ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.691

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.691 Rolnummer: A. 236837/X-18201 Zaak: Arrest 260691 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 20/09/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-09-27 Raadplegingen: 85 - laatst gezien 2026-06-04 05:08 Fiche Arrest nr 260.691 van...

Source officielle

17 min de lecture 3,553 mots

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab

 
Raad van State

Vonnis/arrest van 20 september 2024

ECLI nr:

ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.691

Rolnummer:

A. 236837/X-18201

Zaak:

Arrest 260691 – Stedenbouw en ruimtelijke ordening – Reglementen – 20/09/2024

Rechtsgebied:

Bestuursrecht

Invoerdatum:

2024-09-27

Raadplegingen:

85 – laatst gezien 2026-06-04 05:08

Fiche

Arrest nr 260.691 van 20 september 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw,
leefmilieu en aanverwante aangelegenheden – Stedenbouw en ruimtelijke
ordening – Reglementen Beslissing : Vernietiging bekendmaking

Thesaurus CAS:

RAAD VAN STATE

UTU-thesaurus:

PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)

Tekst van de beslissing

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Xe KAMER
nr. 260.691 van 20 september 2024
in de zaak A. 236.837/X-18.201
In zake : 1. G.B.
2. M.R.
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gregory Verhelst kantoor houdend te 2000 Antwerpen Bouwmeestersstraat 11
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
1. de GEMEENTE BEVEREN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Willem-Jan Ingels en Tom Swerts kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18
bij wie woonplaats wordt gekozen 2. het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Deborah Smets kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van het beroep
1. Het verzoekschrift, ingediend op 18 juli 2022, strekt tot de nietigverklaring van:
a. het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Beveren van 22 februari 2022
tot definitieve vaststelling van de wijziging van de algemene stedenbouwkundige verordening van de gemeente Beveren en b. het besluit van het “Team Mer” van de afdeling Gebiedsontwikkeling, Omgevingsplanning en -projecten van het Vlaamse Gewest (hierna: de dienst Mer)
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-1/14
van 3 november 2021 dat voor de voornoemde wijziging van de verordening de opmaak van een plan-milieueffectrapport (hierna: plan-MER) niet nodig is.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en verzoekers hebben een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld.
Verzoekers hebben een laatste memorie ingediend. De verwerende partijen hebben een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 mei 2024.
Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Ward Vangrunderbeeck, die loco advocaat Gregory Verhelst verschijnt voor verzoekers, advocaat Willem-Jan Ingels, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Elliot Missault, die loco advocaten Steve Ronse en Deborah Smets verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-2/14
III. Feiten
3.1. Op 25 juni 2018 stelt de gemeenteraad van de gemeente Beveren de gemeentelijke algemene stedenbouwkundige verordening vast (hierna: de oorspronkelijke stedenbouwkundige verordening).
3.2. Wat de inplanting van de gebouwen betreft, bepaalt de oorspronkelijke stedenbouwkundige verordening:
“2.3.4. Tweede bouwlijn 2.3.4.1 Bestaande woningen § 1. Bestaande woningen in tweede bouwlijn kunnen behouden blijven.
2.3.4.2 Nieuwe woningen § 1. Nieuwbouw in tweede bouwlijn kan enkel toegestaan worden, mits:
– minimaal 10 meter afstand ten opzichte van alle perceelsgrenzen – de woning maximaal één bouwlaag betreft:
▪ met een maximale kroonlijsthoogte van 3,50 meter ▪ onder hellend dak met een maximale hellingsgraad van 30° en zonder dakuitbouw of dakkapel.
Bij een aanvraag tot omgevingsvergunning zal het standpunt van de aanpalende eigenaar(s) gevraagd worden.”
3.3. Inzake de bouwdiepte van de woongebouwen stelt de oorspronkelijke stedenbouwkundige verordening het volgende:
“2.4.2. Bouwdiepte § 1. De bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt […] maximum 18 meter.
[…]
§ 2. De bouwdiepte op de verdiepingen bedraagt […] maximum 13 meter.
[…]
§ 3. Afwijkingen op vlak van bouwdiepte zijn uitdrukkelijk verboden, tenzij onder volgende omstandigheden:
– eengezinswoningen in gesloten verband: op het gelijkvloers mag minimaal 80 m² netto vloeroppervlakte gerealiseerd worden, om dit mogelijk te maken kan een afwijking van de maximale bouwdiepte worden aangevraagd voor zover voldaan wordt aan artikel 2.6.3. van deze verordening – meergezinswoningen in open verband: indien de minimale bouwvrije zijtuinstroken wordt verhoogd met 2 meter en mits het toevoegen van een bezonningsstudie in de vergunningsaanvraag.”
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-3/14
3.4. In verband met de achtertuinen luidt de oorspronkelijke stedenbouwkundige verordening:
“2.6.3. Achtertuinen § 3. Eengezinswoningen – achtertuinzone: minimaal 6 meter diep en minimaal 60 m² aaneengesloten oppervlakte – groenterreinindex:
▪ minimaal 50% van de achtertuinzone moet met levend groen worden ingericht ▪ de overige 50% van de achtertuinzone mag verhard worden, maximaal 50% hiervan mag gebruikt worden voor bijgebouwen, garages etc. met een absoluut maximum van 125 m².”
4.1. In 2021 neemt de gemeente Beveren het initiatief om de oorspronkelijke stedenbouwkundige vergunning te wijzigen. Naast andere aanpassingen, worden ook de hiervoor in de randnummers 3.2 tot 3.4 aangehaalde bepalingen vervangen.
4.2. Het ontworpen artikel 2.3.4 van de verordening stelt:
“2.3.4 Tweede bouwlijn en inbreidingsprojecten § 1. Bestaande woningen in tweede bouwlijn kunnen behouden blijven.
Uitbreidingen zijn mogelijk mits:
– minimaal 10 meter afstand ten opzichte van alle perceelsgrenzen behouden blijft – de gevel(s) gericht naar de voorliggende bebouwing (eerste bouwlijn) minimaal 25 meter afstand ten opzichte van de uiterste grens van de maximaal bebouwbare zone in eerste bouwlijn gehouden wordt.
§ 2. Nieuwbouw in tweede bouwlijn (geen inbreidingsprojecten) kan enkel toegestaan worden mits:
– Minimaal 10 meter afstand ten opzichte van alle perceelsgrenzen behouden blijft.
– de gevel(s) gericht naar de voorliggende bebouwing (eerste bouwlijn) minimaal 25 meter afstand ten opzichte van de uiterste grens van de maximaal bebouwbare zone in eerste bouwlijn gehouden wordt;
– De woning maximaal één bouwlaag betreft:
o Met een maximale kroonlijsthoogte van 3,50 meter;
o Onder hellend dak met een maximale hellingsgraad van 30° en zonder dakuitbouw of dakkapel.
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-4/14
o voldoet aan de bepalingen van artikel 2.6 (tuinzones)
Bij een aanvraag tot omgevingsvergunning wordt informatief het standpunt van alle aanpalende eigenaars gevraagd.
§ 3. Inbreidingsprojecten kunnen slechts worden toegestaan indien:
– Minimaal 10 meter afstand ten opzichte van alle perceelsgrenzen behouden blijft.
– de gevel(s) gericht naar de voorliggende bebouwing (eerste bouwlijn) op minimaal 25 meter afstand ten opzichte van de uiterste grens van de maximaal bebouwbare zone in eerste bouwlijn gehouden worden voorzien.
– Verboden langsheen in woongebied indien sprake is van een woonlint, verboden binnen woongebied met landelijk karakter.”
4.3. Het ontworpen artikel 2.4.2 van de verordening luidt:
“2.4.2. Bouwdiepte § 1. De bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt maximum 18 meter.
[…]
§ 2. De bouwdiepte op de verdiepingen bedraagt maximum 13 meter.
[…]
§ 3. Afwijkingen op vlak van bouwdiepte zijn uitdrukkelijk verboden, behalve in een van de volgende gevallen:
eengezinswoningen in gesloten verband: op het gelijkvloers mag minimaal 80 m² netto vloeroppervlakte gerealiseerd worden, om dit mogelijk te maken kan een afwijking van de maximale bouwdiepte worden aangevraagd voor zover voldaan wordt aan de minimale normen voor de achtertuinzone.
meergezinswoningen in open verband: indien de minimale bouwvrije zijtuinstroken wordt verhoogd met 2 meter en mits bijkomend op de overige motivatie voor het afwijkingsverzoek een bezonningsstudie in de beschrijvende nota wordt toegevoegd.
meergezinswoningen met inpandige terrassen mogen op verdieping bouwen tot een maximale diepte van 15 meter. Deze diepte moet aangevraagd en gemotiveerd worden conform de bepalingen rond afwijkingen en dient hinder naar aanpalende eigenaars en gebruikers te vermijden.
[…]
Gebouwen gelegen langsheen de Grote Markt, 9120 Beveren kunnen gemotiveerd afwijken mits deze afwijking niet tegenstrijdig is met bepalingen van een bestemmingsplan (BPA of RUP).”
4.4. Het ontworpen artikel 2.6.3, §§ 1 tot 4, van de verordening stelt:
“2.6.3 Achtertuinen
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-5/14
§ 1. De achtertuinzone moet rechtstreeks aansluiten bij de wooneenheid.
§ 2. De achtertuinzone moet zich bevinden binnen de bestemmingszone ‘wonen.
§ 3. Voor gesloten woningbouw op hoekpercelen kan een afwijking aangevraagd worden op onderstaande bepalingen. Deze afwijking dient gemotiveerd te worden.
§ 4. Eengezinswoningen en tweewoonst.
achtertuinzone: minimaal 6 meter diep en minimaal 60m² aaneengesloten oppervlakte.
groenterreinindex:
o minimaal 50% van de achtertuinzone moet met levend groen worden ingericht een afwijkingsvraag op de verhardingsgraad kan ingediend worden bij (bestaande) kleinere (<60m²) tuinen.
o de overige 50% van de achtertuinzone mag verhard worden, maximaal 50% hiervan mag gebruikt worden voor bijgebouwen, garages, etc. dit met een absoluut maximum van 125m².”
5.1. Op 13 augustus 2021 keurt de gemeente Beveren een nota goed die ertoe strekt aan te tonen dat de voorgenomen wijziging van de verordening geen aanzienlijke milieueffecten kan hebben (hierna: de screeningsnota).
5.2. Meer bepaald wordt in de screeningsnota een per artikel van de stedenbouwkundige verordening opgesplitste tabel opgenomen waarin onder meer het volgende wordt gesteld:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-6/14
6. Op basis van de screeningsnota en de uitgebrachte adviezen oordeelt de dienst Mer op 3 november 2021 “dat de stedenbouwkundige verordening geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is”. Dit is het tweede bestreden besluit.
7. Tijdens het openbaar onderzoek, georganiseerd van 6 december 2021 tot 5 januari 2022, dienen verzoekers een bezwaarschrift in.
8. Bij besluit van 22 februari 2022 stelt de gemeenteraad van de gemeente Beveren de wijziging van de algemene stedenbouwkundige verordening definitief vast. Dit is het eerste bestreden besluit, waarvan melding wordt gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 20 mei 2022.
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-7/14
9. Er worden geen wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de in de randnummers 4.2 tot 4.4 geciteerde bepalingen.
IV. Ontvankelijkheid
Standpunten van de partijen
10. Verzoekers zetten uiteen dat zij in een groene woonomgeving wonen, waarin de verhardingsgraad gering is. Recentelijk zijn zij erin geslaagd een aantal grootschalige bouwprojecten in hun leefomgeving tegen te houden op grond van de oorspronkelijke stedenbouwkundige verordening. De versoepelingen die door het eerste bestreden besluit zijn doorgevoerd zullen het vergemakkelijken om vergunningen te geven voor dergelijke bouwprojecten.
11. De eerste verwerende partij werpt als exceptie op dat verzoekers niet afdoende aantonen dat zij over het rechtens vereiste belang bij hun beroep beschikken. Zij maken op geen enkele manier inzichtelijk hoe de doorgevoerde wijzigingen aan de oorspronkelijke stedenbouwkundige verordening zouden kunnen leiden tot grotere bouwprojecten.
Beoordeling
12. In vergelijking met de oorspronkelijke stedenbouwkundige verordening maken de bepalingen van het eerste bestreden besluit het mogelijk om bestaande woningen in tweede bouwlijn uit te breiden, laten zij bijkomende afwijkingen toe op de maximale bouwdiepte – met name voor meergezinswoningen met inpandige terrassen en voor gebouwen gelegen langsheen de Grote Markt – en voorzien zij in een afwijkingsmogelijkheid om de verhardingsgraad te doen stijgen in kleinere tuinen (hierna: de wijzigingen die een stijging van de verhardingsgraad mogelijk maken). Aldus blijkt uit de gegevens van de zaak dat het eerste bestreden besluit het mogelijk maakt om bouwprojecten te realiseren met een grotere verhardingsgraad dan mogelijk was met de toepassing
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-8/14
van de oorspronkelijke stedenbouwkundige verordening, wat van aard kan zijn de leefomgeving van verzoekers nadelig te beïnvloeden.
13. De eerste verwerende partij kan er niet van overtuigen dat verzoekers geen belang zouden hebben bij hun beroep tegen de bestreden beslissing die verordenend van aard is.
14. De exceptie wordt verworpen.
V. Het enige middel
Standpunt van de partijen
15.1. Het enige middel is onder meer genomen uit de schending van artikel 4.2.3 van het decreet van 5 april 1995 ‘houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid’ (hierna: DABM), alsook uit de schending van de materiëlemotiveringsplicht en van het zorgvuldigheids- en het redelijkheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
15.2. Verzoekers betogen dat onder meer de bepalingen inzake de verhardingsgraad en de inplanting en afmeting van de gebouwen evident gevolgen zullen hebben voor het leefmilieu, zodat een ernstig onderzoek naar deze effecten verwacht mocht worden. De ontheffingsbeslissing van de dienst Mer is evenwel gesteund op een screeningsnota waarin dit onderzoek ontbreekt. Deze nota ontbeert elke geloofwaardigheid, daar hij niet verder komt dan de stijlclausule dat het eerste bestreden besluit alleen maar positieve effecten zou hebben. Ook elke cumulatieve benadering van de mogelijk aanzienlijke milieueffecten ontbreekt.
16. De eerste verwerende partij stelt in haar memorie van antwoord dat verzoekers ten onrechte voorhouden dat de cumulatieve impact van de wijzigingen niet zou zijn beoordeeld. De screeningsnota stelt dat de wijzigingen in vele gevallen verduidelijkingen en betere formuleringen van de bestaande bepalingen betreffen. In andere gevallen zorgt voortschrijdend inzicht of een
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-9/14
gewijzigde visie voor kleinschalige wijzigingen, die dermate kleinschalig zijn dat er geen impact op het leefmilieu te verwachten valt. Ook de dienst Mer bevestigde dat de stedenbouwkundige verordening volgens het dossier een kleinschalige wijziging van de reeds bestaande artikels en de toevoeging van enkele nieuwe elementen tot doel heeft. Op geen enkele manier valt uit de screeningsnota of de ontheffingsbeslissing af te leiden dat de cumulatieve gevolgen van de doorgevoerde wijzigingen niet zouden zijn beoordeeld.
17. In haar memorie van antwoord noemt de tweede verwerende partij de uiteenzetting van verzoekers “eerder vaag”. Het behoort nochtans tot de stelplicht van een verzoekende partij die een schending inroept om ter onderbouwing voldoende concrete gegevens aan te brengen. Louter algemeen stellen dat het onderzoek naar milieueffecten niet beperkt kon worden tot elk van de voorschriften afzonderlijk volstaat niet opdat er sprake zou zijn van onzorgvuldig onderzoek van de milieueffecten. Op geen enkele wijze duiden verzoekers in concreto aan welke cumulatieve effecten zich mogelijk zouden manifesteren. Zij voeren bijgevolg geen concrete gegevens aan die aantonen of minstens aannemelijk maken dat cumulatieve effecten dienden te worden onderzocht en/of er wel degelijk een milieueffectrapport diende te worden opgemaakt. Maar er is meer. Uit de rechtspraak blijkt dat de notie “cumulatieve effecten” inhoudt dat rekening dient te worden gehouden met de cumulatieve werking van andere plannen. Het onderzoek van cumulatieve effecten betreft zodus niet de voorschriften van één welbepaald plan op zich.
18. In haar laatste memorie benadrukt de eerste verwerende partij dat onder de oorspronkelijke stedenbouwkundige verordening inbreidingsprojecten reeds toegelaten waren. Evenwel waren de toepasselijke voorschriften voor inbreidingsprojecten niet voldoende duidelijk. Het nieuwe artikel 2.3.4 biedt nu een eenduidig kader. De nieuwe versie legt voor inbreidingsprojecten een afstand van tien meter op ten aanzien van alle perceelgrenzen, dit in lijn met de voorschriften die krachtens de oorspronkelijke stedenbouwkundige verordening gelden voor woningen in tweede bouworde. Voortaan is het niet meer mogelijk om
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-10/14
inbreidingsprojecten te realiseren achter lintbebouwing en in woongebied met landelijk karakter, wat niets anders is dan een bijkomende beperking.
19. In haar laatste memorie stelt de tweede verwerende partij dat men niet om de vaststelling heen kan dat het voorwerp van de voorliggende screening een stedenbouwkundige verordening betreft waarin algemene voorschriften worden geformuleerd, die gelden voor het integrale grondgebied van de gemeente. De MER-regelgeving vereist dat een effectbeoordeling wordt gemaakt op het eerst mogelijk nuttige moment. In casu is er – voor wat de voorschriften voor inbreidingsprojecten betreft – op het moment van het vaststellen van de verordening geen sprake van een “nuttig moment” voor een dermate gedetailleerde effectbeoordeling die verzoekers schijnen te verwachten.
Een diepgaander onderzoek van de potentiële effecten van het voorschrift omtrent de inbreidingsprojecten was op het ogenblik van opmaak van de screeningsnota redelijkerwijze niet mogelijk wegens het ontbreken van relevante gedetailleerde informatie over de toekomstige inbreidingsprojecten.
Beoordeling
20.1. Artikel 4.2.3, § 3, DABM luidt:
“Art. 4.2.3 – […]
§ 3. Voor een plan of programma, dat overeenkomstig artikel 4.2.1, onder het toepassingsgebied van dit hoofdstuk valt, en dat het gebruik bepaalt van een klein gebied op lokaal niveau of een kleine wijziging inhoudt, moet geen plan-MER worden opgemaakt voor zover de initiatiefnemer aan de hand van de criteria die worden omschreven in bijlage I, die bij dit decreet is gevoegd, aantoont dat het plan of programma geen aanzienlijke milieueffecten kan hebben. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen betreffende de beoordeling van de aanwezigheid van aanzienlijke milieueffecten.”
Om wettig gebruik te kunnen maken van de in artikel 4.2.3, § 3, DABM bedoelde afwijkingsmogelijkheid van de principiële plan-MER-plicht, moet cumulatief aan twee voorwaarden worden voldaan: (1) het plan of programma moet het gebruik bepalen van een klein gebied op lokaal niveau
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-11/14
of een kleine wijziging inhouden en (2) de initiatiefnemer moet aantonen dat het plan of programma geen aanzienlijke milieueffecten kan hebben.
20.2. De materiëlemotiveringsplicht houdt in dat het bestreden besluit moet worden gedragen door rechtens verantwoorde motieven die kunnen blijken, hetzij uit de beslissing zelf, hetzij uit de stukken van het dossier.
Het zorgvuldigheidsbeginsel verplicht de overheid zorgvuldig te werk te gaan bij de voorbereiding van een beslissing en ervoor te zorgen dat de juridische en feitelijke aspecten van het dossier deugdelijk worden geïnventariseerd en gecontroleerd, zodat de overheid met kennis van zaken kan beslissen.
20.3. Wat de intrinsieke degelijkheid van een plan-MER-screening betreft, is de Raad van State niet bevoegd om zijn beoordeling in de plaats van die van de dienst Mer te stellen. In de uitoefening van het hem opgedragen rechtmatigheidstoezicht is hij wel bevoegd om na te gaan of de dienst Mer op grond van juiste, relevante en toereikende feitelijke gegevens in redelijkheid heeft kunnen beslissen dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.
21. Te dezen voeren verzoekers aan dat de screeningsnota, wat de in randnummer 20.1 bedoelde tweede voorwaarde betreft, geen deugdelijk onderzoek naar de mogelijke milieueffecten bevat. In zoverre de eerste verwerende partij aanvoert dat het gaat om een kleine wijziging en dat aldus voldaan is aan de in hetzelfde randnummer bedoelde eerste voorwaarde, mist haar verweer pertinentie.
Over de mogelijke effecten van de wijzigingen die een stijging van de verhardingsgraad mogelijk maken wordt in de screeningsnota niets meer gezegd dan dat ze een “positief” effect hebben in de discipline “mens”, hier te begrijpen als het onderdeel “ruimtelijke ordening”. Daarmee wordt een open deur ingetrapt, daar het voor zichzelf spreekt dat de eerste verwerende partij de door haar geconcipieerde wijzigingen van de stedenbouwkundige verordening als een verbetering binnen het deelgebied ruimtelijke ordening evalueert. In de tabel
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-12/14
inzake milieueffecten zijn voor de wijzigingen die een stijging van de verhardingsgraad mogelijk maken de andere vakken, zoals voor de disciplines “bodem”, “water”, “biodiversiteit”, “klimaat” en ”onderlinge samenhang” blanco gelaten, wat er op wijst dat deze disciplines niet zijn onderzocht.
Met verzoekers moet worden vastgesteld dat voor de voornoemde wijzigingen – in het bijzonder in hun onderlinge samenhang – noch de screeningsnota, noch enig ander stuk van het administratief dossier de bewering van het tweede bestreden besluit kan onderbouwen dat “[h]et screeningsdossier […] de relevante milieudisciplines voldoende [heeft] besproken”. Het blijkt niet dat de dienst Mer op grond van juiste, relevante en toereikende feitelijke gegevens in redelijkheid heeft kunnen beslissen dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.
22. Aan de laatstgenoemde vaststelling wordt geen afbreuk gedaan door hetgeen de verwerende partijen in hun laatste memories aanvoeren met betrekking tot de voorschriften voor inbreidingsprojecten.
23. Het middel is in de aangegeven mate gegrond.
VI. Conclusie
24. Gelet op de gegrondheid van het enige middel moet het eerste bestreden besluit vernietigd worden en dient het tweede bestreden besluit, voor de duidelijkheid in het rechtsverkeer, hetzelfde lot te ondergaan.
BESLISSING
1. De Raad van State vernietigt het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Beveren van 22 februari 2022 tot definitieve vaststelling van de wijziging van de algemene stedenbouwkundige verordening van de gemeente Beveren en het besluit van de dienst Mer van 3 november 2021 dat stelt dat
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-13/14
voor de voornoemde wijziging van de verordening de opmaak van een plan-MER niet nodig is.
2. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde gemeenteraadsbesluit.
3. De verwerende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, op een bijdrage van 22 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan verzoekers gezamenlijk.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twintig september tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.
De griffier De voorzitter
Silvan De Clercq Johan Lust
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260691 X-18.201-14/14

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.691

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab



[email protected]

©  2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie

Powered by PHP 8.5.0

Server Software Apache/2.4.66

== Fluctuat nec mergitur ==




JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.

A propos de cette decision

ECLI
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.691

Décisions similaires

Belgique

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

Fiscal NL

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.