ECLI:NL:GHSHE:1990:AD1128 Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch , 23-05-1990 / KG 784/89/He
Het hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep.
5 min de lecture · 927 mots
Inhoudsindicatie. Het hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep.
Typ. We.
Rolno. K.G. 784/89/He.
ARREST van het GERECHTSHOF te 's-HERTOGENBOSCH,
VIERDE KAMER, van 23 mei 1990,
gewezen in de zaak van:
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
procederende met toevoeging,
procureur Mr. L.E.M. van Boxsel,
t e g e n :
DE GEMEENTE EINDHOVEN,
zetelende te Eindhoven,
geintimeerde,
procureur Mr. P.A.M. Gruijthuijsen,
op het bij exploit van 21 september 1989 ingeleid hoger beroep van het op 8 september 1989 onder rolnummer 522/89 door de President van de Arrondissements rechtbank te 's-Hertogenbosch tussen appellant als eiser en geintimeerde als gedaagde in kort geding gewezen vonnis.
1De eerste aanleg.
Het Hof verwijst daarvoor naar het vonnis, waarvan beroep, waarvan een afschrift aan dit arrest is gehecht.
2Het geding in hoger beroep.
Bij memorie van grieven heeft appellant tegen dat vonnis één grief aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis, waarvan beroep, toewijzing van zijn vorderingen en veroordeling van geintimeerde in de kosten van beide instanties.
Geintimeerde heeft, onder overlegging van produkties, de grief bestreden en geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het hoger beroep met veroordeling van appellant in de kosten.
Vervolgens hebben partijen over en weer een akte ter rolle genomen en de stukken overgelegd voor arrest.
3De gronden van het hoger beroep.
De grief luidt:
Ten onrechte heeft de President van de Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch de vorderingen van [appellant] afgewezen en hem in de kosten tot een bedrag ad f 1.000,– veroordeeld;
4De beoordeling.
Het Hof stelt voorop dat in de openbare zwembaden een zodanige orde moet worden in acht genomen en gehandhaafd, dat ouders hun kinderen daar met een gerust hart heen kunnen laten gaan. Dat wil zeggen dat in de zwembaden een zodanige orde moet heersen dat voldoende zorg voor de kinderen wordt gegarandeerd. Maatgevend daarvoor is de zorg welke ouders zelf aan de kinderen plegen te geven of in ieder geval naar algemeen aanvaarde opvattingen behoren te geven. Die zorg strekt zich niet alleen uit tot de fysieke veiligheid van de kinderen, doch betreft ook het gezelschap waarin de kinderen verkeren en de contacten die zij aangaan of waarin zij worden betrokken. Ouders wensen gewoonlijk niet dat onbekende volwassenen zonder noodzaak buiten hun medeweten contacten met hun kinderen aangaan. Die ouderlijke instelling is volstrekt legitiem en vind haar grond in de omstandigheid, dat kinderen zelf nog onvoldoende onderscheid kunnen maken, naïef en beïnvloedbaar zijn en tegenover volwassenen weinig weerbaar.
Het vorenstaande brengt mede, dat de orde die in de zwembaden dient te worden in acht genomen, mede inhoudt dat volwassen bezoekers zich van het aangaan van contact met kinderen dienen te onthouden en dat degenen die met het handhaven van de orde zijn belast erop toezien dat contacten als vorenbedoeld niet worden aangeknoopt en dat volwassenen daar geen initiatieven toe nemen. Dit vereist van volwassen bezoekers dus een grote terughoudendheid.
Aan het oordeel van het toezichthoudend personeel over de vraag of deze orde door bezoekers wordt inachtgenomen of verstoord, dient aanzienlijke betekenis te worden toegekend. Het moet in staat geacht
worden te onderscheiden of de omgang tussen volwassenen en kinderen geschiedt in een geordend groeps- of gezinsverband, dan wel op ongeregelde wijze naar aanleiding van in het zwembad zelf gelegde contacten.
In confesso is dat in de onderhavige zaak van dat laatste sprake is geweest, dat appellant daarover is aangesproken en onderhouden en dat hij geweigerd heeft zich naar de aanwijzingen van het toezichthoudend personeel op dit punt te voegen en te zullen voegen. Dat die houding in het in prima overgelegd schrijven van de gemeente Eindhoven d.d. 12 juni 1989 werd aangemerkt als een ernstige misdraging is niet onredelijk en niet overdreven. Het Hof wijst in dit verband op appellants eigen opgave, overgelegd als produktie 4 bij conclusie van antwoord in prima, inhoudende, dat hij sedert twee jaar twee keer per week het zwembad bezoekt, dat hij aldaar diverse mensen heeft leren kennen, waaronder ook kinderen, met wie hij gezamenlijk activiteiten ontwikkelt en afspraken maakt voor volgende bezoeken, dat hij zich gerechtigd acht in het zwembad met anderen om te gaan ongeacht hun leeftijd en dat hem niet kan worden verboden in het zwembad te spelen met kinderen die aangeven dat te willen.
Deze opvatting en gedragslijn zijn zozeer in stijd met hetgeen hiervoor aangaande de in acht te nemen en te handhaven orde werd overwogen, dat het niet onredelijk is dat aan appellant met gebruikmaking van de artikelen 2 en 8 van het reglement voor geruime tijd de toegang tot de zwembaden van [naam zwembad] werd ontzegd.
Dat geintimeerde door deze beslissing zou hebben gediscrimineerd, is niet aannemelijk geworden, nu niet aannemelijk is geworden dat het gedrag van andere volwassen bezoekers van de zwembaden naar andere maatstaven wordt beoordeeld.
Uit het vorenstaande volgt, dat de grief moet worden verworpen en het vonnis, waarvan beroep, moet worden bekrachtigd. Als de in het ongelijk gestelde partij dient appellant te worden verwezen in de kosten van het hoger beroep.
5De beslissing.
Het Hof:
bekrachtigt het vonnis, waarvan beroep, en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van geintimeerde begroot op fl. 1.500,–.
Dit arrest is gewezen door de Mrs. Jurgens, VicePresident, Bod en Van der Putt-Lauwers, Raadsheren, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 23 mei 1990 door Mr. Jurgens, voornoemd, in tegenwoordigheid van de Heer Subelack, waarnemend-griffier.-
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...