ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.187
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.187 Rolnummer: A. 233164/XII-9553 Zaak: Arrest 261187 - Rusthuizen - 23/10/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-29 Raadplegingen: 177 - laatst gezien 2026-06-04 05:05 Fiche Arrest nr 261.187 van 23 oktober 2024 Sociale zaken...
20 min de lecture · 4,261 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Raad van State
Vonnis/arrest van 23 oktober 2024
ECLI nr:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.187
Rolnummer:
A. 233164/XII-9553
Zaak:
Arrest 261187 – Rusthuizen – 23/10/2024
Rechtsgebied:
Bestuursrecht
Invoerdatum:
2024-10-29
Raadplegingen:
177 – laatst gezien 2026-06-04 05:05
Fiche
Arrest nr 261.187 van 23 oktober 2024 Sociale zaken en volksgezondheid
– Rusthuizen Beslissing : Verwerping
Thesaurus CAS:
RAAD VAN STATE
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)
Tekst van de beslissing
ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.187 no lien 279580 identiques
ecli_input ECLI:BE:CASS:20201207
ecli_prefixe ECLI
ecli_pays BE
ecli_cour CASS
ecli_cour_old
ecli_annee 20201207
ecli_ordre
ecli_typedec
ecli_datedec
ecli_chambre
ecli_nosuite
Invalid ECLI ID – 4 element(s)
ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI ECLI:BE:CASS:20201207 invalide Invalid ECLI ID – 4 element(s)
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
XIIe KAMER
nr. 261.187 van 23 oktober 2024
in de zaak A. é.164/XII-9553
In zake : 1. de NV BEAUPREZ SERVICE RESIDENTIES
(in vereffening)
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Mieke Verplancke (vereffenaar-voorlopig bewindvoerder)
kantoor houdend te 9000 Gent Zuidstationstraat 34-36
2. de VZW BEAUPREZ
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen en Sarah Jacobs kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 64 bus 101
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de VLAAMSE GEMEENSCHAP
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46 bus 1
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 29 april 2021, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit van de administrateur-generaal van het Agentschap Zorg en Gezondheid van 3 maart 2021, waarbij de intrekking van de erkenning en de sluiting van de groep van assistentiewoningen Beauprez, 9506
Geraardsbergen, […], uitgebaat door de NV Beauprez Service Residenties […], wordt bevolen”.
XII-9553-1/10
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 259.615 van 24 april 2024 werd het debat heropend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 oktober 2024.
Kamervoorzitter Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Manon De Weser, die loco advocaten Koen Geelen en Sarah Jacobs verschijnt voor de tweede verzoekende partij, en advocaat Caroline Cleynen, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. In het arrest nr. 259.615 van 24 april 2024 waarbij het debat wordt heropend, worden de feiten als volgt weergegeven:
“In het arrest nr. 250.232 van 26 maart 2021, waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing bij uiterst dringende noodzakelijkheid is verworpen, worden de feiten als volgt weergegeven:
‘3. De bestreden beslissing luidt:
“Rechtsgrond(en)
Dit besluit is gebaseerd op:
– het woonzorgdecreet van 15 februari 2019, artikel 64, eerste lid en artikel 66, §1;
– het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 betreffende de procedures van woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, artikel 19, §1;
XII-9553-2/10
– het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2015 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen en van de intern verzelfstandigde agentschappen, artikel 17, eerste lid, 5°.
Vormvereisten De volgende vormvereiste is vervuld:
– De kamer Welzijnsvoorzieningen van de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers heeft advies gegeven op 24 februari 2021.
Motivering Dit besluit is gebaseerd op de volgende motieven:
– de groep van assistentiewoningen Beauprez, Klakvijverstraat 78 in 9506
Geraardsbergen (Grimminge) en uitgebaat door de NV Beauprez Service Residenties, Klakvijverstraat 78 in 9506 Geraardsbergen werd erkend met ingang van 1 december 2017 voor onbepaalde duur onder nummer PE 1641 voor maximaal 70 wooneenheden;
– de inspectieverslagen van Zorginspectie met de kenmerken V-2020-DADE-[XXX1] en V-2020-DADE-[XXX2], van het inspectiebezoek op 28 januari 2020 stellen vast dat er in de assistentiewoningen Beauprez, Klakvijverstraat 78 in 9506 Geraardsbergen (Grimminge) en uitgebaat door de NV Beauprez Service Residenties op hetzelfde adres verschillende ernstige tekorten zijn;
– omwille van deze verschillende ernstige tekorten heeft het Agentschap Zorg en Gezondheid op 19 maart 2020 een aanmaning om zich te schikken naar de erkenningsvoorwaarden voor groepen van assistentiewoningen verstuurd;
– hetzelfde agentschap heeft op dezelfde dag twee beschermende maatregelen opgelegd;
– de beheersinstantie NV Beauprez Service Residenties heeft op 25 maart 2020
een remediëringsplan opgestuurd als reactie op deze aanmaning;
– het Agentschap Zorg en Gezondheid heeft aan de beheersinstantie NV Beauprez Service Residenties een brief van de administrateur-generaal bezorgd waarin hetzelfde agentschap vaststelt dat het toegestuurde remediëringsplan onvoldoende is;
– het inspectieverslag van Zorginspectie met het kenmerk V-2020-DADE-[XXX3]
van het inspectiebezoek op 3 juni 2020 stelt vast dat er in de assistentiewoningen Beauprez, Klakvijverstraat 78 in 9506 Geraardsbergen (Grimminge) en uitgebaat door de NV Beauprez Service Residenties op hetzelfde adres twee opgelegde beschermende maatregelen niet werden nageleefd;
– het inspectieverslag van Zorginspectie met het kenmerk V-2020-DADE-[XXX4]
van het inspectiebezoek op 28 augustus 2020 stelt vast dat er in de assistentiewoningen Beauprez, Klakvijverstraat 78 in 9506 Geraardsbergen (Grimminge) en uitgebaat door de NV Beauprez Service Residenties op hetzelfde adres nog steeds verschillende tekorten niet geremedieerd zijn en dat er een aantal ernstige tekorten zijn bijgekomen;
– de administrateur-generaal van het Agentschap Zorg en Gezondheid heeft op 19
november 2020 aangetekend met kennisgeving van ontvangst een gemotiveerd voornemen tot intrekking van de erkenning met de sluiting tot gevolg betekend aan de uitbater van de groep van assistentiewoningen gelegen Klakvijverstraat 78
in 9506 Geraardsbergen (Grimminge);
– NV Beauprez Service Residenties heeft op 17 december 2020 en dus binnen de maand na ontvangst van voornoemd voornemen tot sluiting van 19 november 2020 in toepassing van artikel 39 van voornoemd besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 een bezwaarschrift ingediend bij het Agentschap Zorg en Gezondheid;
– het Agentschap Zorg en Gezondheid heeft dit bezwaarschrift met bijhorende administratief dossier op 18 december 2020 bezorgd aan het secretariaat van de ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.187 XII-9553-3/10
kamer Welzijnsvoorzieningen van de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers;
– op maandag 1 februari 2021 heeft de zitting van de kamer Welzijnsvoorzieningen van de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin[…] en (Kandidaat-)pleegzorgers dit bezwaarschrift behandeld;
– de kamer Welzijnsvoorzieningen van de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers heeft het advies AC/W-2020-02 op 24 februari 2021 aan het Agentschap Zorg en Gezondheid bezorgd;
– de kamer Welzijnsvoorzieningen van de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers concludeert in haar advies AC/W-2020-02 het volgende:
‘Het woonzorgdecreet, goedgekeurd op 13 maart 2009, definieert een groep van assistentiewoningen als: “… een voorziening die bestaat uit een of meerdere gebouwen die functioneel een geheel vormen en waar, onder welke benaming ook, aan gebruikers van 65 jaar of ouder die er zelfstandig verblijven in individuele aangepaste wooneenheden, huisvesting wordt gegeven en ouderenzorg waarop zij facultatief een beroep kunnen doen.” In een assistentiewoning ligt de nadruk op het bieden van huisvesting aan een bepaalde doelgroep. Het woonaanbod, eventueel aangevuld met comfortdiensten zoals poetsen en maaltijden, primeert op het zorgaanbod dat slechts bedoeld is om, bij uitzondering, de autonomie van de bewoner te ondersteunen.
Op basis van de stukken en de hoorzitting stelt de commissie vast dat de organisator het zorgaanbod in de voorziening sterk benadrukt. Dat is onder meer het geval in de remediëringsplannen, met daarin onder andere een voorstel om logistiek personeel te instrueren over het uitvoeren van zorgtaken (wat wettelijk gezien niet mag) en om één van de uitbaters om te scholen tot zorgkundige. Ook is het voor wie op de website van GAW Beauprez naar informatie zoekt, onduidelijk dat zorg facultatief is in deze woonvorm. Hierdoor bestaat de indruk dat de organisator in de GAW Beauprez een zorgaanbod ontwikkelt dat niet overeenstemt met wat een groep van assistentiewoningen kan aanbieden.
Bovendien merkt de commissie op dat er in de GAW Beauprez momenteel bewoners verblijven met een zorgprofiel dat niet is aangepast aan de aard van de voorziening. De kwaliteit van zorg voor deze bewoners is daardoor niet gewaarborgd.
Hoewel de commissie vaststelt dat de verzoekende partij inspanningen heeft geleverd om de door zorginspectie vastgestelde tekorten weg te werken, en ze deze inspanningen ook apprecieert, meent de commissie dat deze inspanningen onvoldoende zijn om het voornemen tot intrekking van de erkenning te heroverwegen. De commissie is er immers niet van overtuigd dat de overgang naar wat een groep van assistentiewoningen volgens het woonzorgdecreet kan bieden en het bewonersprofiel dat ze kan huisvesten, effectief is ingezet en ook in de toekomst gevrijwaard zal blijven.
Na kennis te hebben genomen van het administratief dossier en na de hoorzitting, beschouwt de commissie dit bezwaarschrift als ongegrond. De administratie heeft het dossier correct beoordeeld en heeft gehandeld binnen het geldend reglementair kader. De commissie beseft dat de intrekking van de erkenning een sluiting als groep van assistentiewoningen tot gevolg heeft.
Ze vraagt aan beide partijen de nodige inspanningen te leveren om gezamenlijk de beste oplossing voor de huidige bewoners uit te werken.
Wanneer verzoekende partij de werking voldoende bijgestuurd heeft om te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden, kan verzoekende partij steeds een nieuwe erkenning voor de groep van assistentiewoningen aanvragen.’;
XII-9553-4/10
– de intrekking van de erkenning van de groep van assistentiewoningen heeft de sluiting tot gevolg;
– de gedwongen verhuizing heeft een ernstige impact op de levenskwaliteit van de getroffen ouderen, aangezien zij hun vertrouwde woonomgeving moeten verlaten;
– er moeten maatregelen worden genomen om de verdere huisvesting van de ouderen die momenteel in de voorziening verblijven te realiseren en de uitvoering van deze maatregelen moeten het voorwerp uitmaken van een voorafgaand overleg tussen de burgemeester en de voorzitter van het bijzonder comité sociale dienst van de gemeente in kwestie en het Agentschap Zorg en Gezondheid;
– het is billijk voor de betrokken bewoners dat de sluiting van de groep van assistentiewoningen voldoende in de tijd wordt gespreid, in het bijzonder rekening houdend met de COVID-19 pandemie, zodat zij de kans krijgen om een volwaardig alternatief te vinden.
Juridisch kader Dit besluit sluit aan bij de volgende regelgeving:
– het woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
– het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 betreffende de procedures van woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers;
– het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorg-voorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers;
– het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 betreffende de Advies-commissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers;
– het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorg-voorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers.”
DE ADMINISTRATEUR-GENERAAL VAN
HET AGENTSCHAP ZORG EN GEZONDHEID BESLUIT:
Artikel 1. De intrekking van de erkenning en de sluiting van de groep van assistentiewoningen Beauprez, Klakvijverstraat 78 in 9506 Geraardsbergen, uitgebaat door NV Beauprez Service Residenties, Klakvijverstraat 78 in 9506
Geraardsbergen, wordt bevolen. De intrekking van de erkenning en de sluiting houdt in dat de voorziening niet langer als groep van assistentiewoningen mag worden uitgebaat.
Art. 2. Deze beslissing tot sluiting heeft uitwerking uiterlijk op 30 juni 2021. Deze beperkte periode is uitsluitend bedoeld om voor de huidige bewoners een door het agentschap aanvaarde oplossing te realiseren.
Art. 3. In de periode tussen de kennisgeving van dit besluit en de uitwerking van dit besluit kunnen onder geen enkele voorwaarde nieuwe bewoners worden opgenomen.
Art. 4. Ten overstaan van de bewoners kunnen enkel maatregelen genomen worden na voorafgaand en permanent overleg met het Agentschap Zorg en Gezondheid’.
3.2. Bij beschikking van de voorzitter van de ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent van 23 maart 2022 werd meester M.V. aangesteld als voorlopige bewindvoerder over de nv Beauprez Service Residenties, dit is de eerste verzoekende partij, met volgende opdracht:
‘(i) het beheer en het dagelijks bestuur van de nv Beauprez Service Residenties over te nemen en te voeren ter vervanging van haar bestuursorganen voor een voorlopige termijn van 6 (zes) maanden”;
(ii) met uitsluiting van alle bestaande bestuurders cq. gedelegeerd bestuurder of hun gevolmachtigden, zo nodig met bijstand van de openbare macht en met gerechtsdeurwaarder, zich toegang te verschaffen tot de maatschappelijke zetel van de vennootschap alsook tot alle andere lokalen waar de boekhouding en ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.187 XII-9553-5/10
administratie wordt bewaard ten einde zich deze en alle door haar nuttig bevonden informatie te doen overmaken om een overzicht te bekomen van de financiële en administratieve situatie van de vennootschap;
(iii) een staat op te maken van alle actief- en passief bestanddelen van de vennootschap en zich daartoe indien nodig te laten bijstaan door een externe accountant;
(iv) over te gaan tot verslaggeving betreffende de toestand van de vennootschap ten aanzien van de aandeelhouders;
(v) alle nuttige maatregelen te nemen teneinde de waarde van het patrimonium, in het bijzonder het onroerend patrimonium te vrijwaren en te behouden;
(vi) alle juridische belangen van de vennootschap zowel in rechte als in feite waar te nemen”; en (vii) verslag uit te brengen ten aanzien van de rechtbank (zie de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 27 april 2022).’ 3.3. Met een schrijven van 5 september 2023 meldt de verwerende partij de Raad van State nog dat de panden inmiddels zijn verkocht en volledig zijn ontruimd. Bij dat schrijven voegt de verwerende partij een kopie van de e-mail van 30 augustus 2023 van meester M.V., gericht aan de raadsman van de verwerende partij, waarbij de voorlopige bewindvoerder bevestigt dat het onroerend pand is ontruimd op woensdag 23 augustus 2023.
De verwerende partij stelt in haar schrijven aan de Raad van State nog dat zij niet inziet welk belang de verzoekende partijen nog zouden kunnen hebben bij de annulatieprocedure.
3.4. Op 6 oktober 2023 bevestigen de verzoekende partijen nog steeds belang te hebben, wat zij als volgt situeren:
‘De verzoekende partijen hebben evident nog een actueel belang bij de vernietigingsprocedure en dit om de volgende redenen:
– Indien de Raad i.k.v. de vernietigingsprocedure de onwettigheid van het bestreden besluit vaststelt, kunnen de verzoekende partijen aanspraak maken op een schadevergoeding wegens onrechtmatig overheidsoptreden.
– Een vernietigingsarrest van de Raad van State zou de verzoekende partijen ook tot voordeel strekken in verschillende andere lopende procedures (o.a. procedure bestuurdersaansprakelijkheid, strafprocedure, etc.)
Hierbij komt bovendien nog dat het intrekkingsbesluit net de aanleiding was van de verkoop van het gebouw. Door het intrekkingsbesluit en de verplichte ontruiming kwam het gebouw grotendeels leeg te staan en drong een verkoop van het gebouw aan een derde partij voor de ontplooiing van nieuwe activiteiten (geen GAW) zich op.’ 3.5. Op 19 oktober 2023 beslist de buitengewone algemene vergadering van de eerste verzoekende partij tot (i) de ontbinding van de eerste verzoekende partij (schriftelijk verslag opgesteld door het bestuursorgaan en gedateerd op 29 september 2023, staat van activa en passiva afgesloten per 31 augustus 2023, controleverslag opgemaakt door de bedrijfsrevisor en gedateerd op 3 oktober 2023), (ii) de benoeming van Mr. M.V., advocaat, als vereffenaar, (iii) het ontslag met onmiddellijke ingang van de bestuurders en (iv) de notaris te verzoeken over te gaan tot schrapping in de Kruispuntbank van Ondernemingen van de heren E.P.
en S.P. als bestuurder respectievelijk gedelegeerd bestuurder (zie de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 13 november 2023).
3.6. Uit de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad blijkt nog dat bij beschikking van de voorzitter van de ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent, het mandaat van meester M.V. als voorlopige bewindvoerder over de nv Beauprez Service Residenties werd verlengd.”
XII-9553-6/10
IV. Ontvankelijkheid van het beroep – Hoedanigheid
4. De vereiste van hoedanigheid – procesbevoegdheid of kwaliteit – dient te worden onderscheiden van de vereiste van het belang.
De hoedanigheid of procesbevoegdheid is het vermogen om een geschil bij de rechter aan te brengen met het verzoek er uitspraak over te doen. Een verzoekende partij dient over de vereiste hoedanigheid te beschikken om het beroep tot nietigverklaring in te stellen, voort te zetten of, in voorkomend geval, het geding te hernemen, te dezen, na een voor haar ongunstig auditoraatsverslag.
Een verzoekende partij kan geen vordering instellen die erop is gericht een aanspraak die haar niet toebehoort, alsnog gerealiseerd te zien worden.
Zij beschikt in dit geval niet over de vereiste hoedanigheid om het beroep tot nietigverklaring in te stellen. (RvS (A.V.) 15 januari 2019, nr. 243.406, ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.406, Van Dooren).
Opdat een verzoekende partij de vereiste hoedanigheid zou hebben bij het beroep tot nietigverklaring, is vereist dat zij een zekere persoonlijke en individuele band vertoont met de bestreden beslissing, dat de bestreden beslissing haar benadeelt en zij, aldus, beschikt over het vereiste belang om de vernietiging ervan te benaarstigen.
Samengevat, strekt de vereiste van hoedanigheid er niet enkel toe om in hoofde van een verzoekende partij de vereiste kwaliteit om in rechte op te treden te beoordelen, doch ook om de ontvankelijkheid van het beroep tot nietigverklaring te beoordelen vanuit het oogpunt van het daartoe vereiste belang.
5. In zijn arrest nr. 259.615 van 24 april 2024 heeft de Raad van State vastgesteld dat het annulatieberoep in de mate het door de tweede verzoekende partij is ingesteld, niet ontvankelijk is nu zij daartoe niet over de vereiste processuele hoedanigheid beschikte noch beschikt.
XII-9553-7/10
6. Wat de vereiste hoedanigheid in hoofde van de eerste verzoekende partij betreft heeft de Raad van State als volgt geoordeeld:
“10. Wat de vereiste processuele hoedanigheid in hoofde van de eerste verzoekende partij betreft, stelt de Raad van State vast dat, tot en met de memorie van wederantwoord, de namens de eerste verzoekende partij ingediende procedurestukken zijn ondertekend en ingediend door een advocaat die voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 19, vierde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.
Evenwel, zoals supra bij de uiteenzetting van de feiten is gebleken […], werd bij beschikking van de voorzitter van de ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent, van 23 maart 2022 een voorlopige bewindvoerder aangesteld. Sedertdien beschikken de gewone bestuursorganen van de eerste verzoekende partij niet (langer) over de vereiste vertegenwoordigingsbevoegdheid om nog langer de vernietiging van de bestreden beslissing te benaarstigen en daartoe opdracht te verlenen. De aldus aangestelde voorlopige bewindvoerder, meester M.V., beschikt, zoals de verzoekende partijen reeds in het auditoraatsverslag hebben kunnen lezen, over een algemene opdracht over de eerste verzoekende partij en heeft onder meer (ook) tot taak alle juridische belangen van deze vennootschap zowel in rechte als in feite waar te nemen. De aanstelling van meester M.V. als voorlopige bewindvoerder werd nadien verlengd, waaruit volgt dat de gewone bestuursorganen tijdens de duur van dit mandaat hun vertegenwoordigings-bevoegdheid verliezen. Zolang die aanstelling niet wordt tenietgedaan, kunnen de gewone bestuursorganen van de vennootschap namens die vennootschap geen rechtsvorderingen en rechtsmiddelen instellen (Cass. 7
december 2020, nr. C.19.0593.N, ECLI:BE:CASS:20201207).
Uit de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 13 november 2023, blijkt voorts nog dat de buitengewone algemene vergadering van de eerste verzoekende partij, gehouden op 19 oktober 2023, heeft beslist, samengevat, tot (i) de ontbinding van de eerste verzoekende partij, (ii) de benoeming van meester M.V. als vereffenaar, (iii) ingevolge de ontbinding, het ontslag met onmiddellijke ingang van de bestuurders en (iv) tot de schrapping in de Kruispuntbank van Ondernemingen van de heren E.P. en S.P. als bestuurder respectievelijk gedelegeerd bestuurder […].
11. Het komt in die omstandigheden enkel de bij rechterlijke beslissing aange-stelde voorlopige bewindvoerder, die inmiddels door de buitengewone algemene vergadering van de eerste verzoekende partij is aangesteld als vereffenaar, toe om namens de (ontbonden) eerste verzoekende partij rechtsvorderingen en rechtsmiddelen in te stellen.
12. Te dezen is het auditoraatsverslag op 25 oktober 2023 door de griffie van de Raad van State op het elektronisch platform geplaatst. De laatste memorie met verzoek tot voortzetting werd door de verzoekende partijen ingediend op 24 november 2023.
In hun laatste memorie repliceren de verzoekende partijen niet op hetgeen in het auditoraatsverslag is uiteengezet wat het gebrek aan hoedanigheid betreft. In dat verslag hebben zij kunnen lezen dat de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder met algemene opdracht – zoals het geval is wat de eerste verzoekende partij betreft –, tot gevolg heeft dat de gewone bestuursorganen tijdens de duur van dit mandaat hun vertegenwoordigingsbevoegdheid verliezen en waaruit volgt dat – zolang die aanstelling niet wordt tenietgedaan –, de gewone bestuursorganen van de vennootschap namens die vennootschap geen rechtsvorderingen en rechtsmiddelen kunnen instellen.
Niet blijkt met de daartoe vereiste zekerheid dat de voorlopige bewindvoerder-vereffenaar van de inmiddels ontbonden eerste verzoekende partij ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.187 XII-9553-8/10
kennis heeft kunnen nemen van het voor die verzoekende partij ongunstige auditoraatsverslag. Evenmin blijkt of zij, na kennisneming van het auditoraatsverslag, de gelegenheid heeft gehad te oordelen – mede in het licht van het daartoe vereiste actueel belang –, omtrent de opportuniteit om de nietigverklaring van de bestreden beslissing verder te benaarstigen en dus om, in het licht daarvan, met toepassing van artikel 58 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ ter griffie een verklaring tot hervatting van het geding in te dienen dan wel daartoe opdracht te verlenen.
De verklaring ter terechtzitting van de raadsman van de verzoekende partijen dat hij ‘geen instructie tot stopzetting van de procedure’ heeft bekomen, kan in de concreet voorliggende omstandigheden niet volstaan.
Het is in die omstandigheden gepast de voorlopige bewindvoerder-vereffenaar de mogelijkheid te bieden desgevallend het geding namens de eerste verzoekende partij in vereffening te hervatten en desgewenst zijn standpunt te laten kennen omtrent de bevindingen in het auditoraatsverslag wat (het belang van) de eerste verzoekende partij betreft, en wat haar eigen belang bij het beroep betreft.
13. De hervatting van een geding kan in beginsel binnen een redelijke termijn gebeuren. Aangezien enerzijds van een zorgvuldige verzoekende partij mag worden verwacht dat zij, bij een vereffening, reeds kennis heeft gegeven aan de vereffenaar van het feit dat zij een procedure tot nietigverklaring heeft ingediend nopens een (essentieel) bestanddeel van haar vermogen en anderzijds een eenvoudige verklaring ter griffie ter zake kan volstaan en gelet bovendien op het bepaalde in artikel 15 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’ […], volstaat een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de betekening van dit arrest om desgevallend die verklaring ter griffie te doen.
14. Indien de eerste verzoekende partij in vereffening binnen de supra, punt 13
bepaalde termijn, beslist het geding te hervatten, kan zij deze verklaring vergezellen met een nota waarin zij haar standpunt uiteenzet omtrent de bevindingen in het auditoraatsverslag inzake (het belang van) de eerste verzoekende partij en inzake haar (eigen) belang bij het beroep.
In dat geval beschikt de verwerende partij over dertig dagen vanaf de kennisgeving dat (al dan niet) het geding is hervat en van de desgevallend bijgevoegde nota, om (ook) haar standpunt schriftelijk ter kennis te brengen van de Raad van State.”
7. Gelet op de voorgaande overwegingen en op het dictum van het voornoemde arrest werd de voorlopig bewindvoerder-vereffenaar een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving van dit arrest gegeven om desgevallend ter griffie te verklaren om het geding te hervatten.
Bij brief van 21 mei 2024 stelt de voorlopig bewindvoerder-vereffenaar de Raad van State in kennis het rechtsgeding namens de eerste verzoekende partij in vereffening niet te hervatten.
In de voorliggende zaak dient bijgevolg te worden vastgesteld
XII-9553-9/10
dat het annulatieberoep in de mate dat het door de eerste verzoekende partij is ingesteld, evenmin ontvankelijk is nu zij daartoe niet meer over de vereiste processuele hoedanigheid beschikt.
8. Het beroep tot nietigverklaring is evenmin ontvankelijk in hoofde van de eerste verzoekende partij.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verzoekende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drieëntwintig oktober tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Chantal Bamps, kamervoorzitter, Ann Coolsaet, staatsraad, Frédéric Vanneste, staatsraad, bijgestaan door Greta Scheveneels griffier.
De griffier De voorzitter
Greta Scheveneels Chantal Bamps
XII-9553-10/10
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.187
Gerelateerde publicatie(s)
voorafgegaan door:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.615
citeert:
ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.406
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...