ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.909
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.909 Rolnummer: A. 243847/X-18951 Zaak: Arrest 261909 - Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 31/12/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-01-01 Raadplegingen: 194 - laatst gezien 2026-06-03 11:55 Fiche Arrest nr 261.909...
21 min de lecture · 4,531 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Raad van State
Vonnis/arrest van 31 december 2024
ECLI nr:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.909
Rolnummer:
A. 243847/X-18951
Zaak:
Arrest 261909 – Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) – 31/12/2024
Rechtsgebied:
Bestuursrecht
Invoerdatum:
2025-01-01
Raadplegingen:
194 – laatst gezien 2026-06-03 11:55
Fiche
Arrest nr 261.909 van 31 december 2024 Instellingen, Binnenlandse zaken
en lokale besturen – Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale
besturen) Beslissing : Verwerping
Thesaurus CAS:
RAAD VAN STATE
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)
Tekst van de beslissing
ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.909 no lien 280395 identiques
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 261.909 van 31 december 2024
in de zaak A. 243.847/X-18.951
In zake: XXXX
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Abderrahim Lahlali kantoor houdend te 9000 Gent Kortrijksesteenweg 731
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de STAD ANTWERPEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 30 december 2024, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e beslissing van de burgemeester van de stad Antwerpen d.d. 30 december 2024 waarbij aan verzoekende partij het verbod wordt opgelegd om zijn woning te verlaten vanaf 31 december 2024 om 18.00 uur tot 1 januari 2025 om 08.00 uur.
Tijdens de controles op de naleving van dit verbod dient de betrokkene zich fysiek te tonen aan de toezichthouders (politie of stadspersoneel). Dit verbod is niet van toepassing gedurende de tijdsspanne de betrokkene professionele werkzaamheden moet verrichten, doch enkel voor de duur van deze professionele werkzaamheden.
Dit verbod is evenmin van toepassing indien de betrokkene deze tijdsperiode zich effectief in het buitenland bevindt. (2024-BB-02184, Huisarrest. 523440)”.
X-18.951-1/14
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 31 december 2024, om 10.15 uur.
Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht.
Advocaten Abderrahim Lahlali en Mohamed Eskifati, die verschijnen voor de verzoekende partij, en advocaten Hans-Kristof Carême, Bert Beelen en Arne Van Meerbeeck, die loco advocaat Thomas Beelen verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Adjunct-auditeur Samuel Mens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. Bij schrijven van 14 november 2024 wordt verzoeker op de hoogte gebracht van het voornemen van de verwerende partij om verzoeker een uitgaansverbod op te leggen:
“De politie stelde vast dat u de openbare orde hebt verstoord of overlast hebt veroorzaakt aan de Hondurasstraat te 2030 Antwerpen, alsook in de omgeving daarvan, door gedragingen die de openbare orde en veiligheid in
X-18.951-2/14
het gedrang brengen[.] De feiten staan vermeld in de bijgevoegde administratieve akte 025398/24 van 26 oktober 2024.
De burgemeester overweegt voorwaarden op te leggen, waaronder bijvoorbeeld een tijdelijk verbod om de openbare ruimte te betreden, om een einde te stellen aan deze gedragingen en de openbare orde te waarborgen, op basis van zijn bevoegdheden in de artikelen 133, 133ter juncto 135 van de Nieuwe Gemeentewet en artikel 63 van het Decreet Lokaal Bestuur.
U heeft nog de mogelijkheid om verweer in te dienen.
U kan ten laatste op 24 november 2024 uw schriftelijk verweer versturen naar het volgende e-mailadres: […].”
4. De administratieve akte 025398/24 waarnaar dit schrijven verwijst betreft een verslag van de Politiezone Antwerpen in het kader van de voorbereiding van het politioneel beheer van de overgang van het oude jaar naar het nieuwe jaar waarin de politiezone Antwerpen een analyse maakt van “de aanwezige groepen en de meest waarschijnlijke risico’s”.
5. Bij e-mail van 22 november 2024 antwoordt verzoeker via zijn raadsman:
“De feiten die u opsomt, betreffen ofwel feiten waar cliënt niets mee te maken heeft, dan wel feiten die nog in onderzoek zijn.
Er is nog steeds een vermoeden van onschuld tot bewijs van het tegendeel.
Ten tweede heeft mijn cliënt vorig jaar tevens een verbod gekregen om zich in het openbaar te begeven op oudejaarsnacht en dit is zonder incidenten verlopen.
De politie is hem zelfs thuis komen controleren en hij was thuis.
Ten derde is cliënt op oudejaarsdag niet van plan om zich in Antwerpen te begeven. Hooguit gaat hij misschien naar het buitenland of met familie vieren te Ekeren.”
6. Op 12 december 2024 neemt de verwerende partij de volgende beslissing:
“Artikel 1
De burgemeester beslist om [verzoeker] een verbod op te leggen om zijn woning te verlaten vanaf 31 december 2024 om 18.00 uur tot 1 januari 2025
om 08.00 uur. Tijdens controles op de naleving van dit verbod dient de
X-18.951-3/14
betrokkene zich fysiek te tonen aan de toezichters (politie of stadspersoneel). […]
Artikel 2
De burgemeester beslist dat bij niet-naleving van het onder artikel 1
gestelde verbod, de Politiezone Antwerpen van ambtswege kan overgaan tot de bestuurlijke aanhouding van [verzoeker] […].”
Op 16 december 2024 wordt deze beslissing aan verzoeker betekend.
7. Op 24 december 2024 stelt verzoeker tegen deze beslissing een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in.
De zaak wordt behandeld op de zitting van de Raad van State van 27 december 2024, om 11.00 uur en vervolgens in beraad genomen (zaak nr. A. 243.807/X-18.949).
8. Bij e-mail aan de Raad van State van 27 december 2024 om 18.29 uur deelt de verwerende partij mee dat de bestreden beslissing inmiddels werd ingetrokken.
Ook het betrokken intrekkingsbesluit wordt aan de Raad van State overgemaakt.
9. Bij brief van 27 december 2024 wordt verzoeker geïnformeerd over het voornemen van de burgemeester om maatregelen te nemen op grond van de artikelen 133 en 135 en 134sexies van de Nieuwe Gemeentewet. Verzoeker wordt meegedeeld dat hij schriftelijk verweer kan indienen tot maandag 30 december 2024 om 10.00 uur.
10. Verzoeker beweert pas op 30 december 2024 “in de namiddag bij nazicht in de brievenbus” kennis te hebben kunnen krijgen van de betrokken documenten.
X-18.951-4/14
Verzoeker dient geen verweer in.
11. Op 30 december 2024 neemt de verwerende partij de bestreden beslissing, die onder meer als wordt gemotiveerd:
“Uit de administratieve akte met het 030392/24 van 27 december 2024
blijkt dat de betrokkene werd geïdentificeerd door de Politiezone Antwerpen als één van de personen die deel uitmaken van een risicogroep van jongeren die verwacht wordt aanwezig te zijn op het terrein op oudjaar 2024/2025.
Jaar na jaar ontstaan er tijdens deze feestnacht problemen met jongeren op locaties verspreid over de stad die gepaard gaan met baldadig gedrag en vandalisme.
Als meest waarschijnlijke risico’s verbonden aan deze doelgroep voor de feestnacht 31 december 2024 op 1 januari 2025 worden o.a. geïdentificeerd:
• rondhanggedrag op gekende hotspots waarbij getracht wordt om Politiezone Antwerpen en hulpdiensten te provoceren en een kat- en muisspel wordt uitgelokt;
• organiseren van samenscholingen met het oog op het vernielen van zaken, plunderingen, provoceren van de politie of het uiten van frustratiegedrag naar politie;
• belagen en opzettelijk hinderen van werkzaamheden van politie, brandweer, medisch personeel,…;
• ongeoorloofd afsteken van vuurwerk. Gebruik van zwaar vuurwerk met het oog op het beschadigen van allerlei zaken; en • opzettelijke brandstichtingen van o.a. deelvoertuigen, vuilbakken, straatmeubilair tot zelfs voertuigen.
Uit de voormelde administratieve akte blijkt dat de betrokkene reeds meermaals de openbare orde verstoorde door in de openbare ruimte allerlei overlastgerelateerde inbreuken en criminele feiten te plegen die een onveiligheids- en angstgevoel teweeg brengen bij buurtbewoners en passanten en hierbij tevens gerechtelijke plaatsverboden en huisarresten (zie onder meer GF 71929 en GF30022 uit de hogervermelde inbreuken)
negeerde.
De voorbije jaren bezondigde de betrokkene zich aan de volgende inbreuken:
ISLP 2024:
• 26/10/2024 – BS 25318 – Kort verslag – Tijdens de arrestatie van een andere jongere verzamelen een aantal jongeren op dezelfde locatie.
De betrokkene is één van deze jongeren. Ze bellen met elkaar en komen aan het dienstvoertuig staan. Terwijl ze verzamelen zetten ze hoodies en kappen op. Ze ondernemen evenwel geen verdere acties. Kort verslag werd opgesteld omwille van de samenscholing en de dreigende houding richting politiediensten.
X-18.951-5/14
• 03/10/2024 – BS 23572 – Kort verslag – Generaal Simondslaan – aantreffen voertuig met vijf inzittenden. Bij controle reageert de betrokkene direct geagiteerd en onrespectvol. De betrokkenen starten ook met praten in het Arabisch. Opstellers beslissen zelf om een stap achteruit te doen om de situatie te de-escaleren. De betrokkene heeft een weerspannige houding ten aanzien van de politie bij controle.
• 01/07/2024 – GF 71929 – Jeugdbescherming verdwijning-ontvluchting –
verdwijning terwijl de betrokkene een actieve maatregel heeft en onder toezicht is geplaatst in familiale kring en plaatsverbod heeft. De betrokkene wordt aangetroffen in de haven.
• 16/06/2024 – BS 15407 – Kort verslag – Ekerse steenweg, 2030 Antwerpen – De betrokkene wordt op een bromfiets gezien, vanuit vorige controle is geweten dat betrokkene geen geldig rijbewijs heeft voor dergelijk voertuig.
Er wordt een poging gedaan om hem te controleren maar hij neemt de vlucht via de fietsostrade en later ook via Rozemaaipark waardoor de betrokkene niet kon worden aangetroffen. Ook na het gebruik van het geluidssignaal en versterkt microfoontoestel weigert de betrokkene met zijn voertuig te stoppen. Door de verkeerssituatie dient de ploeg de achtervolging te stoppen waardoor de betrokkene kan ontkomen.
• 13/05/2024 – GF 052906 – Opzettelijke slagen en verwondingen –
Belfaststraat 34, 2030 Antwerpen – Noord • 09/05/2024 – BS 12399 – Kort Verslag – Ekerse Steenweg, 2030
Antwerpen – Noord – De betrokkene wordt aangetroffen in de aanwezigheid van enkele andere personen. Allen zijn uitgebreid gekend in ISLP (voor onder andere drugsfeiten) en hebben voorwaarden opgelegd gekregen zoals het dragen van een enkelband.
• 04/05/2024 – GF 49779 – Opzettelijke slagen en verwondingen –
Groenplaats, 2000 Antwerpen – West. Hiervoor wordt de betrokkene onderzocht als verdachte van de feiten.
• 21/03/2024 – GF 34555 – Gewone diefstal – Lambrechtshoekenlaan 179, 2170 Antwerpen – Noord (diefstal in horecazaak). De betrokkene werd herkend op basis van camerabeelden.
• 13/03/2024 – GF 30022 – Niet naleven voorwaarden – Canadalaan 103, 2030 Antwerpen – Noord. Dit betreft het niet naleven van het plaatsverbod dat hij opgelegd kreeg door de jeugdrechter.
• 01/01/2024 – GF 4707 – Beschadiging van voertuig waarna staat van het voertuig onbekend is – Eugeen Van Mieghemstraat 1, 2018 Antwerpen –
Noord (voertuig beschadigd na afsteken vuurwerk)
ISLP 2023:
• 12/10/2023 – GF 113969/2023 – Vereniging van misdadigers – PV
opgesteld voor feiten gepleegd tussen augustus en oktober 2023.
• 10/10/2023 – GF 113205/2023 – Opzettelijke slagen en/of verwondingen – Hondurasstraat, 2030 Antwerpen.
• 24/08/2023 – GF 094823/2023 – Beschadiging van voertuig zonder geweld met als gevolg onrijvaardigheid van voertuig – Eugeen Van Mieghemstraat.
X-18.951-6/14
• 21/03/2023 – GF 33475/2023 – Opzettelijke slagen en/of verwondingen –
Noorderlaan, Antwerpen. Voor deze feiten krijgt de betrokkene ook een plaatsverbod opgelegd.
• 13/01/2023 – GF 005112/2023 – Verstoring van de openbare orde –
Columbiastraat, Antwerpen.
Ook tijdens voorbije oudejaarsavond werd de betrokkene betrapt op ordeverstorend gedrag, zoals blijkt uit de hierboven vermelde opsomming.
Naar aanleiding van ordeverstorende activiteiten in 2023 werd ook al voor de oudejaarsnacht van 2023/2024 een huisarrest opgelegd.
Dit huisarrest werd door de betrokkene niet nageleefd zoals blijkt uit de voorgaande opsomming.
Door de opeenvolgende inbreuken en het herhaaldelijk karakter van de feiten verstoort de betrokkene de openbare veiligheid en rust en vormt hij een bron van ernstige overlast. Minstens gaat het om gedragingen die het harmonieus verloop van de menselijke activiteiten verstoren en de levenskwaliteit van buurtbewoners en voorbijgangers beperken op een manier die de normale druk van het sociale leven te boven gaat.
De verstoring van de openbare veiligheid en rust alsook het veroorzaken van ernstige overlast is voldoende aangetoond. Er is daarbij een reëel risico dat de betrokkene ook tijdens de oudejaarsnacht 2024/2025 dergelijk gedrag tentoon zal spreiden.
Afweging van de belangen […]
Uit het geheel van de vaststellingen door de Politiezone Antwerpen blijkt dat de activiteiten van de betrokkene aanleiding geven tot verstoringen van de openbare orde en een bron zijn van ernstige overlast.
Een verbod om tijdens bepaalde uren de woning te verlaten of zich op het grondgebied te bevinden, beperkt de bewegingsvrijheid van de betrokkene.
Dit weegt echter niet op tegen de bedreiging van de openbare rust en veiligheid die uitgaat van het gedrag van de betrokkene en de daarmee gepaard gaande verstoring en mogelijke verstoring van de openbare orde.
Verantwoording van de maatregel […]
De betrokkene werd via de brief van 27 december 2024 de mogelijkheid geboden om schriftelijk gehoord te worden. Deze hoorbrief werd rechtsgeldig betekend. Bovendien kreeg het voornemen van de burgemeester in de pers ruime ruchtbaarheid, en was dit ook gekend bij de raadsman van de betrokkene. De betrokkene maakte ondanks deze betekening echter geen gebruik van de mogelijkheid om schriftelijk verweer in te dienen.
Bij de overwegingen kan rekening gehouden worden met de elementen uit het verweer tegen de ingetrokken maatregel van de burgemeester van 12 december 2024 en van de elementen uit het verweer gevoerd bij de hangende procedure voor de Raad van State.
Het is duidelijk dat de betrokkene zich niet bewust is van de ernst en de zwaarwichtigheid van de situatie. Dit blijkt ook uit het gegeven interview door betrokkene (https://www.hln.be/antwerpen/hoe-het-kiel-voor-
X-18.951-7/14
nieuwe-rellen-met-oudjaar-vreest-dit-zijn-amokmaker-redouan-en-zijn-
moeder-br-dit-is-onze-manier-om-de-politie-terug-te-
pakken~aca0a147/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F).
De betrokkene betwist de vaststellingen van politie kennelijk niet, noch heeft hij alternatieve maatregelen voorgesteld om aan de potentiële risico’s tegemoet te komen. De betrokkene gaf evenwel in een eerder schrijven aan de stad aan in het buitenland te zullen verblijven tijdens de eindejaarsperiode, en maakte hiervan een bewijs over.
Het gegeven dat de betrokkene reeds bij vorige oudejaarsnachtvieringen door de politiediensten werd aangehouden voor ordeverstoring, getuigt van de duidelijke intentie van de betrokkene om dergelijke feestelijkheden aan te grijpen en te beschouwen als een opportuniteit om wanorde en chaos te veroorzaken. De vrees dat de betrokkene opnieuw de feestelijkheden van 31 januari 2024 op 1 januari 2025 zal aangrijpen om de openbare orde te verstoren, is derhalve reëel.
Gelet op de gekende feiten in hoofde van de betrokkene, is er een reëel risico dat de betrokkene ook tijdens de oudejaarsnacht van 2024/2025 de openbare orde in het gedrang zal brengen. Ten einde het risico op openbare ordeverstoringen tijdens oudejaarsnacht tot een minimum te beperken zijn er maatregelen noodzakelijk.
De burgemeester beschikt over ruime algemene bevoegdheden ter handhaving van de openbare orde op lokaal niveau; hij heeft de bevoegdheid om maatregelen te nemen ter bescherming van de openbare gezondheid, en de hier in het gedrang zijnde openbare rust én veiligheid.
Gezien niet nader bepaald, kan deze bevoegdheid ook een vrijheidsbeperking inhouden, zoals een verplichting om, zij het dan enkel tijdens bepaalde uren van de avond en nacht, op een bepaalde plaats, bijvoorbeeld thuis, te blijven. Tijdens de andere uren, wanneer er zich geen dreiging voor de openbare orde voordoet, zal de betrokkene vrij zijn om te komen en gaan zoals hij wil, zonder enige beperking.
Rekening houdende met het profiel en de voorgaanden van de betrokkene, en de concrete dreiging voor de openbare orde tijdens oudejaarsnacht (te meer gezien de kans op recidive), is het voor de betrokkene verboden om tussen 31 december 2024 om 18.00 uur en 1 januari 2025 om 08.00 uur zijn woning te verlaten.
[…]
Dit verbod is [niet] van toepassing indien de betrokkene gedurende deze tijdsperiode zich effectief in het buitenland bevindt. Dit verblijf in het buitenland dient expliciet kenbaar gemaakt te worden voor 31 december 2024 om 10 uur aan het mailadres [email protected]. Nadien en uiterlijk op 6 januari 2025 dienen hiertoe de nodige bewijsstukken overgemaakt te worden die het concrete verblijf staven tijdens deze periode en die aantonen dat de boeking niet werd ingetrokken.
Deze maatregel is erop gericht om gevaar of schade voor de inwoners te voorkomen en meer bepaald om ordeverstoorders op oudejaarsavond te verhinderen deel te nemen aan samenscholingen die gepaard gaan met actieve deelname aan de verstoring van de openbare orde. De maatregel is
X-18.951-8/14
ook noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de hulpdiensten niet verhinderd worden, en naar behoren hun werk kunnen doen.
Een plaatsverbod op grond van artikel 134sexies Nieuwe Gemeentewet is inzake niet afdoende als preventieve maatregel. De betrokkene heeft enerzijds feiten gepleegd op verschillende plaatsen op het grondgebied van de stad Antwerpen, zoals blijkt uit de voorgaanden. Het plaatsverbod mag niet samenvallen met het ganse grondgebied van de gemeente.
De betrokkene heeft daarnaast in het verleden al meermaals een plaatsverbod geschonden (zie onder meer GF 71929 en GF30022). Dit toont aan dat een plaatsverbod niet zal volstaan om het te garanderen dat de openbare orde niet zal verstoord worden door de betrokkene op oudejaarsavond.
Enkel deze vrijheidsbeperkende maatregel ten overstaan van de betrokkene zelf verschaft voldoende zekerheid dat de betrokkene niet kan deelnemen aan ordeverstorende activiteiten in de openbare ruimte en publiek toegankelijke inrichtingen zonder afbreuk te doen aan de vrijheid van bonafide feestvierders op oudejaarsavond.
[…]
Besluit Artikel 1
De burgemeester beslist om [verzoeker] een verbod op te leggen om zijn woning te verlaten vanaf 31 december 2024 om 18.00 uur tot 1 januari 2025
om 08.00 uur. Tijdens controles op de naleving van dit verbod dient de betrokkene zich fysiek te tonen aan de toezichters (politie of stadspersoneel). […]
Dit verbod is [niet] van toepassing indien de betrokkene gedurende deze tijdsperiode zich effectief in het buitenland bevindt. Dit verblijf in het buitenland expliciet kenbaar gemaakt te worden voor 31 december 2024
om 10 uur aan het mailadres [email protected]. Nadien en uiterlijk op 6 januari 2025 dienen hiertoe de nodige bewijsstukken overgemaakt te worden die het concrete verblijf staven tijdens deze periode en die aantonen dat de boeking niet werd ingetrokken.
Artikel 2
De burgemeester beslist dat bij niet-naleving van het onder artikel 1
gestelde verbod, de Politiezone Antwerpen van ambtswege kan overgaan tot de bestuurlijke aanhouding van [verzoeker]. Daarnaast kan de niet naleving van artikel 1 worden gesanctioneerd met een administratieve geldboete tot maximum 175,00 EUR op te leggen op basis van artikel 714
§2 van de code van politiereglementen van de stad Antwerpen.
[…].”
12. Op 30 december 2024 wordt deze beslissing aan verzoeker betekend.
X-18.951-9/14
III. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
13. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.
IV. Uiterst dringende noodzakelijkheid – Urgentie
Uiteenzetting door verzoeker
14. De verzoekende partij verantwoordt de uiterst dringende noodzakelijkheid als volgt:
“De schade of het nadeel van verzoekende partij bevindt zich in de gevolgen van het bestreden besluit. Met name dat het hem verboden wordt om zijn woning te verlaten en zich te begeven naar eender welke locatie buitenshuis, ook buiten de grenzen van het district Antwerpen binnen de stad Antwerpen of zelfs binnen de rijksgrenzen van België. Het gaat namelijk niet enkel om een tijdelijk plaatsverbod conform artikel 134sexies van de Nieuwe Gemeentewet. Het wordt verzoekende partij verboden om zijn woning tout court te verlaten en zich in België naar buiten te begeven.
Initieel was het de bedoeling van de moeder om samen met de verzoekende partij vanaf 31 december 2024 tot 02 januari 2025 in Nederland te verblijven, wat op heden niet meer zeker is.
De gevoerde procedure tegen de beslissing van het eerste huisarrest dd. 12.12.2024 heeft op de verzoekende partij en bij uitbreiding op zijn moeder […] een enorme impact gehad waardoor de moeder psychisch niet in staat was/is om op 30 december 2024 en op 31 december 2024 te werken.
Gelet op de impact van de huisarresten die haar zoon werden opgelegd, de procedures en de welgekende ruchtbaarheid die daaraan gegeven werd is de impact op het welzijn en de gezondheid van de moeder van verzoekende partij immens. Het is op vandaag absoluut niet meer zeker of zij zich nog steeds naar het buitenland zullen begeven.
X-18.951-10/14
Zo beschikt haar werkgever over een digitale platform waarop op jaarbasis de werknemers drie dagen zonder een medisch attest omwille van ziekte thuis kunnen blijven.
[De moeder van verzoeker] heeft op 29 december 2024 een eerste aanvraag ingediend om op 30 december 2024 niet te werken omwille van medische redenen. Op 31 december 2024 heeft ze haar tweede aanvraag ingediend om op 31 december 2024 omwille van ziekte niet te werken.
Ook de morele schade die dergelijke maatregel veroorzaakt op oudejaarsnacht dient niet onderschat te worden: meerdere malen zal op oudejaarsnacht (2024/2025) de politie een woonstcontrole uitoefenen waarbij de minderjarige zich moet identificeren met zijn identiteitskaart.
De impact op zijn privé- en familiaal leven wordt dermate aangetast dat er geen sprake kan zijn van een onbezorgd[e] nieuwjaarsviering in familia[le]
context.
Een huisarrest tijdens de jaarwisseling, het eigenste moment van het jaar waar wereldwijd samengekomen wordt met vrienden en familie, houdt in hoofde van verzoekende partij een groot nadeel in. Dit houdt niet alleen een verregaande aantasting van de rechten en vrijheden van verzoekende partij in, evident wordt hem de mogelijkheid om dit moment te vieren met vrienden en familie ook ontnomen. Hij wordt verplicht thuis te blijven, hetgeen de facto neerkomt op vrijheidsbeperkende maatregel[en].
Bij een schorsing van de tenuitvoerlegging verdwijnt dit nadeel. Het uiterst dringend noodzakelijk karakter van de vordering tot schorsing mag dan ook duidelijk zijn.”
Beoordeling
15. De schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid houdt een ernstige verstoring in van het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, herleidt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en beperkt in aanzienlijke mate de uitoefening van het recht van verdediging van de verwerende partij.
De aanwending van die procedure moet dan ook zeer uitzonderlijk blijven.
16. Op de verzoekende partij die meent een beroep te kunnen doen op de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, rust te dezen een dubbele bewijslast. Zij moet aantonen dat zij bij het instellen van de vordering met de vereiste spoed en diligentie is opgetreden, én zij moet aan de hand van precieze, ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.909 X-18.951-11/14
pertinente en concrete gegevens aannemelijk maken dat de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar veroorzaakt, niet gedragen kunnen worden gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en zelfs niet gedurende de doorlooptijd van een gewone vordering tot schorsing.
17. Het standpunt van verzoeker ten aanzien van de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar veroorzaakt, kan niet los worden gezien van het standpunt dat verzoeker heeft ingenomen in het kader van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid die werd ingesteld tegen de eerdere – inmiddels ingetrokken –
beslissing van de verwerende partij van 12 december 2024 (zaak nr. A. 243.807/X-
18.949).
Verzoeker heeft toen in zijn verzoekschrift beklemtoond dat het uitgaansverbod hem verbood om “zich te begeven naar eender welke locatie buitenhuis, ook buiten de grenzen van het district Antwerpen binnen de stad Antwerpen, of zelfs naar het buitenland”.
Naar ter zitting van 27 december 2024 is bevestigd, bestond dit nadeel meer concreet uit het feit dat geen uitvoering kon worden gegeven aan het vaste voornemen van verzoeker om samen met zijn moeder oudejaarsnacht in Amsterdam door te brengen.
Voorafgaandelijk aan de zitting is, tot staving van het concrete voornemen om de oudejaarsnacht in het buitenland door te brengen, een document van Booking.com overgemaakt, waaruit een hotelreservatie bleek voor twee nachten te Amsterdam, van 31 december 2024 tot 2 januari 2024.
Een en ander ligt ook in lijn met het schriftelijk verweer in de bestuurlijke procedure dat door verzoeker op 22 november 2024 werd gevoerd (randnr. 5).
X-18.951-12/14
18. De bestreden beslissing komt aan de concrete verzuchting van verzoeker tegemoet. Er wordt immers uitdrukkelijk bepaald dat het uitgaansverbod niet van toepassing is “indien de betrokkene gedurende deze tijdsperiode zich effectief in het buitenland bevindt”.
De bestreden beslissing laat toe dat verzoeker, zoals door hem gepland, de oudejaarsnacht samen met zijn moeder in Amsterdam kan doorbrengen. Het nadeel dat verzoeker middels een schorsing van de eerdere beslissing van 12 december 2024 wou afwenden, doet zich niet meer voor.
19. Thans wijst verzoeker erop “dat het vandaag absoluut niet meer zeker [is] of zij zich nog steeds naar het buitenland zullen begeven”. Ter zake verwijst hij naar de medische toestand van zijn moeder, zonder enig medisch attest neer te leggen.
20. Anders dan bij zijn vordering tegen de beslissing van 12
december 2024, zet verzoeker thans niet uiteen welk concreet plan voor oudejaarsavond door de bestreden beslissing onmogelijk wordt gemaakt.
21. Gewis is de bestreden maatregel van aard verzoekers bewegingsvrijheid duchtig te beperken, zij het slechts gedurende een zeer korte periode. Ook aannemelijk is dat de nachtelijke woonstcontrole(s) door de politie verzoeker zwaar kunnen vallen.
Verzoeker overtuigt er echter niet van dat een en ander wezenlijk méér is dan een zeer tijdelijk moreel nadeel, dat naderhand voldoende kan worden goedgemaakt door de vernietiging van de maatregel.
22. Aan de voorwaarde van de spoedeisendheid is niet voldaan.
X-18.951-13/14
V. Besluit
24. Er is niet voldaan aan de voorwaarden om de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te schorsen.
BESLISSING
1. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen.
2. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op eenendertig december tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
David D’Hooghe, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier.
De griffier De voorzitter
Karin Meerschaut David D’Hooghe
X-18.951-14/14
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.909
Gerelateerde publicatie(s)
gevolgd door:
ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.195
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...