ECLI:NL:HR:1986:AG5202 Hoge Raad , 28-02-1986 / 12594
Nadere conclusie of akte in hoger beroep. Datum van ingang van notarieel invaliditeitspensioen in verband met overmachtstoestand betreffende het indienen van een daartoe strekkende aanvraag.
4 min de lecture · 767 mots
Inhoudsindicatie. Nadere conclusie of akte in hoger beroep. Datum van ingang van notarieel invaliditeitspensioen in verband met overmachtstoestand betreffende het indienen van een daartoe strekkende aanvraag.
28 februari 1986
Eerste Kamer
Nr. 12.594
LvD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
STICHTING NOTARIEEL PENSIOENFONDS,
gevestigd te 's-Gravenhage,
EISERES tot cassatie,
advocaat: Mr. J.L.W. Sillevis Smitt,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij op 6 januari 1981 ingekomen verzoekschrift heeft verweerder in cassatie – verder te noemen [verweerder] – zich gewend tot de Kantonrechter te 's-Gravenhage met het verzoek bij vonnis voor recht te verklaren, dat zijn notarieel pensioen op 30 april 1959 moet ingaan, subsidiair op een door de Kantonrechter te bepalen datum voor 11 september 1975.
Nadat eiseres tot cassatie – hierna aan te duiden als NPF – tegen dat verzoek verweer had gevoerd, heeft de Kantonrechter bij vonnis van 21 augustus 1981 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te 's-Gravenhage.
Bij vonnis van 9 mei 1984 heeft de Rechtbank het vonnis van de Kantonrechter vernietigd en voor recht verklaard, dat [verweerder] jegens het NPF aanspraak heeft op het invaliditeitspensioen vanaf februari 1963.
Het vonnis van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de Rechtbank heeft het NPF beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De zaak is voor NPF bepleit door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Mok strekt tot verwerping van het beroep. De conclusie is aan dit arrest gehecht.
3. Beoordeling van het middel
3.1 Het eerste middel mist feitelijke grondslag, aangezien de Rechtbank (de rolrechter) niet "aan partijen in afwijking van het bepaalde in art. 347 Rv. heeft toegestaan nog een nadere conclusie te nemen". Wel heeft de rolrechter klaarblijkelijk aan partijen de gelegenheid gegeven nog een akte te nemen, maar daarin ligt niet een toestemming als even bedoeld besloten, ook al heeft de Rechtbank achteraf de "akten" die partijen vervolgens hebben genomen, naar hun inhoud als conclusies aangemerkt.
3.2 Voor de beoordeling van het tweede middel is het volgende van belang:
– De leden 2 en 5 van art. 21 van het te dezen toepasselijke Pensioenreglement (1955) van het Notarieel Pensioenfonds luiden als volgt:
"2. Het invaliditeitspensioen gaat in met de dag, waarop de gewezen deelnemer heeft opgehouden deelnemer te zijn. ( … )
5. Wordt een pensioen toegekend op grond van een aanvraag, gedaan meer dan twee jaren na de dag waarop het volgens het bepaalde in de vorige leden zou ingaan, dan gaat het eerst in met de dag, waarop de aanvraag bij het fonds is ingekomen".
– [verweerder], die in 1959 ophield deelnemer van het NPF te zijn en die toen reeds invalide was, moet geacht worden in oktober 1966 een aanvraag om invaliditeitspensioen bij het NPF te hebben ingediend.
– [verweerder] is van februari 1963 tot oktober 1966 door "overmacht" – zijn psychische toestand maakte het hem onmogelijk een aanvraag in te dienen – verhinderd geweest bij het NPF een aanvraag in te dienen.
Het middel stelt de vraag aan de orde of een toestand van overmacht als zich hier voordoet meebrengt dat het invaliditeitspensioen ingaat niet op de dag waarop de aanvraag bij het fonds is ingekomen, maar op het tijdstip waarop de overmachtstoestand een aanvang heeft genomen.
3.3 Deze vraag moet bevestigend worden beantwoord. Een redelijke toepassing van art. 21 lid 5 brengt mede dat een overmachtstoestand als zich hier voordoet voor rekening van het NPF komt en niet van degene die in de onmogelijkheid verkeerde het pensioen aan te vragen. Zulks strookt met de in de conclusie van het Openbaar Ministerie vermelde rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep, die eenzelfde uitlegging heeft aanvaard van het overeenkomstige artikel van de Pensioenwet 1922, waaraan art. 21 1id 5 kennelijk is ontleend.
Het middel, dat in zijn beide onderdelen van een andere opvatting uitgaat, stuit hierop af.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt NPF in de kosten van het geding in cassatie tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Ras als voorzitter en de raadsheren Martens, Hermans, Bloembergen en Boekman, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president Ras op 28 februari 1986.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...