ECLI:NL:HR:1992:ZC5122 Hoge Raad , 14-10-1992 / 28.064

Vennootschapsbelasting. Art. 8, lid 1, Wet Vpb 1969 en art. 8, letter c, Wet IB 1964. Niet voor verwezenlijking vatbare rechten; onbetaald gebleven schulden.

Source officielle

5 min de lecture 935 mots

Inhoudsindicatie. Vennootschapsbelasting. Art. 8, lid 1, Wet Vpb 1969 en art. 8, letter c, Wet IB 1964. Niet voor verwezenlijking vatbare rechten; onbetaald gebleven schulden.

Hoge Raad der Nederlanden

d e r d e k a m e r

Nr. 28.064

14 oktober 1992

MD

ARREST

Gewezen op het beroep in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V. te [Z] tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 7 februari 1991 betreffende de haar voor het jaar 1985 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof.

Aan belanghebbende is voor het jaar 1985 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd tot een aanslag naar een belastbaar bedrag van ƒ 701.434,–. Belanghebbende is tegen de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof, dat die uitspraak heeft bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie.

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden.

3. Beoordeling van het middel van cassatie.

3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan:

Sedert 1 januari 1972 wordt van belanghebbende op de voet van het bepaalde in artikel 15, lid 1, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: de Wet Vpb) de belasting geheven alsof haar dochtermaatschappij [A] B.V. (hierna [A] B.V.) in belanghebbende is opgegaan. Vorenbedoelde fiscale eenheid is in het onderhavige jaar niet verbroken. [A] B.V. is op 25 maart 1983 op eigen aangifte in staat van faillissement verklaard. In het onderhavige jaar is het faillissement van [A] B.V. geëindigd door het verbindend worden van de enige uitdelingslijst. In totaal is een bedrag aan schulden van ƒ 623.815,– onbetaald gebleven. De kans dat de vereffening zal worden heropend en alsnog een deel van voornoemde schulden zal worden betaald is te verwaarlozen. In geschil is of het onbetaald gebleven bedrag van ƒ 623.815,–, afgezien van eventuele vrijstellingen, tot de winst van belanghebbende over het onderhavige jaar dient te worden gerekend, en zo ja, of artikel 8, lid 1, van de Wet Vpb, juncto artikel 8, aanhef en letter c, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de Wet IB) van toepassing is op dit bedrag verminderd met de in laatstgenoemde wetsbepaling bedoelde verliezen (welke verliezen in totaal ƒ 138.734,– bedragen).

3.2.1. Het Hof heeft geoordeeld dat op grond van de tekst van artikel 8, lid 1, van de Wet Vpb, de tekst van de artikelen 7 en 8, aanhef en letter c, van de Wet IB, de ontstaansgeschiedenis van laatstgenoemde bepaling en de systematiek van genoemde wetten, en in aanmerking genomen de vastgestelde feiten, het bedrag van de onbetaald gebleven schulden van [A] B.V. ad ƒ 623.815,– tot de winst van belanghebbende over het onderhavige jaar moet worden gerekend, tenzij artikel 8, aanhef en letter c, van de Wet IB van toepassing is, zodat de eerste in geschil zijnde vraag bevestigend moet worden beantwoord.

3.2.2. Het eerste onderdeel van het middel keert zich tegen dit oordeel met het betoog dat een vrijval van onbetaald gebleven schulden niet tot de winst behoort. Het faalt echter aangezien de vrijval van onbetaald gebleven schulden voor de toepassing van artikel 7 van de Wet IB behoort tot het bedrag van de gezamenlijke voordelen die, onder welke naam en in welke vorm ook, worden verkregen uit onderneming.

3.3.1. Voorts heeft het Hof geoordeeld dat artikel 8, aanhef en letter c, van de Wet IB niet van toepassing is, reeds omdat in het onderhavige geval geen sprake is van "prijsgeven door schuldeisers" in de zin van die bepaling.

3.3.2. Het tweede onderdeel van het middel keert zich tegen dit oordeel met het betoog dat wel degelijk sprake is van het prijsgeven van niet voor verwezenlijking vatbare rechten, aangezien de schuldeisers door het verbindend worden van de enige uitdelingslijst als het ware gedwongen werden hun rechten op te geven, en dat van hen geen actieve daad van kwijtschelding werd verwacht. Ook dit onderdeel faalt, nu immers het faillissement van [A] B.V. heeft geleid tot haar ontbinding en tot de vereffening van haar vermogen door het verbindend worden van de enige uitdelingslijst, zodat de schuldeisers als gevolg hiervan hun rechten in feite teloor zagen gaan en dus niet kan worden gesproken van het "prijsgeven van rechten".

3.4. Het derde onderdeel van het middel, hierop neerkomende dat 's Hofs uitspraak innerlijk tegenstrijdig is, omdat schulden die zonder dat de schuldeisers hun daarmee corresponderende rechten "prijsgeven" onbetaald worden gelaten, niet ten gunste van het resultaat kunnen worden gebracht, stuit reeds af op hetgeen zoëven werd overwogen, aangezien immers blijkens het onder 3.3.2 gestelde het vrijvallen van schulden, behalve uit het "prijsgeven" door de schuldeisers van hun daarmee corresponderende rechten, ook nog kan voortvloeien uit andere oorzaken, zoals het teloorgaan als vorenbedoeld.

4. Beslissing.

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter, en de raadsheren Van der Linde, Bellaart, Korthals Altes en C.H.M. Jansen, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, in raadkamer van 14 oktober 1992.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.