ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.897

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.897 Rolnummer: A. 243072/IX-10557 Zaak: Arrest 260897 - Examens (onderwijs) - 02/10/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-07 Raadplegingen: 89 - laatst gezien 2026-06-04 16:32 Fiche Arrest nr 260.897 van 2 oktober 2024 Onderwijs...

Source officielle

8 min de lecture 1,683 mots

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab

 
Raad van State

Vonnis/arrest van 02 oktober 2024

ECLI nr:

ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.897

Rolnummer:

A. 243072/IX-10557

Zaak:

Arrest 260897 – Examens (onderwijs) – 02/10/2024

Rechtsgebied:

Bestuursrecht

Invoerdatum:

2024-10-07

Raadplegingen:

89 – laatst gezien 2026-06-04 16:32

Fiche

Arrest nr 260.897 van 2 oktober 2024 Onderwijs en cultuur – Examens (onderwijs)
Beslissing : Bevolen Depersonalisatie

Thesaurus CAS:

RAAD VAN STATE

UTU-thesaurus:

PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)

Tekst van de beslissing

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 260.897 van 2 oktober 2024
in de zaak A. 243.072/IX-10.557
In zake: XXXX
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Vangeel kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de VZW YAVNE
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 25 september 2024, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepscommissie van de vzw Yavne van 13 september 2024
waarbij het aan verzoekster toegekende oriënteringsattest C wordt bevestigd.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 1 oktober 2024 om 11.30 uur.
Staatsraad Jurgen Neuts heeft verslag uitgebracht.
IX-10.557-1/8
Advocaat Christophe Vangeel, die verschijnt voor de verzoekende partij en gevolmachtigde Willem Charlier, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Verzoekster is vanaf het tweede semester van het schooljaar 2023-2024 leerling in het eerste leerjaar van de tweede graad Yeshiva in de Vrije Israëlitische school voor Secundair Onderwijs Yavne, waarvan de verwerende partij het schoolbestuur is.
3.2. Op het einde van het schooljaar beslist de klassenraad om aan verzoekster bijkomende proeven op te leggen voor wiskunde, fysica en biologie.
Voor de bijkomende proef biologie slaagt verzoekster met 78%. Voor de bijkomende proeven wiskunde (23,5%) en fysica (47%) slaagt zij niet. De klassenraad beslist om aan verzoekster een oriënteringsattest C toe te kennen.
Overleg met de directeur leidt niet tot een nieuwe samenkomst van de klassenraad.
Verzoekster stelt daarop bezwaar in bij het schoolbestuur.
IX-10.557-2/8
3.3. Op 13 september 2024 bevestigt de beroepscommissie het C-
attest.
Dat is de bestreden beslissing.
IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
4. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.
V. Uiterst dringende noodzakelijkheid
5. De verwerende partij betwist terecht niet dat verzoekster vermag zich te beroepen op de vaste rechtspraak van de Raad van State dat het dreigend verlies van een schooljaar – waarvoor zij zich door de bestreden beslissing geplaatst ziet – een voldoende verantwoording voor de uiterst dringende noodzakelijkheid inhoudt.
Deze schorsingsvoorwaarde is vervuld.
VI. Ernst van de middelen
A. Tweede middel
Standpunt van de partijen
IX-10.557-3/8
6. In een tweede middel voert verzoekster de schending aan van “art. 123/17 § 2, 2° en 3° van de Codex Secundair Onderwijs en het patere legem-
beginsel”.
Zij benadrukt in dat verband “nooit enige uitnodiging [te]
hebben ontvangen” voor een hoorzitting van de beroepscommissie. Zij werd bijgevolg niet gehoord.
Voor haar is het “compleet onduidelijk of er überhaupt een interne beroepscommissie werd samengesteld conform de [Codex Secundair Onderwijs] en of er een zitting werd georganiseerd”. De bestreden beslissing, zo doet verzoekster gelden, vermeldt niets over een verslag van een hoorzitting en over de leden van de beroepscommissie. Het document dat zij ontving werd alleen ondertekend door de schooldirecteur.
Een en ander maakt niet alleen een schending uit van de voormelde bepalingen van de Codex Secundair Onderwijs, maar ook van artikel 18 van het schoolreglement.
7. Ter terechtzitting bevestigt de verwerende partij, die geen nota heeft ingediend, dat “er procedurefouten zijn gemaakt” en dat zij “een nieuwe beroepscommissie zal laten samenkomen” die een “nieuwe, aangepaste beslissing” zal nemen, waarbij erop zal worden toegezien dat “alles volgens de wet zal verlopen”.
De verwerende partij betoogt voorts dat de grief dat verzoekster niet werd gehoord, niet juist is. Zij stelt dat “de ouders [van verzoekster]
regelmatig bij de school zijn geweest”.
Beoordeling
IX-10.557-4/8
8. De Raad van State kan op het eerste gezicht de verwerende partij alvast erin bijvallen dat er bij de behandeling van verzoeksters bezwaar voor de beroepscommissie “procedurefouten” werden begaan.
9. Krachtens artikel 123/15, § 1, eerste en tweede lid, van de Codex Secundair Onderwijs hebben “de betrokken personen” – dit zijn “de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben of de meerderjarige leerling zelf” (artikel 3, 9°, van de Codex Secundair Onderwijs) – tegen een eindbeslissing inzake leerlingenevaluatie verhaalmogelijkheid overeenkomstig een beroepsprocedure. Eerst moet een overleg met de directeur worden aangevraagd. Kan dat overleg geen einde maken aan de betwisting – ofwel omdat de beslissing om de klassenraad niet opnieuw samen te roepen de betrokken personen niet overtuigt, ofwel omdat de beslissing van de opnieuw bijeengekomen klassenraad de betrokken personen nog steeds niet bevredigt –
dan staat een beroep open bij het schoolbestuur; dat beroep wordt behandeld door een beroepscommissie (artikel 123/15, §§ 2 en 3, van de Codex Secundair Onderwijs).
10. De samenstelling en de werkwijze van deze commissie worden, naar luid van artikel 123/17, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs, deels bepaald door de decreetgever en voor het overige overgelaten aan het schoolbestuur.
Zo heeft de decreetgever zelf onder meer voorgeschreven dat de beroepscommissie moet bestaan uit “interne” en “externe” leden en heeft hij van de beide categorieën van leden bepaald wat daaronder moet worden verstaan.
De brief waarmee de bestreden beslissing aan verzoekster is ter kennis gebracht, vermeldt op het eerste gezicht slechts één naam, namelijk die van de schooldirecteur. Indien hij voorzitter was van de over verzoekster
IX-10.557-5/8
delibererende klassenraad moest hij ook deel uitmaken van de beroepscommissie, zo leert artikel 123/17, § 2, eerste lid, 2°, van de Codex Secundair Onderwijs.
Het administratief dossier laat, zo lijkt, niet toe om uit te maken wie voorts nog lid was van deze beroepscommissie. Een beslissing waarbij het schoolbestuur of zijn afgevaardigde de beroepscommissie heeft samengesteld, wordt prima facie niet bijgebracht, net zomin als de notulen van de vergadering van deze commissie.
Zoals verzoekster terecht lijkt op te merken, kan bijgevolg niet worden nagegaan of de over verzoekster oordelende beroepscommissie overeenkomstig de voormelde bepalingen was samengesteld.
11. In artikel 123/17, § 2, tweede lid, 3°, van de Codex Secundair Onderwijs wordt, wat betreft de werking van de beroepscommissie, bepaald dat “een beroepscommissie […] de betrokken personen en de leerling in kwestie [hoort]”.
De Raad van State stelt in de huidige stand van de procedure vast dat uit niets blijkt dat verzoekster en haar ouders de gelegenheid hebben gekregen om hun argumenten nogmaals mondeling voor de beroepscommissie naar voor te brengen.
Dat de ouders “regelmatig bij de school zijn geweest”, zoals de verwerende partij doet opmerken, lijkt zonder relevantie te zijn. De in de voormelde bepalingen omschreven verplichting om te horen dringt zich immers, zo lijkt, rechtstreeks aan de beroepscommissie zelf op.
12. Het middel is in de aangegeven mate ernstig.
B. Eerste middel
IX-10.557-6/8
13. Aangezien de hierna te bevelen schorsing tot gevolg moet hebben dat de verwerende partij een beroepscommissie samenstelt die bovendien verzoekster en haar ouders hoort, lijkt de chronologie van de zaken ervoor te zorgen dat de Raad van State het eerste middel – waarin verzoekster, volgens haar eigen samenvatting van het middel, de bestreden beslissing verwijt dat ze “de grieven van [verzoekster] negeert en bijgevolg niet afdoende beantwoordt waardoor deze derhalve kennelijk onredelijk zijn, maar bovendien inhoudelijk foutief zijn” – vooralsnog onbesproken kan laten. De Raad vermag immers niet vooruit te lopen op de beslissing van de nog samen te stellen beroepscommissie.
VII. Conclusie
14. Er is voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen.
BESLISSING
1. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de beroepscommissie van de vzw Yavne van 13 september 2024 waarbij het aan XXXX toegekende oriënteringsattest C wordt bevestigd.
2. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt.
IX-10.557-7/8
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twee oktober tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Jurgen Neuts, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.
De griffier De voorzitter
Tiny Temmerman Jurgen Neuts
IX-10.557-8/8

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.897

Gerelateerde publicatie(s)

gevolgd door:

ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.656

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab



[email protected]

©  2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie

Powered by PHP 8.5.0

Server Software Apache/2.4.66

== Fluctuat nec mergitur ==




JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.

A propos de cette decision

ECLI
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.897

Décisions similaires

Belgique

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

Fiscal NL

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.