ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.423

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.423 Rolnummer: A. 240372/X-18493 Zaak: Arrest 261423 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 22/11/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-11-27 Raadplegingen: 98 - laatst gezien 2026-06-03 09:12 Fiche Arrest nr 261.423 van...

Source officielle

19 min de lecture 3,988 mots

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab

 
Raad van State

Vonnis/arrest van 22 november 2024

ECLI nr:

ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.423

Rolnummer:

A. 240372/X-18493

Zaak:

Arrest 261423 – Stedenbouw en ruimtelijke ordening – Reglementen – 22/11/2024

Rechtsgebied:

Bestuursrecht

Invoerdatum:

2024-11-27

Raadplegingen:

98 – laatst gezien 2026-06-03 09:12

Fiche

Arrest nr 261.423 van 22 november 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw,
leefmilieu en aanverwante aangelegenheden – Stedenbouw en ruimtelijke
ordening – Reglementen Beslissing : Verwerping

Thesaurus CAS:

RAAD VAN STATE

UTU-thesaurus:

PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)

Tekst van de beslissing

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Xe KAMER
nr. 261.423 van 22 november 2024
in de zaak A. 240.372/X-18.493
In zake : 1. W.V.
2. de BV D.
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Van Assche kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
1. de STAD SINT-NIKLAAS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie de Maesschalck en Féline Vanden Bussche kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141
bij wie woonplaats wordt gekozen 2. het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te 8400 Oostende Zandvoordestraat 444
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 27 oktober 2023, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de stad Sint-Niklaas van 23 juni 2023 tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Sportkringpark’.
X-18.493-1/16
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur Ann Van den broeck heeft een verslag opgesteld.
De eerste verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 november 2024.
Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Angelique Van De Meirssche, die loco advocaat Pieter Van Assche verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Sofie De Maesschalck, die verschijnt voor de eerste verwerende partij en advocaat Bart Bronders, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Ann Van den broeck heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. De eerste verzoeker woont in de Modernadreef te Sint-Niklaas.
Overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 7 november 1978 vastgestelde
X-18.493-2/16
gewestplan ‘Sint-Niklaas – Lokeren’ (hierna: het gewestplan) situeert eerste verzoekers woning zich in woongebied. Die woning situeert zich ook volgens het bij koninklijk besluit van 5 oktober 1978 en het bij ministerieel besluit van 7 juni 1993 goedgekeurde en laatst gewijzigde bijzonder plan van aanleg ‘Den Beenaert-Puyenbeke’ (hierna: het BPA) in woongebied.
Daarnaast is de eerste verzoeker eigenaar van nog andere percelen gelegen in de Modernadreef te Sint-Niklaas (hierna: eerste verzoekers percelen). Eerste verzoekers percelen grenzen aan het plangebied, en situeren zich overeenkomstig het gewestplan in een gebied voor verblijfsrecreatie. Volgens het BPA situeren eerste verzoekers percelen zich in een strook voor recreatie (sportcentrum).
De eerste verzoeker stelt een overeenkomst met de tweede verzoekende partij te hebben gesloten, die op eerste verzoekers percelen een woonproject wenst te realiseren. Hierover werden vergevorderde gesprekken met de eerste verwerende partij gevoerd, “tot de stad plots niet meer verder wilde”. De eerste verzoeker verkocht in het kader van deze gespreken twee percelen aan de eerste verwerende partij “met het oog op een verdere ontwikkeling van zijn percelen en de verdere ontsluiting van de recreatieve terreinen”.
In hun verzoekschrift lichten de verzoekende partijen in verband met het woonproject op eerste verzoekers percelen nog het volgende toe:
“Ontwikkeling van een bescheiden woonproject op de percelen van de eerste verzoeker 5. Tussen de verzoekende partijen en de Stad Sint-Niklaas werd een projectvergadering opgestart zoals voorzien in artikel 8 van het Omgevingsvergunningsdecreet. De verzoekende partijen dienden daarvoor een eerste verzoek in op 25 november 2020.
Tussen de tweede verzoekende partij en de stad Sint-Niklaas werd daartoe een eerste convenant afgesloten, doch dit werd door de gemeenteraad van de Stad niet goedgekeurd na enkele berichten in de pers in de lente van 2021.
De verzoekende partijen mochten uiteindelijk op 1 juli 2022 bericht krijgen dat het project niet zou kunnen doorgaan en er evenmin een RUP zou worden opgemaakt.”
X-18.493-3/16
3.2.1. Het informatief gedeelte van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van de stad Sint-Niklaas (hierna: het GRS) stelt dat er zich aan de rand van het stedelijk centrumgebied van Sint-Niklaas vier recreatiepolen bevinden, waaronder “de sportterreinen Puyenbeke”.
3.2.2. Het richtinggevend gedeelte van het GRS voorziet voor het sportterrein Puyenbeke de volgende ontwikkeling:
“- Het sportterrein Puyenbeke wordt verder ontwikkeld als het stedelijk sportcentrum. Het terrein kan verder uitbreiden en tevens een functionele verbreding van activiteiten ondergaan. Het terrein biedt tevens plaats aan jeugdvoorzieningen. De nadruk blijft liggen op sport en recreatie in open lucht. De landschappelijke inrichting en inpassing van de terreinen zijn belangrijk. Tevens moet gezorgd worden voor een goede bereikbaarheid vanuit de stedelijke woonbuurten, en vooral voor openbaar vervoer en voor fietsers en voetgangers.”
De kaart 35 van het richtinggevend gedeelte van het GRS duidt een stedelijk sportcentrum aan ter hoogte van het bestaande sportterrein Puyenbeke. Ter verduidelijking wordt dit terrein hierna met een pijl aangegeven:
X-18.493-4/16
Sportterrein Puyenbeke
3.2.3. Het bindend gedeelte van het GRS bepaalt onder titel 3
‘Open-ruimtestructuur’, punt 3.2 ‘acties en maatregelen’ voorts nog met betrekking tot het sportterrein Puyenbeke:
“Het stadsbestuur werkt aan de versterking van de aanwezigheid van openbaar groen in het stedelijk gebied. Deze stedelijke groenstructuur wordt op een evenwichtige manier verspreid over de verschillende wijken en heeft een multifunctioneel karakter. De volgende acties worden hierin genomen:
[…]
– de aanleg van nieuw stads(deel)groen of te ontwikkelen als stads(deel)groen:
[…]
o het sportcentrum Puyenbeke;
[…]”
3.3. Op 12 oktober 2021 wordt de startnota opgemaakt voor een nieuw gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Sportkringpark’ (hierna: het gemeentelijk RUP) ter hoogte van de recreatiezone Puyenbeke in Sint-Niklaas. De doelstelling van het voorgenomen gemeentelijk RUP bestaat erin het gebied, dat voornamelijk bestaat uit een reeks aangrenzende voetbalvelden, om te vormen tot
X-18.493-5/16
een aantrekkelijk, hedendaags en veelzijdig sport- en recreatiepark met een brede waaier aan sportvoorzieningen en een toegankelijk speelbos. De eerste verwerende partij wenst op de site een nieuw stedelijk zwembadcomplex te bouwen, alsook een Finse piste, een speelbos, een park om te sporten, ontspannen en wandelen, en doorsteken voor fietsers en voetgangers te realiseren.
3.4. Op 25 oktober 2021 keurt het college van burgemeester en schepenen van de eerste verwerende partij de start- en procesnota voor het voorgenomen gemeentelijk RUP goed. Er wordt een participatiemoment voorzien op 17 november 2021 en een publieke consultatie gehouden van 12 november 2021 tot en met 10 januari 2022.
3.5. Nadat verschillende adviezen werden ingewonnen, wordt een scopingnota opgemaakt over de mogelijke negatieve milieueffecten van het voorgenomen gemeentelijk RUP.
3.6. Op basis van het screeningsdossier en de uitgebrachte adviezen beslist de dienst milieueffectrapportage van de Vlaamse overheid op 13 mei 2022
dat voor het voorgenomen gemeentelijk RUP geen plan-milieueffectrapport moet worden opgemaakt.
3.7. Op 28 september 2022 vindt een plenaire vergadering over het voorontwerp van het gemeentelijk RUP plaats.
3.8. Op 20 december 2022 stelt de gemeenteraad van de eerste verwerende partij het ontwerp van het gemeentelijk RUP voorlopig vast. De percelen van de eerste verzoeker maken geen deel uit van het ontwerp van het gemeentelijk RUP.
3.9. Van 27 januari 2023 tot en met 27 maart 2023 wordt over het ontwerp van het gemeentelijk RUP een openbaar onderzoek georganiseerd. Onder meer de verzoekende partijen dienen een bezwaarschrift in, waarin het volgende wordt gesteld:
X-18.493-6/16
“[…] de bezwaarindieners hebben belang bij dit bezwaar gezien het eigendom van de [eerste verzoeker] en de veronderstelde en voorziene ontwikkeling van [de tweede verzoekende partij] op deze site, die door het RUP ontwerp worden gefnuikt, zonder aanwijsbare redenen. Er was nochtans een convenant klaar om dit te realiseren, dewelke volledig onderhandeld was, maar waarvan de stad weigerde deze goed te keuren.
Als aanpalend eigenaar en opstalhouder zijn de bezwaarindieners gerechtigd om hun bezwaren te laten gelden, voor een project dat paalt aan het eigendom van het RUP, waarvan de ‘doorwaadbaarheid’ wordt geconcentreerd op de zone rond het terrein van de bezwaarindieners.
[…]
Deze dubbele verkoop kaderde in de convenant en globale regeling waarbij de site van de bezwaarindieners binnen het RUP zou worden omgevormd tot een meer geactualiseerde bestemming, in overeenstemming met het huidige gebruik, met name een inbreidingsproject voor woningbouw op het braakliggend terrein en bevestiging van de zone-eigenheid van de woningen op de site Modernadreef […].
Ook het braakliggend stuk zou daar deel van uitmaken. Een woonsite via de inbreiding zou hier aangewezen zijn, wat ook blijkt uit de onderhandelingen met de stad, die geleid hebben tot een convenant, waar echter plots geen positief besluit werd genomen, om vervolgens volledig rond de site van de bezwaarindiener een plangebied uit te werken en de site te marginaliseren.
[…]
Indien wel opgenomen en herbestemd, zou dit ‘verloren’ deel van de recreatiezone meteen ‘zone-eigen’ worden en de braakliggende zone een zinvolle invulling krijgen die aansluit bij de overzijde van de straat, die bestaat uit woningen […]. Het plangebied is derhalve een gemiste kans en zelfs onzorgvuldige keuze vanwege de plannende overheid.”
3.10. De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van de stad Sint-Niklaas verleent op 2 mei 2023 een advies over het ontwerp van het gemeentelijk RUP.
3.11. Op 30 januari 2023 verkrijgt de nv Aquafin een omgevingsvergunning (OMV_2022113968) voor het uitvoeren van waterloop- en rioleringswerken, terreinaanleg en vellen van bomen. Met dit besluit wordt de openlegging van de in het plangebied gelegen Molenbeek vergund. Er wordt geen beroep tegen deze vergunning ingediend.
3.12. Bij besluit van 1 juni 2023 wordt aan “Sportoase” de omgevingsvergunning (OMV_2022011270) verleend voor de oprichting van het
X-18.493-7/16
zwembadcomplex ‘De Watermolen’, met een parkeerzone voor 300 bezoekers en buitenaanleg. Het bestuurlijk beroep dat een derde tegen dit besluit heeft ingesteld, wordt vervolgens terug ingetrokken.
3.13. Met het bestreden besluit van 23 juni 2023 stelt de gemeenteraad van de eerste verwerende partij het gemeentelijk RUP definitief vast.
Ter verduidelijking wordt hierna het grafisch plan van het gemeentelijk RUP weergegeven, met aanduiding van eerste verzoekers percelen en woning:
3.14. Bij besluit van 15 februari 2024 verleent de Vlaamse minister van Omgeving aan de eerste verwerende partij een omgevingsvergunning (OMV_2022137039) voor het project Sportkringpark fase 1. Deze vergunning wordt op 19 februari 2024 via het omgevingsloket aan de verzoekende partijen betekend. Er wordt geen annulatieberoep tegen ingesteld.
3.15. Bij besluit van 22 februari 2024 verleent de deputatie van de provincieraad van de provincie Oost-Vlaanderen aan de eerste verwerende partij
X-18.493-8/16
een omgevingsvergunning (OMV_2023127236) voor het project Sportkringpark fase 2. Tegen deze vergunning wordt geen bestuurlijk beroep bij de Vlaamse regering ingesteld.
3.16. De eerste verwerende partij geeft de reeds verleende omgevingsvergunningen (OMV) binnen het plangebied in haar laatste memorie als volgt grafisch weer:
IV. Ontvankelijkheid van het beroep – belang
Standpunt van de partijen
X-18.493-9/16
4.1. De verzoekende partijen stellen in hun verzoekschrift, wat hun belang betreft, dat eerste verzoeker eigenaar is van percelen “welke onmiddellijk aanpalend zijn aan het plangebied, maar desalniettemin niet werden opgenomen in het plangebied”. De tweede verzoekende partij is een projectontwikkelaar die een overeenkomst heeft met de eerste verzoeker om diens percelen te ontwikkelen. In het licht van de beoogde woonontwikkeling werden onderhandelingen gevoerd met de eerste verwerende partij, maar deze sprongen op het allerlaatste moment af.
Vervolgens werd een planproces opgestart om het bestreden gemeentelijk RUP op te maken, maar eerste verzoekers percelen werden daarbij volledig buiten het plangebied gelaten. Deze percelen worden daardoor de facto onbruikbaar, nu zij niet herbestemd worden en dus hun bestaande recreatiebestemming behouden.
Daarenboven hebben de verzoekende partijen belang, gelet op de vaststellingen uit het mobiliteitseffectrapport (MOBER) “en het gebrekkige onderzoek naar de mobiliteitsafwikkeling op de Modernadreef”. Zij worden geconfronteerd met een herbestemming van het Sportkringpark, waarbij onder meer een zwembad met 400.000 bezoekers per jaar wordt verwacht. Er wordt een toegangsweg voorzien langs de Modernadreef, en de visiedocumenten en het MOBER gaan uit van een “doorwaadbaarheid van de sportterreinen”. De verzoekende partijen vrezen dat zij geconfronteerd zullen worden met een groot aantal vervoerbewegingen en wildparkeerders in de Modernadreef.
4.2. De eerste verwerende partij betwist in haar memorie van antwoord het belang van de verzoekende partijen. Zij wijst erop dat de verzoekende partijen tegen het gemeentelijk RUP gekant zijn omdat eerste verzoekers percelen buiten het plangebied vallen en zodoende niet als woongebied worden herbestemd. De eerste verwerende partij bevestigt dat er tussen haar en de verzoekende partijen gesprekken aangaande het woonproject zijn geweest, maar dat na haar eigen onderzoek en na een bevraging van de Vlaamse minister van Omgeving door haar werd vastgesteld dat de beoogde woonontwikkeling noch vergunbaar is op grond van artikel 4.4.7 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, noch deel kan uitmaken van een gemeentelijk RUP, gelet op de strijdigheid met het GRS. In het GRS wordt expliciet vooropgesteld dat de
X-18.493-10/16
recreatieve invulling van de site Puyenbeke verder moet worden bestendigd en uitgebreid, met tevens een gemengde invulling als openbare groenzone. Een bestemmingswijziging van recreatiegebied naar woongebied op of rond de Puyenbekesite, waar eerste verzoekers percelen zijn gesitueerd, wordt in het GRS
totaal niet voorzien. De schepen bevoegd voor ruimtelijke ordening, duurzaamheid en natuur heeft dit aan de eerste verzoeker op heldere wijze gecommuniceerd. Bij de verdere opmaak van het gemeentelijk RUP werd bijgevolg de focus gelegd op de sport- en recreatieontwikkeling in een groene omgeving, om juridische problemen en onwettigheden te vermijden. De door de verzoekende partijen beoogde herbestemming tot woongebied zou het gemeentelijk RUP onwettig maken. Er valt dan ook niet in te zien hoe de eerste verwerende partij de “wens”
van de verzoekende partijen om eerste verzoekers percelen tot woongebied te herbestemmen op legale wijze kan vervullen. Na een gebeurlijke vernietiging kunnen deze percelen nog steeds niet tot woongebied herbestemd worden, gelet op de kennelijke strijdigheid van deze bestemming met de bepalingen van het GRS.
Het door de verzoekende partijen beoogde voordeel bij een vernietiging van het gemeentelijk RUP is dan ook onbestaande. Voorts stellen de verzoekende partijen ten onrechte dat eerste verzoekers percelen ingevolge het gemeentelijk RUP “de facto onbruikbaar zijn”. De percelen kunnen nog steeds een recreatieve of sportieve invulling krijgen.
4.3. De verzoekende partijen stellen in hun memorie van wederantwoord dat zij geen onrechtmatig voordeel of onwettige toestand nastreven. Zij beogen de vernietiging van een ruimtelijk uitvoeringsplan dat voor hen gevolgen zal teweegbrengen, en dat onwettig is. Het belang bij een beroep tegen een reglementair besluit moet met de gebruikelijke soepelheid beoordeeld worden. De eerste verwerende partij vergeet dat zij erop gewezen hebben dat eerste verzoekers percelen niet herbestemd worden en derhalve op basis van de verouderde bestemmingsvoorschriften zullen moeten beoordeeld worden. Het betoog van de eerste verwerende partij dat eerste verzoekers percelen nog steeds een sportieve of recreatieve invulling kunnen krijgen, is geen antwoord op de vaststelling dat de plannende overheid de percelen volledig links heeft laten liggen.
De eerste verwerende partij gaat ook volledig voorbij aan het gegeven dat de
X-18.493-11/16
verzoekende partijen hun belang in hun verzoekschrift hebben gestaafd “aan de hand van de impact van het RUP en de ontwikkelingen die door het RUP mogelijk zullen worden gemaakt”. De eerste verwerende partij betwist het belang van de verzoekende partijen echter niet op dit vlak. Daarentegen stelt de eerste verwerende partij enkel dat de verzoekende partijen louter een onrechtmatig voordeel willen verkrijgen, te weten het gebruik van hun percelen als woongebied.
Ten slotte laat de tweede verwerende partij na om enige belangenexceptie op te werpen.
4.4. De eerste verwerende partij stelt in haar laatste memorie dat inmiddels al vier definitieve en uitvoerbare omgevingsvergunningen voor de site werden verleend. Concreet is het totaalproject Sportkringpark, inclusief sportterreinen én zwembadcomplex, ondertussen definitief vergund. De terreinen waarvoor deze vier omgevingsvergunningen werden verleend, omvatten quasi het volledige plangebied van het bestreden gemeentelijk RUP. Het enige wat deze vergunningen niet omvatten, zijn het bestaande baseballterrein en nog twee kleinere gebieden binnen het plangebied, die geen verkeersbewegingen of mobiliteitsimpact zullen genereren. Het meest oostelijke perceel in noordoostelijke hoek van het plangebied zal in de toekomst een rustige, beboste zone blijven. Het gemeentelijk RUP wijst in dit verband op de meerwaarde van dat perceel door de aanwezigheid van oudere bomen. De eerste verzoeker heeft nagelaten om de nodige procedurele stappen te zetten om zijn vermeend belang als omwonende te vrijwaren. De gevreesde hinder vloeit rechtstreeks voort uit de inmiddels verleende omgevingsvergunningen. De eerste verzoeker kan als omwonende dan ook geen voordeel meer halen uit een vernietiging van het gemeentelijk RUP. Indien het gemeentelijk RUP wordt vernietigd, zal de eventuele hinder zich ongewijzigd kunnen blijven voortdoen door de legale uitvoering van de definitief geworden omgevingsvergunningen. De in het MOBER in kaart gebrachte bezoekers- en verkeersbewegingen vloeien rechtstreeks voort uit de uitvoering van deze omgevingsvergunningen voor het zwembadcomplex met parkeerzone en het sport-
en recreatiepark.
X-18.493-12/16
De eerste verwerende partij benadrukt voorts dat de verzoekende partijen hun belang zelf uitdrukkelijk hebben verbonden aan de niet-herbestemming van hun terreinen tot woongebied, en dat een dergelijke herbestemming totaal niet mogelijk is wegens strijdigheid met het GRS. De verzoekende partijen kunnen hun belang niet plots verbinden aan het feit dat hun percelen door het gemeentelijk RUP niet tot recreatiegebied worden bestemd, nu zij in hun verzoekschrift en bezwaarschrift uitdrukkelijk hebben aangegeven hun percelen als woongebied te willen ontwikkelen.
4.5. De verzoekende partijen stellen in hun laatste memorie dat de eerste verwerende partij bevestigt dat het gemeentelijk RUP nog niet volledig werd uitgevoerd. De eerste verzoeker meent als omwonende nog steeds een voordeel te kunnen halen uit de vernietiging van het gemeentelijk RUP. Hij “blijft over zonder woonproject en zonder geactualiseerde bestemming”. Het is geenszins zo dat de eerste verzoeker “het geweer van schouder verander[t]” wat zijn belang bij het beroep betreft. De inmiddels verleende omgevingsvergunningen hebben geen betrekking op eerste verzoekers percelen, nu deze percelen niet werden opgenomen in het plangebied van het gemeentelijk RUP. De omgevingsvergunning voor het zwembad, die vóór de definitieve vaststelling van het gemeentelijk RUP werd verleend, en de omgevingsvergunningen voor de fasen 1 en 2 voor het project Sportkringpark, die niet het gehele plangebied omvatten, doen geen afbreuk aan eerste verzoekers belang.
Beoordeling
5.1. Wanneer er twijfel rijst omtrent het belang van een verzoekende partij, komt het aan die partij toe om aan te tonen dat zij in de concrete omstandigheden van de zaak een belang heeft bij de nietigverklaring.
Het blijkt niet dat de tweede verzoekende partij houder is van enig zakelijk recht op een perceel in (de nabijheid van) het plangebied van het bestreden gemeentelijk RUP, of dat zij in de omgeving van dit plangebied woont.
Het belang van de tweede verzoekende partij wordt in de memorie van antwoord
X-18.493-13/16
van de eerste verwerende partij betwist, exceptie die in het auditoraatsverslag gegrond wordt bevonden. Niettegenstaande dit, biedt de tweede verzoekende partij niet de vereiste verduidelijking omtrent haar betwiste belang. Alleen al om die reden dient haar het vereiste belang bij het beroep te worden ontzegd.
5.2. Bovendien zet de tweede verzoekende partij niet uiteen hoe zij met een vernietiging van het bestreden gemeentelijk RUP uitzicht zou kunnen krijgen op een nieuwe beslissing die aan haar wensen tegemoetkomt. Zij gaat immers niet in tegen de door de eerste verwerende partij ontwikkelde stelling dat de residentiële ontwikkeling die zij als ontwikkelaar ambieert niet ingepast kan worden in de doelstellingen van het gemeentelijk RUP en de bepalingen van het GRS met betrekking tot het sportterrein Puyenbeke. Zoals gezien, voorzien de richtinggevende bepalingen van dat GRS in een verdere ontwikkeling van de site als een stedelijk sportcentrum (randnummer 3.2.2), en leggen de bindende bepalingen van het GRS aan de eerste verwerende partij de actie op om aldaar een “nieuw stads(deel)groen” aan te leggen of het gebied “te ontwikkelen als stads(deel)groen” (randnummer 3.2.3).
5.3. Ook de eerste verzoeker steunt zijn belang bij huidig beroep in zijn tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaarschrift en in het verzoekschrift uitdrukkelijk op de door hem beoogde herbestemming van zijn percelen van recreatiegebied tot woongebied. Ook deze partij zet niet uiteen hoe zij met een vernietiging van het bestreden gemeentelijk RUP uitzicht zou kunnen krijgen op de door haar gewenste herbestemming, daar zij evenmin ingaat tegen de in het vorige randnummer bedoelde stelling van de eerste verwerende partij. In zoverre slaagt eerste verzoeker er niet in de exceptie van de eerste verwerende partij te ontkrachten.
5.4. Waar de eerste verzoeker ter staving van zijn belang nog wijst op zijn vrees om met een verhoogd aantal vervoerbewegingen en wildparkeerders in de Modernadreef geconfronteerd te worden, moet met de eerste verwerende partij aangenomen worden dat die gevreesde hinder in voorkomend geval rechtstreeks volgt uit omgevingsvergunningen die inmiddels binnen het plangebied zijn
X-18.493-14/16
verleend, en die de eerste verzoeker nagelaten heeft te bestrijden (zie randnummers 3.11, 3.12, 3.14 en 3.15). Dat de omgevingsvergunning voor de oprichting van een zwembadcomplex van 1 juni 2023 van vóór het bestreden besluit dateert, doet niet anders besluiten. Niet zonder pertinentie wijst de eerste verwerende partij er ook op dat het enige gebied dat deze omgevingsvergunningen niet omvatten, het bestaande baseballterrein betreft en nog twee kleinere gebieden binnen het plangebied die geen verkeersbewegingen of mobiliteitsimpact zullen genereren.
Het meest oostelijke perceel in noordoostelijke hoek van het plangebied zal in de toekomst een rustige zone blijven, waarbij in het gemeentelijk RUP wordt gewezen op de meerwaarde van dit perceel door haar oudere bomen. De eerste verzoeker spreekt dit in zijn laatste memorie niet tegen. Hij overtuigt er niet van dat hij, ondanks het feit dat hij de binnen het plangebied verstrekte omgevingsvergunningen niet heeft bestreden, toch nog doet blijken van het rechtens vereiste belang.
5.5. De bewering, tenslotte, dat eerste verzoekers percelen door de niet-herbestemming ervan “de facto onbruikbaar” zouden zijn, wordt niet in het minst aangetoond of aannemelijk gemaakt. Met de eerste verwerende partij dient te worden vastgesteld dat nog steeds een recreatieve invulling aan eerste verzoekers percelen kan worden gegeven.
5.6. De exceptie is gegrond.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 1540 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partijen, elk voor de helft.
X-18.493-15/16
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op tweeëntwintig november tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier.
De griffier De voorzitter
Karin Meerschaut Johan Lust
X-18.493-16/16

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.423

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab



[email protected]

©  2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie

Powered by PHP 8.5.0

Server Software Apache/2.4.66

== Fluctuat nec mergitur ==




JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.

A propos de cette decision

ECLI
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.423

Décisions similaires

Belgique

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

Fiscal NL

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.