ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.053
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 11 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.053 Rolnummer: A. 242491/VII-42590 Zaak: Cassatiebeschikking 16053 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 11/10/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-14 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-06-04 10:05 Fiche Beschikking nr 16.053 van 11 oktober 2024...
7 min de lecture · 1,374 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Raad van State
Beschikking van 11 oktober 2024
ECLI nr:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.053
Rolnummer:
A. 242491/VII-42590
Zaak:
Cassatiebeschikking 16053 – Raad voor Vreemdelingenbetwistingen – 11/10/2024
Rechtsgebied:
Bestuursrecht
Invoerdatum:
2024-10-14
Raadplegingen:
75 – laatst gezien 2026-06-04 10:05
Fiche
Beschikking nr 16.053 van 11 oktober 2024 Vreemdelingen – Raad voor Vreemdelingenbetwistingen
Beslissing : Niet toegelaten
Thesaurus CAS:
RAAD VAN STATE
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Afdeling administratie
Tekst van de beslissing
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID
IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE
nr. 16.053 van 11 oktober 2024
in de zaak A. 242.491/VII-42.590
In zake : XXXXX
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Zouhaier Chihaoui kantoor houdend te 1083 Ganshoren Landsroemlaan 40
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN
DE STAATLOZEN
—————————————————————————————————————-
Het cassatieberoep, ingesteld op 15 juli 2024, strekt tot de cassatie van arrest nr. 308.720 van 24 juni 2024 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Het dossier van de zaak is op 26 juli 2024 aangekomen ter griffie.
Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
1. Volgens verzoeker heeft de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in het bestreden arrest een medisch rapport uit Ghana, gedateerd op 30 juni 2021, niet in aanmerking genomen, enkel omwille van “een materiële fout die is gecorrigeerd”.
De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen citeert in het bestreden arrest de desbetreffende omstandige motivering uit de beslissing van de verwerende partij
VII-42.590-1/4
van 4 juni 2024 (hierna: aanvankelijk bestreden beslissing), waarbij hij zich aansluit. Hij voegt daar nog aan toe:
“Verzoeker slaagt er hoegenaamd niet in om afbreuk te doen aan deze motieven. Dat de betreffende arts, zoals verzoeker voorhoudt in het voorliggende verzoekschrift, een kleine materiële schrijffout zou hebben gemaakt inzake de datum, kan namelijk niet worden gevolgd. Dat deze arts er op 13 maart 2022 bij wijze van vergissing vanuit zou zijn gegaan dat het 30 juni 2021 was, uitgerekend de exacte datum waarop de vorige aanval op verzoekers persoon zou hebben plaatsgevonden, ontbeert immers iedere ernst en kan niet worden gevolgd. Verder blijkt uit een vergelijk tussen de medische attesten die zouden uitgaan van dezelfde arts dat deze wel degelijk in een ander handschrift werden opgesteld. Verzoeker doet hieraan met zijn uitleg omtrent het gegeven dat één van de attesten in drukletters werd opgesteld geen afbreuk. Op beide attesten zijn namelijk zowel een aantal drukletters als een aantal kleine letters opgenomen die duidelijk van elkaar afwijken en op een andere wijze werden geschreven.
Voor het overige laat verzoeker de voormelde motieven geheel ongemoeid. Bijgevolg blijven deze motieven onverminderd overeind.”
Daarmee wordt verzoekers argumentatie tegen de in de aanvankelijk bestreden beslissing gemaakte beoordeling van de bewijswaarde van het medisch rapport uit Ghana duidelijk beantwoord. Verzoeker toont niet aan dat het onderzoek van dit stuk onvoldoende grondig en nauwgezet zou zijn gevoerd om tot een schending te kunnen leiden van artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (hierna: EVRM). Verder is de Raad van State als cassatierechter niet bevoegd om in de beoordeling van de zaak zelf te treden en zich in de plaats van de feitenrechter uit te spreken over de bewijswaarde van het kwestieuze stuk.
2. Volgens verzoeker heeft de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen “geen rekening gehouden met andere documenten, zoals het diploma van de journalist van de verzoeker, de politierapporten, het andere medische certificaat, foto’s van de verzoeker met zijn verwondingen, de journalistieke artikelen die de aanvallen van de land guards beschrijven”.
Zoals in punt 1 supra reeds aangegeven, sluit de Raad voor Vreemdelingen zich aan bij de beoordeling in de aanvankelijk bestreden beslissing, ook wat betreft de overige door verzoeker ingediende stukken. Hij oordeelt vervolgens dat verzoeker die motieven “geheel ongemoeid” laat. Verzoeker komt niet op tegen deze laatste vaststelling.
VII-42.590-2/4
Specifiek omtrent bijkomende argumentatie in verzoekers aanvullende nota betreffende de land guards, overweegt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen nog:
“Waar verzoeker in het door hem als ‘aanvullende nota’ aangemerkt begeleidend schrijven bij het stuk dat hij ter terechtzitting neerlegt zich beperkt te stellen dat de artikels inzake de modus operandi van de landguards aantonen dat zijn verklaringen op zijn mist plausibel zijn en afbreuk doen aan de bevindingen van de verweerder stelt de Raad evenwel vast dat verzoeker op generlei wijze in concreto duidt hoe of op welke wijze de inhoud van deze artikels welk motief van verweerder zoals opgenomen in de bestreden beslissing weerlegt en waar of op welke wijze deze inhoud aantoont dat verzoeker effectief wordt vervolgt in zijn land van herkomst. Het komt de Raad niet toe zelf uit de niet in de taal van de rechtspleging gestelde artikels het verweer van verzoeker op te bouwen en de desbetreffend mogelijk relevante elementen te distilleren. Bovendien kan door de Raad niet worden ingezien hoe een wijze van handelen door de landguards enige afbreuk kan doen aan de vaststellingen omtrent verzoekers persoonlijk gedrag die mede terecht doen besluiten tot de absolute ongeloofwaardigheid van de vervolgingsfeiten waarvan zij beweert het slachtoffer te zijn.”
Verzoeker toont niet aan dat de voormelde motivering zou tekortschieten in het kader van de jurisdictionele motiveringsplicht. Met betrekking tot de voorgehouden schending van artikel 3 van het EVRM kan erop worden gewezen dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zich niet beperkt tot het eenvoudig verwerpen van verzoekers stukken maar een grondig en nauwgezet onderzoek heeft gevoerd en besluit tot de absolute ongeloofwaardigheid van de voorgehouden vervolgingsfeiten.
3. Verzoeker richt zich nog tegen de beoordeling van het Belgische medisch attest van 15 mei 2024. Volgens hem heeft de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen er “niet het nodige gewicht [aan] toegekend” door zich aan te sluiten bij de volgende beoordeling uit de aanvankelijk bestreden beslissing:
“Waar het medische attest uit België stelt dat het klinische onderzoek van de littekens op uw lichaam overeen zou kunnen komen met uw verklaringen, dient er te worden opgemerkt dat er op zich niet getwijfeld wordt aan het feit dat u ooit verwondingen heeft opgelopen die tot deze littekens hebben geleid, maar dat dit attest wel niet kan vaststellen in welke context deze verwondingen zijn opgelopen. Dit attest kan dan ook evenmin de geloofwaardigheid van uw relaas herstellen.”
Verzoeker toont echter niet aan welke kritiek hij tegen die beoordeling van het medisch attest van 15 mei 2024 zou hebben aangevoerd voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Hij toont dan ook niet aan dat de Raad voor
VII-42.590-3/4
Vreemdelingenbetwistingen zou zijn tekortgeschoten in zijn motivering betreffende of zijn onderzoek van dat attest, laat staan dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen ertoe zou zijn gehouden een medische second opinion te vragen.
4. Het enige middel is kennelijk ongegrond.
BESLUIT:
1. Het cassatieberoep is niet toelaatbaar.
2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro.
Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op elf oktober tweeduizend vierentwintig, door:
Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bryan Geerts, toegevoegd griffier.
De griffier De voorzitter
Bryan Geerts Carlo Adams
VII-42.590-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.053
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...