{"id":561455,"date":"2026-04-14T22:08:33","date_gmt":"2026-04-14T20:08:33","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlhr2026590-hoge-raad-10-04-2026-24-04636\/"},"modified":"2026-04-14T22:08:33","modified_gmt":"2026-04-14T20:08:33","slug":"eclinlhr2026590-hoge-raad-10-04-2026-24-04636","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/jurisprudences\/eclinlhr2026590-hoge-raad-10-04-2026-24-04636\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:HR:2026:590 Hoge Raad , 10-04-2026 \/ 24\/04636"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Procesrecht; verkeerde procespartij veroordeeld tot het vergoeden van immateri\u00eble schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.<\/p>\n<p>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN<\/p>\n<p>BELASTINGKAMER<\/p>\n<p>Nummer 24\/04636<\/p>\n<p>Datum 10 april 2026<\/p>\n<p>ARREST<\/p>\n<p>in de zaak van<\/p>\n<p>[X] B.V. (hierna: belanghebbende)<\/p>\n<p>tegen<\/p>\n<p>de STAATSSECRETARIS VAN FINANCI\u00cbN<\/p>\n<p>de STAAT (de MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID)<\/p>\n<p>op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 28 november 2024, nr. BK-23\/841, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (SGR 21\/8167), betreffende een aan belanghebbende toegekende vergoeding van immateri\u00eble schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg.<\/p>\n<h3>1Geding in cassatie<\/h3>\n<p>Het Hof heeft het bericht van belanghebbende waarbij zij het Hof verzoekt om rectificatie van de ten aanzien van haar gedane uitspraak van het Hof van 28 november 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:2334, op de voet van artikel 6:15, lid 1, Awb doorgezonden naar de Hoge Raad. Aangezien belanghebbende in dat geschrift klaagt over de door het Hof gegeven beslissing met betrekking tot de aan haar toegekende vergoeding van immateri\u00eble schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in het hoger beroep, heeft de Hoge Raad dit geschrift aangemerkt als een beroepschrift in cassatie. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.<\/p>\n<p>Zowel de Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P1], als de Staat, vertegenwoordigd door [P2], heeft een verweerschrift ingediend.<\/p>\n<h3>2Beoordeling van de klacht<\/h3>\n<p>De Rechtbank heeft bij uitspraak van 9 augustus 2023 het door belanghebbende ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek van belanghebbende om vergoeding van immateri\u00eble schade wegens het overschrijden van de redelijke termijn van twee jaar die geldt voor de berechting van de zaak in eerste aanleg, afgewezen.<\/p>\n<p>Voor het Hof was in geschil of de Rechtbank terecht heeft beslist dat belanghebbende geen recht heeft op een vergoeding van immateri\u00eble schade. Het Hof heeft het daartoe gedane verzoek van belanghebbende opnieuw beoordeeld, ervan uitgaande dat als regel heeft te gelden dat de bezwaarfase onredelijk lang heeft geduurd voor zover de duur daarvan zes maanden overschrijdt, en de beroepsfase voor zover zij meer dan achttien maanden in beslag neemt.<\/p>\n<p>Het Hof heeft volgens zijn uitspraak vastgesteld dat het bezwaarschrift door de Inspecteur is ontvangen op 10 juni 2021, dat de Inspecteur op 9 november 2022 uitspraak op bezwaar heeft gedaan en dat de Rechtbank op 9 augustus 2023 uitspraak heeft gedaan.<br \/>\nVervolgens heeft het Hof geoordeeld dat de overschrijding van de redelijke termijn voor de fase van eerste aanleg volledig is toe te rekenen aan de bezwaarfase. Daarom heeft het Hof de Inspecteur veroordeeld tot een vergoeding van immateri\u00eble schade, vastgesteld op \u20ac 500. Het Hof heeft het hoger beroep in zoverre gegrond verklaard. Het heeft verder de Inspecteur veroordeeld in de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand die belanghebbende voor het beroep en het hoger beroep heeft gemaakt, en de Inspecteur opgedragen het door belanghebbende voor het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.<\/p>\n<p>De klacht is gericht tegen de hiervoor in 2.3 weergegeven oordelen van het Hof. Aangevoerd wordt dat de Inspecteur \u2013 anders dan het Hof heeft vastgesteld \u2013 de uitspraak op bezwaar al op 9 november 2021 heeft gedaan en dat het Hof de Inspecteur daarom ten onrechte heeft veroordeeld tot vergoeding van immateri\u00eble schade wegens overschrijding van de redelijke termijn die geldt voor de fase van eerste aanleg. Die overschrijding van de redelijke termijn moet volgens de klacht geheel aan de Rechtbank worden toegerekend. Dat brengt mee dat het Hof de Staat had moeten veroordelen tot vergoeding van immateri\u00eble schade, de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand die belanghebbende voor het beroep en het hoger beroep heeft gemaakt, en de door belanghebbende betaalde griffierechten, aldus de klacht.<\/p>\n<p>Vooropgesteld wordt dat het verzoek niet een kennelijke fout in de uitspraak van het Hof betreft die zich leent voor eenvoudig herstel (vergelijk artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Bij lezing van de uitspraak van het Hof is het voor partijen en derden niet direct duidelijk dat een fout is gemaakt en waaruit die fout bestaat.<br \/>\nUit de tot de stukken van het geding behorende uitspraak op bezwaar blijkt dat de Inspecteur die uitspraak heeft gedaan op 9 november 2021. Dat betekent dat de Inspecteur uitspraak op bezwaar heeft gedaan binnen zes maanden na het indienen van het bezwaarschrift. Daarom moet de overschrijding van de redelijke termijn in de fase van eerste aanleg geheel worden toegerekend aan de Rechtbank. De klacht voert dus terecht aan dat het Hof niet de Inspecteur maar de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) had moeten veroordelen tot vergoeding van immateri\u00eble schade wegens overschrijding van de redelijke termijn die geldt voor de fase van beroep.<\/p>\n<p>Gelet op hetgeen hiervoor in 2.5.1 is overwogen, kan de uitspraak van het Hof niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.<br \/>\nDe Staat zal worden veroordeeld tot een vergoeding van de immateri\u00eble schade van \u20ac 500 wegens overschrijding van de redelijke termijn die geldt voor de fase van beroep. Ook zal de Staat worden veroordeeld tot het vergoeden van de hiervoor in 2.3 bedoelde kosten.<\/p>\n<h3>3Proceskosten<\/h3>\n<p>De Staat zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.<\/p>\n<h3>4Beslissing<\/h3>\n<p>De Hoge Raad:<\/p>\n<p>&#8211; verklaart het beroep in cassatie gegrond,<\/p>\n<p>&#8211; vernietigt de uitspraak van het Hof maar alleen voor zover de Inspecteur is veroordeeld tot een vergoeding van immateri\u00eble schade van \u20ac 500 en vergoeding van de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van in totaal \u20ac 875, en voor zover de Inspecteur is opgedragen de door belanghebbende bij de Rechtbank en het Hof betaalde griffierechten, in totaal \u20ac 908, te vergoeden,<\/p>\n<p>&#8211; veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van immateri\u00eble schade van \u20ac 500 wegens overschrijding van de redelijke termijn voor de fase van beroep,<\/p>\n<p>&#8211; veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) in de kosten van belanghebbende van het geding voor het Hof, vastgesteld op \u20ac 437,50 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en in de kosten van het geding voor de Rechtbank, vastgesteld op \u20ac 437,50 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand,<\/p>\n<p>&#8211; draagt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) op aan belanghebbende te vergoeden het bij het Hof betaalde griffierecht ter zake van de behandeling van de zaak voor het Hof van \u20ac 548 en het bij de Rechtbank betaalde griffierecht ter zake van de behandeling van de zaak voor de Rechtbank van \u20ac 360,<\/p>\n<p>&#8211; draagt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) op aan belanghebbende te vergoeden het griffierecht dat belanghebbende voor de behandeling van het beroep in cassatie heeft betaald van \u20ac 559, en<\/p>\n<p>&#8211; veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op \u20ac 1.868 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.<\/p>\n<p>Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026.<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>ECLI:NL:GHDHA:2024:2334.<\/li>\n<li>Vgl. HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1279, rechtsoverweging 5.3.2.<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:590\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Procesrecht; verkeerde procespartij veroordeeld tot het vergoeden van immateri\u00eble schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[7834],"kji_chamber":[],"kji_year":[7610],"kji_subject":[7646],"kji_keyword":[7847,7845,7849,7846,7848],"kji_language":[7671],"class_list":["post-561455","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-hoge-raad","kji_year-7610","kji_subject-divers","kji_keyword-procespartij","kji_keyword-procesrecht","kji_keyword-vergoeden","kji_keyword-verkeerde","kji_keyword-veroordeeld","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:HR:2026:590 Hoge Raad , 10-04-2026 \/ 24\/04636 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/jurisprudences\/eclinlhr2026590-hoge-raad-10-04-2026-24-04636\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"zh_CN\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:HR:2026:590 Hoge Raad , 10-04-2026 \/ 24\/04636\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Procesrecht; verkeerde procespartij veroordeeld tot het vergoeden van immateri\u00eble schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/jurisprudences\/eclinlhr2026590-hoge-raad-10-04-2026-24-04636\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u9884\u8ba1\u9605\u8bfb\u65f6\u95f4\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"6 \u5206\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr2026590-hoge-raad-10-04-2026-24-04636\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr2026590-hoge-raad-10-04-2026-24-04636\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:HR:2026:590 Hoge Raad , 10-04-2026 \\\/ 24\\\/04636 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-14T20:08:33+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr2026590-hoge-raad-10-04-2026-24-04636\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"zh-Hans\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr2026590-hoge-raad-10-04-2026-24-04636\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/jurisprudences\\\/eclinlhr2026590-hoge-raad-10-04-2026-24-04636\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:HR:2026:590 Hoge Raad , 10-04-2026 \\\/ 24\\\/04636\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"zh-Hans\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"zh-Hans\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:HR:2026:590 Hoge Raad , 10-04-2026 \/ 24\/04636 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/jurisprudences\/eclinlhr2026590-hoge-raad-10-04-2026-24-04636\/","og_locale":"zh_CN","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:HR:2026:590 Hoge Raad , 10-04-2026 \/ 24\/04636","og_description":"Procesrecht; verkeerde procespartij veroordeeld tot het vergoeden van immateri\u00eble schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/jurisprudences\/eclinlhr2026590-hoge-raad-10-04-2026-24-04636\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u9884\u8ba1\u9605\u8bfb\u65f6\u95f4":"6 \u5206"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/jurisprudences\/eclinlhr2026590-hoge-raad-10-04-2026-24-04636\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/jurisprudences\/eclinlhr2026590-hoge-raad-10-04-2026-24-04636\/","name":"ECLI:NL:HR:2026:590 Hoge Raad , 10-04-2026 \/ 24\/04636 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/#website"},"datePublished":"2026-04-14T20:08:33+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/jurisprudences\/eclinlhr2026590-hoge-raad-10-04-2026-24-04636\/#breadcrumb"},"inLanguage":"zh-Hans","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/jurisprudences\/eclinlhr2026590-hoge-raad-10-04-2026-24-04636\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/jurisprudences\/eclinlhr2026590-hoge-raad-10-04-2026-24-04636\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:HR:2026:590 Hoge Raad , 10-04-2026 \/ 24\/04636"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"zh-Hans"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"zh-Hans","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/561455","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=561455"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=561455"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=561455"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=561455"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=561455"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=561455"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=561455"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=561455"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}