ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.150
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.150 Rolnummer: A. 236713/X-18186 Zaak: Arrest 260150 - Onbewoonbare en ongezonde/onveilige woningen - 18/06/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-07-01 Raadplegingen: 110 - laatst gezien 2026-06-05 08:44 Fiche Arrest nr 260.150 van 18 juni...
18 min de lecture · 3,879 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Raad van State
Vonnis/arrest van 18 juni 2024
ECLI nr:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.150
Rolnummer:
A. 236713/X-18186
Zaak:
Arrest 260150 – Onbewoonbare en ongezonde/onveilige woningen – 18/06/2024
Rechtsgebied:
Bestuursrecht
Invoerdatum:
2024-07-01
Raadplegingen:
110 – laatst gezien 2026-06-05 08:44
Fiche
Arrest nr 260.150 van 18 juni 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu
en aanverwante aangelegenheden – Onbewoonbare en ongezonde/onveilige woningen
Beslissing : Vernietiging
Thesaurus CAS:
RAAD VAN STATE
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)
Tekst van de beslissing
ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.150 no lien 277730 identiques
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Xe KAMER
nr. 260.150 van 18 juni 2024
in de zaak A. 236.713/X-18.186
In zake : de NV S.
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Charlotte Guelinckx kantoor houdend te 3000 Leuven Bondgenotenlaan 167
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Walter Muls kantoor houdend te 1000 Brussel A. Dansaertstraat 92
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 28 juni 2022, strekt tot de nietigverklaring van de impliciete beslissingen tot verwerping, door de Vlaamse minister bevoegd voor wonen, van de door de nv S. ingestelde bestuurlijk beroepen tegen 1° het besluit van de burgemeester van de stad Leuven van 17 december 2021 tot ongeschiktverklaring van de woning gelegen te 3000 Leuven, Bondgenotenlaan, bus 0203 en van de kamers gelegen te 3000 Leuven, Bondgenotenlaan, bus 0201 en bus 0403 en, 2° het besluit van de burgemeester van de stad Leuven van 17 december 2021 tot onbewoonbaarverklaring van de woningen gelegen te 3000 Leuven, Bondgenotenlaan, bus 0301, bus 0302 (lees:
0202), bus 0401 en bus 0402.
X-18.186-1/15
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld.
De verwerende partij en de verzoekende partij hebben een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 maart 2024.
Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Charlotte Guelinckx, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Marijn Serneels, die loco advocaat Walter Muls verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. De verzoekende partij is eigenaar van een pand, gelegen te 3000
Leuven aan de Bondgenotenlaan. Het pand heeft een handelsgelijkvloers en 10 studentenkamers op de verdiepingen.
X-18.186-2/15
Op het ogenblik van de aankoop door de verzoekende partij rust er op een gedeelte van het pand een herstelvordering en zijn de woonentiteiten met busnummers 0102, 0103, 0201, 0202, 0203, 0302, 0401, 0402 en 0403 ongeschikt verklaard door de burgemeester van de stad Leuven.
3.2. Op 9 september 2021 maakt het pand het voorwerp uit van een conformiteitsonderzoek van het agentschap Wonen-Vlaanderen. Voor meerdere woonentiteiten worden gebreken van categorie I, II of III vastgesteld.
Op 4 oktober 2021 verleent de adviseur woningkwaliteit adviezen inzake ongeschiktheid en onbewoonbaarverklaring voor de woonentiteiten met busnummers 0102, 0103, 0201, 0202, 0203, 0302, 0401, 0402
en 0403.
3.3. Op 3 december 2021 vindt op vraag van de verzoekende partij een hercontrole plaats.
Wat de woonentiteiten met de nummers 0201, 0202, 0203, 0301, 0302, 0401, 0402 en 0403 betreft, stelt de woningcontroleur de volgende gebreken vast in de technische verslagen die door hem ondertekend zijn op 8 december 2021:
– Kamer 0201: geen gebrek van categorie I, één gebrek van categorie II en geen gebrek van categorie III
“Opmerkingen:
241: – De kamer heeft een netto-vloeroppervlakte van 12,24m².
De kamer heeft een interne keuken en moet minstens een netto-vloeroppervlakte hebben van 15m². De kamer is hierdoor te klein voor bewoning.
[…]”
– Woning 0202: geen gebrek van categorie I, één gebrek van categorie II en één gebrek van categorie III
“Opmerkingen:
X-18.186-3/15
[…]
185: – Het toilet in de woning werd verwijderd. Er kon tijdens de controle niet aangetoond worden dat de aan- en afvoerleidingen van het toilet volledig werden verwijderd, aangezien op de plaats een houten kastje werd gelijmd. Het deugdelijk herstel werd hierdoor niet aangetoond. Om deze reden wordt de woonentiteit nog steeds aanzien als woning.
[…]”
– Woning 0203: geen gebrek van categorie I, één gebrek van categorie II en geen gebrek van categorie III
“Opmerkingen:
[…]
241: – Dit is een studio met een netto-vloeroppervlakte van 16,13m²; een woning dient een minimum netto-vloeroppervlakte te hebben van 18m². De woning is hierdoor te klein voor bewoning. […]”
– Woning 0301: geen gebrek van categorie I, één gebrek van categorie II en één gebrek van categorie III
“Opmerkingen:
[…]
185: – Het toilet in de woning werd verwijderd. Er kon tijdens de controle niet aangetoond worden dat de aan- en afvoerleidingen van het toilet volledig werden verwijderd, aangezien op de plaats een houten kastje werd gelijmd. Het deugdelijk herstel werd hierdoor niet aangetoond. Om deze reden wordt de woonentiteit nog steeds aanzien als woning.
[…]”
– Kamer 0302: geen gebreken
“Opmerkingen:
Bijkomende opmerkingen: Het appartement/kamerwoning was op het ogenblik van het plaatsbezoek niet toegankelijk. De volgende gebreken werden vastgesteld dd 09-09-2021 en blijven te controleren: […]”
– Woning 0401: geen gebrek van categorie I, geen gebrek van categorie II en één gebrek van categorie III
X-18.186-4/15
“Opmerkingen:
185: – Het toilet in de woning werd verwijderd. Er kon tijdens de controle niet aangetoond worden dat de aan- en afvoerleidingen van het toilet volledig werden verwijderd, aangezien op de plaats een houten kastje werd gelijmd. Het deugdelijk herstel werd hierdoor niet aangetoond. Om deze reden wordt de woonentiteit nog steeds aanzien als woning.
[…]”
– Woning 0402: geen gebrek van categorie I, geen gebrek van categorie II en één gebrek van categorie III
“Opmerkingen:
[…]
185: – Het toilet in de woning werd verwijderd. Er kon tijdens de controle niet aangetoond worden dat de aan- en afvoerleidingen van het toilet volledig werden verwijderd, aangezien op de plaats een houten kastje werd gelijmd. Het deugdelijk herstel werd hierdoor niet aangetoond. Om deze reden wordt de woonentiteit nog steeds aanzien als woning.
[…]”
– Kamer 0403: geen gebrek van categorie I, één gebrek van categorie II en geen gebrek van categorie III
“Opmerkingen:
[…]
241: – De kamer heeft een netto-vloeroppervlakte van 14,93m².
De kamer heeft een interne keuken en moet minstens een netto-vloeroppervlakte hebben van 15m². De kamer is hierdoor te klein voor bewoning. […]”
3.4. Op 17 december 2021 verklaart de burgemeester van de stad Leuven de woningen met bus 0202, 0301, 0401 en 0402 ongeschikt en onbewoonbaar en verklaart hij de kamer met bus 0302 ongeschikt en onbewoonbaar.
Met een afzonderlijk besluit van 17 december 2021 verklaart de burgemeester van de stad Leuven de woning met bus 0203 en de kamers met bus 0201 en 0403 ongeschikt.
X-18.186-5/15
3.5. Met een op 20 december 2021 ondertekende brief deelt de wooninspecteur aan de verzoekende partij de technische vaststellingen mee van het controleonderzoek van 3 december 2021.
3.6. Op 12 januari 2022 stelt de verzoekende partij bij de verwerende partij bestuurlijk beroep in tegen het eerste voormelde burgemeestersbesluit van 17 december 2021 in de mate dat het betrekking heeft op de woningen met bus 0202, 0301, 0401 en 0402 en de kamer met bus 0302.
Zij stelt op 13 januari 2022 bestuurlijk beroep in bij de verwerende partij tegen het tweede voormelde burgemeestersbesluit van 17 december 2021 in de mate dat het betrekking heeft op de woning met bus 0203
en op de kamers met bus 0201 en 0403.
3.7. Op 13 januari 2022 worden er nieuwe verslagen opgesteld en ondertekend, die betrekking hebben op dezelfde hercontrole van 3 december 2021
en dezelfde woonentiteiten. Deze verslagen zijn identiek aan de verslagen die ondertekend werden op 8 december 2021, met uitzondering van de kamers 0201 en 0403, waarvoor geen gebreken meer worden vastgesteld. De opmerking (241) die voor die kamers in de vorige versie werd gemaakt, wordt immers als volgt gewijzigd:
– Voor kamer 0201:
“De kamer heeft een netto-vloeroppervlakte van 12,24m². De kamer heeft tevens een interne keuken. Aangezien de kamer tijdens het plaatsbezoek bewoond werd door een student, wordt er een afwijking toegestaan op de oppervlaktenorm. ”
– Voor kamer 0403:
“De kamer heeft een netto-vloeroppervlakte van 14,93m². De kamer heeft tevens een interne keuken en bad/douchefunctie. Aangezien de kamer tijdens het plaatsbezoek bewoond werd door een student, wordt er een afwijking toegestaan op de oppervlaktenorm.”
X-18.186-6/15
3.8. Bij brief van 19 januari 2022 wordt de verzoekende partij ervan in kennis gesteld dat het agentschap Wonen-Vlaanderen het nodig acht dat er naar aanleiding van de beroepsprocedures een nieuw conformiteitsonderzoek wordt uitgevoerd. Zij wordt verzocht om in de woning aanwezig te zijn op 28 januari 2022. Er wordt tevens meegedeeld dat er voor deze hercontrole een vergoeding moet worden betaald en dat, indien de vergoeding niet op de rekening staat voor de afgesproken controle, deze niet zal doorgaan.
3.9. Bij twee afzonderlijke brieven van 24 januari 2022 wordt de verzoekende partij ervan in kennis gesteld dat haar bestuurlijke beroepen ontvankelijk zijn en dat de gegrondheid ervan wordt onderzocht. De verzoekende partij wordt verzocht haar standpunt binnen een termijn van 20 dagen schriftelijk te bezorgen aan de dienst Beroepen Woningkwaliteit.
3.10. Op 25 januari 2022 stuurt de verzoekende partij volgende e-mail naar de woninginspecteur:
“Ik verwijs naar het lopende dossier met betrekking tot het pand te Leuven, Bondgenotenlaan […].
U adviseerde voor verschillende kamers in dit pand tot de onbewoonbaarheid daar het privé toilet in deze kamers werd verwijderd en er in de plaats een houten kast werd gelijmd. Dit betreft volgens u geen deugdelijk herstel.
Het verwijderen van de leidingen is echter niet mogelijk daar dit stijgleidingen betreffen.
Kan u mij meedelen of uw advies wel positief zou zijn indien de houten kast wordt vervangen door een vaste wand afgewerkt in gyproc?
[…]”
De woninginspecteur antwoordt op dezelfde dag:
“Bij het verwijderen van de functie in de woning, in dit geval het toilet, dient men ook de aan- en afvoerleidingen volledig te verwijderen. Indien het verwijderen niet mogelijk zou zijn, zou er aangetoond moeten worden dat de aan- en afvoerleiding onbruikbaar zijn gemaakt, maw dat ze nadien niet opnieuw in gebruik kunnen genomen worden. Het gaat hier om het ongedaan maken van een misdrijf, waardoor alle sporen of verwijzingen naar het misdrijf dienen te verdwijnen. De kamer mag immers niet te makkelijk terug om te vormen zijn tot woning.
Zolang dit niet aangetoond kan worden, werd het deugdelijk herstel niet uitgevoerd.
X-18.186-7/15
Tot op heden hebben wij, behoudens vergissing, de vergoeding voor de hercontrole niet mogen ontvangen. Indien de vergoeding niet op de rekening staat voor de afgesproken controle, zal deze niet doorgaan. […]”
Op 27 januari 2022 richt de wooninspectie zich opnieuw per e-mail tot de verzoekende partij, waarbij wordt meegedeeld dat de vergoeding voor de hercontrole nog niet werd ontvangen.
Op 27 januari 2022 richt een vertegenwoordiger van de verzoekende partij de volgende e-mail aan de wooninspecteur:
“Ik begrijp uit uw advies dat als de leidingen niet weggenomen kunnen worden, de leidingen onbruikbaar gemaakt moet worden, hoe bedoel[t] u dit?
Wij hebben een stop geplaatst op de aanvoer en afvoeren zodat dit niet meer gebruikt kan worden. Daarnaast hebben wij de schacht dichtgemaakt en een lade/kast voorgezet. De leidingen zijn dus niet meer bruikbaar en toegankelijk. Is dit op deze manier in orde? […]”
Diezelfde dag antwoordt de wooninspecteur:
“Wij dienen ter plaatse vast te stellen dat de aan- en afvoerleidingen van de toiletten die werden verwijderd, weg zijn. Indien het niet mogelijk is deze te verwijderen dienen ze onbruikbaar gemaakt te worden, maw dat ze nadien niet opnieuw in gebruik kunnen genomen worden.
U bent zelf vrij om in te vullen hoe u dit gebrek wenst aan te pakken. Een afsluitdop op een leiding plaatsen is onvoldoende, aangezien deze dop nadien kan weggenomen worden en de leiding opnieuw in gebruik kan genomen worden.
Voor de controle morgen dient een vergoeding betaald te worden. Tot op heden hebben wij deze vergoeding niet mogen ontvangen. […]”
De op 28 januari 2022 geplande hercontrole gaat niet door omdat de vergoeding niet werd betaald.
Op 31 januari 2022 richt een vertegenwoordiger van de verzoekende partij de volgende e-mail aan de wooninspecteur:
“Bedankt voor uw informatie. Het is nu iets duidelijker. Enige manier dat vandaag om de onbruikbaar te maken is om dit onbereikbaar te maken. Zoals u zelf hebt gezien is de schacht volledig gesloten en niet meer toegankelijk.
Dit kan niet in ieder ogenblik in dienst gesteld worden. Het is toch te ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.150 X-18.186-8/15
begrijpen dat de stijgleidingen in de schacht niet verwijderd kan worden zoals meermaals is bevestigd aangezien deze leidingen ook dienen voor andere behoeftes.
Ondertussen heb ik uw tweede verslag ontvangen. Kamer 0401 en 0201 zijn conform aangezien dit aan studenten wordt verhuurd. Overige kamers ging enkel over onbruikbare leidingen en heb ik u hierboven toegelicht.
Betreft kamer 0203 wordt gesproken over het gebruik van de oppervlakte dat ik betwist over deze afmetingen. Als er geen enkele oplossing gevonden wordt vind ik dat 3 originele studios die in de regularisatie vergunning is toegekend hebben, is 18m² voldoende. Als het minder dan 18m² is kan dit met een hoogslaper geregulariseerd worden. U heeft zelf gezien dat de hoogslaper aanwezig is.
In mijn interpretatie is de herstelvordering volledig uitgevoerd conform woonkwaliteit. Ik wens graag dat u de verslagen herziet en herstelvorderingen opheft. […]”
Op 1 februari 2022 beantwoordt de woninginspecteur deze e-mail als volgt:
“De afwijkingsregel van de structureel plaatsbesparende maatregel van 2m² is niet van toepassing op woning 0203.
Deze afwijkingsregel is geregeld in het woningkwaliteitsbesluit bij wijziging van 15 juli 2016. De regel is zowel van toepassing bij zelfstandige, als bij niet-zelfstandige woningen, voor zover die gebouwd of vergund zijn vóór 1 oktober 2016.
Hieronder valt woning 0203 echter niet, waardoor u hier geen beroep op kan doen.
Inzake de aan- en afvoerleidingen van de toiletten die werden verwijderd, verwijs ik naar onderstaande mailberichten, waarop reeds een uitgebreid antwoord werd gegeven.[…]”
3.11. Bij brief van 29 april 2022 wordt de verzoekende partij ervan in kennis gesteld dat er geen ministeriële beslissing genomen werd binnen de drie maanden na de ontvangst van de ingestelde beroepen, aangezien er tijdens de beroepsprocedures geen bewijs werd geleverd dat voornoemde woningen thans conform zijn en er evenmin uitvoering werd gegeven aan de herstelvordering.
Overeenkomstig artikel 3.14, derde lid, van het gecodificeerd decreet ‘over het Vlaamse woonbeleid’ van 17 juli 2020 (hierna: Vlaamse Codex Wonen van 2021) worden de beroepen daardoor geacht afgewezen te zijn.
X-18.186-9/15
Deze stilzwijgende beslissingen vormen de thans bestreden besluiten.
IV. Onderzoek van het eerste middel
Uiteenzetting
4.1. De verzoekende partij voert een schending aan van “de materiële en formele motiveringsplicht in hoofde van de administratieve overheid, zoals opgenomen in de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’”.
4.2. Zij ontwikkelt het middel in de eerste plaats ten aanzien van de woonentiteiten 0202, 0301, 0401, 0402.
Volgens de verzoekende partij is de verwerende partij er ten onrechte van uitgegaan dat de vermelde entiteiten als een woning moeten worden beoordeeld. Nochtans gaat het volgens de verzoekende partij niet om een woning, maar om een kamer, zodat de door de verwerende partij miskend geachte vereisten voor een woning niet toepasselijk zijn.
De verwerende partij is er ten onrechte van uitgegaan dat, opdat er in de voorliggende situatie sprake zou zijn van een kamer in plaats van een woning, er niet alleen geen toilet in de woonentiteit aanwezig mag zijn, maar ook dat de aan- en afvoerleidingen van de voormalige toiletten volledig verwijderd moeten zijn. Volgens de verzoekende partij kunnen de betrokken leidingen echter niet verwijderd worden omdat het stijgleidingen betreft en die leidingen wel in gebruik zijn. De leidingen zijn bovendien voldoende afgesloten doordat er een houten kast gelijmd is tegen de muur waarin deze leidingen lopen. Het verwijderde toilet kan dus niet meer worden aangekoppeld.
4.3. Wat de woonentiteiten met nummers 0403 en 0201 betreft, houdt de verzoekende partij voor dat geen gebreken werden vastgesteld, en er dus geen redenen meer zijn om deze kamers ongeschikt te verklaren.
X-18.186-10/15
4.4. Specifiek met betrekking tot de woonentiteit met nummer 0203
werd volgens de verzoekende partij ten onrechte nagelaten om rekening te houden met het gegeven dat het gaat om een studentenkamer.
Beoordeling
5. Overeenkomstig artikel 3.14, derde lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 neemt de Vlaamse regering een beslissing binnen de drie maanden na de ontvangst van het beroep en wordt het beroep geacht afgewezen te zijn als er geen beslissing genomen wordt binnen de termijn van drie maanden.
De stilzwijgende beslissing tot afwijzing van het beroep moet steunen op in rechte aanvaardbare motieven die uit het administratief dossier moeten blijken.
6. Overeenkomstig artikel 1.3, 25°, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 is er sprake van een “kamer” wanneer “een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten […]”.
7. Uit het administratief dossier blijkt dat de woonentiteiten met busnummers 0202, 0301, 0401 en 0402 als woningen worden aangemerkt omdat er een badkamer en een kitchenette aanwezig is én de aan- en afvoerleidingen van het toilet niet volledig werden verwijderd, ook al ontbreekt het toilet zelf. Het ontbreken van een toilet wordt om die reden beschouwd als een gebrek van categorie III voor een woning.
De verwerende partij gaat er zodoende van uit dat een –
gebrekkig – toilet moet worden geacht aanwezig te zijn zolang de aan- en afvoerleidingen niet volledig werden verwijderd. Indien het verwijderen van de aan- en afvoerleidingen niet mogelijk zou zijn, zou er aangetoond moeten worden dat de aan- en afvoerleidingen definitief onbruikbaar zijn gemaakt, met andere woorden dat ze nadien niet opnieuw in gebruik kunnen worden genomen.
X-18.186-11/15
8. De verwerende partij wijst evenwel geen rechtsgrond aan op grond waarvan een woonentiteit zonder toilet als woning kan of moet worden aangemerkt zolang niet wordt aangetoond dat de aan- en afvoerleidingen van het toilet zijn verwijderd of definitief onbruikbaar zijn gemaakt. De verwerende partij wijst evenmin een rechtsgrond aan die ervan doet blijken dat van een kamer slechts sprake kan zijn wanneer er, bij aanwezigheid van een badkamer en een kitchenette, geen (bruikbare) aan- en afvoerleidingen voor een eventueel toilet voorhanden zijn.
De verwerende partij kan er ten slotte niet van overtuigen dat de bezorgdheid dat een kamer, na controle, al te vlot en met miskenning van de regelgeving ter zake zou kunnen worden omgevormd tot een woning, enkel kan worden opgevangen door de volledige verwijdering of het definitief onbruikbaar maken van de aan- en afvoerleidingen. Evenmin toont zij aan dat het plaatsen van een verlijmde kast per se onvoldoende garanties biedt dat een omvorming niet eenvoudig zou kunnen worden gerealiseerd, minstens wordt dit niet nader onderbouwd.
9. Het besluit is dat de impliciete beslissing van de verwerende partij om de betrokken woonentiteiten als zelfstandige woningen en niet als kamers te kwalificeren, niet op deugdelijke motieven is gesteund.
10. Het verweer “dat het dossier naast de administratieve procedure ook het voorwerp uitmaakt van een strafrechtelijke procedure met bijhorende herstelvordering” doet niet anders besluiten, vermits uit het administratief dossier niet blijkt waarom de strafrechtelijke procedure eraan in de weg stond om de betrokken woonentiteit als kamer te kwalificeren.
11. Wat de kamers 0201 en 0403 betreft, wordt in het technisch verslag van 3 december 2021, ondertekend op 13 januari 2022 – en dit in tegenstelling tot de versie die werd ondertekend op 8 december 2021 – geen enkel gebrek meer vermeld. Voor deze kamers heeft de verwerende partij dus erkend dat er geen motieven bestaan voor een ongeschiktverklaring. Het wekt dan ook ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.150 X-18.186-12/15
verwondering dat de verwerende partij deze “vergissing” voor de betrokken kamers niet heeft vertaald in een aangepaste besluitvorming.
12. Wat woonentiteit 0203 betreft, wordt er in het technisch verslag van uitgegaan dat het gaat om een woning met een oppervlakte van slechts 16,13 m² in plaats van de minimaal vereiste netto-oppervlakte van 18 m². Er blijkt echter niet om welke redenen de verwerende partij – in tegenstelling tot de kamer 0201 en 0403 – geen rekening heeft gehouden met het standpunt van de verzoekende partij dat het gaat om een woonentiteit die door een student wordt bewoond.
Ook de beslissing aangaande woonentiteit 0203 is om die redenen niet op deugdelijke motieven gesteund.
13. Het middel is in de aangegeven mate gegrond.
14. Uit de hierna uit te spreken vernietiging van de bestreden beslissingen volgt dat, vanaf de kennisgeving van het uit te spreken arrest, een nieuwe termijn van drie maanden begint te lopen binnen welke het aan de verwerende partij toekomt om, rekening houdend met de in aanmerking genomen vernietigingsgrond, opnieuw te beslissen over de bestuurlijke beroepen die op 12
en 13 januari 2022 werden ingediend.
BESLISSING
1. De Raad van State vernietigt de impliciete beslissingen tot verwerping, door de Vlaamse minister bevoegd voor wonen, van de door de nv S.
ingestelde bestuurlijke beroepen tegen 1° het besluit van de burgemeester van de stad Leuven van 17 december 2021 tot ongeschiktverklaring van de woning gelegen te 3000 Leuven, Bondgenotenlaan, bus 0203 en van de kamers gelegen te 3000 Leuven, Bondgenotenlaan, bus 0201 en bus 0403 en, 2° het besluit van de burgemeester van de stad Leuven van 17 december 2021 tot onbewoonbaarverklaring van de woningen gelegen te 3000 Leuven, Bondgenotenlaan, bus 0202, bus 0301, bus 0401 en bus 0402.
X-18.186-13/15
X-18.186-14/15
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien juni tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier.
De griffier De voorzitter
Karin Meerschaut Johan lust
X-18.186-15/15
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.150
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...