. Bij deze stand van zaken kan de omstandigheid dat de Hoge Raad uitspraak doet nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep, niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof.<\/p>\n<h3>5Beslissing<\/h3>\n<p>De Hoge Raad verwerpt het beroep.<\/p>\n<p>Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 september 2025.<\/p>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1213\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. hennepteelt (art. 3.B Opiumwet) en diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr). Kon hof in volmacht tot het instellen van hoger beroep geen grief a.b.i. art. 410.1 Sv lezen? O.g.v. art. 410.1 Sv moet appelschriftuur de grieven tegen vonnis in eerste aanleg bevatten. Ook volmacht tot het instellen van h.b. kan dergelijke grieven bevatten. &#8230;<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7834],"kji_chamber":[],"kji_year":[8463],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[8094,8286,14647,8180,8129],"kji_language":[7671],"class_list":["post-674955","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-hoge-raad","kji_year-8463","kji_subject-divers","kji_keyword-diefstal","kji_keyword-elektriciteit","kji_keyword-hennepteelt","kji_keyword-opiumwet","kji_keyword-veroordeling","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:HR:2025:1213 Hoge Raad , 02-09-2025 \/ 23\/00834 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr20251213-hoge-raad-02-09-2025-23-00834-2\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:HR:2025:1213 Hoge Raad , 02-09-2025 \/ 23\/00834\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. hennepteelt (art. 3.B Opiumwet) en diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr). Kon hof in volmacht tot het instellen van hoger beroep geen grief a.b.i. art. 410.1 Sv lezen? O.g.v. art. 410.1 Sv moet appelschriftuur de grieven tegen vonnis in eerste aanleg bevatten. Ook volmacht tot het instellen van h.b. kan dergelijke grieven bevatten. ...\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr20251213-hoge-raad-02-09-2025-23-00834-2\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"8 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr20251213-hoge-raad-02-09-2025-23-00834-2\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr20251213-hoge-raad-02-09-2025-23-00834-2\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:HR:2025:1213 Hoge Raad , 02-09-2025 \\\/ 23\\\/00834 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-24T18:28:00+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr20251213-hoge-raad-02-09-2025-23-00834-2\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr20251213-hoge-raad-02-09-2025-23-00834-2\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr20251213-hoge-raad-02-09-2025-23-00834-2\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:HR:2025:1213 Hoge Raad , 02-09-2025 \\\/ 23\\\/00834\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:HR:2025:1213 Hoge Raad , 02-09-2025 \/ 23\/00834 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr20251213-hoge-raad-02-09-2025-23-00834-2\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:HR:2025:1213 Hoge Raad , 02-09-2025 \/ 23\/00834","og_description":"Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. hennepteelt (art. 3.B Opiumwet) en diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr). Kon hof in volmacht tot het instellen van hoger beroep geen grief a.b.i. art. 410.1 Sv lezen? O.g.v. art. 410.1 Sv moet appelschriftuur de grieven tegen vonnis in eerste aanleg bevatten. Ook volmacht tot het instellen van h.b. kan dergelijke grieven bevatten. ...","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr20251213-hoge-raad-02-09-2025-23-00834-2\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"8 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr20251213-hoge-raad-02-09-2025-23-00834-2\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr20251213-hoge-raad-02-09-2025-23-00834-2\/","name":"ECLI:NL:HR:2025:1213 Hoge Raad , 02-09-2025 \/ 23\/00834 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-24T18:28:00+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr20251213-hoge-raad-02-09-2025-23-00834-2\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr20251213-hoge-raad-02-09-2025-23-00834-2\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr20251213-hoge-raad-02-09-2025-23-00834-2\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:HR:2025:1213 Hoge Raad , 02-09-2025 \/ 23\/00834"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/674955","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=674955"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=674955"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=674955"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=674955"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=674955"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=674955"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=674955"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=674955"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}