ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.846
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.846 Rolnummer: A. 241549/XII-9570 Zaak: Arrest 261846 - Dierenwelzijn - 20/12/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-23 Raadplegingen: 103 - laatst gezien 2026-06-02 19:21 Fiche Arrest nr 261.846 van 20 december 2024 Sociale zaken...
25 min de lecture · 5,358 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Raad van State
Vonnis/arrest van 20 december 2024
ECLI nr:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.846
Rolnummer:
A. 241549/XII-9570
Zaak:
Arrest 261846 – Dierenwelzijn – 20/12/2024
Rechtsgebied:
Bestuursrecht
Invoerdatum:
2024-12-23
Raadplegingen:
103 – laatst gezien 2026-06-02 19:21
Fiche
Arrest nr 261.846 van 20 december 2024 Sociale zaken en volksgezondheid
– Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping
Thesaurus CAS:
RAAD VAN STATE
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)
Tekst van de beslissing
ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.846 no lien 280571 identiques
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
XIIe KAMER
nr. 261.846 van 20 december 2024
in de zaak A. 241.549/XII-9570
In zake : A.S.
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kwinten Vandekerckhove kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te 8580 Avelgem Leopoldstraat 63
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 28 maart 2024, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van het Afdelingshoofd van de Afdeling Dierenwelzijn van het Departement Omgeving van 29 januari 2024
(dossiernummer G-23-6549) om twee honden, een zwarte Amerikaanse staffordshireterriër (met vermoedelijke chipnummer 96700000932975) en een grijze Amerikaanse staffordshireterriër (met chipnummer 947000000490891), in volle eigendom te geven aan het erkend asiel waar ze momenteel verblijven”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
XII-9570-1/13
Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23
augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 december 2024.
Kamervoorzitter Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Kwinten Vandekerckhove, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Filip Vincke, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. De lokale politie stelt op 20 februari 2023 in de woning van verzoeker overtredingen op het dierenwelzijn vast. Verzoeker wordt verzocht om de nodige maatregelen te treffen teneinde te voldoen aan de verplichtingen die rusten op de houder van honden.
3.2. Op 18 december 2023 stelt de politie wederom overtredingen op het dierenwelzijn vast. De beide honden van verzoeker worden administratief in beslag genomen.
3.3. Verzoeker wordt op 9 januari 2024 verhoord door de politie.
XII-9570-2/13
3.4. Het afdelingshoofd Dierenwelzijn van het departement Omgeving beslist op 29 januari 2024 om, in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ (hierna: wet van 14 augustus 1986), de honden in volle eigendom te geven aan het erkend asiel waar ze momenteel verblijven, op grond van de volgende overwegingen:
“De vaststellingen en foto’s d.d. 18/12/2023 geacteerd in PV HV.63.LC.011324/23:
➢ Op bovenstaande datum voeren de lokale politie PZ Dilbeek en de inspectiedienst dierenwelzijn een controle uit op het adres […] bij [verzoeker] naar aanleiding van voorgaande inbreuken op de dierenwelzijnswet. Zij beschikken over een visitatiebevel.
➢ Bij het eerste nazicht omstreeks 9u42 doet [verzoeker] de deur niet open en lijkt hij niet aanwezig te zijn.
Eén hond, type stafford bevindt zich onder het donsdeken in het bed van de slaapkamer. Er kan geen drinken noch eten waargenomen worden. De kamer is slordig: overal liggen kleren verspreid.
➢ Bij een tweede nazicht omstreeks 13u50 wordt meermaals aangebeld en geklopt op ramen en deuren. Vervolgens wordt telefonisch contact opgenomen met [verzoeker] en een voicemailbericht achtergelaten.
Gezien de inspectiediensten in het bezit zijn van een visitatiemachtiging, wordt de woning op deze basis betreden. Een tiental slotenmakers werden gecontacteerd, maar geen van hen was beschikbaar om een deuropening te doen. Er wordt gebruik gemaakt van een koevoet en getracht de deur met zo weinig mogelijk schade te openen.
➢ Bij het betreden van de woning omstreeks 14u07 wordt een pertinente geur opgemerkt die vergelijkbaar is met visolie.
➢ Er zit een grijze stafford opgesloten […] in de slaapkamer dewelke langs de voorzijde van het appartement zichtbaar is. Bij het betreden van de slaapkamer reageert deze hond aanvankelijk defensief en territoriaal. De hond kalmeert snel en laat zich vlot aanlijnen. In de slaapkamer hangt een muffe geur, de ventilatie is ondermaats. De kamer is rommelig. Er staan 2
kommen op de grond, beiden zijn volledig leeg. Deze hond beschikt niet over drinkwater. Op het nachtkastje ligt een opengescheurde folie van dafalgan en enkele keelpastilles. Deze hond heeft een normale voedingstoestand en vertoont een grote wonde t.h.v. de rechter voorpoot. Deze wonde lijkt een chronische wonde te betreffen, vermoedelijk een likgranuloom.
➢ In het midden van de woonkamer ligt een mat, hierop zit een tweede hond (type stafford, zwart).
De woonkamer is wanordelijk. De hond is vastgemaakt met een ijzeren ketting aan twee ijzeren halsbanden. Deze ketting is vastgemaakt aan een wall pull up bar die op een muur bijna aan het plafond bevestigd is. Door de ketting is de bewegingsvrijheid van de hond ernstig beperkt. Doordat de hond in de hoogte vastgemaakt is, kan het dier binnen het bereik van de ketting niet overal gemakkelijk liggen omdat er dan te veel spanning op de halsketting komt. Net binnen het bereik van de hond staat een plastieken kom met water, maar de hond kan hier amper tot niet aan omdat ze zich onvoldoende kan bukken om vlot te kunnen drinken. Deze Amerikaanse stafford lijkt een ouder dier te betreffen. De hond heeft een normale voedingstoestand, maar vertoont wel verschillende ligplekken o.a. aan de ellebogen en hakken ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.846 XII-9570-3/13
(ligplekken zijn chronische verdikkingen van de huid op plaatsen waar de huid zeer frequent contact maakt met de harde grond hetgeen irritatie veroorzaakt).
➢ In de woonkamer staat links van de hond een niet-werkende diepvriezer, hierin zitten de hondenkorrels. Naast de diepvriezer staat een houten kist die dienstdoet als hondenmand, hierin liggen enkele jassen die vermoedelijk dienstdoen als deken. Naast deze kist staat een bench. In de bench ligt een mat. [H]ierop liggen twee beschimmelde wortels. Op de bench staan allerhande spullen, waaronder papier en plastiek voorwerpen. Rechts van de bench bevindt zich een zetel, deze is deels gescheurd waardoor het vulsel zichtbaar is.
➢ In de keuken ligt een half[…]ontdooide rauwe kip. [E]r kan niet afgeleid worden wat de bestemming hiervan is.
➢ Inspecteur [N.] keert omstreeks 15u16 terug naar het adres van [verzoeker]
om het document van inbeslagname ter plaatse achter te laten. [Verzoeker]
komt net ter plaatse en vraagt of hij zijn dieren na 2 weken zal terug krijgen.
Wanneer inspecteur [N.] hem het vervolg van de procedure uitlegt, is betrokkene heel gelaten.
Eén hond beschikt niet over drinkwater, terwijl dit een primaire levensbehoefte is.
De andere hond heeft weinig tot geen toegang tot het voorziene drinkwater doordat het dier in de hoogte vasthangt met een ketting.
De ventilatie in de woning is ondermaats (pertinente geur vergelijkbaar met visolie)
ondanks eerder opgelegde maatregelen hieromtrent.
De bewegingsvrijheid van de stafford in de woonkamer is erg beperkt. Op de foto’s is te zien dat de hond wel in de mogelijkheid is om op de vriezer te springen. Indien de hond hierbij zou uitglijden en aan de andere kant van de vriezer terecht komt, is er een groot risico op verhanging.
De dieren worden gehouden in afwezigheid [sic] van materialen die schadelijk kunnen zijn voor hun gezondheid (mousse vulling van de kapotte zetel, beschimmelde voedingswaren, verpakkingen van medicatie).
Wat erop wijst dat de honden niet werden gehouden volgens hun fysiologische en ethologische behoeften, waardoor hun welzijn ernstig werd geschaad.
Het verhoor van betrokkene vindt plaats op 09/01/2024 en wordt geacteerd in navolgend proces-verbaal 011398/23. Tijdens het verhoor, ontwijkt [verzoeker]
constant de vragen en blijft herhalen dat hij niet begrijpt waarom zijn honden in beslag genomen zijn.
Betrokkene verklaart onderstaande:
➢ Hij is momenteel werkloos. Op de dag van de controle was hij naar de dokter, daarna is hij thuisgekomen en moest hij meteen terug weg. Daarom heeft hij de zwarte hond aan de ketting gehangen. Omdat de ene hond een wonde heeft aan zijn poot, zou het kunnen dat de andere hond hem een beetje knuffelde.
De ene hond krijgt een medische behandeling, daarom zit hij apart zodat er niets kan gebeuren.
➢ De hond in de slaapkamer heeft een wondje. Hij is hiervoor in september bij de dierenarts September geweest. Hij heeft jodium in zijn slaapkamer staan om dit dagelijks te verzorgen. Na de behandeling gaat hij steeds wandelen.
De wonde die te zien is op de foto is verzorgd.
➢ Toen hij vertrok was er water in de slaapkamer. Hij was ook maar enkele uren weg, geen dagen.
➢ Het eten stond te ontdooien (de kip) in de keuken, maar dit duurt even.
➢ Ze krijgen ook droge korrels. Ze krijgen dagelijks eten.
➢ De hond in de woonkamer heeft twee meter lijn. Zo kan zij aan de sofa. Als zij stress heeft begint zij anders te krabben. Zij heeft de sofa in het verleden ook al kapot gemaakt. Het schuim van de zetel eet ze niet, ze maakt dat alleen kapot.
XII-9570-4/13
➢ De plastiek ligt ergens anders. Er ligt enkel karton, gezien de honden het soms kapot doen.
➢ De wortel hebben ze mogelijks vroeger gestolen om mee te spelen. Ze eten dan de wortels of spelen ermee.
➢ Reactie op de opmerking ‘De zwarte hond heeft kale plekken’:
De hond is 13 jaar oud, het is een oude hond dat is normaal.
➢ Hij gaat bij de dokter met de honden wanneer het moet.
Zij spelen heel veel.
➢ Zijn appartement is altijd opgeruimd. Toen u daar was, waren er geen uitwerpselen of urine op de vloer. Het terras was proper, alles was opgeruimd.
➢ De honden zijn gezond.
Betrokkene legt volgende documenten voor tijdens het verhoor:
➢ Verklaring van dr. September over nazicht van de honden Belka en Ziva –
Strelka op 29/09/2023 respectievelijk voor een behandeling van nerveuze lactatie en een behandeling van oorhematomen.
Hieruit blijkt dat betrokkene geeft om zijn honden en het hem niet ontbreekt aan goede intenties, doch is dit niet voldoende voor het correct houden en verzorgen van honden.
Betrokkene verhaalt in september bij de dierenarts geweest te zijn voor de behandeling van de grote wonde aan de poot van de grijze hond, maar dit wordt niet bevestigd door de verklaring van de dierenarts (nazicht in september omwille van schijndracht en een oorhematoom).
Betrokkene toont geen inzicht in de vaststellingen betreffende de gebrekkige huisvesting (het gebrek aan water, de ondermaatse ventilatie, de ingeperkte bewegingsvrijheid van de hond in de woonkamer en de toegang tot materialen die mogelijks gevaar inhouden voor de honden).
De betrokkene doet in zijn verhoor geen concrete voorstellen om de leefomstandigheden en verzorging van de dieren te verbeteren.
Contact van betrokkene met de afdeling dierenwelzijn.
In de periode volgend op de inbeslagname neemt [verzoeker] meermaals telefonisch en per mail contact op met de afdeling dierenwelzijn.
Op 17/01/2024 bezorgt betrokkene volgende stukken per mail aan de afdeling dierenwelzijn:
➢ Verschillende foto’s (de honden die op het bed liggen, de grijze hond die los loopt en speelt op de weide, foto van een tube hirudoid zalf, foto van diepvriesvlees op vriezer).
➢ Een foto van een bestelbon d.d. 18/06/2023 van voeder bij de firma Dogmeat BV. Dit betreft een bestelling van 39 kg voeder (vlees).
➢ De verklaring van dr. September over het nazicht van de honden op 29/09/2023. (idem aan documenten die toegevoegd werden aan het verhoor)
Hieruit blijkt nogmaals dat betrokkene geeft om zijn honden en goede intenties heeft.
Het dierenartsverslag d.d. 24/12/2023:
De grijze stafford t.h.v. de carpus van de linker voorpoot een langwerpig chronisch likgranuloom heeft van 2 op 15 cm. Gezien de chroniciteit is de primaire oorzaak niet meer te achterhalen en zal dit lang nodig hebben om te genezen en blijft mogelijks litteken over. Er werd een behandeling opgestart van 3 weken antibiotica, ontstekingsremmer, lokaal honingzalf en verband om likken te vermijden (gedurende lange tijd, minimum 6 à 12 weken om likken te vermijden).
Hieruit blijkt dat de wonde aan de voorpoot van de grijze stafford reeds langdurig aanwezig is en het dier hierdoor gedurende een ruime periode fysiek geleden heeft.
Likgranulomen zijn ontstekingsplekken die ontstaan door overdreven likgedrag in respons op jeuk, pijn of psychogene stress (verveling, frustratie). Vaak is een intensieve behandeling van medicatie in combinatie met gedragstherapie ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.846 XII-9570-5/13
noodzakelijk.
Gelet op de herhaaldelijke vaststellingen betreffende de huisvesting van de honden en het ontbreken van bewijs over de behandeling van het likgranuloom, is er geen enkele garantie waaruit blijkt dat betrokkene de gepaste intensieve verzorging die noodzakelijk is voor deze hond kan en zal voorzien.
Informatie van het opvangcentrum en nazicht in de databank Dog ID
d.d. 26/01/2024:
– De grijze stafford heeft chipnummer 947000000490891.
– Bij de zwarte stafford kan geen chipnummer gevonden worden.
Uit nazicht in de databank Dog ID blijkt dat volgende honden geregistreerd staan op betrokkene:
[…]
In het verslag van de dierenarts van betrokkene wordt de hond met de naam Belka vermeld. Gezien dit volgens de databank een zwarte stafford is, is de aangetroffen hond hoogstwaarschijnlijk Belka met chipnummer 967000009329754. Mogelijks kan het chipnummer niet meer uitgelezen worden wegens defect.
De historiek Uit de historiek blijkt dat de feiten zich herhalen en dat betrokkene reeds meerdere waarschuwingen gekregen heeft waaraan hij onvoldoende gevolg gegeven heeft, waardoor het opleggen van bijkomende maatregelen geen zin heeft.
Uit bovenstaande blijken onvoldoende garanties dat het welzijn van de dieren gewaarborgd kan worden, waardoor een teruggave onverantwoord zou zijn;
De kosten voor opvang en verzorging blijven oplopen;
De honden hebben geen reële verkoopwaarde, minstens geen waarde die in verhouding staat tot de kosten van transport, opvang, huisvesting en verzorging overeenkomstig hun ethologische en fysiologische behoeften.”
Dit is de bestreden beslissing.
IV. Toepassing van de korte debattenprocedure
A. Ontvankelijkheid van het beroep
Exceptie van niet-ontvankelijkheid wegens gebrek aan actueel belang
Uiteenzetting van de exceptie
4. De verwerende partij stelt bij brief van 4 juni 2024 de Raad van State in kennis dat de beide honden zijn geadopteerd. Uit dit nieuw element lijkt te moeten worden afgeleid dat de verwerende partij de mening is toegedaan dat verzoeker geen actueel belang meer heeft bij het beroep.
5. Verzoeker zet in het verzoekschrift zijn belang bij het voorliggend beroep als volgt uiteen:
XII-9570-6/13
“De verzoekende partij heeft ongetwijfeld een belang bij de beslechting van deze zaak gezien hij een rechtsreeks nadeel ondervindt van de bestreden beslissing, waarin bepaald wordt dat zijn twee honden, na een inbeslagname door de politiediensten, naar een erkend asiel worden overgebracht. Zulke beslissing heeft een grote emotionele impact op de verzoekende partij tot gevolg. Hij heeft er belang bij om dit nadeel af te wenden door middel van deze procedure voor Uw Raad.”
In de memorie van wederantwoord benadrukt verzoeker dat niettegenstaande uit de op 4 juni 2024 door de verwerende partij overgemaakte stukken 15 en 16 – deze twee documenten zijn geanonimiseerde adoptieovereenkomsten van de twee honden, opgemaakt op 16 februari 2024 –
blijkt dat de dieren niet meer in eigendom zijn van het asiel, doch inmiddels geadopteerd zijn, hij nog steeds een belang heeft bij de vernietiging van de bestreden beslissing, hierbij verwijzend naar arrest nr. 253.931 van 7 juni 2022 van de Raad van State.
Beoordeling
6. Verzoeker wijst erop dat hij door de bestreden beslissing een bijzondere emotionele impact ondervindt.
Het beroep is er dan ook niet uitsluitend op gericht om de dieren terug te verwerven – wat, zoals de verwerende partij terecht aangeeft, niet langer tot de mogelijkheid behoort – maar ook om zekere nadelige gevolgen van de bestreden beslissing te verijdelen. Verzoekers standpunt kan worden bijgevallen waar hij voordeel ziet in het verdwijnen uit het rechtsverkeer van een beslissing waarin wordt vastgesteld dat hij overtredingen heeft begaan op het dierenwelzijn.
Verzoeker haalt derhalve een moreel belang aan, wat volstaat om hem het belang bij het beroep niet te ontzeggen.
7. De exceptie wordt verworpen.
B. Onderzoek van het enig middel
XII-9570-7/13
Uiteenzetting van het middel
8. Verzoeker voert in het verzoekschrift in een eerste (lees: enig)
middel onder het kopje “schending van het evenredigheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur” aan dat het evenredigheidsbeginsel bepaalt dat er een correcte verhouding moet zijn tussen enerzijds het doel en de ernst van de feiten, en anderzijds de zwaarte van de genomen beslissing, terwijl, de bestreden beslissing niet proportioneel is en in wanverhouding staat met het doel en de ernst van de feiten.
Ter adstructie van het middel benadrukt verzoeker dat er een kennelijk onredelijke wanverhouding bestaat tussen enerzijds het doel van de bestreden beslissing en de ernst van de feiten en anderzijds de zwaarte van de bestreden beslissing. Wat het doel van de bestreden beslissing betreft, laat verzoeker gelden dat de verwerende partij tracht het welzijn van de twee honden te waarborgen. De pertinente feiten zijn beschreven in de bestreden beslissing.
Dienaangaande benadrukt verzoeker dat er nooit sprake was van mishandeling of verwaarlozing van de twee honden. Integendeel, vermeldt de bestreden beslissing volgens verzoeker ook elementen die laten zien dat hij goede intenties heeft, waar wordt gewezen op het feit dat i) hoewel het appartement er in erbarmelijke staat bij ligt, de honden in goede gezondheid lijken te zijn, ze niet echt mager staan en een proper gebit hebben; ii) de politie weet van buurtbewoners dat verzoeker met zijn honden gaat wandelen; iii) in kader van het bezoek van de politie op 20 februari 2023 ter plaatse wordt vastgesteld dat verzoeker aan het wandelen is met zijn twee honden en iv) verzoeker geeft om zijn honden en goede intenties heeft. Wat de zwaarte van de bestreden beslissing betreft, benadrukt verzoeker dat de bestreden beslissing enorm zwaar is en een ernstige emotionele impact heeft zowel op hem als op zijn twee honden. De twee honden zijn niet alleen de huisdieren van verzoeker maar ook van zijn huisgenoten. Hij leidt er zowel fysiek als mentaal onder, wat wordt bevestigd door de dierenarts. In zijn verklaring van 21 maart 2024 legt verzoeker uit hoe zwaar de bestreden beslissing hem raakt.
Dienaangaande laat hij gelden dat niet alleen zijn honden maar ook zijn leven werd afgenomen. Het staat volgens verzoeker onomstotelijk vast dat de bestreden beslissing enorm zwaar is en een ernstige emotionele impact op hem heeft.
XII-9570-8/13
Bovendien, zo benadrukt verzoeker, heeft de bestreden beslissing ook een nadelige impact op de mentale gezondheid van de twee honden, wat eveneens wordt bevestigd door de dierenarts. Ten overvloede laat verzoeker nog gelden dat in een asiel zijn twee honden verschillende nadelen ondervinden met een negatieve impact op hun welzijn, nu i) zij stress en angst ervaren in een onbekende omgeving, aanwezigheid van onbekende dieren en het gebrek aan een vertrouwd gezicht; ii) de honden, vermits zij daar leven in kleine kennels zonder voldoende mogelijkheid om te spelen of buiten te komen, beperkt zijn in hun beweging en in hun sociale interactie en iii) de medewerkers in een asiel slechts een beperkte tijd kunnen besteden aan de honden. Concluderend, betoogt verzoeker dat de bestreden beslissing enorm zwaar is en een serieuze impact heeft zowel op hem als op zijn honden, nu hij geen enkel uitzicht heeft op hereniging met zijn twee honden en de honden in het asiel geen enkele toekomst meer hebben. Wat het redelijk karakter van de bestreden beslissing betreft, benadrukt verzoeker dat het doel van de verwerende partij met name de twee honden beschermen en hun welzijn bevorderen, niet wordt bereikt middels de bestreden beslissing. Integendeel, met de bestreden beslissing en dus de overbrenging naar een asiel genieten de honden een lager beschermingsniveau en wordt hun welzijn drastisch ingeperkt. Volgens verzoeker staat de zwaarte van de bestreden beslissing niet in verhouding met de feiten die eraan ten grondslag liggen. Tot slot benadrukt verzoeker dat de vergoeding onevenredig en onredelijk is. Overeenkomstig artikel 42, § 5, van de wet van 14 augustus 1986 is verzoeker een vergoeding verschuldigd voor de kosten verbonden aan de inbeslagname en de bestemming van de dieren. Nu verzoeker slechts een geringe uitkering ontvangt en onvoldoende financiële slagkracht heeft om een vergoeding te betalen, is, volgens hem, een dergelijke vergoeding onevenredig en onredelijk.
In de memorie van wederantwoord repliceert verzoeker als volgt:
“Het verweer overtuigt evenwel niet, om de volgende redenen Ten eerste argumenteert de verzoekende partij dat hoewel de Dierenwelzijnswet beperkte opties biedt, elke beslissing nog steeds proportioneel dient te zijn en rekening dient te houden met de ernst van de situatie en de inspanningen van de verzoekende partij om de omstandigheden te verbeteren. Dat was in casu niet het geval […].
Ten tweede benadrukt de verzoekende partij dat de inbeslagname van december ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.846 XII-9570-9/13
2023 plaatsvond ondanks inspanningen om aan de gestelde eisen te voldoen.
Ten derde betwist verzoekende partij de stelling dat waarschuwingen zijn genegeerd. Verzoekende partij meent dat hij wel degelijk gehoor[…] heeft gegeven aan de waarschuwingen en de nodige inspanning daarvoor heeft geleverd.
Ten vierde benadrukt de verzoekende partij dat het belang van de honden inderdaad centraal staat. Het emotionele aspect van het verlies van de honden mag evenwel niet genegeerd worden en is een van de elementen waarmee Uw Raad rekening houdt bij de beoordeling van de proportionaliteit van de bestreden beslissing.
Ten vijfde uit de verzoekende partij zijn zorgen over het lange termijn welzijn van de honden, zowel in het asiel als bij een derde, en betwijfelt of hun specifieke behoeften daar voldoende worden vervuld.
Voor het overige herneemt de verzoekende partij haar argumentatie uit haar verzoekschrift van 28 maart 2024.”
Beoordeling
9. Door het auditoraat wordt tot de ongegrondheid van het enig middel besloten op grond van de volgende overwegingen:
“16. Op 10 oktober 2019 heeft de lokale politie, toen zij werd verzocht om ter plaatse te komen wegens een blaffende hond in het appartement van de verzoekende partij, het volgende vastgesteld: ‘Voor zover we iets kunnen zien van het appartement ziet het er degoutant uit. Wij ruiken de uitwerpselen tot buiten het appartement’.
17. Bij een hercontrole op 15 oktober 2019 vraagt de politie dat de woning wordt opgeruimd en schoongemaakt.
18. De politie komt opnieuw langs op 14 januari 2020. Zij constateert het volgende:
‘In de woonkamer treffen wij de tweede hond aan. Deze hangt vast aan een ketting aan de muur. (…)
De keuken is een puinhoop. Het vuil is overal aanwezig. De geur is niet te harden.
Via de keuken is het terras te bereiken. Deze ligt vol uitwerpselen’.
De politie noteert onder meer het volgende in het proces-verbaal: ‘Op een bepaald moment zegt [verzoeker] dat de Russen naar de ruimte zullen gaan met hem en zijn honden. Zijn honden zijn herrezen’. Ook het volgende wordt genoteerd:
‘[Verzoeker] is niet op zijn gemak waardoor deze de hond met de voorpoten van de grond tilt aan de halsband. Wij moeten meerdere keren herhalen de hond terug met de poten op de grond te plaatsen gezien deze letterlijk opgehangen wordt’.
De verzoekende partij wordt verzocht zijn appartement op te ruimen en schoon te maken.
19. Wegens een bijtincident gaat de politie op 19 februari 2023 nogmaals ter plaatse bij de verzoekende partij. De politie stelt onder meer vast dat het appartement vuil is en er een duidelijke urinegeur is. In het proces-verbaal is opgenomen:
‘Wij melden [verzoeker] dat wij maatregelen zullen opleggen gezien de staat van het appartement. Indien hier niet wordt aan voldaan, kunnen wij overgaan tot inbeslagname(.) [Verzoeker] zegt dat we dit maar moeten doen, want dat de honden oud zijn’.
De verzoekende partij krijgt de volgende voorwaarden opgelegd:
‘1 de ruimtes opruimen en schoonmaken 2 propere slaapgelegenheid voor de honden voorzien ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.846 XII-9570-10/13
3 voldoende vereikend (sic) materiaal voor de honden voorzien 4 aquarium regelmatig verversen of eventueel voorzien van een filter Aan deze voorwaarden voldoen tegen 03/03/23’.
20. De politie doet nog een controle op 18 december 2023. Daarbij wordt vastgesteld dat het appartement vuil is, met een doordringende geur, en dat een ‘hond is vastgemaakt met een ijzeren ketting aan twee ijzeren halsbanden. Deze ketting is vastgemaakt aan een wall pull up bar die op een muur bijna aan het plafond bevestigd is’.
21. Uit de feitelijkheden die blijken uit het administratief dossier, volgt dat de verzoekende partij meermaals en langdurig in de mogelijkheid is gesteld om de verplichtingen na te komen, die rusten op iemand die ervoor kiest om dieren onder zich te houden. Zo bepaalt artikel 4 van de wet van 14 augustus 1986:
‘§ 1. Ieder persoon die een dier houdt, verzorgt of te verzorgen heeft, moet de nodige maatregelen nemen om het dier een in overeenstemming met zijn aard, zijn fysiologische en ethologische behoeften, zijn gezondheidstoestand en zijn graad van ontwikkeling, aanpassing of domestikatie, aangepaste voeding, verzorging en huisvesting te verschaffen.
§ 2. Niemand mag de bewegingsvrijheid van het dier dat hij houdt, verzorgt of te verzorgen heeft, zodanig beperken dat het aan vermijdbare pijnen, lijden of letsels is blootgesteld.
Wanneer een dier gewoonlijk of voortdurend wordt vastgemaakt of opgesloten, moet het voldoende ruimte en bewegingsvrijheid krijgen, in overeenstemming met zijn fysiologische en ethologische behoeften’.
22. De verzoekende partij betwist de juistheid van het motief van de bestreden beslissing niet. Het staat bijgevolg vast dat, in weerwil van artikel 4, §§ 1 en 2, van de wet van 14 augustus 1986, de honden vertoefden in een vuile omgeving en één ervan werd vastgemaakt op een wijze die ervoor zorgde dat hij niet de bewegingsvrijheid bekwam, die was vereist om niet aan vermijdbare pijnen, lijden of letsels te zijn blootgesteld. Hoewel de verzoekende partij meerdere keren erop werd gewezen dat hij de nodige maatregelen moest nemen om normconform gedrag aan de dag te leggen, heeft hij dat niet gedaan, met uiteindelijk de bestreden beslissing als gevolg.
23. Ook al zijn er elementen voorhanden, die spreken in het voordeel van de verzoekende partij, zoals het feit dat hij gaat wandelen met de honden en dat haar dierenarts de mening is toegedaan dat het in het belang van de mentale gezondheid van zowel de eigenaar als de honden is dat die terugkeren naar de verzoekende partij, dan nog komt het toe aan de verwerende partij om, in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986, de bestemming van die honden te bepalen, omdat die in beslag zijn genomen wegens inbreuken op het dierenwelzijn.
Daarbij mag de verwerende partij rekening houden met alle gegevens die het dossier kenmerken, waaronder de recalcitrante houding van de verzoekende partij en het gevaar dat er bestaat voor de honden. Zo wordt een hond op een wijze die haaks staat met wat is opgelegd door artikel 4, § 2, van de wet van 14 augustus 1986, vastgemaakt met zelfs het gevaar op ophanging. Ook is er een wonde vastgesteld waarover een dierenarts het volgende bepaalt: ‘gezien chroniciteit is primaire oorzaak niet meer te achterhalen en zal dit lang nodig hebben om te genezen en blijft mogelijks litteken over’. Het betoog dat de wereld van de verzoekende partij instort nu zij haar dieren niet meer heeft, dient bijgevolg ernstig te worden gerelativeerd, daar zij nooit de kans heeft gegrepen om de levensomstandigheden van de dieren te verbeteren, ondanks herhaaldelijk aandringen van de politie. Evenmin de respons op 19 februari 2023 aan de politie dat de honden in beslag mogen worden genomen nu ze oud zijn, correspondeert niet met de cri de coeur dat zonder haar dieren, het leven van de verzoekende partij is afgenomen.
24. Wat door de verzoekende partij ten overvloede – en dus overbodig – wordt betoogd, kan het niet anders doen zien. De emotionele impact van de bestreden ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.846 XII-9570-11/13
beslissing neemt niet weg [dat] de verwerende partij is moeten optreden ter bescherming van de honden, opdat die wel worden gehouden zoals opgelegd door artikel 4 van de wet van 14 augustus 1986. De stress die de honden tijdelijk kunnen ondervinden in het dierenasiel, neemt niet weg dat de honden niet werden gehouden in overeenstemming met de voornoemde bepaling. Over dat aspect dient de verzoekende partij zich hoe dan ook geen zorgen meer te maken, want de honden zijn ondertussen geadopteerd door derden.
25. Een schending van het redelijkheidsbeginsel (of van het evenredigheidsbeginsel dat er een bijzondere toepassing van is) als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, veronderstelt dat de overheid bij het nemen van de beslissing onredelijk heeft gehandeld, met andere woorden dat zij de haar toegekende discretionaire beoordelings- of beleidsvrijheid onjuist heeft gebruikt. Van een schending van het redelijkheidsbeginsel (en van het evenredigheidsbeginsel) kan slechts sprake zijn wanneer een beslissing, waarvan is vastgesteld dat ze berust op deugdelijke grondslagen, inhoudelijk dermate afwijkt van het normale beslissingspatroon of, nog, er een zodanige wanverhouding bestaat tussen die motieven en de inhoud van de beslissing, dat het niet denkbaar is dat een andere zorgvuldig handelende administratieve overheid in dezelfde omstandigheden tot die besluitvorming zou komen of die beslissing zou nemen.
26. Gelet op de vaststellingen waarop de bestreden beslissing steunt, kan niet worden aangenomen dat de verwerende partij de perken van de redelijkheid is te buiten gegaan door de beslissing van het geven van de dieren in volle eigendom aan een dierenasiel te nemen, die een van de mogelijkheden is, die haar door de wetgever zijn toegekend.
27. Daar de bestemmingsbeslissing standhoudt, legt artikel 42, § 5, van de wet van 14 augustus 1986 op dat de kosten verbonden aan de op grond van de artikel 42, §[§] 1, 2 en 4, van die wet genomen maatregelen worden gedragen door de verantwoordelijke van het dier. Het gaat om een verplichting die de wetgever zelf heeft opgelegd, waarvan de verwerende partij niet mag afwijken in het voorkomende geval. Ook de Raad van State is gebonden door de wil van de wetgever.
28. Het middel is ongegrond.
Deze vaststelling kan geschieden bij kort debat.”
10. Ter terechtzitting, dit is bij de eerste procedurele gelegenheid die zich voor verzoeker in het kader van de toegepaste procedure van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ daarvoor aanbood, heeft hij niets daartegen ingebracht.
In die omstandigheden en na een eigen onderzoek, ziet de Raad van State geen reden om het anders te zien dan het auditoraat en bevindt aldus, de redenering van het auditoraatsverslag bijvallend, het enig middel ongegrond. Het auditoraat heeft terecht gemeend dat de zaak met korte debatten een oplossing kan krijgen.
XII-9570-12/13
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 154 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twintig december tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Chantal Bamps, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.
De griffier De voorzitter
Greta Scheveneels Chantal Bamps
XII-9570-13/13
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.846
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...