ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.149
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.149 Rolnummer: A. 236941/X-18209 Zaak: Arrest 260149 - Monumenten en Landschappen - 18/06/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-07-01 Raadplegingen: 103 - laatst gezien 2026-06-05 08:44 Fiche Arrest nr 260.149 van 18 juni 2024...
7 min de lecture · 1,374 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Raad van State
Vonnis/arrest van 18 juni 2024
ECLI nr:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.149
Rolnummer:
A. 236941/X-18209
Zaak:
Arrest 260149 – Monumenten en Landschappen – 18/06/2024
Rechtsgebied:
Bestuursrecht
Invoerdatum:
2024-07-01
Raadplegingen:
103 – laatst gezien 2026-06-05 08:44
Fiche
Arrest nr 260.149 van 18 juni 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu
en aanverwante aangelegenheden – Monumenten en Landschappen Beslissing
: Verwerping
Thesaurus CAS:
RAAD VAN STATE
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)
Tekst van de beslissing
ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.149 no lien 277729 identiques
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Xe KAMER
nr. 260.149 van 18 juni 2024
in de zaak A. 236.941/X-18.209
In zake : de BV L.
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michiel Deweirdt kantoor houdend te 9000 Gent Molenaarsstraat 111/1 A
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Veerle Tollenaere kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van het beroep
1. Het verzoekschrift, ingediend op 29 juli 2022, strekt tot de nietigverklaring van het “besluit van de Vlaamse Minister voor Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed van 2 juni 2022 waarbij het advies van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed […] over een omgevingsvergunning in het beschermde stadsgezicht ‘Vismarkt, Huidenvettersplein en Rozenhoedkaai met omgeving’ te Brugge, bindend werd verklaard”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
X-18.209-1/7
Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld.
De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 maart 2024.
Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Michiel Deweirdt, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Veerle Tollenaere, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. Op 22 oktober 2021 dient verzoekster bij de stad Brugge een omgevingsvergunningsaanvraag in voor het plaatsen van drie luifels aan een pand gelegen in het bij ministerieel besluit van 12 november 2018 beschermd stadsgezicht ‘Vismarkt, Huidenvettersplein en Rozenhoedkaai met omgeving’.
Het agentschap Onroerend Erfgoed verleent op 20 januari 2022
een ongunstig advies over de aanvraag.
Bij beslissing van 14 februari 2022 weigert het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge de aangevraagde vergunning onder meer om reden van het ongunstig advies van het agentschap Onroerend Erfgoed.
X-18.209-2/7
X-18.209-3/7
Na het beroep van verzoekster tegen deze weigeringsbeslissing bij de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen, brengt de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed op 12 mei 2022 een ongunstig advies uit.
Bij besluit van 2 juni 2022 beslist de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed tot het bindend verklaren van het laatstgenoemde advies. Dit is het bestreden besluit.
De deputatie besluit op 16 juni 2022 het beroep af te wijzen, overwegende dat de bindendverklaring van het ongunstig advies van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed een legaliteitsbelemmering oplevert.
Tegen het besluit van de deputatie stelt verzoekster op 29 juli 2022 een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
IV. Rechtsmacht
Exceptie
4. In het auditoraatsverslag wordt er op gewezen dat het ministerieel besluit tot bindendverklaring van het ongunstig advies van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed voorbereidend is ten opzichte van de weigering van de vergunning, dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen bevoegd is voor de eindbeslissing en ook als enige bevoegd is om zich uit te spreken over de wettigheid van het ministerieel besluit, en dat de Raad van State niet bevoegd is om zich over de wettigheid van dit besluit uit te spreken.
In de laatste memorie sluit de verwerende partij zich bij dit standpunt aan.
5. Verzoekster betwist die zienswijze in haar laatste memorie. Zij benadrukt dat het ministerieel besluit tot bindendverklaring geen beslissing is betreffende een omgevingsvergunningsaanvraag, maar een beslissing over een advies, die “een onmiddellijke en beslissende inhoud [heeft] aangezien [de ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.149 X-18.209-4/7
minister] stelt dat het uitvoeren van de vergunning ernstige schade kan toebrengen aan het beschermd goed”.
Beoordeling
6. Krachtens artikel 105, § 1, 1°, van het decreet van 25 april 2014
‘betreffende de omgevingsvergunning’ (hierna: het omgevingsvergunningsdecreet) doet de Raad voor Vergunningsbetwistingen als administratief rechtscollege uitspraak over de beroepen die worden ingesteld tot vernietiging van “de uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing betreffende een omgevingsvergunningsaanvraag, genomen in laatste administratieve aanleg”.
7. Het bestreden besluit tot bindendverklaring van het ongunstig advies van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed is specifiek voorbereidend ten aanzien van de beslissing van de vergunningverlenende overheid – meer bepaald, in graad van laatste administratieve aanleg, van de deputatie. Deze beslissing van de deputatie, 16 juni 2022 gedateerd, verschijnt als de eindbeslissing van wat te beschouwen is als een complexe administratieve rechtshandeling waarvan het ministerieel besluit tot bindendverklaring een integrerend deel uitmaakt.
Gelet op die welbepaalde band laten dit ministerieel besluit en de finale beslissing over de vergunningsaanvraag zich niet los van mekaar indenken.
Datzelfde geldt ook voor de vernietigingsberoepen die werden ingesteld tegen, respectievelijk, het ministerieel besluit tot bindendverklaring en de beslissing van de deputatie van 16 juni 2022.
In dit licht is de Raad van State van oordeel dat de toewijzing, door het voormelde artikel 105, § 1, 1°, van het omgevingsvergunningsdecreet, van de bevoegdheid tot kennisneming van het vernietigingsberoep tegen de beslissing van de deputatie aan de Raad voor Vergunningsbetwistingen met zich meebrengt dat ook de kennisneming van het beroep tot vernietiging van de bindendverklaring van het ongunstig advies van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed die aan de beslissing van de deputatie voorafgaat, aan de Raad van State onttrokken is.
X-18.209-5/7
8. Bijgevolg is de Raad van State zonder rechtsmacht om over het voorliggende beroep uitspraak te doen. De exceptie is gegrond.
V. Kosten
9. Volgens verzoekster moet de verwerende partij sowieso veroordeeld worden tot de kosten nu zij tekortgeschoten is in haar door het bestuursdecreet van 7 december 2018 opgelegde verplichting om bij de kennisgeving van een administratieve handeling in de zin van artikel 6.4.8 te vermelden of een beroep tegen de beslissing kan worden ingesteld, bij welke instantie en binnen welke termijn.
10. De stelling van verzoekster kan niet worden gevolgd, al was het maar omdat – zoals hiervoor is gebleken – de Raad van State geen rechtsmacht heeft en het hem bijgevolg niet toekomt uitspraak te doen over de vraag of het bestreden besluit een administratieve handeling is in de zin van het voormelde artikel 6.4.8.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
X-18.209-6/7
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien juni tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier.
De griffier De voorzitter
Karin Meerschaut Johan Lust
X-18.209-7/7
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.149
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...