ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260505.2N.7
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260505.2N.7 Rolnummer: P.26.0330.N Zaak: H. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2026-05-08 Raadplegingen: 235 - laatst gezien 2026-05-18 13:25 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Samenvatting(en) nog niet...
5 min de lecture · 1,044 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Hof van Cassatie
Vonnis/arrest van 05 mei 2026
ECLI nr:
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260505.2N.7
Rolnummer:
P.26.0330.N
Zaak:
H.
Kamer:
2N – tweede kamer
Rechtsgebied:
Overige
Invoerdatum:
2026-05-08
Raadplegingen:
234 – laatst gezien 2026-05-18 12:10
Versie(s):
Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar
Fiche
Samenvatting(en) nog niet beschikbaar
Thesaurus CAS:
TAALGEBRUIK – GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) – In hoger beroep – Strafzaken
Tekst van de beslissing
Nr. P.26.0330.N
S. H.,
beklaagde,
eiser,
met als raadsman mr. Ibrahim El Ouahi, advocaat bij de balie Brussel.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 13 januari 2026.
De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd.
II. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Middel
1. Het middel voert schending aan van artikel 6.1, 6.3.a en 6.3.e EVRM, de Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures (hierna Tolkenrichtlijn 2010/64/EU), de artikelen 10 en 11 Grondwet en artikel 23 Taalwet Gerechtszaken, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging en het legaliteitsbeginsel: door de uitoefening van het recht om een taalwijziging afhankelijk te maken van het betwisten van de schuld voegt het bestreden vonnis een niet in artikel 23 Taalwet Gerechtszaken bepaalde voorwaarde toe aan die bepaling (eerste onderdeel); een afstand van een recht is slechts mogelijk als die afstand ondubbelzinnig is, wat het bestreden vonnis niet vaststelt (tweede onderdeel); het bestreden vonnis kwalificeert eisers verzoek om taalwijziging als dilatoir, maar het vermeldt geen enkel concreet element waaruit een misbruik van de procedure blijkt (derde onderdeel); door een verzoek om taalwijziging af te wijzen, terwijl vaststaat dat de eiser de taal van procedure niet begrijpt, wordt hem de mogelijkheid ontnomen om zijn verdediging effectief te voeren (vierde onderdeel); het bestreden vonnis is tegenstrijdig en ontoereikend gemotiveerd; de afstand wordt niet geldig vastgesteld; het verzoek om taalwijziging wordt gekwalificeerd als dilatoir zonder opgave van concrete elementen; de motieven van het bestreden vonnis laten het Hof niet toe zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen (vijfde onderdeel).
2. Het middel verduidelijkt niet hoe en waarom het bestreden vonnis de artikelen 10 en 11 Grondwet schendt.
In zoverre is het middel bij gebrek aan precisie niet ontvankelijk.
3. Artikel 6.1, 6.3.a en 6.3.e EVRM en de Tolkenrichtlijn 2010/64/EU kennen aan een beklaagde niet het recht toe op een strafprocedure in de taal van zijn keuze.
In zoverre het vierde onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
4. Artikel 23, tweede lid, Taalwet Gerechtszaken bepaalt dat de beklaagde die alleen Frans kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt de verwijzing kan vragen naar het dichtstbij gelegen gerecht van dezelfde rang met het Frans als taal van de rechtspleging.
5. Indien de rechter vaststelt dat blijkt dat de beklaagde wel degelijk het Nederlands als taal van de rechtspleging kent en er niet is voldaan aan de voorwaarde dat hij alleen Frans kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt, mag hij het verzoek om taalwijziging afwijzen wegens misbruik van het door artikel 23, tweede lid, Taalwet Gerechtszaken toegekende recht op een taalwijziging.
In zoverre het derde onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
6. Het bestreden vonnis oordeelt dat uit een vonnis gewezen in een andere zaak door dezelfde kamer en rechtbank blijkt dat een verzoek om taalwijziging werd afgewezen omdat de eiser zich in de loop van het strafonderzoek in die zaak in het Nederlands heeft uitgedrukt tegenover de verbalisanten en zelfs uitdrukkelijk verklaarde het Nederlands te willen gebruiken als taal van de rechtspleging, zodat daaruit volgt dat het actuele verzoek van de eiser louter dilatoir is. Aldus geeft het bestreden vonnis te kennen dat niet is voldaan aan de voorwaarde dat de eiser alleen Frans spreekt of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt en dat het verzoek om taalwijziging misbruik uitmaakt van het door artikel 23, tweede lid, Taalwet Gerechtszaken bepaalde recht op een taalwijziging. Aldus vermeldt het bestreden vonnis het concrete gegeven waarop het steunt voor dat oordeel, verantwoordt het door opgave van een zelfstandige grondslag de beslissing tot afwijzing van het verzoek om taalwijziging naar recht en omkleedt het die beslissing regelmatig met redenen en op een zodanige wijze dat het Hof zijn wettigheidstoezicht kan uitoefenen.
In zoverre kunnen het derde en het vijfde onderdeel niet worden aangenomen.
7. In zoverre gericht tegen het oordeel over de afstand betreffende de beslissing over de schuld als grondslag voor de afwijzing van het verzoek om taalwijziging, zijn het eerste, het tweede en het vijfde onderdeel gericht tegen overtollige redenen, kunnen ze niet tot cassatie leiden en zijn ze bijgevolg bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
Ambtshalve onderzoek
8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.
Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiser tot de kosten.
Bepaalt de kosten op 77,61 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 5 mei 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant.
PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260505.2N.7
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...