ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.622
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.622 Rolnummer: A. 237943/IX-10183 Zaak: Arrest 261622 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 02/12/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-06 Raadplegingen: 97 - laatst gezien 2026-06-03 14:54 Fiche...
11 min de lecture · 2,311 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Raad van State
Vonnis/arrest van 02 december 2024
ECLI nr:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.622
Rolnummer:
A. 237943/IX-10183
Zaak:
Arrest 261622 – Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten – Aanwerving en loopbaan – 02/12/2024
Rechtsgebied:
Bestuursrecht
Invoerdatum:
2024-12-06
Raadplegingen:
97 – laatst gezien 2026-06-03 14:54
Fiche
Arrest nr 261.622 van 2 december 2024 Openbaar ambt – Openbaar ambt van
Gemeenschappen en Gewesten – Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping
Thesaurus CAS:
RAAD VAN STATE
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)
Tekst van de beslissing
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
IXe KAMER
nr. 261.622 van 2 december 2024
in de zaak A. 237.943/IX-10.183
In zake : XXXX
tegen :
de VLAAMSE GEMEENSCHAP
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Deborah Smets kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 5 december 2022, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de Vlaamse Overheid dat [verzoeker] niet geschikt [is] voor de uitoefening van de functie ‘Controleur Visserij’” en van “de stukken in bijlage 3 en 4a [z]ijnde de ‘feedback sollicitatie 6447 en 6447
-[verzoeker] – verkennende gesprekken”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur Joke Goris heeft een verslag opgesteld.
De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend.
IX-10.183-1/10
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting van 30
september 2024, welke zitting werd uitgesteld naar de zitting van 14 oktober 2024
en vervolgens naar de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 november 2024.
Staatsraad Jim Deridder heeft verslag uitgebracht.
Verzoeker en advocaten Elliott Missault en Arthur Buckens, die loco advocaten Steve Ronse en Deborah Smets verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Joke Goris heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Verzoeker vervult sinds 14 januari 2002 de functie van controleur visserij; eerst tot 31 augustus 2011 bij de Vlaamse overheid, vervolgens tot 31 augustus 2017 bij de Europese Commissie en van 16 april 2018 tot 15 maart 2021 opnieuw bij de Vlaamse overheid, tot hij uit die functie wordt ontslagen.
3.2. Na de zomer van 2022 schrijft de Vlaamse overheid een vacature (nr. 6447) uit voor een contractuele aanstelling bij het departement Landbouw en Visserij in de functie controleur visserij, niveau B. De vacature biedt uitzicht op een contract van bepaalde duur tot 31 december 2023 en de procedure voorziet in een wervingsreserve zonder rangschikking voor de geslaagde kandidaten van twee jaar.
IX-10.183-2/10
De selectieprocedure bestaat uit drie modules, de eerste daarvan bestaat uit twee fases: (i) een CV-screening op basis van formele deelnemings-voorwaarden en (ii) voor de geslaagden uit de eerste fase en mits dit er maximaal twaalf zijn, een voorselectie op basis van verkennende gesprekken.
Wie minstens 50% scoort en tot de zes hoogst scorende kandidaten behoort, wordt toegelaten tot de tweede module.
3.3. Er zijn in totaal vier kandidaten, onder wie verzoeker.
Na de verkennende gesprekken behaalt geen enkele kandidaat een voldoende hoge score om tot de volgende module te worden toegelaten. De selectieprocedure wordt stopgezet.
3.4. Met een e-mail van 7 oktober 2022 deelt het bestuur aan verzoeker mee dat hij niet-geschikt werd bevonden.
Dat is, samen met de ingevulde ‘interviewleidraad’, de bestreden beslissing.
3.5. Later in het najaar van 2022 schrijft de Vlaamse overheid een nieuwe vacature (nr. 8553) uit voor dezelfde functie, opnieuw voor een contract van bepaalde duur tot 31 december 2023. De selectieprocedure, waaraan verzoeker niet deelneemt, leidt tot de aanstelling van één van de kandidaten. Die aanstelling wordt door verzoeker niet in rechte bestreden.
IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
4.1. Met zijn laatste memorie legt verzoeker nog twee nieuwe stukken neer: een ‘video-opname voorafgaand interview’ en een ‘transcriptie van video-opname interview’.
Vervolgens legt verzoeker nog verschillende andere bijkomende stukken neer; een aantal daarvan merkt verzoeker aan als ‘vertrouwelijk’.
IX-10.183-3/10
4.2. Ter terechtzitting doet de verwerende partij gelden dat de voormelde stukken uit het debat moeten worden geweerd. Wat de opname en de transcriptie ervan betreft omdat zij niet op de hoogte was dat de opname werd gemaakt, wat de andere stukken betreft omdat verzoeker die reeds bij zijn verzoekschrift had kunnen meedelen.
4.3. Zoals hierna zal blijken, strandt verzoekers beroep omwille van de onontvankelijkheid ervan. Voor de beoordeling van de ontvankelijkheid dient de Raad van State geen kennis te nemen van de vóórmelde stukken. Over de exceptie van de verwerende partij hoeft derhalve geen uitspraak te worden gedaan.
V. Ontvankelijkheid
A. Tijdigheid van het verzoekschrift
Exceptie
5. De verwerende partij doet gelden dat het verzoekschrift laattijdig is, omdat één van de exemplaren slechts op 16 december 2022 aan de griffie werd bezorgd.
Beoordeling
6. Uit het dossier van de rechtspleging blijkt dat verzoeker zijn beroep heeft ingediend met een verzoekschrift dat op 5 december 2022 door de griffie van de Raad van State werd ontvangen en dat de griffie verzoeker met een brief van 6 december 2022 heeft gevraagd om zijn verzoekschrift binnen een termijn van vijftien dagen te regulariseren. Verzoeker heeft daartoe tijdig het nodige gedaan.
7. De exceptie wordt verworpen.
IX-10.183-4/10
IX-10.183-5/10
B. Belang
Standpunt van de partijen
8. In een tweede exceptie ontzegt de verwerende partij verzoeker het rechtens vereiste belang. Zij zet uiteen dat een eventuele vernietiging van de bestreden beslissing verzoeker niet tot voordeel kan strekken omdat de selectieprocedure zonder aanstelling werd afgesloten. Voor de navolgende nieuwe vacature heeft verzoeker zich niet kandidaat gesteld en hij heeft evenmin het resultaat van die selectieprocedure aangevochten.
9. In de memorie van wederantwoord stelt verzoeker dat hij belang erbij heeft dat “de juiste selectieprocedure werd gevolgd en de daarbij in acht genomen motieven correct tot stand kwamen”. Verzoeker ziet zijn belang voorts daarin gelegen dat de beslissing om hem niet te selecteren wordt vernietigd zodat, volgens verzoeker, de selectieprocedure daardoor “herleeft” en hij minstens aanspraak kan maken op schadevergoeding. Het feit dat de functie initieel niet, of met een latere selectieprocedure wél werd ingevuld, doet daaraan voor verzoeker geen afbreuk.
Beoordeling
10. Het belang, waarvan een verzoekende partij krachtens artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State blijk moet geven, dient te bestaan op het ogenblik van het instellen van het annulatieberoep en de verzoekende partij moet dat belang behouden tot aan de uitspraak. De aard van het belang kan weliswaar evolueren, maar een verzoekende partij moet minstens aannemelijk maken dat de gevraagde nietigverklaring haar nog een concreet voordeel oplevert.
Om als toereikend te worden beschouwd, moet het belang onder meer rechtstreeks zijn en de verzoekende partij een voordeel verschaffen dat
IX-10.183-6/10
voldoende direct verband houdt met de finaliteit van een nietigverklaring, namelijk het doen verdwijnen van de bestreden rechtshandeling uit de rechtsorde.
Het voordeel moet in beginsel méér zijn dan de morele genoegdoening die een verzoekende partij put uit het onwettig horen verklaren van de bestreden beslissing, inzonderheid om derden aldus te overtuigen van haar initieel gelijk. Een dergelijk belang heeft een karakter dat niet valt binnen de grenzen van het belang zoals bedoeld in artikel 19, eerste lid, RvS-Wet; dat beoogde voordeel is immers niet verbonden met het verdwijnen van de bestreden beslissing uit het rechtsverkeer maar enkel met het gegrond horen verklaren erga omnes van de door de verzoekende partij aangevoerde middelen.
11. Verzoeker vraagt in zijn inleidend verzoekschrift de nietigverklaring van de beslissing van 7 oktober 2022 om zijn kandidaatstelling in de selectieprocedure met vacaturenummer ‘6447’ niet verder in aanmerking te nemen. Deze bestreden beslissing is een voor verzoeker grievende vóórbeslissing –
zijn kandidaatstelling wordt er definitief mee afgewezen – in het kader van een complexe administratieve verrichting die in beginsel resulteert in de aanwerving van een kandidaat, de samenstelling van een wervingsreserve of, desgevallend, in een beëindiging van de selectieprocedure zonder resultaat.
Verzoeker vermag de hem grievende vóórbeslissing met een beroep tot nietigverklaring te bestrijden. Hij behoudt evenwel slechts een actueel belang bij dat beroep indien hij ook de eindbeslissing van de complexe administratieve verrichting met een beroep tot nietigverklaring bestrijdt, opdat hij zijn kansen gaaf zou houden om zelf alsnog de beoogde aanwerving te kunnen verkrijgen.
In dit geval heeft de verwerende partij de selectieprocedure met vacaturenummer ‘6447’, waaraan verzoeker had deelgenomen, zonder resultaat beëindigd, zo blijkt uit het door de verwerende partij neergelegde proces-verbaal.
Deze beslissing diende niet aan verzoeker te worden betekend. Hij was immers ten gevolge van de op 7 oktober 2022 ten aanzien van hem genomen beslissing geen
IX-10.183-7/10
kandidaat meer. Als belanghebbende stond het aan hem om – ter vrijwaring van zijn belang bij het door hem ingestelde annulatieberoep – waakzaam en actief te zijn en met andere woorden zich tijdig bij de verwerende partij te informeren over een eventuele eindbeslissing in de selectieprocedure met vacaturenummer ‘6447’.
Verzoeker heeft de voormelde eindbeslissing over de selectie-procedure met vacaturenummer ‘6447’ niet met een annulatieberoep bestreden. Alleszins moet worden opgemerkt dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord erop wijst dat voor de vacature voor de betrekking van controleur visserij ná de selectieprocedure ‘nr. 6447’ waaraan verzoeker met ongunstig resultaat heeft deelgenomen, “uiteindelijk niemand [werd]
aangeworven” en dat “[i]n navolging hiervan […] een nieuwe selectieprocedure [werd] opgestart”. De Raad van State stelt vast dat verzoeker binnen zestig dagen na de ontvangst van die memorie van antwoord de beslissing tot beëindiging van de selectieprocedure zonder aanwerving niét – en dus zeker niet tijdig – met een beroep tot nietigverklaring heeft bestreden.
De vraag rijst dan ook of verzoeker nog een actueel belang heeft bij zijn beroep, nu de eventuele nietigverklaring van de bestreden beslissing niet meer kan leiden tot wat verzoeker ermee betracht, namelijk dat de selectie-procedure met vacaturenummer ‘6447’ zou “herleven” en verzoeker een kans krijgt op een nieuwe beslissing tot aanwerving en een daadwerkelijke aanstelling in de betrekking of op een plaatsing op de reservelijst.
Gelet op de inmiddels definitieve beëindiging – zonder resultaat – van de selectieprocedure met vacaturenummer ‘6447’, waaraan verzoeker deelnam, kan verzoeker dat voordeel niet meer verkrijgen, temeer daar hij op geen enkele wijze een rechtsplicht aantoont die in hoofde van de verwerende partij zou bestaan om hem op grond van zijn sollicitatie in die selectieprocedure met terugwerkende kracht als controleur visserij aan te stellen. Hij maakt ook niet aannemelijk dat een onderzoek van de grieven die hij ten gronde aanvoert, het bestaan van een dergelijke rechtsplicht zou kunnen reveleren, te meer nu verzoeker – alvorens het bestuur een beslissing tot al dan niet aanstellen kan nemen – voor de
IX-10.183-8/10
tweede fase van de eerste module opnieuw zou moeten worden beoordeeld en vervolgens, zo hij minstens 50% scoort, ook nog voor de tweede en de derde module moet slagen.
12. In de memorie van wederantwoord ziet verzoeker zijn belang tevens gelegen in het feit dat hij “aanspraak kan maken op schadevergoeding”, ofschoon hij in zijn laatste memorie aangeeft dat het niet-instellen van een vordering tot schadevergoeding aan zijn belang geen afbreuk doet.
Voor zover verzoeker zijn actueel belang steunt op de betrachting om met een annulatiearrest een eventuele procedure tot schadevergoeding bij de burgerlijke rechter te vergemakkelijken of een vergoeding tot herstel te verkrijgen, faalt zijn betoog naar recht. Immers, om als toereikend te worden beschouwd, moet het belang onder meer rechtstreeks zijn en de verzoekende partij een voordeel verschaffen dat voldoende direct verband houdt met de finaliteit van een nietigverklaring, namelijk het doen verdwijnen van de bestreden rechtshandeling uit de rechtsorde. Onvoldoende om een nietigverklaring van de bestreden beslissing te kunnen verkrijgen, is dan ook het belang van een verzoekende partij dat in de loop van de annulatieprocedure is geëvolueerd naar nog uitsluitend een belang bij het onwettig horen verklaren van die beslissing om de toekenning van een schadevergoeding te faciliteren.
Voor zover verzoeker zou bedoelen dat hij tot na de annulatieprocedure nog een schadevergoeding tot herstel overeenkomstig artikel 11bis RvS-Wet kan vorderen, moet worden opgemerkt dat op het ogenblik van de sluiting van het debat in de annulatieprocedure, verzoeker nog geen dergelijke vordering heeft ingesteld.
13. Uit hetgeen voorafgaat, blijkt dat verzoeker geen blijk geeft van het rechtens vereiste actueel belang.
14. Het beroep is niet ontvankelijk.
IX-10.183-9/10
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24
euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twee december tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Wouter Pas, staatsraad, waarnemend kamervoorzitter, Jurgen Neuts, staatsraad, Jim Deridder staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Wouter Pas
IX-10.183-10/10
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.622
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...