{"id":710480,"date":"2026-04-27T21:12:16","date_gmt":"2026-04-27T19:12:16","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlhr2021169-hoge-raad-05-02-2021-19-01068\/"},"modified":"2026-04-27T21:12:16","modified_gmt":"2026-04-27T19:12:16","slug":"eclinlhr2021169-hoge-raad-05-02-2021-19-01068","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr2021169-hoge-raad-05-02-2021-19-01068\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:HR:2021:169 Hoge Raad , 05-02-2021 \/ 19\/01068"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Accijns; art. 51, lid 1, aanhef en letter b, Wet op de accijns; art. 8, lid 1, letter b, Richtlijn 2008\/118\/EG; betrokken zijn bij het voorhanden hebben van accijnsgoederen die zich niet onder een schorsingsregeling bevinden en waarvan niet eerder accijns is geheven; uitleg van het begrip betrokken.<\/p>\n<p>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN<\/p>\n<p>BELASTINGKAMER<\/p>\n<p>Nummer 19\/01068<\/p>\n<p>Datum 5 februari 2021<\/p>\n<p>ARREST<\/p>\n<p>in de zaak van<\/p>\n<p>[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)<\/p>\n<p>tegen<\/p>\n<p>de STAATSSECRETARIS VAN FINANCI\u00cbN<\/p>\n<p>op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof &#039;s-Hertogenbosch van 18 januari 2019, nr. 17\/00554, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 16\/3345) betreffende een aan belanghebbende over de periode 1 april 2010 tot en met 5 april 2013 opgelegde naheffingsaanslag in de accijns en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.<\/p>\n<h3>1Geding in cassatie<\/h3>\n<p>Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.<\/p>\n<p>De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.<\/p>\n<p>De Advocaat-Generaal C.M. Ettema heeft op 31 januari 2020 geconcludeerd tot het stellen van prejudici\u00eble vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.<\/p>\n<h3>2Uitgangspunten in cassatie<\/h3>\n<p>In de periode van 1 april 2010 tot en met 5 april 2013 heeft in Nederland fraude plaatsgevonden met accijnsvrije minerale oli\u00ebn (benzine, gasolie en dieselolie). De fraude bestond uit het verzamelen van minerale oli\u00ebn bij schippers van binnenvaarttankers die deze oli\u00ebn voor vervoer accijnsvrij onder zich hadden, en het verkopen aan derden van die oli\u00ebn met gebruikmaking van valse facturen, zonder dat ter zake van die minerale oli\u00ebn de volgens de Wet op de accijns (tekst vanaf 1 april 2010; hierna: de Wet) verschuldigd geworden accijns was voldaan.<\/p>\n<p>De hiervoor in 2.1 omschreven fraude werd gepleegd door een groep personen, waartoe [A] (hierna: [A] ) behoorde. Het was deze groep die de minerale oli\u00ebn als hiervoor in 2.1 beschreven, verzamelde, voorhanden had, verhandelde en afleverde aan derden. Op verzoek van [A] heeft belanghebbende ondernemingen ter beschikking gesteld ten behoeve van de handel in de minerale oli\u00ebn die [A] en de zijnen voorhanden hadden. Voor de verkochte minerale oli\u00ebn werden facturen opgesteld op naam van de besloten vennootschap waarvan volgens het handelsregister van de Kamer van Koophandel belanghebbende bestuurder en enig aandeelhouder was, dan wel op naam van een eenmanszaak die belanghebbende volgens datzelfde handelsregister voerde. Nadat de op de factuur vermelde koopsom was betaald op de op die factuur vermelde bankrekening ten name van de desbetreffende onderneming van belanghebbende, nam belanghebbende het gestorte geldbedrag contant op en droeg dit af aan [A] . In de betrokken periode heeft belanghebbende ook eigenhandig een aantal verkoopfacturen opgesteld op naam van een van zijn ondernemingen. Na ontvangst van de daarop vermelde koopsommen heeft hij deze gelden contant opgenomen en afgegeven aan [A] .<br \/>\nBelanghebbende ontving van [A] voor deze werkzaamheden per factuur een vergoeding.<\/p>\n<p>Naar aanleiding van het door het openbaar ministerie aan de Inspecteur vrijgegeven proces-verbaal met bevindingen van het strafrechtelijk onderzoek naar de hiervoor in 2.1 bedoelde fraude met minerale oli\u00ebn, heeft de Inspecteur zich op het standpunt gesteld dat voor die minerale oli\u00ebn accijns verschuldigd is geworden ter zake van uitslag tot verbruik als bedoeld in artikel 1 van de Wet in samenhang gelezen met artikel 2, lid 1, aanhef en letter b, van de Wet, dat wil zeggen ter zake van het voorhanden hebben van die minerale oli\u00ebn buiten een accijnsschorsingsregeling terwijl over die oli\u00ebn geen accijns is geheven overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van het gemeenschapsrecht en de nationale wetgeving.<\/p>\n<p>De hiervoor in 2.3.1 bedoelde accijns heeft de Inspecteur nageheven van belanghebbende. Belanghebbende is volgens de Inspecteur een persoon die bij deze belastbare feiten betrokken is geweest in de zin van artikel 51, lid 1, aanhef en letter b, van de Wet. De Inspecteur heeft belanghebbende daarom als belastingplichtige aangemerkt.<\/p>\n<p>Voor het Hof was in geschil of de Inspecteur belanghebbende terecht heeft aangemerkt als belastingplichtige wegens betrokkenheid in de zin van artikel 51, lid 1, aanhef en letter b, van de Wet bij het voorhanden hebben van de hiervoor in 2.1 bedoelde minerale oli\u00ebn.<\/p>\n<p>Het Hof heeft vooropgesteld dat artikel 51, lid 1, aanhef en letter b, van de Wet de implementatie vormt van artikel 8, lid 1, aanhef en letter b, van de Accijnsrichtlijn en dat het begrip \u2018betrokken zijn bij het voorhanden hebben\u2019 niet in de Accijnsrichtlijn is uitgewerkt noch in de Wet.<\/p>\n<p>Het Hof heeft dit begrip naar het spraakgebruik uitgelegd en daarbij onder \u2018betrokken zijn\u2019 verstaan \u201cin iets gemoeid zijn\u201d dan wel \u201cergens mee te maken hebbend\u201d. Naar het oordeel van het Hof vallen bij deze uitleg van artikel 51, lid 1, aanhef en letter b, van de Wet ook de hiervoor in 2.2 omschreven handelingen van belanghebbende onder het begrip \u2018betrokken zijn bij het voorhanden hebben\u2019 als bedoeld in die bepaling. Het maakt naar het oordeel van het Hof niet uit dat de betrokkenheid van belanghebbende niet het feitelijke logistieke proces betrof, zoals bijvoorbeeld het vervoer en\/of de opslag van de accijnsgoederen. Ook de administratieve en financi\u00eble afwikkeling van het proces van het voorhanden hebben in de zin van artikel 7, lid 2, aanhef en letter b, van de Accijnsrichtlijn zijn volgens het Hof handelingen die onder artikel 8, lid 1, aanhef en letter b, van de Accijnsrichtlijn worden begrepen. Belanghebbende heeft [A] en de zijnen gefaciliteerd door het ter beschikking stellen van ondernemingen, het opmaken en ondertekenen van facturen en het innen van gelden ten behoeve van de handel in de minerale oli\u00ebn die [A] en de zijnen voorhanden hadden. Op deze wijze heeft belanghebbende faciliteiten verleend waardoor die handel, en dus ook het voorhanden hebben, mogelijk werd gemaakt, aldus het Hof.<\/p>\n<h3>3Beoordeling van het middel<\/h3>\n<p>Het middel is gericht tegen de hiervoor in 2.4.3 weergegeven oordelen van het Hof. Het middel betoogt dat het Hof het begrip \u2018betrokken zijn bij het voorhanden hebben\u2019 te ruim heeft uitgelegd door de bedoelde betrokkenheid niet te beperken tot handelingen die gericht zijn op het voorhanden krijgen en hebben van de accijnsgoederen. Handelingen als door belanghebbende in dit geval verricht, staan naar hun aard in een te ver verwijderd verband met enig voorhanden hebben. Bovendien vinden die handelingen pas plaats nadat de accijnsgoederen zijn verkocht en afgeleverd aan afnemers. Belanghebbende wist niet van wie, waar en wanneer de accijnsgoederen zijn verworven. Ook de verkoop van de accijnsgoederen verliep buiten hem om, aldus nog steeds het middel.<\/p>\n<p>Onder \u2018betrokken zijn\u2019 bij het voorhanden hebben van accijnsgoederen waarover geen accijns is geheven (als bedoeld in artikel 51, lid 1, aanhef en letter b, van de Wet en artikel 8, lid 1, aanhef en letter b, van de Accijnsrichtlijn), moet worden begrepen het verhandelen van dergelijke accijnsgoederen ten behoeve van degene die de goederen voorhanden heeft. Tot dat verhandelen moet worden gerekend het in opdracht van diegene optreden als doorgeefluik van de koopsommen voor de desbetreffende accijnsgoederen, door die koopsommen met gebruikmaking van valse facturen op een eigen bankrekening te ontvangen en vervolgens aan de opdrachtgever af te geven. Dat bij het verstrekken van dergelijke opdrachten niet erbij wordt verteld op welke verkoop en op welke accijnsgoederen de koopsom specifiek betrekking heeft, zoals het middel kennelijk wil betogen, doet aan het op die grond verschuldigd zijn van de accijns niet af.<\/p>\n<p>Gelet op hetgeen hiervoor in 3.2 is overwogen, faalt het middel.<\/p>\n<h3>4Proceskosten<\/h3>\n<p>De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.<\/p>\n<h3>5Beslissing<\/h3>\n<p>De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.<\/p>\n<p>Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, P.M.F. van Loon, E.F. Faase en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2021.<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>ECLI:NL:PHR:2020:101.<\/li>\n<li>Richtlijn 2008\/118\/EG van de Raad van 16 december 2008 houdende een algemene regeling inzake accijns en houdende intrekking van Richtlijn 92\/12\/EEG, Pb 2009, L 9, blz. 12.<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:169\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Accijns; art. 51, lid 1, aanhef en letter b, Wet op de accijns; art. 8, lid 1, letter b, Richtlijn 2008\/118\/EG; betrokken zijn bij het voorhanden hebben van accijnsgoederen die zich niet onder een schorsingsregeling bevinden en waarvan niet eerder accijns is geheven; uitleg van het begrip betrokken.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7834],"kji_chamber":[],"kji_year":[36297],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[17547,15062,7853],"kji_language":[7671],"class_list":["post-710480","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-hoge-raad","kji_year-36297","kji_subject-divers","kji_keyword-accijns","kji_keyword-betrokken","kji_keyword-letter","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:HR:2021:169 Hoge Raad , 05-02-2021 \/ 19\/01068 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr2021169-hoge-raad-05-02-2021-19-01068\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"ru_RU\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:HR:2021:169 Hoge Raad , 05-02-2021 \/ 19\/01068\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Accijns; art. 51, lid 1, aanhef en letter b, Wet op de accijns; art. 8, lid 1, letter b, Richtlijn 2008\/118\/EG; betrokken zijn bij het voorhanden hebben van accijnsgoederen die zich niet onder een schorsingsregeling bevinden en waarvan niet eerder accijns is geheven; uitleg van het begrip betrokken.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr2021169-hoge-raad-05-02-2021-19-01068\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"7 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr2021169-hoge-raad-05-02-2021-19-01068\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr2021169-hoge-raad-05-02-2021-19-01068\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:HR:2021:169 Hoge Raad , 05-02-2021 \\\/ 19\\\/01068 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-27T19:12:16+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr2021169-hoge-raad-05-02-2021-19-01068\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr2021169-hoge-raad-05-02-2021-19-01068\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr2021169-hoge-raad-05-02-2021-19-01068\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:HR:2021:169 Hoge Raad , 05-02-2021 \\\/ 19\\\/01068\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"ru-RU\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"ru-RU\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/ru\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:HR:2021:169 Hoge Raad , 05-02-2021 \/ 19\/01068 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr2021169-hoge-raad-05-02-2021-19-01068\/","og_locale":"ru_RU","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:HR:2021:169 Hoge Raad , 05-02-2021 \/ 19\/01068","og_description":"Accijns; art. 51, lid 1, aanhef en letter b, Wet op de accijns; art. 8, lid 1, letter b, Richtlijn 2008\/118\/EG; betrokken zijn bij het voorhanden hebben van accijnsgoederen die zich niet onder een schorsingsregeling bevinden en waarvan niet eerder accijns is geheven; uitleg van het begrip betrokken.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr2021169-hoge-raad-05-02-2021-19-01068\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u041f\u0440\u0438\u043c\u0435\u0440\u043d\u043e\u0435 \u0432\u0440\u0435\u043c\u044f \u0434\u043b\u044f \u0447\u0442\u0435\u043d\u0438\u044f":"7 \u043c\u0438\u043d\u0443\u0442"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr2021169-hoge-raad-05-02-2021-19-01068\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr2021169-hoge-raad-05-02-2021-19-01068\/","name":"ECLI:NL:HR:2021:169 Hoge Raad , 05-02-2021 \/ 19\/01068 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website"},"datePublished":"2026-04-27T19:12:16+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr2021169-hoge-raad-05-02-2021-19-01068\/#breadcrumb"},"inLanguage":"ru-RU","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr2021169-hoge-raad-05-02-2021-19-01068\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/eclinlhr2021169-hoge-raad-05-02-2021-19-01068\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/avocats-en-droit-penal-a-paris-conseil-et-defense-strategique\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:HR:2021:169 Hoge Raad , 05-02-2021 \/ 19\/01068"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"ru-RU"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"ru-RU","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/710480","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=710480"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=710480"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=710480"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=710480"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=710480"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=710480"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=710480"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/ru\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=710480"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}