ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.850
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.850 Rolnummer: A. 241643/X-18644 Zaak: Arrest 261850 - Plannen van aanleg - 20/12/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-23 Raadplegingen: 94 - laatst gezien 2026-06-02 19:21 Fiche Arrest nr 261.850 van 20 december 2024...
7 min de lecture · 1,421 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Raad van State
Vonnis/arrest van 20 december 2024
ECLI nr:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.850
Rolnummer:
A. 241643/X-18644
Zaak:
Arrest 261850 – Plannen van aanleg – 20/12/2024
Rechtsgebied:
Bestuursrecht
Invoerdatum:
2024-12-23
Raadplegingen:
94 – laatst gezien 2026-06-02 19:21
Fiche
Arrest nr 261.850 van 20 december 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw,
leefmilieu en aanverwante aangelegenheden – Plannen van aanleg Beslissing
: Verwerping
Thesaurus CAS:
RAAD VAN STATE
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)
Tekst van de beslissing
ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.850 no lien 280575 identiques
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 261.850 van 20 december 2024
in de zaak A. 241.643/X-18.644
In zake: 1. C.V.
2. M.V.
3. D.V.
4. D.V.
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jacqueline Meersman en Annelies Haek kantoor houdend te 9000 Gent Willem Tellstraat 22
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de STAD SINT-NIKLAAS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Reiner Tijs en Joëlle Gillemot kantoor houdend te 2000 Antwerpen Stijfselrui 48 bus 101
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 8 april 2024, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit van de Gemeenteraad van Sint-Niklaas van 21 december 2023 waarbij het ‘gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Stadsrandbos Noord’ definitief wordt vastgesteld”.
II. Verloop van de rechtspleging
X-18.644-1/6
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partijen ter kennis werd gebracht op 19 juni 2024.
Op 20 september 2024 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: het algemeen procedurereglement).
De verzoekende partijen en de verwerende partij hebben gevraagd om te worden gehoord.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 november 2024.
Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Sara Meersman, die loco advocaten Jacqueline Meersman en Annelies Haek verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaten Joëlle Gillemot en Yani Brems, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
X-18.644-2/6
3. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt.
Bij het versturen aan de verzoekende partijen van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van het algemeen procedurereglement.
De verzoekende partijen hebben geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van het algemeen procedurereglement.
4. De verzoekende partijen wijzen erop dat voor hun zaak de elektronische procedure is toegepast waarbij alle briefwisseling via een ‘platform’ gebeurt en enkel “een mailtje [wordt gestuurd] waarin enkel wordt gemeld dat de verwerende partij een memorie heeft ingediend en dat dit te raadplegen valt op het uitwisselingsplatform e-ProAdmin”. Aldus zijn hun, door artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM), gewaarborgde rechten van verdediging geschonden. De verzoekende partijen werpen op dat “[i]n casu […] de rechten van de verdediging dus minder [worden] beschermd in procedures tegen de overheid dan in burgerlijke dan wel strafrechtelijke procedures waar eiser en verweerder met ‘gelijke wapens’ vechten en partijen verplicht zijn elkaar van ieder procedureel feit onmiddellijk in kennis te stellen”. Bovendien verstreek de termijn voor het indienen van de memorie van wederantwoord “in het gerechtelijk verlof waarin trouwens de meeste advocatenkantoren onderbemand zijn”.
Voorts wijzen de verzoekende partijen erop dat de wetgever bij de invoering van de sanctieregeling in het voormelde artikel 21, tweede lid, het verlichten van de werklast van de Raad van State voor ogen had. In casu zal met de ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.850 X-18.644-3/6
toepassing van het sanctiemechanisme dit doel volgens hen niet worden bereikt, daar het algemeen belang geen enkel nadeel ondervindt van het niet-indienen van een memorie van wederantwoord en bovendien de verwerende partij het laatste woord heeft gekregen conform de rechten van verdediging. De verzoekende partijen zijn het niet eens met de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof volgens dewelke de strenge sanctieregeling gehandhaafd moet worden, hoewel de achterstand bij de Raad van State reeds is weggewerkt. Door te verwijzen naar eventuele toekomstige achterstand heeft het Grondwettelijk Hof toegevoegd aan de wet. De sanctieregeling mag enkel worden toegepast wanneer het inleidend verzoekschrift – prima facie – onvoldoende gemotiveerd en gestaafd is, wat te dezen niet het geval is.
Volgens de verzoekende partijen impliceert het toepassen van de sanctieregeling een wanverhouding tussen het doel van deze formalistische regel (de gerechtelijke achterstand wegwerken) en de gevolgen die zij ondergaan (het niet kunnen verder zetten van de procedure daar waar deze in staat van wijzen is).
Deze disproportionaliteit beperkt hun recht op toegang tot de rechter zoals vervat in artikel 13 van de Grondwet en artikel 6 EVRM. “Desgevallend”, verzoeken zij de Raad van State “dit pertinent verschil in behandeling aan het Grondwettelijk Hof [te] willen voorleggen”.
5.1. De Raad van State stelt vast dat de verzoekende partijen –
bijgestaan door hun advocaten – zelf voor de toepassing van de elektronische procedure hebben gekozen. Ten onrechte stellen ze de officiële elektronische kennisgeving voor als een informeel “mailtje”. Zij maken geenszins aannemelijk dat het gebruik van de elektronische procedure hun rechten van verdediging zou hebben geschonden of tot een verschillende behandeling ten opzichte van “burgerlijke dan wel strafrechtelijke procedures” zou hebben geleid.
Hun stelling dat in het gerechtelijk verlof “de meeste advocatenkantoren onderbemand zijn” toont geen overmacht aan.
X-18.644-4/6
De Raad van State ziet voorts geen reden om aan het Grondwettelijk Hof de vraag te stellen of de toepassing van de sanctieregeling een schending inhoudt van het recht op toegang tot de rechter dat is vastgelegd in artikel 13 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6 van het EVRM.
Een vraag met een identiek onderwerp is door dit Hof immers ontkennend beantwoord, meer bepaald in het arrest nr. 24/2020 van 13 februari 2020. De door de verzoekende partijen geformuleerde bedenkingen zijn geen reden om het Grondwettelijk Hof hierover opnieuw te adiëren.
5.2. In de gegeven omstandigheden kan geen overmacht of onoverwinnelijke dwaling worden aangenomen ter vergoelijking dat de verzoekende partijen nalieten een memorie van wederantwoord in te dienen.
Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 800 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
X-18.644-5/6
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twintig december tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Jan Clement, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier.
De griffier De voorzitter
Karin Meerschaut Jan Clement
X-18.644-6/6
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.850
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...