ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.481
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.481 Rolnummer: A. 232673/XII-9732 Zaak: Arrest 261481 - Financiële tegemoetkomingen - 26/11/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-03 Raadplegingen: 93 - laatst gezien 2026-06-03 09:13 Fiche Arrest nr 261.481 van 26 november 2024 Sociale...
10 min de lecture · 2,083 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Raad van State
Vonnis/arrest van 26 november 2024
ECLI nr:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.481
Rolnummer:
A. 232673/XII-9732
Zaak:
Arrest 261481 – Financiële tegemoetkomingen – 26/11/2024
Rechtsgebied:
Bestuursrecht
Invoerdatum:
2024-12-03
Raadplegingen:
93 – laatst gezien 2026-06-03 09:13
Fiche
Arrest nr 261.481 van 26 november 2024 Sociale zaken en volksgezondheid
– Financiële tegemoetkomingen Beslissing : Verwerping
Thesaurus CAS:
RAAD VAN STATE
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)
Tekst van de beslissing
ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.481 no lien 280180 identiques
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
XIIe KAMER
nr. 261.481 van 26 november 2024
in de zaak A. 232.673/XII-9732
In zake : het ALGEMEEN ZIEKENHUIS SINT-DIMPNA
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Gendt kantoor houdend te 3000 Leuven Koning Leopold I-straat 32
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jérôme Sohier en Manoël De Keukelaere kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 181/24
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 11 januari 2021, strekt tot de nietigverklaring van artikel 9, § 2, a) van het koninklijk besluit van 30 oktober 2020 ‘tot vaststelling van de nadere regels voor de toekenning van een uitzonderlijke federale financiële tegemoetkoming aan de ziekenhuizen in het kader van het coronavirus COVID-19 epidemie’.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Eerste auditeur Ines Martens heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23
augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
XII-9732-1/7
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 november 2024.
Kamervoorzitter Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Tom De Gendt, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Lisa Yona Costa, die loco advocaten Jérôme Sohier en Manoël De Keukelaere verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Begin maart 2020 wordt België getroffen door de eerste golf van de Coronaviruspandemie. Vanaf zaterdag 14 maart 2020 schorten alle Belgische ziekenhuizen de niet-dringende consultaties, onderzoeken en ingrepen op voor onbepaalde duur. Deze maatregel volgt uit een beslissing van de beheerscel van het Nationaal Crisiscentrum van vrijdag 13 maart 2020. Vanaf dat moment primeert in het ziekenhuis de zorg voor de met het coronavirus besmette patiënten. Elk zieken-huis is genoodzaakt snel over te schakelen naar deze nieuwe focus:
investeringen worden gemaakt om zoveel mogelijk capaciteit te voorzien om het hoofd te bieden aan de pandemie en ziekenhuispersoneel wordt op korte termijn herschoold om elders in het ziekenhuis te kunnen worden ingezet. De gespecialiseerde raadplegingen en niet-dringende medische zorg worden volledig stilgelegd.
3.2. Vanaf de stopzetting van de niet-dringende consultaties, ingrepen en onderzoeken analyseert de verzoekende partij welke personeelsleden niet langer op efficiënte wijze tewerkgesteld kunnen worden binnen het ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.481 XII-9732-2/7
ziekenhuis. Op basis van deze analyse schrijft de verzoekende partij 10 voltijds equivalent-personeelsleden (hierna: VTE-personeelsleden) in het systeem van de tijdelijke werkloosheid in. Het betreft onder meer een aantal verpleegkundigen, kinesitherapeuten, diëtisten en onthaalmedewerkers.
3.3. Op 19 april 2020 wordt het koninklijk besluit nr. 10 ‘voor de toekenning van en de regels voor de verdeling en vereffening van een voorschot aan de ziekenhuizen in het kader van de epidemie door het coronavirus COVID-19’ (hierna: het koninklijk besluit nr. 10) afgekondigd. Op basis van dat koninklijk besluit kent verwerende partij een voorschot van 1 miljard euro toe aan de algemene ziekenhuizen. Dit bedrag wordt midden april 2020 uitbetaald aan de ziekenhuizen. De (voorlopige) verdeling van dit bedrag wordt volgens artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 10 berekend op basis van het relatieve eigen aandeel van elk ziekenhuis in verhouding tot de totale RIZIV uitgaven van de ziekenhuizen voor het geheel van de activiteiten, zoals gedefinieerd in artikel 2 van het voornoemde koninklijk besluit, op basis van de RIZIV documenten P. Dit wordt aangevuld met het variabele deel van het budget van financiële middelen, de forfaits voor dagziekenhuizen evenals de geneesmiddelen voor het volledig jaar 2018.
3.4. Op basis van artikel 1/1 van het koninklijk besluit nr. 35 van 24 juni 2020 ‘tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 10 voor de toekenning van en de regels voor de verdeling en vereffening van een voorschot aan de algemene ziekenhuizen in het kader van de epidemie door het coronavirus COVID-19’ (hierna: het koninklijk besluit nr. 35) wordt het tweede voorschot aan de ziekenhuizen toegekend. Het voorschot, dat bestaat uit twee betalingsschijven, bedraagt opnieuw 1 miljard euro. De eerste schijf van 500 miljoen euro wordt onmiddellijk vrijgemaakt. De tweede schijf van 500 miljoen euro wordt vrijgemaakt vanaf oktober 2020.
3.5. Daaropvolgend wordt het koninklijk besluit van 30 oktober 2020 ‘tot vaststelling van de nadere regels voor de toekenning van een uitzonderlijke federale financiële tegemoetkoming aan de ziekenhuizen in het kader van de coronavirus COVID-19- epidemie’ (hierna: het koninklijk besluit ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.481 XII-9732-3/7
30 oktober 2020) genomen. Hoofdstuk 7 van het koninklijk besluit van 30 oktober 2020 beschrijft de planning van de berekening en de afrekeningen van de uitzonderlijke federale financiële tegemoetkomingen en de regularisatie van de voorschotten.
Artikel 9, § 2, van het voornoemde koninklijk besluit luidt:
“Voor de vaststelling per ziekenhuis van de voorlopige afrekening per semester worden de volgende elementen in mindering gebracht:
a) de kost van het aantal voltijds equivalent personeelseffectieven voor wie het ziekenhuis beroep deed op het systeem van tijdelijke werkloosheid, à rato van 75.000 euro per jaar-VTE;
b) de waarde van de ontvangen goederen indien het ziekenhuis gebruik heeft gemaakt van federale voorraden van persoonlijke beschermingsmiddelen, farmaceutische producten en/of medische hulpmiddelen.”
Dit is het bestreden besluit.
Artikel 9 bepaalt in paragraaf 3 dat de voorlopige afrekeningen per semester, die zullen worden vastgesteld door de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (hierna: de FOD
VVVL) en het RIZIV, zullen worden overgemaakt aan elk ziekenhuis. In 2023 zal de definitieve afrekening volgen.
3.6. Het koninklijk besluit van 26 september 2021 ‘tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 oktober 2020 tot vaststelling van de nadere regels voor de toekenning van een uitzonderlijke federale financiële tegemoetkoming aan de ziekenhuizen in het kader van de coronavirus COVID-19 epidemie’ (hierna: het koninklijk besluit van 26 september 2021) wijzigt diverse bepalingen van het koninklijk besluit van 30 oktober 2020. Artikel 11, 1°, van het koninklijk besluit van 26 september 2021 vervangt artikel 9, § 2, a), van het koninklijk besluit van 30
oktober 2020 dat het voorwerp uitmaakt van het voorliggende beroep tot nietigverklaring.
3.7. De verzoekende partij stelt op 29 november 2021 een beroep tot nietigverklaring in tegen het voormelde artikel 11, 1° van het koninklijk besluit van
XII-9732-4/7
26 september 2021 waarbij artikel 9, § 2, a), van het koninklijk besluit van 30 oktober 2020 dat het voorwerp uitmaakt van het voorliggende beroep wordt vervangen.
Bij arrest nr. 259.411 van 8 april 2024 verwerpt de Raad van State het beroep tot nietigverklaring gericht tegen artikel 11, 1° van het koninklijk besluit van 26 september 2021.
3.8. Op 16 november 2021 wordt een erratum bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Het betreft een aanpassing van artikel 6, 4°, van het koninklijk besluit van 26 september 2021. Op 17 december 2021 wordt het koninklijk besluit van 2 december 2021 ‘tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 oktober 2020
tot vaststelling van de nadere regels voor de toekenning van een uitzonderlijke federale financiële tegemoetkoming aan de ziekenhuizen in het kader van de coronavirus COVID-19-epidemie’ (hierna: het koninklijk besluit van 2 december 2021) bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Dit koninklijk besluit verbetert een aantal materiële vergissingen in het oorspronkelijke koninklijke besluit van 30 oktober 2020.
IV. Toepassing korte debattenprocedure
Ambtshalve exceptie wegens gebrek aan belang in hoofde van de verzoekende partij
Uiteenzetting van de ambtshalve exceptie
4. Het auditoraat werpt in zijn verslag ambtshalve het gebrek aan belang op in hoofde van de verzoekende partij, op grond van de volgende overwegingen:
“Het voorwerp van het voorliggende beroep tot nietigverklaring, namelijk artikel 9, § 2, a), van het koninklijk besluit van 30 oktober 2020 werd vervangen bij artikel 11, 1°, van het koninklijk besluit van 26 september 2021. Het beroep tot nietigverklaring dat de verzoekende partij heeft ingediend tegen dit laatste artikel 11, 1° van het koninklijk besluit van 26 september 2021 werd verworpen bij arrest nr. 259.411 van 8 april 2024 van de Raad van State.
XII-9732-5/7
Bijgevolg werd het bestreden artikel 9, § 2, a) van het koninklijk besluit van 30 oktober 2020 definitief vervangen door een nieuwe bepaling en doet de verzoekende partij niet meer blijken van het vereiste actueel belang bij haar beroep tot nietigverklaring. Er blijkt ook niet welk voordeel zij nog zou kunnen hebben om de bestreden bepaling voor het verleden vernietigd te zien. Uit een FAQ die werd gepubliceerd door de FOD Volksgezondheid op 19 november 2020
blijkt dat het bestreden artikel 9, § 2, a) van het koninklijk besluit van 30 oktober 2020 niet werd toegepast, zoals blijkt uit het arrest nr. 259.411 van 8 april 2024, randnummer 3.8.
Bijgevolg dient de vordering te worden verworpen bij gebrek aan belang. Naar mening van de auditeur-verslaggever volstaan korte debatten om tot deze vaststelling te komen.”
Beoordeling
5. Wanneer de ontvankelijkheid van het beroep in vraag wordt gesteld – en zulks des te meer wanneer dit zoals te dezen gebeurt in het beredeneerd verslag dat over de zaak is opgesteld door het daartoe aangestelde lid van het auditoraat – dan moet die partij daarover een standpunt innemen en de nodige verduidelijkingen bijbrengen.
Ter terechtzitting, dit is bij de eerste procedurele gelegenheid die zich voor de verzoekende partij in het kader van de toegepaste procedure van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: het algemeen procedurereglement) daarvoor aanbood, heeft zij niets daartegen ingebracht.
In die omstandigheden en na een eigen onderzoek, ziet de Raad van State geen reden om het anders te zien dan het auditoraat en bevindt aldus, de redenering van het auditoraatsverslag bijvallend, dat de verzoekende partij geen actueel belang meer heeft bij het voorliggende beroep tot nietigverklaring. Het auditoraat heeft terecht gemeend dat de zaak met korte debatten een oplossing kan krijgen.
XII-9732-6/7
V. Kosten
6. Gelet op de vervanging van het bestreden besluit, c.q. artikel bij koninklijk besluit van 26 september 2021 kan de verzoekende partij worden beschouwd als een “in het gelijk gestelde partij” in de zin van artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.
In de gegeven omstandigheden past het de kosten, met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding, lastens de verwerende partij te leggen.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zesentwintig november tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Chantal Bamps, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.
De griffier De voorzitter
Silja Doms Chantal Bamps
XII-9732-7/7
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.481
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...