ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.598
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.598 Rolnummer: A. 238096/X-18303 Zaak: Arrest 260598 - Sluitingen van vestigingen - 12/09/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-09-13 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-06-04 01:52 Fiche Arrest nr 260.598 van 12 september 2024...
13 min de lecture · 2,859 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Raad van State
Vonnis/arrest van 12 september 2024
ECLI nr:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.598
Rolnummer:
A. 238096/X-18303
Zaak:
Arrest 260598 – Sluitingen van vestigingen – 12/09/2024
Rechtsgebied:
Bestuursrecht
Invoerdatum:
2024-09-13
Raadplegingen:
92 – laatst gezien 2026-06-04 01:52
Fiche
Arrest nr 260.598 van 12 september 2024 Instellingen, Binnenlandse zaken
en lokale besturen – Sluitingen van vestigingen Beslissing : Vernietiging
Verwerping overige
Thesaurus CAS:
RAAD VAN STATE
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)
Tekst van de beslissing
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Xe KAMER
nr. 260.598 van 12 september 2024
in de zaak A. 238.096/X-18.303
In zake : 1. BV B.
2. Ç.G.
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kelly Braem en Jeff Gillis kantoor houdend te 1785 Merchtem Stoofstraat 50
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de GEMEENTE BRECHT
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sven Vernaillen en Katrien Dams kantoor houdend te 2600 Antwerpen Borsbeeksebrug 36
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp
1. Op 4 januari 2023 hebben verzoekers bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing gevraagd van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de burgemeester van de gemeente Brecht van 29 december 2022 tot sluiting van feestzaal P. te Brecht, van 1 januari 2023, om 12.00 u tot 30 januari 2023, om 12.00 u.
Op 25 februari 2023 vraagt eerste verzoekster de nietigverklaring van die beslissing.
X-18.303-1/10
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 255.458 van 11 januari 2023 is de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing geschorst “in zoverre de beslissing verbiedt dat er op 14 januari 2023, van 18.00 u tot 24.00 u, het trouwfeest plaatsheeft van [tweede verzoeker] en op 22 januari 2023, van 17.00 u tot 24.00 u, het trouwfeest zonder muziek van C. B.”.
De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en eerste verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld.
Eerste verzoekster en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 mei 2024.
Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Kelly Braem, die verschijnt voor eerste verzoekster, en advocaat Enya Hicquet, die loco advocaten Sven Vernaillen en Katrien Dams verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: Raad van State-wet).
X-18.303-2/10
III. Feiten
3. Eerste verzoekster baat te 2960 Brecht, feestzaal P. uit. Tweede verzoeker heeft de feestzaal gehuurd voor zijn trouwfeest op 14 januari 2023.
In een bestuurlijk verslag van 5 december 2022 deelt de lokale politie Voorkempen aan de burgemeester van de gemeente Brecht mee dat er “al geruime tijd een problematiek [is] van (geluids)overlast die gelinkt kan worden aan de feestzaal [P.]”. Gevraagd wordt “om te bekijken of en welke bestuurlijke maatregelen mogelijk kunnen worden genomen om aan de problematiek tegemoet te komen”.
Met een brief van 9 december 2022 nodigt de burgemeester eerste verzoekster uit om te worden gehoord naar aanleiding van zijn voornemen om de feestzaal te sluiten overeenkomstig artikel 134quater van de nieuwe gemeentewet. In de brief wordt verwezen naar herhaalde vaststellingen door de politie van “bovenmatige hinder en geluidsoverlast”, naar verschillende klachten en meldingen van buurtbewoners over zware verkeershinder, en naar vaststellingen van onverantwoord rijgedrag.
De hoorzitting heeft plaats op 22 december 2022. Tijdens het verhoor betoogt eerste verzoekster onder meer dat tijdens de maand februari 2023
geen feesten zullen plaatshebben, om bijkomende akoestische isolatie langs de binnenkant te kunnen aanbrengen voor een extra demping van bijvoorbeeld de bastonen. In de komende maand worden er nog enkele trouwfeesten georganiseerd; het feest van 22 januari 2023 zal zonder muziek worden gehouden.
Eerste verzoekster vraagt “rekening te houden met de geplande werken”.
“[G]ezien de wachtlijst voor uitvoering van de werken worden deze zo spoedig mogelijk uitgevoerd”.
Op 29 december 2022 beslist de burgemeester om de feestzaal op grond van artikel 134quater van de nieuwe gemeentewet te sluiten van 1 januari 2023, om 12.00 u, tot 30 januari 2023, om 12.00 u. Geoordeeld wordt dat
X-18.303-3/10
er sprake is “van een duidelijke verstoring van de openbare orde door gedragingen die zich afspelen in en rechtstreeks kunnen gelinkt worden aan [feestzaal P.]”. Een tijdelijke sluiting wordt gepast en noodzakelijk geacht “zodat de uitbater in staat wordt gesteld om gedurende deze periode van tijdelijke sluiting zelf verder de nodige bijkomende en gepaste maatregelen te implementeren en te nemen zodat deze ordeverstoring zich in de toekomst niet meer kan herhalen en niet meer zal kunnen voordoen”.
In fine van de bestreden beslissing overweegt de burgemeester wat volgt:
“De maatregel van de sluiting is proportioneel en tijdelijk. Immers, de Burgemeester kan overeenkomstig artikel 134quater van de Nieuwe Gemeentewet een sluiting bevelen voor een maximumtermijn van 3 maanden. Huidige tijdelijke maatregel behelst slechts een tijdspanne van 1 maand. Hierbij kiest de Burgemeester aldus niet voor de langst mogelijke sluiting zoals deze kan worden opgelegd overeenkomstig artikel 134quater Nieuwe Gemeentewet. Verder blijkt de maatregel tot tijdelijke sluiting ook de meest geëigende maatregel en dit na afweging van alle betrokken belangen en dit aldus ook met inbegrip van de belangen van de inrichting zelf en de uitbating.
Verder zal de tijdelijke maatregel pas ingaan na de eindejaarsfeesten zodat ook om deze reden de opgelegde tijdelijke sluiting van feestzaal [P.]
redelijk en proportioneel is. De opgelegde tijdelijke sluiting van feestzaal [P.] biedt aldus de uitbater de kans om aan de klanten die de feestzaal reeds hadden geboekt voor de maand januari 2023 tijdig van deze tijdelijke sluiting op de hoogte te stellen.”
IV. Wat eerste verzoekster betreft
A. Belang
Standpunt van de partijen
4. Eerste verzoekster argumenteert in het verzoekschrift dat de bestreden beslissing niettegenstaande de schorsing bij arrest nr. 255.458 van 11 januari 2023 toch financiële en commerciële gevolgen voor haar heeft. Als reactie op artikels in de pers waarin de burgemeester verklaringen aflegt met
X-18.303-4/10
betrekking tot de bestreden beslissing, hebben heel wat mensen hun toekomstig feest in de feestzaal van eerste verzoekster geannuleerd “uit vrees dat hun feest last-minute niet zou kunnen doorgaan ten gevolge van een nieuwe (onwettige)
sluitingsmaatregel”. Bovendien “worden amper tot geen nieuwe feesten meer geboekt”.
5. De verwerende partij betwist in de memorie van antwoord het belang van eerste verzoekster. Eerste verzoekster, aldus de verwerende partij, baseert haar belang “op reputatieschade, en de daaruit voortvloeiende financiële en commerciële gevolgen”. Die reputatieschade is evenwel geen rechtstreeks gevolg van de uitvoering van de bestreden beslissing, maar houdt verband met de mediaberichten die met betrekking tot de feestzaal verschenen zijn en die “louter en alleen gevoerd [lijken] te worden door de onrust die heerst omtrent de feestzaal [P.] gezien de aanhoudende meldingen/gevallen van (geluids)overlast, hetgeen verwerende partij net met de bestreden beslissing dd. 29 december 2022 heeft wensen tegen te gaan”. Minstens maakt eerste verzoekster niet aannemelijk dat een vernietiging tegemoetkomt aan haar “zogenaamde ‘reputatieschade’”.
Beoordeling
6. Naar eerste verzoekster in het verzoekschrift beklemtoont, heeft zij op de hoorzitting “zeer uitdrukkelijk aangetoond dat in de feestzaal [P.] geen feest zal plaatsvinden vanaf 23 januari 2023 (op 22 januari 2023 vindt het laatste feest plaats, n.b. zonder muziek […]) tot in de maand maart 2023”.
Concreet heeft de bestreden sluiting tot gevolg dat er twee geplande huwelijksfeesten, op 14 en 22 januari 2023, niet kunnen doorgaan en door eerste verzoekster moeten worden afgelast.
De bestreden beslissing is in die mate van aard eerste verzoekster nadelig te raken.
X-18.303-5/10
7. Dat de trouwfeesten, ten gevolge van het schorsingsarrest nr. 255.458 van 11 januari 2023, alsnog konden plaatshebben, doet van dit belang niet af. Stukken 15 en 16 van eerste verzoekster bewijzen immers genoegzaam dat zij veel annuleringen van gedane reserveringen voor de periode na januari 2023
heeft moeten noteren en dat die annuleringen finaal teruggaan op de bestreden sluiting en de ruchtbaarheid die er in de media aan gegeven is – niet het minst door de verwerende partij zelf, bij het ventileren van haar onbegrip en ongenoegen over het voormelde schorsingsarrest en het feit dat de verboden feesten toch nog konden doorgaan.
Kan de nietigverklaring die eerste verzoekster nastreeft bezwaarlijk geacht worden volledig de gevolgen goed te maken van de antireclame die de bestreden beslissing haar bezorgde, ten minste verschaft die nietigverklaring haar een gedeeltelijke compensatie ervoor.
8. De conclusie is dat eerste verzoekster getuigt, en blíjft getuigen, van het vereiste belang bij haar beroep tegen de bestreden sluiting van feestzaal P.
in zoverre die sluiting het verbod inhoudt dat er de trouwfeesten van 14 en 22 januari 2023 plaatshebben.
B. Onderzoek van het tweede middel
Standpunt van de partijen
9. Eerste verzoekster leidt een tweede middel af uit de schending van onder andere het zorgvuldigheidsbeginsel en de formele- en de materiëlemotiveringsplicht. Onder meer wordt toegelicht dat eerste verzoekster op de hoorzitting documenten heeft neergelegd die aantonen dat in december 2022
een eerste fase van bijkomende akoestische isolatiewerken werd uitgevoerd, en dat zij ook aantoonde dat de resterende werken in februari 2023 zouden plaats hebben, reden waarom er voor die maand geen feesten werden aangenomen. Voor de werken zijn aannemers en materialen nodig, waardoor de werken niet zomaar kunnen worden verplaatst. Op 22 januari 2023 vindt het laatste feest plaats,
X-18.303-6/10
overigens zonder muziek. Er zouden dus geen feesten plaatshebben vanaf 23 januari 2023 tot in de maand maart 2023. Er werd uitdrukkelijk gevraagd daar rekening mee te houden bij het al dan niet opleggen van een maatregel. De motivering van de bestreden beslissing toont evenwel aan dat er helemaal geen rekening is gehouden met de argumenten van eerste verzoekster tijdens de hoorzitting.
10. De grief wordt door de verwerende partij niet uitdrukkelijk ontmoet in de memorie van antwoord. Gesteld wordt dat het niet mogelijk is tegelijk de schending van de formele- én van de materiëlemotiveringsplicht aan te voeren. Ook wordt betoogd dat eerste verzoekster de motieven van de bestreden beslissing klaarblijkelijk kent en dat de overheid niet het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden, maar met voldoende kennis van zaken heeft besloten om de feestzaal voor een periode van vier weken te sluiten, ingaand na de eindejaarsfeesten.
11. In de laatste memorie argumenteert de verwerende partij dat er “tot op de dag van vandaag overschrijdingen van de geluidsnormen en grenswaarden waar te nemen zijn, resulterend in een abnormale hinder uitgaande van de feestzaal [P.]”. Ook vraagt zij zich af of de beloofde isolatiewerken wel effectief werden uitgevoerd aangezien het aantal klachten, meldingen en processen-verbaal zich blijven opstapelen, zoals blijkt uit een bestuurlijk verslag van de politie van 18 september 2023.
Beoordeling
12. Dezelfde grief als hier besproken, voerde eerste verzoekster eerder ook aan in haar vordering tot schorsing die tot het arrest nr. 255.458 van 11 januari 2023 heeft geleid. In het arrest werd over de grief geoordeeld wat volgt:
“11. Het is niet betwist dat de burgemeester, vooraleer een sluitingsmaatregel te nemen zoals degene die bestreden wordt, de verantwoordelijke in de gelegenheid moet stellen om nuttig voor zijn of haar zienswijze op te komen.
X-18.303-7/10
Op het eerste gezicht hangt hiermee noodzakelijkerwijze samen dat de burgemeester die zienswijze de nodige aandacht dient te geven en bij zijn beoordeling moet betrekken. Eventueel moet hij in de formele motivering afdoende laten begrijpen waarom hij de zienswijze niet bijvalt.
12. Het lijkt niet verboden dat verzoekers, naast een gebrekkige (formele)
motivering op dit stuk, elders in hun verzoekschrift ook de (inhoudelijke)
merites betwisten van de motieven die zij wél kennen.
13. Te dezen deed eerste verzoekster tijdens de hoorzitting gelden dat er in januari 2023 nog een paar trouwfeesten in de feestzaal gepland waren, en dat de zaal dan in februari gesloten zou zijn voor de uitvoering van de nodige bijkomende maatregelen om de problematiek van de geluidshinder te verhelpen. Gelet op de ‘wachtlijst’ konden de werken bezwaarlijk eerder worden aangevat.
Daar onomwonden tegen ingaand, besluit evenwel de burgemeester de feestzaal in januari te sluiten om eerste verzoekster in staat te stellen ‘verder de nodige bijkomende en gepaste maatregelen te implementeren en te nemen’.
14. Dit laat de burgemeester op het eerste gezicht niet begrijpen, niet in de bestreden beslissing, noch overigens in de nota.
In de bestreden beslissing beperkt de burgemeester zich tot de bewering dat de opgelegde sluiting ‘de meest geëigende maatregel [blijkt] en dit na afweging van alle betrokken belangen en dit aldus ook met inbegrip van de belangen van de inrichting zelf en de uitbating’, en de bewering dat de beslissing de uitbater in staat stelt de klanten die de feestzaal boekten in januari, ‘tijdig’ op de hoogte te stellen van de sluiting en dus annulering van hun feest.
Het eerste lijkt niet meer dan een inhoudsloze affirmatie. Het tweede is, gelet op de bespreking hiervoor van de schorsingsvoorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid (sub nr. 7), een misvatting.
15. Ten minste in de huidige stand van de procedure neemt de Raad van State aan dat de burgemeester niet genoeg aandacht heeft besteed aan het verweer van eerste verzoekster, minstens dit verweer zonder afdoende reden ter zijde heeft geschoven. Het tweede middel is alvast in die mate ernstig.”
13. Opvallend genoeg besteedt de verwerende partij in de memorie van antwoord geen enkele concrete aandacht, noch aan de besproken grief, noch aan de redengeving in voormeld schorsingsarrest om de grief – voorlopig – bij te vallen. Dat doet de verwerende partij, nog meer opvallend, ook niet in haar laatste memorie, nadat zij nochtans in het auditoraatsverslag kon lezen dat de eerste auditeur verklaart zich bij de zienswijze in het schorsingsarrest aan te sluiten en voorstelt de bestreden beslissing te vernietigen op grond van de grief die in het schorsingsarrest ernstig werd bevonden.
X-18.303-8/10
14. In de gegeven omstandigheden is de Raad van State van oordeel dat het besproken middelonderdeel, in het schorsingsarrest op het eerste gezicht ernstig bevonden, thans ook voor gegrond moet worden gehouden. Aangenomen wordt dat de burgemeester niet genoeg aandacht heeft besteed aan het verweer van eerste verzoekster, minstens dit verweer zonder afdoende reden ter zijde heeft geschoven. Dit verantwoordt de vernietiging van het bestreden verbod van de twee geplande huwelijksfeesten.
15. Deze hierna uit te spreken vernietiging staat er in geen enkel opzicht aan in de weg dat de verwerende partij tot het opleggen van een nieuwe sluitingsmaatregel overgaat indien eerste verzoekster niet voor een afdoende isolatie zou hebben gezorgd en zou blijken dat haar uitbating nog altijd tot klachten over en vaststellingen van overlast leidt. Maar ook die sluiting zal, in voorkomend geval, slechts regelmatig zijn indien eerste verzoekster voorafgaandelijk is gehoord én haar zienswijze voldoende bij de beoordeling van de maatregel is betrokken.
V. Wat tweede verzoeker betreft
16. Tweede verzoeker heeft na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid niet om de nietigverklaring gevraagd van de bestreden en gedeeltelijk geschorste beslissing.
Daar is kennelijk niet vreemd aan dat precies ten gevolge van het schorsingsarrest zijn trouwfeest heeft kunnen plaatshebben zoals gepland.
Gelet op het beroep tot nietigverklaring van eerste verzoekster is een toepassing van artikel 17, § 4, derde lid, van de Raad van State-wet niet aan de orde.
BESLISSING
X-18.303-9/10
1. De Raad van State vernietigt de beslissing van de burgemeester van de gemeente Brecht van 29 december 2022 tot sluiting van feestzaal Pirlanta, Ontspanningslaan 6 te 2960 Brecht, in zoverre de beslissing er de feesten op 14 januari 2023 en 22 januari 2023 verbiedt.
2. De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
3. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 600 euro, op een bijdrage van 48 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan eerste verzoekster.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twaalf september tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.
De griffier De voorzitter
Silvan De Clercq Johan Lust
X-18.303-10/10
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.598
Gerelateerde publicatie(s)
voorafgegaan door:
ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.458
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...