ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.528

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 augustus 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.528 Rolnummer: A. 242747/IX-10520 Zaak: Arrest 260528 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 26/08/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-08-26 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-06-03 20:57 Fiche Arrest nr 260.528...

Source officielle

9 min de lecture 1,880 mots

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab

 
Raad van State

Vonnis/arrest van 26 augustus 2024

ECLI nr:

ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.528

Rolnummer:

A. 242747/IX-10520

Zaak:

Arrest 260528 – Plaatselijk openbaar ambt – Aanwerving en loopbaan – 26/08/2024

Rechtsgebied:

Bestuursrecht

Invoerdatum:

2024-08-26

Raadplegingen:

95 – laatst gezien 2026-06-03 20:57

Fiche

Arrest nr 260.528 van 26 augustus 2024 Openbaar ambt – Plaatselijk openbaar
ambt – Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping

Thesaurus CAS:

RAAD VAN STATE

UTU-thesaurus:

PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)

Tekst van de beslissing

ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.528 no lien 278425 identiques

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER
nr. 260.528 van 26 augustus 2024
in de zaak A. 242.747/IX-10.520
In zake: N.E.
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Butenaerts en Andy Hoedenaeken kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-laan 180
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK
WELZIJN VAN JETTE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Matthieu Generet kantoor houdend te 1050 Brussel Kapitein Crespelstraat 2-4
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 14 augustus 2024, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van het vast bureau van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Jette van 30 juli 2024 waarbij verzoeksters aanvraag tot “verlof wegens persoonlijke omstandigheden” van 1 september 2024 tot en met 28 februari 2025 wordt geweigerd.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend.
IX-10.520-1/7
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 augustus 2024, om 11.00 uur.
Staatsraad Jim Deridder heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Stijn Butenaerts, die verschijnt voor verzoekster en advocaat Matthieu Generet, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Verzoekster is sinds 2010 werkzaam bij het OCMW van Jette.
Met een brief van 19 juni 2024 wordt verzoekster uitgenodigd voor een verhoor op 9 juli 2024, in het raam van een tuchtprocedure waarbij het ontslag van ambtswege als tuchtstraf wordt overwogen. Op vraag van verzoeksters raadsman wordt de hoorzitting uitgesteld naar 3 september 2024.
3.2. Met een brief van 16 juli 2024 vraagt verzoekster de toekenning van een “verlof wegens persoonlijke aangelegenheden” voor een periode van zes maanden, van 1 september 2024 tot en met 28 februari 2025. Zij wenst een tijdelijke aanstelling op te nemen in een centrum voor leerlingenbegeleiding.
3.3. Het vast bureau van het OCMW van Jette weigert deze aanvraag in zitting van 30 juli 2024 op grond van de volgende motieven:
“Overwegende dat het verzoek tot disponibiliteit conform is aan het art. 22
van het ‘Reglement betreffende de stand van disponibiliteit en reaffectatie’;
IX-10.520-2/7
Overwegende dat in het dossier van [verzoekster] bij beslissing van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 18.06.2024 een tuchtprocedure per brief van 20.06.2024 werd opgestart;
[…]
Overwegende dat het toekennen van het gevraagde verlof wegens persoonlijke aangelegenheden per 1 september 2024, interfereert met de hangende tuchtprocedure voor de Raad voor Maatschappelijk Welzijn waarvan de hoorzitting op 3 september 2024 plaatsvindt, waardoor mogelijks een incoherentie tussen een beslissing enerzijds van het Vast Bureau en anderzijds van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn kan ontstaan;
Overwegende dat het Vast Bureau dergelijke incoherentie tussen twee verschillende beraadslagende organen wil vermijden en derhalve niet kan instemmen met een verlof wegens [persoonlijke] aangelegenheden dat ingaat per 1 september 2024.”
Dat is de bestreden beslissing.
IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
4. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.
V. Uiterst dringende noodzakelijkheid
Uiteenzetting van de uiterst dringende noodzakelijkheid
5. Verzoekster motiveert de uiterst dringende noodzakelijkheid van de vordering in haar verzoekschrift als volgt (voetnoten zijn weggelaten):
“Gelet op het feit dat de verlofaanvraag, die begin september 2024 een aanvang vereist, van verzoekster middels de bestreden beslissing wordt geweigerd, dringt zich de uitzonderlijke procedure van de uiterst dringende
IX-10.520-3/7
noodzakelijkheid op, daar niet alleen een gewone procedure van nietigverklaring te laat zou komen, maar zelfs een schorsing in kort geding.
[…]
Verzoekster heeft op 16 juli 2024 een aanvraag ingediend voor het bekomen van een verlof wegens persoonlijke aangelegenheden per 1 september 2024
bij CLB [P.B.].
[…]
Tevens kan er bezwaarlijk betwisting bestaan over de noodzaak aan een beslissing voor eind augustus/begin september 2024; een aanstelling bij het CLB [P.B.] dient aan te sluiten met het begin van het nieuwe schooljaar.
Middels een schorsing op uitermate korte termijn van de bestreden beslissing wordt verweerster aangezet tot het nemen van een nieuwe – wettelijke –
beslissing, waarbij verzoekster de kans heeft om tijdens haar gevraagd verlof wegens persoonlijke aangelegenheden per 1 september 2024 een betrekking te starten in het stelsel ‘tijdelijke aanstelling bepaalede duur’ bij het CLB
[P.B.].
Verweerster zal misschien trachten aan te voeren dat verweerster ook [volgend] schooljaar een betrekking kan aanvatten bij het CLB of zelfs maar moet kiezen voor een betrekking bij een andere werkgever, later in het jaar of volgend jaar.
Het komt verweerster echter niet toe over de professionele loopbaan van verzoekster te beslissen of deze te hypothekeren. Het is het persoonlijk recht van verzoekster om keuzes te maken over haar loopbaan. Het is trouwens ook niet betwist dat verzoekster oprecht engagement wenst op te nemen om een betrekking aan te vatten bij het CLB [P.B.].
Het geleden nadeel kan niet ongedaan gemaakt worden door alleen een vernietiging van de bestreden beslissing.”
Beoordeling
6. De procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid houdt een ernstige verstoring in van het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, herleidt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en beperkt in aanzienlijke mate de uitoefening van het recht van verdediging van de verwerende partij. Het is om die reden dat, zoals overwogen in het arrest nr. 249.313 van 22 december 2020 van de algemene vergadering van de afdeling Bestuursrechtspraak, de Raad van State met een zekere gestrengheid de voorwaarden beoordeelt die vervuld moeten zijn opdat deze vordering kan worden ingewilligd.
De aanwending van die procedure moet dan ook zeer uitzonderlijk blijven, in die zin dat ze slechts mag worden aangewend in die enkele ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.528 IX-10.520-4/7
gevallen dat het uiterst dringende karakter van de zaak door de verzoekende partij op onbetwistbare wijze wordt aangetoond. Luidens artikel 16, § 1, eerste lid, 7°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’, bevat het verzoekschrift waarin de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd daartoe “een uiteenzetting van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen”.
7. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te hoogdringend is om de uitkomst van het annulatieberoep, of zelfs maar het resultaat van een gewone vordering tot schorsing te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan de verzoekende partij toevalt om in haar verzoekschrift op de omstandigheden van haar zaak betrokken, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar persoonlijk veroorzaakt, niet gedragen kunnen worden gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure of zelfs een gewone schorsingsprocedure en waarom de afloop ervan bijgevolg niet afgewacht kan worden op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen.
Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden onderbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze het beweerde uiterst hoogdringende karakter van de vordering inderdaad verantwoorden. De spoedeisendheid, laat staan de uiterst dringende noodzakelijkheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is.
8. Verzoeksters stelling dat de uitspraak in een gewone schorsingsprocedure te laat zou komen in het licht van de aanvang van de beoogde tijdelijke aanstelling aansluitend bij het schooljaar 2024-2025, is op zich aannemelijk.
IX-10.520-5/7
Het niet kunnen opnemen van de voornoemde betrekking is op zich evenwel slechts het gevolg van de bestreden beslissing en toont niet aan dat de zaak hoogdringendheid is.
9. Bovendien laat verzoekster na enig inzicht te bieden in de schade – financieel, moreel of anderszins – die zij door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing zou lijden, laat staan dat zij ervan overtuigt dat die schade een zodanig ernstig en urgent te verhelpen nadeel riskeert dat alleen een schorsing uitgesproken bij uiterst dringende noodzakelijkheid er passend aan tegemoet kan komen en dat zij niet de behandeling van de zaak in een beroep tot nietigverklaring kan afwachten.
Dat de verwerende partij middels een eventuele schorsing wordt aangespoord om een nieuwe beslissing te nemen, is een bedenking die in elke schorsingsprocedure kan worden gemaakt en toont evenmin in concreto aan dat de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor verzoekster wezenlijke schadelijke gevolgen zal teweegbrengen.
10. Voor zover tot slot verzoekster betoogt dat zij diligent heeft gehandeld bij het instellen van haar vordering tot schorsing, moet worden opgemerkt dat daaruit niet volgt dat ook aan de schorsingsvoorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid is voldaan.
11. De uiterst dringende noodzakelijkheid is niet aangetoond. Die vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt de vordering.
2. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro.
IX-10.520-6/7
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zesentwintig augustus tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit:
Jim Deridder, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.
De griffier De voorzitter
Elisabeth Impens Jim Deridder
IX-10.520-7/7

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.528

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab



[email protected]

©  2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie

Powered by PHP 8.5.0

Server Software Apache/2.4.66

== Fluctuat nec mergitur ==




JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.

A propos de cette decision

ECLI
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.528

Décisions similaires

Belgique

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

Fiscal NL

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.