ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.611
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.611 Rolnummer: A. 236735/XII-9767 Zaak: Arrest 261611 - Dierenwelzijn - 02/12/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-03 Raadplegingen: 194 - laatst gezien 2026-06-03 11:56 Fiche Arrest nr 261.611 van 2 december 2024 Sociale zaken...
11 min de lecture · 2,409 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Raad van State
Vonnis/arrest van 02 december 2024
ECLI nr:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.611
Rolnummer:
A. 236735/XII-9767
Zaak:
Arrest 261611 – Dierenwelzijn – 02/12/2024
Rechtsgebied:
Bestuursrecht
Invoerdatum:
2024-12-03
Raadplegingen:
194 – laatst gezien 2026-06-03 11:56
Fiche
Arrest nr 261.611 van 2 december 2024 Sociale zaken en volksgezondheid
– Dierenwelzijn Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag
Thesaurus CAS:
RAAD VAN STATE
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)
Tekst van de beslissing
ecli_input ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR
ecli_prefixe ECLI
ecli_pays BE
ecli_cour RVSCE
ecli_cour_old RVSCE
ecli_annee 2019
ecli_ordre ARR
ecli_typedec
ecli_datedec
ecli_chambre
ecli_nosuite
Invalid ECLI ID – no_ordre – 1 elements
ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR invalide Invalid ECLI ID – no_ordre – 1 elements
ecli_input ECLI:BE:GHCC:2020.ARR
ecli_prefixe ECLI
ecli_pays BE
ecli_cour GHCC
ecli_cour_old
ecli_annee 2020.ARR
ecli_ordre
ecli_typedec
ecli_datedec
ecli_chambre
ecli_nosuite
Invalid ECLI ID – 4 element(s)
ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI ECLI:BE:GHCC:2020.ARR invalide Invalid ECLI ID – 4 element(s)
ecli_input ECLI:BE:GHCC:2010.ARR
ecli_prefixe ECLI
ecli_pays BE
ecli_cour GHCC
ecli_cour_old
ecli_annee 2010.ARR
ecli_ordre
ecli_typedec
ecli_datedec
ecli_chambre
ecli_nosuite
Invalid ECLI ID – 4 element(s)
ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI ECLI:BE:GHCC:2010.ARR invalide Invalid ECLI ID – 4 element(s)
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
XIIe KAMER
nr. 261.611 van 2 december 2024
in de zaak A. 236.735/XII-9767
In zake : W.K.
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Coemans kantoor houdend te 3700 Tongeren Sint-Truidersteenweg 240
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kristien Vanderheiden kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47 bus 001
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 1 juli 2022, strekt tot de nietigverklaring van de bestemmingsbeslissing van de afdeling Dierenwelzijn van het Vlaamse Gewest, departement Omgeving, van 2 mei 2022 waarin in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ (hierna: wet van 14 augustus 1986) vijf honden definitief in volle eigendom worden gegeven aan het erkende dierenasiel, dat hiermee instemt.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
XII-9767-1/8
Eerste auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23
augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak’ (hierna: algemeen procedurereglement).
Bij arrest nr. 260.359 van 2 juli 2024 wordt het debat heropend en de zaak verwezen naar de gewone rechtspleging.
Eerste auditeur Melissa Celis heeft een aanvullend verslag opgesteld.
Verzoekster heeft op 1 augustus 2024 een brief gericht aan de Raad van State die als een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie kan worden beschouwd. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 november 2024.
Staatsraad Ann Coolsaet heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Arne Van Meerbeeck, die loco advocaat Bart Coemans verschijnt voor verzoekster en advocaat Jutte Nijs, die loco advocaat Kristien Vanderheiden verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Melissa Celis heeft een advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
XII-9767-2/8
III. Feiten
3.1. De lokale politie neemt bij verzoekster op 14 maart 2022 één hond en op 8 april 2022 vier honden, in beslag. Met de bestreden beslissing worden deze vijf honden in volle eigendom overgedragen aan een erkend asiel.
3.2. De vijf honden die het voorwerp uitmaken van de bestreden beslissing, werden inmiddels door derden geadopteerd.
IV. Ontvankelijkheid van het beroep: exceptie inzake het gebrek aan belang
Standpunt van de partijen
4. Het auditoraatsverslag van 25 juli 2024 werpt ambtshalve de exceptie op dat verzoekster niet beschikt over het vereiste actueel belang. Het auditoraatsverslag verwijst daarbij naar het eerder opgestelde auditoraatsverslag van 30 mei 2024 waarin ambtshalve dezelfde exceptie werd opgeworpen.
Het auditoraatsverslag zet uiteen dat, nadat de eerste auditeur-verslaggeefster van de raadsman van de verwerende partij vernam dat alle betrokken dieren werden geadopteerd en dit werd gestaafd aan de hand van de adoptiecontracten, verzoekster driemaal in de mogelijkheid werd gesteld om aan te geven waarin haar belang bij haar beroep nog bestaat, rekening houdend met de adoptie van de betrokken dieren. Behalve de reactie op 8 april 2024 van verzoeksters raadsman op de e-mail van 5 april 2024, werd deze vraag naar het belang niet beantwoord. Gezien de adoptie van de betrokken dieren – waardoor de dieren definitief zijn overgedragen aan derden, zodat de verwerende partij hoe dan ook niet meer in de mogelijkheid is om de dieren terug te geven aan verzoekster –
en gezien het gebrek aan medewerking met de rechter doordat verzoekster niet de minste toelichting heeft verschaft omtrent haar actueel belang nadat zij daarom tot driemaal toe werd gevraagd, besluit het auditoraatsverslag dat bezwaarlijk kan worden aanvaard dat verzoekster nog getuigt van het rechtens vereiste actueel
XII-9767-3/8
belang bij haar beroep. Het gegeven dat verzoekster op de openbare terechtzitting van 27 juni 2024 wel was vertegenwoordigd, kan dit niet meer verhelpen.
5. De verwerende partij sluit zich in de laatste memorie aan bij de door het auditoraat ambtshalve opgeworpen exceptie. Zij zet uiteen dat verzoekster ten onrechte verwijst naar de uiteenzetting van het belang in het verzoekschrift, daar het actueel belang niet enkel moet bestaan bij het indienen van het verzoekschrift, maar moet blijven bestaan gedurende de procedure. De verwerende partij wijst er voorts op dat verzoekster moest antwoorden op de herhaalde vragen van de eerste auditeur om haar belang te staven. Het volstaat niet dat op de terechtzitting na het verslag “korte debatten” een mondelinge toelichting wordt verschaft over het belang. Verzoeksters standpunt dat haar actueel belang steunt op het gegeven dat na de vernietiging van de bestreden beslissing de dieren aan haar zouden worden teruggegeven, faalt volgens de verwerende partij naar recht. Het asiel is immers eigenaar geworden van de dieren en mocht erop vertrouwen dat de bestreden beslissing wettig was. Alle dieren werden inmiddels door derden geadopteerd en zijn aldus eigendom geworden van die derden. Na de vernietiging van de bestreden beslissing is een teruggave van de dieren aan verzoekster bijgevolg niet mogelijk. De verwerende partij citeert ter ondersteuning van dit standpunt rechtspraak van de Raad van State. Tot slot zet de verwerende partij uiteen dat verzoekster geenszins het door haar aangevoerde moreel en financieel belang verduidelijkt.
6. Verzoekster betwist in haar laatste memorie dat zij niet over het vereiste belang beschikt. Verzoekster zet onder meer uiteen dat het auditoraatsverslag onvoldoende rekening houdt met het gegeven dat de overeenkomst tot adoptie niet kan leiden tot de eigendomsoverdracht van de dieren. De adoptie belet dan ook niet dat bij een vernietiging van de bestreden beslissing de dieren aan verzoekster kunnen worden teruggegeven.
XII-9767-4/8
Beoordeling
7. Gelet op artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan het beroep tot nietigverklaring bedoeld bij artikel 14 van deze wet, voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht “door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang”. Die vereiste is erop gericht de rechtszekerheid te dienen en een goede rechtsbedeling te verzekeren (RvS (A.V.) 22 maart 2019, nr. 244.015, ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR. 244.015).
Een verzoekende partij beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: vooreerst dient zij door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden; voorts moet de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling haar een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook (RvS (A.V.) 15 januari 2019, nr. 243.406, ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR. 243.406).
Het belang moet niet alleen bestaan bij het instellen van het beroep maar moet voortduren tot aan de sluiting van het debat (RvS (A.V.)
22 maart 2019, nr. 244.015, Moors, ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR. 244.015), zonder dat de verzoekende partij noodzakelijk elk belang bij de nietigverklaring verliest wanneer zij het initiële voordeel niet meer kan ambiëren (cf. GwH 9 juli 2020, nr. 105/2020, ECLI:BE:GHCC:2020.ARR. 105, punten B.11.2. en B.12.2).
Het staat aan de Raad van State te oordelen of de verzoekende partij die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij haar beroep. De Raad van State dient er over te waken dat het belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast (GwH 30 september 2010, nr. 109/2010, ECLI:BE:GHCC:2010.ARR. 109, punt B.4.3.; GwH 9 juli 2020, nr. 105/2020, ECLI:BE:GHCC:2020.ARR. 105, punt B.9.3.; EHRM 17 juli 2018, 5475/06, Vermeulen/België, ECLI:CE:ECHR:2018:0717JUD000547506, punten 42 e.v.).
XII-9767-5/8
Er is voor een verzoekende partij geen stelplicht om haar belang bij het beroep te omschrijven of toe te lichten. Echter, wordt dit belang in twijfel getrokken, dan valt het haar toe bij de eerstvolgende procedurele gelegenheid hierover opheldering te verschaffen en haar belang te staven.
Doet een verzoekende partij zulks, dan heeft zij daarmee ook de contouren geschetst waarom het haar te doen is en moet de Raad van State met die door de verzoekende partij vastgelegde grenzen van het gerechtelijk debat rekening houden (RvS (A.V.) 15 januari 2019, nr. 243.406)
(ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.406).
8. De in het auditoraatsverslag ambtshalve opgeworpen exceptie vertrekt van het uitgangspunt dat ingevolge de adoptie door derden van de vijf honden die door de bestreden beslissing in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 in volle eigendom zijn overgedragen aan het asiel, dat daarmee instemt, het onmogelijk is geworden om aan de dieren nog een andere bestemming te geven, en dus ook, dat het onmogelijk is geworden om de dieren nog terug te bezorgen aan verzoekster. Volgens het auditoraatsverslag blijkt uit het verzoekschrift en uit de memorie van wederantwoord dat het precies die teruggave is, die verzoekster met haar beroep beoogt. Ingevolge deze gewijzigde omstandigheden ziet het auditoraatsverslag niet in welk concreet voordeel de eventuele nietigverklaring van de bestreden beslissing nog aan verzoekster kan verschaffen.
9. Uit de door de verwerende partij neergelegde overeenkomsten tussen het asiel en de respectieve adoptanten blijkt dat de vijf honden, voorwerp van de bestreden bestemmingsbeslissing, elk werden overgedragen aan een adoptant. In de overeenkomsten – die voor elk dier gelijkaardig zijn – worden de voorwaarden bepaald waaraan zowel de adoptant als het asiel zich moeten houden.
Uit die voorwaarden blijkt telkens: “De adoptant erkent dat [het asiel] steeds eigenaar blijft van het dier en dat [het asiel] het recht heeft om het dier dadelijk terug op te eisen indien niet aan de voormelde voorwaarden is voldaan, zonder
XII-9767-6/8
betaling van enige vergoeding aan de adoptant.” Uit de door de verwerende partij voorgelegde overeenkomsten blijkt aldus uitdrukkelijk dat met de adoptie de eigendom over de dieren niet wordt overgedragen. Ten overvloede, stelt de Raad van State vast dat ook een aantal van de voorwaarden waartoe de adoptant zich verbindt, bevestigen dat het geadopteerde dier eigendom blijft van het asiel. Zo is het bijvoorbeeld verboden voor de adoptant om het dier aan derden over te dragen, moet de adoptant het dier terugbezorgen aan het asiel indien hij besluit het dier niet langer te houden, en heeft een afgevaardigde van het asiel te allen tijde toegang tot het dier en kan die afgevaardigde de gezondheidstoestand van het dier (laten)
controleren.
10. Nu blijkt dat het eigendomsrecht over de dieren door het asiel dat de begunstigde is van de bestreden bestemmingsbeslissing niet werd overgedragen aan derden, blijft het mogelijk dat na een eventuele nietigverklaring van de bestreden beslissing de dieren worden terugbezorgd aan verzoekster.
11. Het verweer van de verwerende partij in haar laatste memorie omtrent het gebrek aan medewerking met de rechter, doet niet anders oordelen.
Verzoekster heeft op de openbare terechtzitting van 27 juni 2024 na het auditoraatsverslag in toepassing van artikel 93 van het algemeen procedurereglement mondeling opheldering verschaft over haar actueel belang, daar zij ingevolge de toepassing van artikel 93 van het algemeen procedurereglement niet meer over de mogelijkheid beschikte om dat schriftelijk te doen middels een laatste memorie. Ten overvloede stelt de Raad van State vast dat verzoekster ook in de laatste memorie van 1 augustus 2024 na het aanvullend auditoraatsverslag haar belang bij het beroep toelicht.
12. Verzoekster geeft aldus blijkt van het vereiste actueel belang bij het beroep.
De door het auditoraat ambtshalve opgeworpen exceptie wordt verworpen.
XII-9767-7/8
BESLISSING
1. De Raad van State heropent het debat.
2. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt gelast met het verder onderzoek van de zaak.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twee december tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Chantal Bamps, kamervoorzitter, Inge Vos, staatsraad, Ann Coolsaet, staatsraad,
bijgestaan door Silja Doms, griffier.
De griffier De voorzitter
Silja Doms Chantal Bamps
XII-9767-8/8
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.611
Gerelateerde publicatie(s)
gevolgd door:
ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.203
citeert:
ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.406
ECLI:CE:ECHR:2018:0717JUD000547506
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...