ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.058
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 21 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.058 Rolnummer: A. 243000/VII-42645 Zaak: Cassatiebeschikking 16058 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 21/10/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-22 Raadplegingen: 91 - laatst gezien 2026-05-23 07:05 Fiche Beschikking nr 16.058 van 21 oktober 2024...
6 min de lecture · 1,165 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Raad van State
Beschikking van 21 oktober 2024
ECLI nr:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.058
Rolnummer:
A. 243000/VII-42645
Zaak:
Cassatiebeschikking 16058 – Raad voor Vreemdelingenbetwistingen – 21/10/2024
Rechtsgebied:
Bestuursrecht
Invoerdatum:
2024-10-22
Raadplegingen:
91 – laatst gezien 2026-05-23 07:05
Fiche
Beschikking nr 16.058 van 21 oktober 2024 Vreemdelingen – Raad voor Vreemdelingenbetwistingen
Beslissing : Niet toegelaten
Thesaurus CAS:
RAAD VAN STATE
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Afdeling administratie
Tekst van de beslissing
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID
IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE
nr. 16.058 van 21 oktober 2024
in de zaak A. 243.000/VII-42.645
In zake : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Tine Bricout en Carmenta Decordier kantoor houdend te 9041 Gent-Oostakker Orchideestraat 61 A
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
1. XXX
2. XXX
3. XXX
4. XXX
—————————————————————————————————————-
Het cassatieberoep, ingesteld op 19 september 2024, strekt tot de cassatie van arrest nr. 311.425 van 19 augustus 2024 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Het dossier van de zaak is op 1 oktober 2024 aangekomen ter griffie.
Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Eerste onderdeel van het enige middel
1. Artikel 40ter, § 2, tweede lid, 1°, van de wet van 15 december 1980
‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van
VII-42.645-1/4
vreemdelingen’ (hierna: vreemdelingenwet), zoals het te dezen van toepassing was, bepaalde dat de voorwaarde van het bewijs dat de Belg beschikt over stabiele, toereikende en regelmatige bestaansmiddelen “niet van toepassing [is] indien alleen zijn minderjarige familieleden bedoeld in artikel 40bis, § 2, eerste lid, 3°, de Belg vergezellen of zich bij hem voegen”.
De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen stelt in het bestreden arrest vast dat niet wordt betwist dat de ouders K.N. en S.N. enkel voor de vier minderjarige kinderen een aanvraag tot gezinshereniging hebben ingediend, dat uit de voor hem bestreden beslissing blijkt dat S.N., de moeder van de kinderen, geen gezinsherenigingsaanvraag heeft ingediend, dat aldus in casu enkel een gezinsherenigingsaanvraag voorligt van vier minderjarige kinderen die hun Belgische vader in België willen vervoegen en dat dan ook enkel de minderjarige familieleden de Belg vergezellen. Hij voegt hieraan toe dat de huidige verzoekende partij niet uiteenzet waarom de loutere aanwezigheid van de moeder op het Belgische grondgebied betekent dat de wettelijke uitzondering op de bestaansmiddelenvereiste in dergelijk geval niet zou gelden, dat uit niets blijkt dat opzettelijk geen aanvraag tot gezinshereniging voor de moeder is ingediend om op die wijze wetens en willens de bestaansmiddelenvereiste van artikel 40ter, § 2, tweede lid, 1°, van de vreemdelingenwet te ontwijken, dat niet valt in te zien hoe de huidige verwerende partijen de procedure trachten te misbruiken nu zij enkel gebruik maken van een uitdrukkelijk in de wet voorziene uitzondering en dat de verzoekende partij enkel betoogt dat het “erop lijkt” dat de verwerende partijen de procedure hebben willen misbruiken doch dat nergens sprake is van fraude.
De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen stelt derhalve vast dat enkel een aanvraag voorligt van vier minderjarige kinderen die hun Belgische vader willen vervoegen en dat nergens uit blijkt dat ook de moeder de minderjarige kinderen vergezelt.
Op grond van deze vaststellingen, die betrekking hebben op de zaak zelf en waarover de Raad van State zich als cassatierechter niet vermag uit te spreken, kon de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zonder schending van artikel 40ter, § 2, tweede lid, 1°, van de vreemdelingenwet oordelen dat derhalve niet moest worden voldaan aan de bestaansmiddelenvoorwaarde. Uit het bestreden arrest kan niet worden afgeleid dat de moeder onder de aanvraag tot gezinshereniging voor de kinderen zou vallen en op grond daarvan verblijf zou krijgen.
VII-42.645-2/4
2. De verzoekende partij toont geen schending aan van artikel 40ter, § 2, van de vreemdelingenwet.
Tweede onderdeel van het enige middel
3. Met de overwegingen dat enkel de minderjarige kinderen hun Belgische vader willen vervoegen en vergezellen in de zin van artikel 40ter, § 2, van de vreemdelingenwet en dat de aanvraag tot gezinshereniging niet (mede) is ingediend namens de moeder doch enkel namens de vier minderjarige kinderen, geeft de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen duidelijk aan dat en waarom het feit dat de moeder van de minderjarige kinderen op hetzelfde adres als de Belgische referentiepersoon zou verblijven, slechts wordt beschouwd als “de loutere aanwezigheid van de moeder op het Belgische grondgebied”, die geen invloed heeft op de beoordeling van de aanvraag tot gezinshereniging die uitsluitend in hoofde van de vier minderjarige kinderen geldt.
4. De verzoekende partij toont dan ook geen schending aan van artikel 40ter, § 2, van de vreemdelingenwet, in het bijzonder wat het in § 2, tweede lid, 1°
van dat artikel bedoelde wegvallen van de bestaansmiddelenvereiste betreft. Evenmin blijkt dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen met zijn beoordeling van de motieven van de voor hem aangevochten beslissing van de verwerende partij de draagwijdte van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ heeft geschonden. Tot slot toont de verzoekende partij ook niet aan dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen met de voormelde beoordeling een betekenis heeft gegeven aan de beslissing van de verwerende partij die in strijd is met de inhoud of de bewoordingen van die beslissing.
Conclusie
5. Het enige middel is in zijn beide onderdelen kennelijk ongegrond.
BESLUIT:
1. Het cassatieberoep is niet toelaatbaar.
VII-42.645-3/4
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro.
Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op eenentwintig oktober tweeduizend vierentwintig, door:
Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bryan Geerts, toegevoegd griffier.
De griffier De voorzitter
Bryan Geerts Carlo Adams
VII-42.645-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ORD.16.058
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...