{"id":642045,"date":"2026-04-22T00:12:12","date_gmt":"2026-04-21T22:12:12","guid":{"rendered":"https:\/\/kohenavocats.com\/jurisprudences\/eclinlrblim20232769-rechtbank-limburg-18-04-2023-03-136884-22\/"},"modified":"2026-04-22T00:12:12","modified_gmt":"2026-04-21T22:12:12","slug":"eclinlrblim20232769-rechtbank-limburg-18-04-2023-03-136884-22","status":"publish","type":"kji_decision","link":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/jurisprudences\/eclinlrblim20232769-rechtbank-limburg-18-04-2023-03-136884-22\/","title":{"rendered":"ECLI:NL:RBLIM:2023:2769 Rechtbank Limburg , 18-04-2023 \/ 03.136884.22"},"content":{"rendered":"<div class=\"kji-decision\">\n<div class=\"kji-full-text\">\n<p><strong>Inhoudsindicatie.<\/strong> Inrijden op kennelijke scooterdief. Vrijspraak van poging tot doodslag, maar veroordeling voor een poging tot zware mishandeling en twee verdere mishandelingen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf.<\/p>\n<h3>RECHTBANK LIMBURG<\/h3>\n<p>Zittingsplaats Maastricht<\/p>\n<p>Strafrecht<\/p>\n<p>Parketnummer: 03.136884.22<\/p>\n<p>Tegenspraak<\/p>\n<p>Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 18 april 2023<\/p>\n<p>in de strafzaak tegen<\/p>\n<p>[verdachte] ,<\/p>\n<p>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,<\/p>\n<p>wonende te [woonadres] .<\/p>\n<p>De verdachte wordt bijgestaan door mr. A.B.E. van Kan, advocaat, kantoorhoudende te Heerlen.<\/p>\n<h3>1Onderzoek van de zaak<\/h3>\n<p>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 4 april 2023. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.<\/p>\n<h3>2De tenlastelegging<\/h3>\n<p>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.<\/p>\n<p>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:<\/p>\n<p>Feit 1: heeft geprobeerd om [aangever 1] te doden (primair) dan wel heeft geprobeerd om aan [aangever 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (subsidiair) dan wel [aangever 1] heeft bedreigd (meer subsidiair) door op [aangever 1] met een door verdachte bestuurde personenauto in te rijden;<\/p>\n<p>Feit 2: [aangever 2] en\/of [aangever 3] heeft mishandeld;<\/p>\n<p>Feit 3: [aangever 1] heeft mishandeld;<\/p>\n<p>Feit 4: [aangever 4] heeft mishandeld.<\/p>\n<h3>3De beoordeling van het bewijs<\/h3>\n<p>Het standpunt van de officier van justitie<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden, met dien verstande dat het bewezen verklaarde onder feit 1 zich laat kwalificeren als de meer subsidiair ten laste gelegde bedreiging en de verdachte dientengevolge van het onder feit 1 primair en subsidiair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. Ter zake de bewezenverklaring van het ten laste gelegde onder feit 4 heeft de officier van justitie de kanttekening geplaatst dat niet bewezen kan worden dat de verdachte een ploertendoder bij de mishandeling heeft gebruikt, maar dat op basis zijn verklaring wel vast staat hij met een hard voorwerp heeft geslagen.<\/p>\n<p>Het standpunt van de verdediging<\/p>\n<p>Feit 1<\/p>\n<p>De verdediging heeft betoogd dat de verdachte met zijn handelen geprobeerd heeft om zijn scooter, die even te voren was gestolen, veilig te stellen. Er was dan ook geen sprake van boos of vol opzet op het doden van, het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan of het bedreigen van [aangever 1] . Omdat ook voorwaardelijk opzet op het doden van of het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [aangever 1] niet kan worden bewezen, moet de verdachte worden vrijgesproken van het primair en het subsidiair ten laste gelegde. Het dossier bevat wel voldoende aanknopingspunten om voorwaardelijk opzet op het bedreigen van [aangever 1] aan te nemen, reden waarom de raadsman zich ter zake de meer subsidiair ten laste gelegde bedreiging heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.<\/p>\n<p>Feit 2:<\/p>\n<p>De verdediging heeft vrijspraak bepleit omdat aan de inhoud van de bewijsmiddelen niet de overtuiging kan worden ontleend dat de verdachte [aangever 2] heeft mishandeld zoals verfeitelijkt in de tenlastelegging onder feit 2. De verdachte ontkent dat hij [aangever 2] in het gezicht heeft geslagen en stelt dat er slechts een worsteling heeft plaatsgevonden waarbij het initiatief juist van de wederpartij uitging. Verder ontkent de verdachte dat hij [aangever 3] heeft geslagen. Er is onvoldoende steun voor de verklaring van [aangever 3] in andere bewijsmiddelen.<\/p>\n<p>Feit 3:<\/p>\n<p>De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.<\/p>\n<p>Feit 4:<\/p>\n<p>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat bewezen kan worden dat de verdachte met een hard voorwerp heeft geslagen, maar dat desalniettemin vrijspraak moet volgen omdat aan de verdachte een beroep op noodweer, dan wel noodweerexces, toekomt.<\/p>\n<p>Het oordeel van de rechtbank<\/p>\n<p>Feit 1:<\/p>\n<p>De feitelijke toedracht<\/p>\n<p>Op 29 mei 2022 wordt door [aangever 1] aangifte gedaan. Hij verklaart:<\/p>\n<p>\u201cOp woensdag 25 mei 2022 was ik op de [adres 1] in Heerlen. Ik weet niet meer precies hoe laat het was, maar het was ergens aan het begin van de avond.\u201d<\/p>\n<p>[aangever 1] verklaart vervolgens dat hij op een scooter zat, die aan de linkerzijde van de straat stond.<\/p>\n<p>\u201cKort daarna hoorde ik het geluid van een auto de berg af komen. Ik vond het geluid klinken als een auto die heel erg hard reed. Ik draaide me vervolgens om te kijken uit welke richting dit geluid kwam. Ik zag een zwarte BMW aan komen rijden vanuit de richting van de Lidl aan de [adres 2] in Heerlen. Ik dacht vervolgens dat deze auto een zijstraat in zou rijden aan de rechterkant. Dat is de [adres 3] . Ik dacht dat hij zijn knipperlicht aan had staan naar rechts. Daarom dacht ik dat hij mogelijk die straat in zou rijden. Ik draaide me vervolgens weer terug om. Ik denk dat de [adres 3] ongeveer 40 of meter van de plek waar ik op de scooter zat vandaan was. Ik hoorde vervolgens het geluid van deze auto nog steeds. Ik hoorde het ook harder worden. Ik zat op dat moment nog steeds op de scooter. Ik draaide me vervolgens weer om om te kijken in de richting van de auto. Ik zag toen dat die auto direct op mij afgereden kwam. Ik zag dat hij op dat moment denk ik nog 15 meter bij mij vandaan was. Ik denk dat de auto zeker wel 70 of 80 kilometer per uur reed. Als ik niet op tijd weg was, zat ik hier niet meer om het na te vertellen. Ik zag dat de auto volledig links van de weg reed. Het is daar een eenrichtingsstraat. Als hij nog meer naar links was gereden dan zou hij ook zo een tuin in zijn gereden. Ik zag dat hij een kleine stuurbeweging maakte om recht op mij af te komen rijden. In die straat rijden de auto&#039;s allemaal aan de rechterkant van de weg normaal. Dit omdat daar meestal de minste geparkeerde auto&#039;s staan. Meestal parkeren de auto&#039;s links. Dit is waar ik stond op dat moment. Het was dus geen logische plek om te rijden. Op het moment dat de auto ongeveer 15 meter bij mij vandaan was dacht ik dat de bestuurder mij wilde aanrijden. Ik zette me toen een beetje af op de scooter. Op dat moment dat ik me net afgezet had, reed hij met grote vaart tegen de scooter aan. Ik was er dus echt net vanaf. Ik stond er echt vlak naast. Als hij meer naar links was gegaan dan had hij me zeker geraakt. Links ernaast lag ook meteen de verhoogde stoep. Op het moment dat ik van de scooter af was en deze aangereden werd ben ik zo snel als mogelijk weggerend. Daarna hoorde en zag ik iemand achter mij aanrennen. Ik kende deze persoon niet. Later ben ik erachter gekomen dat hij [verdachte] heet. Ik weet dat hij Facebook heeft. Daarop heeft hij die dag een bericht geplaatst met de vraag wie voor 200 euro kon zeggen wie geprobeerd had zijn scooter te stelen.\u201d<\/p>\n<p>[aangever 1] geeft in zijn aangifte aan dat er camerabeelden van het incident beschikbaar zijn en dat deze beschikbaar gesteld worden voor het onderzoek. Die camerabeelden zijn door de politie bekeken en de bevindingen zijn gerelateerd in een proces-verbaal. Door verbalisant [naam] wordt het volgende beschreven:<\/p>\n<p>\u201cIk zag dat aan de overzijde van de weg een scooter geparkeerd stond. Ik zag dat er een persoon zat dan wel leunde op betreffende scooter. Deze persoon droeg op dat moment een donkergekleurde trui waarbij deze een capuchon over zijn hoofd droeg. Ik zag dat omstreeks 20.23.45 uur, een donkerkleurige BMW met hoge snelheid vanuit de linkerzijde in beeld komt. Ik zag dat deze BMW volledig aan de linkerzijde van de weg reed. Ik zag dat de persoon op de scooter op datzelfde moment keek in de richting van de BMW en zich afzette tegen de scooter. Op datzelfde moment viel de scooter om. Ik zag vervolgens dat deze BMW met hoge snelheid inreed op de scooter op het moment dat de persoon zich nog zeer dicht bij de scooter bevond. Ik zag dat zowel de scooter als de BMW vervolgens rechts uit beeld verdween. Ik zag dat vervolgens de persoon met capuchon wegrende via een, aan de linkerzijde gelegen, pad achter enkele woningen. Ik zag vervolgens vanuit de richting waar de BMW uit beeld verdween een persoon aan komen rennen die dezelfde richting uitging als de persoon met capuchon.\u201d<\/p>\n<p>De politie heeft een onderzoek ingesteld naar de snelheid van de auto op basis van het voornoemde beeldmateriaal. Uit dit onderzoek volgt dat de gemiddelde (indicatieve) snelheid van de betrokken BWM onmiddellijk voorafgaand aan de botsing ongeveer 45 kilometer per uur bedroeg.<\/p>\n<p>De verdachte heeft in zijn verhoor bij de politie verklaard:<\/p>\n<p>\u201cLuister, dat is totaal misgelopen. Ik wilde die jongen stoppen. Ik wilde hem helemaal niet aanrijden. Ik wilde alleen maar dat hij niet weg zou gaan met mijn scooter. Dit was totaal niet mijn bedoeling. Het was een inschattingsfout. Het is allemaal zo snel gegaan. Ik wist ook niet dat dat jongetje 13 jaar was. Dat stond ook niet op zijn rug. Ik wilde alleen mijn scooter daar houden. Dat was het enige dat ik dacht.<\/p>\n<p>U vraagt mij hoe hard ik heb gereden. Het zou niet belachelijk hard zijn geweest. Het is daar een 30 kilometer per uur straat. Ik heb jullie meteen daarna gebeld. Ik wilde jullie in de goede richting sturen. Nogmaals. Ik was toen ook in paniek. Het was een heel choquerende ervaring.<\/p>\n<p> U houdt mij voor dat de opzittende van de scooter heeft verklaard dat ik mogelijk 70 tot 80 kilometer per uur zou hebben gereden. Nooit. Er is een filmpje. Daarop zie je dat hij net zo hard rent als ik reed. 30 misschien 40. Het is een supersmalle straat. Ik zou niet eens durven daar harder te rijden.<\/p>\n<p>Ik heb wel gewoon fout gehandeld. Ik hoop dat mijn verhaal duidelijk maakt hoe het vanuit mij gegaan is. Ik heb dat echt niet met kwade bedoelingen gedaan. Ik wilde niemand kwaad doen of verwonden. Ik wilde alleen mijn scooter daar houden.<\/p>\n<p>U houdt mij voor dat de jongen heeft verklaard dat hij zag dat de bestuurder een stuurbeweging maakte en recht op hem af kwam.<\/p>\n<p>Niet voor het een of het ander. Dat is niet zo. Ik ben langs hem af willen schampen maar dat is iets anders gelopen. Ik heb richting de scooter gereden. Als ik nog naar links had gestuurd was ik een achtertuin in gereden.\u201d<\/p>\n<p>Ter terechtzitting van 4 april 2023 heeft de verdachte deze verklaring herhaald.<\/p>\n<p>Tussenconclusie<\/p>\n<p>De rechtbank acht op basis van de inhoud van de hierboven genoemde bewijsmiddelen bewezen dat de verdachte met verhoogde snelheid, namelijk een snelheid van ongeveer 45 kilometer per uur, op [aangever 1] is af gereden die op dat moment op een stilstaande scooter zat aan de linkerzijde van de openbare weg. Toen [aangever 1] de auto op zich af zag komen, is hij van de scooter gesprongen en vervolgens heeft de verdachte de scooter geraakt.<\/p>\n<p>De juridische kwalificatie<\/p>\n<p>De vraag ligt nu voor of verdachte de bedoeling had om [aangever 1] te doden of zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door op hem in te rijden, terwijl dat niet is gelukt. Uit de verklaring van verdachte maakt de rechtbank op dat hij [aangever 1] wilde beletten om er op zijn, verdachtes, scooter vandoor te gaan nadat deze kort ervoor was gestolen, maar dat het niet de bedoeling was dat [aangever 1] het leven zou laten of zwaar lichamelijk letsel zou oplopen.<\/p>\n<p>Maar daarmee is niet alles gezegd. Immers, het is mogelijk dat de verdachte weliswaar niet de uitdrukkelijke bedoeling had om [aangever 1] te doden of zwaar te verwonden, maar door zijn manier van handelen &#8211; namelijk door met verhoogde snelheid op [aangever 1] in te rijden in een door verdachte bestuurde personenauto &#8211; de aanmerkelijk kans heeft gecre\u00eberd dat dit zou gebeuren en die kans vervolgens op de koop heeft toegenomen. Er is dan sprake van zogeheten voorwaardelijk opzet.<\/p>\n<p>Om voorwaardelijk opzet te kunnen vaststellen dient allereerst te worden nagegaan of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept. Om deze vraag te beantwoorden moet de rechtbank vaststellen of er een aanmerkelijke kans was dat [aangever 1] dodelijk of zwaar lichamelijk letsel zou oplopen toen er door verdachte op hem werd ingereden. Vervolgens moet zij vaststellen of de verdachte deze kans dan op de koop toe heeft genomen.<\/p>\n<p>Het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten voor de stelling dat de verdachte door zijn handelen een aanmerkelijke kans in het leven heeft geroepen dat [aangever 1] zou komen te overlijden. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag.<\/p>\n<p>Anders dan de officier van justitie en de raadsman, is de rechtbank echter van oordeel dat de verdachte met zijn handelen de geenszins denkbeeldig te achten kans heeft gecre\u00eberd dat het tot een ongeval zou komen waarbij [aangever 1] zwaar lichamelijk letsel zou oplopen.<\/p>\n<p>Daarbij acht de rechtbank de volgende omstandigheden, die zij ontleent aan de hiervoor reeds genoemde bewijsmiddelen, relevant.<\/p>\n<p>De verdachte is met verhoogde snelheid op [aangever 1] af gereden, die op dat moment op een scooter zat. [aangever 1] is weggesprongen en de verdachte heeft daardoor uiteindelijk alleen de scooter geraakt. Indien [aangever 1] zelf geraakt zou zijn door de auto bij een snelheid van rond de 45 kilometer per uur, is de kans aanmerkelijk te achten dat hij daarbij zwaar lichamelijk letsel zou oplopen.<\/p>\n<p>De rechtbank is van oordeel dat de verdachte deze kans op de koop heeft toegenomen getuige de uiterlijke verschijningsvorm van zijn handelen. Het gevaar van zijn handelen moet voor verdachte op dat moment ook duidelijk zijn geweest.<\/p>\n<p>Aldus oordeelt de rechtbank dat er sprake was van voorwaardelijk opzet bij de verdachte op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [aangever 1] en daarmee is het subsidiair ten laste gelegde onder feit 1 wettig en overtuigend bewezen.<\/p>\n<p>Feit 2:<\/p>\n<p>De rechtbank stelt op basis van de inhoud van het dossier vast dat er die dag is gevochten. Onduidelijk blijft echter hoe dit gevecht tot stand is gekomen, wie daarbij wat heeft gedaan en welk letsel er is opgelopen. Vanwege die onduidelijkheden, heeft de rechtbank niet de volledige overtuiging bekomen dat de verdachte [aangever 2] en [aangever 3] heeft mishandeld door hen met gebalde vuist te slaan. Daarom spreekt de rechtbank hem vrij van de onder feit 2 ten laste gelegde mishandelingen.<\/p>\n<p>Feit 3:<\/p>\n<p>Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank het onder dit feit aan de verdachte ten laste gelegde bewezen.<\/p>\n<p>Ten aanzien daarvan kan de rechtbank volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, omdat de verdachte het ten laste gelegde ter terechtzitting duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend te hebben begaan en namens hem geen vrijspraak is bepleit.<\/p>\n<p>De hierna uit te spreken bewezenverklaring mishandeling van [aangever 1] berust op:<\/p>\n<p>&#8211; De aangifte door [aangever 1] d.d. 27 mei 2022;<\/p>\n<p>&#8211; De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 4 april 2023.<\/p>\n<p>Feit 4:<\/p>\n<p>Feitelijke toedracht<\/p>\n<p>Op 27 mei 2022 heeft [aangever 4] aangifte gedaan tegen de verdachte.<\/p>\n<p>In de verklaring die de politie van hem heeft opgenomen, verklaart hij:<\/p>\n<p>\u201cOp vrijdag 27 mei 2022, omstreeks 15.00 uur, werd mijn zoon geslagen op de parkeerplaats van de Lidl. De Lidl ligt op de Anjelierstraat 72 in Heerlen. Toen ik ter plaatse kwam, omstreeks 15.10 uur, hoorde ik wie het was geweest. Ik ken hem verder niet. Ik hoorde van mijn zoon dat, degene die mijn zoon sloeg, [verdachte] heet. Dit is dezelfde man die een paar dagen eerder mijn zoon van een scooter heeft afgereden. Ik zag dat vrienden van mijn zoon en mijn ex-partner naar de [adres 1] gingen. Ik zag dat ze aan de straatzijde, achter het huizenblok, waar [verdachte] woont, aan het bekvechten waren met elkaar. Ik stond bij deze groep mensen. Ik zag vervolgens dat [verdachte] vanuit de voorzijde van het huizenblok de hoek omkwam. Ik zag dat [verdachte] direct op mij afrende. Ik liep vervolgens naar [verdachte] toe. Ik wilde hem slaan en zei tegen hem: &quot;Ik hoor dat je mijn zoon hebt geslagen!&quot; Ik zag dat hij vervolgens meerdere keren met zijn rechterhand uithaalde naar mij. Ik zag dat hij een ploertendoder in die hand vasthield. Ik weerde deze af maar werd toch een paar keer geraakt op mijn linkerzij. Ik voelde pijn. Ik hoorde hem zeggen: &quot;Kom maar naar binnen. Ik heb iets voor jou!\u201d Ik zag dat hij terug liep. Ik zag dat hij vervolgens met een machete in zijn rechterhand naar buiten kwam. Ik zag dat hij hier meerdere keren mee zwaaide in onze richting en achter ons aankwam. Ik en de rest van de mensen rende weg van [verdachte].\u201d<\/p>\n<p>De verdachte is in zijn verhoor bij de politie op 2 juni 2022 met de aangifte van [aangever 4] geconfronteerd. In reactie daarop heeft hij verklaard:<\/p>\n<p>\u201cNa dat met die [aangever 1] ben ik naar huis gegaan. Ik wilde me rustig houden voordat het helemaal uit de hand zou lopen. We hadden een oppaskindje en wilde niet dat er iets geks gebeurde. Op enig moment kwam die jongen, met zijn moeder met blond haar met een hele groep. Die waren bij mijn woning in de achtertuin en die waren aan het schreeuwen en dreigen. Ik ben op enig moment naar buiten gegaan. Ik zag daar die hele groep staan en heb buiten iets in mijn handen gepakt wat daar stond. Ik weet niet precies wat het was. Ik ben toen naar hun toegelopen. Zij kwamen mij tegemoet. Ze waren met 2 of 3. Ik had een stok in mijn handen. Ik zei luister [aangever 4] . Jouw zoon heeft een scooter van mij gejat. Dit hoeft niet verder te escaleren. Toen kwamen ze op mij af en wilden mij mishandelen. Daar was ik van overtuigd. Ik heb mezelf toen verdedigd. Ze kwamen heel dreigend op mij af. Ik heb toen eerst op zijn been geslagen. Toen kwamen ze met z\u2019n 2-en op mij af. Toen heb ik een paar keer met die stok geslagen. Toen heeft een blonde jongen die daarbij was een mes getrokken en toen ben ik naar huis gerend. Zijn renden mij achterna. Ik was heel erg bang dat ik neergestoken zou worden. Nu komt het. Jullie noemen dat een kapmes. Ik noem het tuingereedschap. Die heb ik op enig moment gepakt omdat die daar nog stond. Die heb ik alleen maar gepakt om ervoor te zorgen dat ze weg zouden gaan. Ik wilde niemand iets aandoen. Iemand van de politie had me ook nog gezegd dat die [aangever 4] geen frisse jongen was dus ik heb niks gedaan. Ik heb me zelf verdedigd. Ik dacht dat ik dood zou gaan.<br \/>\nU houdt mij voor dat de aangever heeft verklaard dat ik hem meermaals met een ploertendoder heb geslagen. Het was iets van een tafelpoot of zoiets. Het lag voor de deur.\u201d<\/p>\n<p>Ter terechtzitting van 4 april 2023 heeft de verdachte deze verklaring herhaald.<\/p>\n<p>De rechtbank acht aldus bewezen dat de verdachte [aangever 4] heeft mishandeld door hem met een tafelpoot, zijnde een hard voorwerp, te slaan.<\/p>\n<p>Noodweer of noodweerexces?<\/p>\n<p>De raadsman heeft betoogd dat de verdachte [aangever 4] met een tafelpoot heeft geslagen vanuit noodweer dan wel dat er sprake was van noodweerexces.<\/p>\n<p>Ter onderbouwing van deze verweren heeft hij aangevoerd dat uit het dossier blijkt dat zich een grote schreeuwende menigte bij het huis van de verdachte had verzameld. Er waren op dat moment twee kleine kinderen in het huis van de verdachte aanwezig en hij zag zich genoodzaakt om naar buiten te gaan en aldaar de confrontatie aan te gaan, zodat de menigte zijn huis niet zou aanvallen.<\/p>\n<p>Voor een geslaagd beroep op noodweer moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan.<\/p>\n<p>Zo moeten de begane feiten:<\/p>\n<p>1) geboden zijn door de noodzakelijke verdediging van eigen of iemand anders lijf, eerbaarheid of goed;<\/p>\n<p>2) tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, waaronder mede is begrepen een onmiddellijk dreigend gevaar voor zo een aanranding;<\/p>\n<p>3) en moet de verdediging proportioneel zijn in verhouding tot de aanranding.<\/p>\n<p>De rechtbank is van oordeel dat de feiten en omstandigheden die de verdediging aan het verweer ten grondslag heeft gelegd, geen beroep op noodweer rechtvaardigen. Zij overweegt daartoe als volgt.<\/p>\n<p>Zowel uit de verklaring van aangever [aangever 4] als de verklaring van verdachte volgt dat zich een woedende menigte had verzameld nadat verdachte de zoon van aangever had mishandeld en dat deze menigte naar de woning van verdachte is getrokken. Aangever verklaart zelf ook dat hij de verdachte wilde slaan, omdat deze zijn zoon had mishandeld.<\/p>\n<p>Voorts blijkt uit een proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten ter plaatse dat zij eerst versterking moesten afwachten vooraleer zij de menigte konden tegenhouden. Hieruit leidt de rechtbank af dat de situatie inderdaad bijzonder dreigend voor de verdachte moet zijn geweest, mede veroorzaakt door de gedragingen van aangever.<\/p>\n<p>De verdachte bevond zich echter op dat moment in de veiligheid van zijn eigen huis. Hoewel de rechtbank kan begrijpen dat hij vreesde dat ook zijn huis op enig moment aangevallen zou worden en dat hij zijn gezin daartegen moest beschermen, was er op dat moment nog geen sprake van een dusdanige situatie dat de verdachte niet anders kon dan buitenshuis de confrontatie aan gaan met de menigte. Hij had de politie kunnen en moeten bellen en in de veiligheid van zijn huis de komst van de politie kunnen en moeten afwachten. Daarmee is dus niet voldaan aan het subsidiariteitsvereiste, omdat er voor de verdachte op dat moment een re\u00eble redelijke mogelijkheid bestond om zich aan een confrontatie te onttrekken. De door verdachte gekozen verdediging was niet noodzakelijk.<\/p>\n<p>Het verweer wordt dan ook verworpen.<\/p>\n<p>Op grond van de hiervoor vermelde feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is geweest van een noodweersituatie (zie de bespreking van het beroep op noodweer), zodat het beroep op noodweerexces reeds daarom niet slaagt.<\/p>\n<p>Ook dat verweer wordt verworpen.<\/p>\n<p>De bewezenverklaring<\/p>\n<p>De rechtbank acht bewezen dat de verdachte<\/p>\n<p>Feit 1 subsidiair:<\/p>\n<p>op 25 mei 2022 te Heerlen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [aangever 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto, met verhoogde snelheid op die [aangever 1] , althans op de (stilstaande) scooter waarop die [aangever 1] zich bevond, is ingereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;<\/p>\n<p>Feit 3:<\/p>\n<p>op 27 mei 2022 te Heerlen [aangever 1] heeft mishandeld door die [aangever 1] meermalen tegen het gezicht te slaan;<\/p>\n<p>Feit 4:<\/p>\n<p>op 27 mei 2022 te Heerlen [aangever 4] heeft mishandeld door die [aangever 4] meermalen met een hard voorwerp tegen het bovenlichaam te slaan;<\/p>\n<p>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.<\/p>\n<h3>4De strafbaarheid van het bewezen verklaarde<\/h3>\n<p>Het bewezen verklaarde levert de volgende strafbare feiten op:<\/p>\n<p>Feit 1 subsidiair:<\/p>\n<p>Poging tot zware mishandeling<\/p>\n<p>Feit 3:<\/p>\n<p>Mishandeling<\/p>\n<p>Feit 4:<\/p>\n<p>Mishandeling<\/p>\n<p>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Zoals hiervoor onder 3.3. reeds is verwoord, wordt het beroep op noodweer ter zake het ten laste gelegde onder feit 4 verworpen.<\/p>\n<h3>5De strafbaarheid van de verdachte<\/h3>\n<p>De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.<\/p>\n<p>Zoals hiervoor onder 3.3. reeds is verwoord, wordt het beroep op noodweerexces verworpen ter zake het ten laste gelegde onder feit 4.<\/p>\n<h3>6De straf<\/h3>\n<p>De vordering van de officier van justitie<\/p>\n<p>De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaren, waarin de verdachte zich moet houden aan de voorwaarden zoals door de reclassering zijn geadviseerd. Daarnaast eist hij oplegging van een taakstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis met aftrek van het voorarrest. De officier van justitie heeft als toelichting op zijn eis naar voren gebracht dat hij bij het formuleren van de eis gezocht heeft naar vergelding van het leed van de slachtoffers en naar algemene en specifieke preventie. Vanuit die laatste invalshoek volgt de officier van justitie het advies van de reclassering op om aan een voorwaardelijk strafdeel bijzondere voorwaarden te verbinden die het gedrag van de verdachte in positieve zin moeten be\u00efnvloeden.<\/p>\n<p>Het standpunt van de verdediging<\/p>\n<p>De raadsman pleit voor een voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een taakstraf. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf kunnen dan de voorwaarden worden gekoppeld die door de reclassering zijn geadviseerd.<\/p>\n<p>Indien de rechtbank (mede) tot bewezenverklaring van de onder feit 1 primair ten laste gelegde poging tot doodslag komt en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend acht, pleit de raadsman voor een straf die de duur van het reeds ondergane voorarrest niet overstijgt.<\/p>\n<p>De raadsman heeft echter betoogd dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf hoe dan ook niet passend is, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de specifieke omstandigheden waaronder de ten laste gelegde feiten zijn begaan. Hij heeft aandacht gevraagd voor het belaste verleden van de verdachte. Vanuit dat verleden dient de reactie van de verdachte op de scooterdiefstal te worden beoordeeld. Hij toont zich schuldbewust en ziet in dat hij anders had moeten handelen, maar in feite zijn de ten laste gelegde feiten een reactie op de scooterdiefstal door twee minderjarige jongens waarop zij noch hun ouders zich door de verdachte lieten aanspreken. Het is bovendien in het belang van de maatschappij dat de verdachte en zijn gezin niet verder in de problemen komen. De voorlopige hechtenis is nu een jaar geschorst en sindsdien is de verdachte niet meer de fout in gegaan.<\/p>\n<p>Het oordeel van de rechtbank<\/p>\n<p>Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.<\/p>\n<p>De bewezen verklaarde feiten zijn feitelijk allemaal terug te voeren op \u00e9\u00e9n gebeurtenis: de diefstal van de scooter van de verdachte.<\/p>\n<p>Bij aanvang van zijn verhoor heeft de verdachte gelijk spijt betuigd en verklaard dat het heel anders is gelopen dan hij bedoeld heeft. \u201cIk zit in de schuldhulp en heb eigenlijk helemaal niks. Dat beetje wat ik heb, heb ik gewoon willen beschermen.\u201d Dat beetje was in dit geval zijn scooter. De rechtbank hecht geloof aan de verklaring van de verdachte dat hij wilde voorkomen dat een minderjarige er met zijn scooter vandoor zou gaan en daarom met de auto op hem af is gereden. Daarbij heeft hij echter wel de aanmerkelijke kans op de koop toe genomen dat de jongen door zijn handelen zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. De jongen is ontkomen, maar de verdachte verneemt via via wie de vermeende daders zijn. Hij gaat verhaal halen bij de ouders, maar vangt bot en dat wekt frustratie en agressie bij hem op. Die agressie resulteert in nog twee bewezen verklaarde mishandelingen. En daarvoor verdient hij straf. In Nederland accepteren we namelijk niet dat er voor eigen rechter wordt gespeeld.<\/p>\n<p>De verdachte heeft van meet af aan berouw getoond. Ook heeft zijn raadsman namens hem voor het voetlicht gebracht dat de verdachte is opgegroeid in een crimineel milieu waarop je op deze manier voor jezelf op komt. De verdachte probeert het echter goed te doen en houdt zich, ondanks zijn financieel moeilijke situatie, doorgaans verre van criminaliteit.<\/p>\n<p>Dat blijkt ook uit het advies dat de reclassering in deze zaak heeft opgesteld. Zij signaleren wel problemen op meerdere leefgebieden die de kans op recidive in de hand kunnen werken. Daarom adviseren zij een (deels) voorwaardelijke straf, waaraan een tweetal gedragsbe\u00efnvloedende voorwaarden worden gekoppeld. Zo zou de verdachte zich verplicht moeten melden bij de reclassering en verplicht een gedragsinterventie moeten volgen, die is gericht op zijn cognitieve vaardigheden.<\/p>\n<p>De rechtbank ziet de meerwaarde van deze voorgestelde straf en zal de reclassering in dit advies volgen met als doel om de verdachte te helpen in de toekomst recidive te voorkomen.<\/p>\n<p>Om het leed van de slachtoffers te vergelden en de verdachte nog verder te doordringen van de laakbaarheid van zijn handelen, is de rechtbank van oordeel dat er naast een voorwaardelijke straf ook nog een onvoorwaardelijk straf moet volgen waar de verdachte iets van \u201cvoelt\u201d. Gelet op verdachtes persoonlijke situatie en de specifieke omstandigheden van de bewezen verklaarde feiten, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend en ook een geldboete is ongeschikt. Daarom zal de rechtbank bijkomend een onvoorwaardelijke taakstraf opleggen.<\/p>\n<p>Alles afwegende, acht de rechtbank de strafeis van de officier van justitie passend en ziet zij geen reden om hiervan af te wijken ondanks het feit dat zij op onderdelen tot een andere bewezenverklaring is gekomen.<\/p>\n<p>De rechtbank veroordeelt de verdachte daarom tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met een proeftijd van twee jaren, waarbinnen hij zich moet houden aan een meldplicht en een gedragsinterventie moet volgen die door de reclassering wordt geadviseerd. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de verdachte tot het verrichten van een taakstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis. Hierop dient de duur van het reeds ondergane voorarrest in mindering te worden gebracht.<\/p>\n<p>De rechtbank verstaat dat er voor de verdachte passende arbeid zal worden gezocht gelet op zijn lichamelijke beperkingen.<\/p>\n<h3>7Het beslag<\/h3>\n<p>Het in beslag genomen mes (Machette) is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, omdat dit mes aan de verdachte toebehoort en bij gelegenheid van het onderzoek naar de door verdachte begane feiten is aangetroffen en bovendien van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit van dit voorwerp in strijd is met de wet of het algemeen belang en kan dienen tot het begaan van soortgelijke feiten.<\/p>\n<p>Nu de verdachte bij deze rechterlijke uitspraak wordt veroordeeld wegens strafbare feiten, zal de rechtbank de onttrekking aan het verkeer van de machete bevelen.<\/p>\n<h3>8De wettelijke voorschriften<\/h3>\n<p>De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36d, 45, 57, 300 en 302 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.<\/p>\n<h3>9De beslissing<\/h3>\n<p>De rechtbank:<\/p>\n<p>Vrijspraak<\/p>\n<p>&#8211; spreekt de verdachte vrij van het ten laste gelegde onder feit 1 primair en feit 2;<\/p>\n<p>Bewezenverklaring<\/p>\n<p>verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;<\/p>\n<p>spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;<\/p>\n<p>Strafbaarheid<\/p>\n<p>verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4. is omschreven;<\/p>\n<p>verklaart de verdachte strafbaar;<\/p>\n<p>Straffen<\/p>\n<p>veroordeelt de verdachte voor de bewezen verklaarde feiten tot een gevangenisstraf van 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren;<\/p>\n<p>bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van twee jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;<\/p>\n<p>stelt de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:<\/p>\n<p>Meldplicht bij reclassering: betrokkene meldt zich binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis bij Reclassering Nederland, Heerderweg 25 Maastricht, of bij rapporteur M.T.M.G. Krutzen. Betrokkene blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;<\/p>\n<p>Gedragsinterventie cognitieve vaardigheden:<\/p>\n<p>Betrokkene neemt actief deel aan de gedragsinterventie COVA of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Betrokkene houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer\/begeleider.<\/p>\n<p>geeft aan Reclassering Nederland de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;<\/p>\n<p>voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:<\/p>\n<p>ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;<\/p>\n<p>medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;<\/p>\n<p>veroordeelt de verdachte voor de bewezen verklaarde feiten tot een taakstraf voor de duur van 60 uren;<\/p>\n<p>beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 dagen;<\/p>\n<p>&#8211; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde v\u00f3\u00f3r de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze taakstraf in mindering zal worden gebracht, naar rato van twee uren per dag;<\/p>\n<p>&#8211; heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;<\/p>\n<p>Beslag<\/p>\n<p>&#8211; onttrekt aan het verkeer het volgende in beslag genomen voorwerp:<\/p>\n<p>&#8211; een mes (Machette) met goednummer G1512562.<\/p>\n<p>Dit vonnis is gewezen door mr. D.J.E. Hamers-Aerts, voorzitter, mr. M.B. Bax en<\/p>\n<p>mr. K.G.J. Noelmans-Verbong, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.E.J. Maas, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 18 april 2023.<\/p>\n<p>BIJLAGE I: De tenlastelegging<\/p>\n<p>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat<\/p>\n<p>1<br \/>\nhij op of omstreeks 25 mei 2022 te Heerlen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [aangever 1] opzettelijk van het leven te beroven, met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto met hoge snelheid, in ieder geval met verhoogde, althans enige snelheid op die [aangever 1] , althans op de (stilstaande) scooter waarop\/waarbij die [aangever 1] zich bevond, is ingereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;<\/p>\n<p>( art 287 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )<\/p>\n<p>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:<\/p>\n<p>hij op of omstreeks 25 mei 2022 te Heerlen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [aangever 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto met hoge snelheid, in ieder geval met verhoogde, althans enige snelheid op die [aangever 1] , althans op de (stilstaande) scooter waarop\/waarbij die [aangever 1] zich bevond, is ingereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;<\/p>\n<p>( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )<\/p>\n<p>meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:<\/p>\n<p>hij op of omstreeks 25 mei 2022 te Heerlen [aangever 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en\/of met zware mishandeling, door met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto met hoge snelheid, in ieder geval met verhoogde, althans enige snelheid op die [aangever 1] , althans op de (stilstaande) scooter waarop\/waarbij die [aangever 1] zich bevond, in te rijden;<\/p>\n<p>( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )<\/p>\n<p>2<br \/>\nhij op of omstreeks 27 mei 2022 te Heerlen [aangever 2] en\/of [aangever 3] heeft mishandeld door die [aangever 2] met gebalde vuist tegen het hoofd\/gezicht te slaan en\/of die [aangever 3] met gebalde vuist tegen de keel te slaan;<\/p>\n<p>( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht )<\/p>\n<p>3<br \/>\nhij op of omstreeks 27 mei 2022 te Heerlen [aangever 1] heeft mishandeld door die [aangever 1] meermalen, althans eenmaal tegen het gezicht te slaan;<\/p>\n<p>( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht )<\/p>\n<p>4<br \/>\nhij op of omstreeks 27 mei 2022 te Heerlen [aangever 4] heeft mishandeld door die [aangever 4] meermalen, althans eenmaal met een ploertendoder, althans met een hard voorwerp tegen het bovenlichaam te slaan;<\/p>\n<p>( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht )<\/p>\n<h3>Voetnoten<\/h3>\n<ol>\n<li>Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt &#8211; tenzij anders vermeld &#8211; gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Districtsrecherche Parkstad-Limburg, proces-verbaalnummer PL2437 LB2R022056, gesloten d.d. 8 juni 2022, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 65.<\/li>\n<li>Proces-verbaal van aangifte door [aangever 1] d.d. 29 mei 2022, pagina\u2019s 18 en 19.<\/li>\n<li>Proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 mei 2022, pagina\u2019s 20 tot en met 23.<\/li>\n<li>Proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juni 2022, verkort proces-verbaal analyse camerabeeld.<\/li>\n<li>Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 2 juni 2022, pagina\u2019s 62 en 63.<\/li>\n<li>De aangifte door [aangever 1] d.d. 27 mei 2022, pagina 29.<\/li>\n<li>Proces-verbaal van aangifte door [aangever 4] d.d. 27 mei 2022, pagina 36.<\/li>\n<li>Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 2 juni 2022, pagina 64.<\/li>\n<\/ol>\n<\/div>\n<hr class=\"kji-sep\" \/>\n<p class=\"kji-source-links\"><strong>Sources officielles :<\/strong> <a class=\"kji-source-link\" href=\"http:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2023:2769\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">consulter la page source<\/a><\/p>\n<p class=\"kji-license-note\"><em>Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.<\/em><\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Inrijden op kennelijke scooterdief. Vrijspraak van poging tot doodslag, maar veroordeling voor een poging tot zware mishandeling en twee verdere mishandelingen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf.<\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"template":"","meta":{"_crdt_document":""},"kji_country":[7669],"kji_court":[8080],"kji_chamber":[],"kji_year":[24566],"kji_subject":[7625],"kji_keyword":[27982,9996,8093,9995,7675],"kji_language":[7671],"class_list":["post-642045","kji_decision","type-kji_decision","status-publish","hentry","kji_country-pays-bas","kji_court-rechtbank-limburg","kji_year-24566","kji_subject-commercial","kji_keyword-inrijden","kji_keyword-limburg","kji_keyword-poging","kji_keyword-rblim","kji_keyword-rechtbank","kji_language-nl"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>ECLI:NL:RBLIM:2023:2769 Rechtbank Limburg , 18-04-2023 \/ 03.136884.22 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/jurisprudences\/eclinlrblim20232769-rechtbank-limburg-18-04-2023-03-136884-22\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"zh_CN\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"ECLI:NL:RBLIM:2023:2769 Rechtbank Limburg , 18-04-2023 \/ 03.136884.22\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Inrijden op kennelijke scooterdief. Vrijspraak van poging tot doodslag, maar veroordeling voor een poging tot zware mishandeling en twee verdere mishandelingen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/jurisprudences\/eclinlrblim20232769-rechtbank-limburg-18-04-2023-03-136884-22\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"\u9884\u8ba1\u9605\u8bfb\u65f6\u95f4\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"29 \u5206\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim20232769-rechtbank-limburg-18-04-2023-03-136884-22\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim20232769-rechtbank-limburg-18-04-2023-03-136884-22\\\/\",\"name\":\"ECLI:NL:RBLIM:2023:2769 Rechtbank Limburg , 18-04-2023 \\\/ 03.136884.22 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/#website\"},\"datePublished\":\"2026-04-21T22:12:12+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim20232769-rechtbank-limburg-18-04-2023-03-136884-22\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"zh-Hans\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim20232769-rechtbank-limburg-18-04-2023-03-136884-22\\\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/jurisprudences\\\/eclinlrblim20232769-rechtbank-limburg-18-04-2023-03-136884-22\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Jurisprudences\",\"item\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/jurisprudences\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"ECLI:NL:RBLIM:2023:2769 Rechtbank Limburg , 18-04-2023 \\\/ 03.136884.22\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"description\":\"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"zh-Hans\"},{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/#organization\",\"name\":\"Kohen Avocats\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/\",\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"zh-Hans\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2026\\\/01\\\/Logo-2-1.webp\",\"width\":2114,\"height\":1253,\"caption\":\"Kohen Avocats\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/kohenavocats.com\\\/zh-hans\\\/#\\\/schema\\\/logo\\\/image\\\/\"}}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"ECLI:NL:RBLIM:2023:2769 Rechtbank Limburg , 18-04-2023 \/ 03.136884.22 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/jurisprudences\/eclinlrblim20232769-rechtbank-limburg-18-04-2023-03-136884-22\/","og_locale":"zh_CN","og_type":"article","og_title":"ECLI:NL:RBLIM:2023:2769 Rechtbank Limburg , 18-04-2023 \/ 03.136884.22","og_description":"Inrijden op kennelijke scooterdief. Vrijspraak van poging tot doodslag, maar veroordeling voor een poging tot zware mishandeling en twee verdere mishandelingen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf.","og_url":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/jurisprudences\/eclinlrblim20232769-rechtbank-limburg-18-04-2023-03-136884-22\/","og_site_name":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"\u9884\u8ba1\u9605\u8bfb\u65f6\u95f4":"29 \u5206"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/jurisprudences\/eclinlrblim20232769-rechtbank-limburg-18-04-2023-03-136884-22\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/jurisprudences\/eclinlrblim20232769-rechtbank-limburg-18-04-2023-03-136884-22\/","name":"ECLI:NL:RBLIM:2023:2769 Rechtbank Limburg , 18-04-2023 \/ 03.136884.22 - Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat en droit p\u00e9nal \u00e0 Paris","isPartOf":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/#website"},"datePublished":"2026-04-21T22:12:12+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/jurisprudences\/eclinlrblim20232769-rechtbank-limburg-18-04-2023-03-136884-22\/#breadcrumb"},"inLanguage":"zh-Hans","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/jurisprudences\/eclinlrblim20232769-rechtbank-limburg-18-04-2023-03-136884-22\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/jurisprudences\/eclinlrblim20232769-rechtbank-limburg-18-04-2023-03-136884-22\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Jurisprudences","item":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/jurisprudences\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"ECLI:NL:RBLIM:2023:2769 Rechtbank Limburg , 18-04-2023 \/ 03.136884.22"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/#website","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/","name":"Kohen Avocats","description":"Ma\u00eetre Hassan Kohen, avocat p\u00e9naliste \u00e0 Paris, intervient exclusivement en droit p\u00e9nal pour la d\u00e9fense des particuliers, notamment en mati\u00e8re d\u2019accusations de viol. Il assure un accompagnement rigoureux d\u00e8s la garde \u00e0 vue jusqu\u2019\u00e0 la Cour d\u2019assises, veillant au strict respect des garanties proc\u00e9durales.","publisher":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"zh-Hans"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/#organization","name":"Kohen Avocats","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"zh-Hans","@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","contentUrl":"https:\/\/kohenavocats.com\/wp-content\/uploads\/2026\/01\/Logo-2-1.webp","width":2114,"height":1253,"caption":"Kohen Avocats"},"image":{"@id":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/#\/schema\/logo\/image\/"}}]}},"jetpack_likes_enabled":false,"jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision\/642045","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/wp-json\/wp\/v2\/kji_decision"}],"about":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/wp-json\/wp\/v2\/types\/kji_decision"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=642045"}],"wp:term":[{"taxonomy":"kji_country","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/wp-json\/wp\/v2\/kji_country?post=642045"},{"taxonomy":"kji_court","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/wp-json\/wp\/v2\/kji_court?post=642045"},{"taxonomy":"kji_chamber","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/wp-json\/wp\/v2\/kji_chamber?post=642045"},{"taxonomy":"kji_year","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/wp-json\/wp\/v2\/kji_year?post=642045"},{"taxonomy":"kji_subject","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/wp-json\/wp\/v2\/kji_subject?post=642045"},{"taxonomy":"kji_keyword","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/wp-json\/wp\/v2\/kji_keyword?post=642045"},{"taxonomy":"kji_language","embeddable":true,"href":"https:\/\/kohenavocats.com\/zh-hans\/wp-json\/wp\/v2\/kji_language?post=642045"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}