ECLI:NL:HR:1995:AA3023 Hoge Raad , 25-01-1995 / 30161

-

Source officielle

4 min de lecture 772 mots

Inhoudsindicatie.

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 2 maart 1994 betreffende na te melden hem opgelegde naheffingsaanslag in de loonbelasting.

1. Naheffingsaanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 1986 tot en met 31 december 1989 een naheffingsaanslag in loonbelasting opgelegd ten bedrage van ƒ 6.294,– aan enkelvoudige belasting zonder verhoging, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft een vertoogschrift ingediend.

3. Beoordeling van de klachten 3.1. Het Hof heeft het volgende als vaststaand aangemerkt. Belanghebbende heeft in zijn onderneming in de jaren 1986 tot en met 1989 een anonieme schoonmaakster in dienst gehad. Voor het verrichten van haar werkzaamheden ontving de schoonmaakster ƒ 125,– per maand. Voorts kwam belanghebbende met haar overeen dat, zo er ooit ter zake van de aan haar verstrekte maandbedragen naheffingsaanslagen zouden worden opgelegd, die naheffingsaanslagen niet op haar zouden worden verhaald. De onderhavige naheffingsaanslag loonbelasting is berekend over een grondslag waarin het jaarlijks uitbetaalde nettoloon van ƒ 1.500,– is vermeerderd met de verschuldigde loonbelasting van 40 percent ingevolge artikel 26a van de Wet op de loonbelasting 1964 in de vóór 1 januari 1990 geldende tekst (hierna: de Wet), premie Ziekenfondswet, premies AOW/AWW en premies Ziektewet, Werkloosheidswet en Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, voor zover die onderscheiden premies bij een bruto loonafspraak zijn verschuldigd door de werknemer. 3.2. De klachten stellen aan de orde de vraag of in gevallen als het onderhavige, waarin de werkgever, toen hij de loonbetalingen aan die werknemer deed, al had besloten de wettelijk voorgeschreven inhoudingen op het loon voor zijn rekening te nemen, bij de brutering van het loon rekening moet worden gehouden met niet ingehouden premies voor de sociale werknemersverzekeringen en – als negatief bestanddeel van het loon – met premies volksverzekeringen. 3.3. Die vraag moet voor wat betreft de eerstbedoelde premies bevestigend en voor wat betreft de laatstbedoelde ontkennend worden beantwoord. 3.4. Immers, in gevallen als het onderhavige dienen bij de bepaling van de grondslag waarnaar de loonbelasting wordt geheven, als positieve bestanddelen van het loon in aanmerking te worden genomen: op de voet van artikel 10, lid 1, van de Wet een bedrag ter grootte van de wettelijk voorgeschreven inhoudingen, waartoe vorenbedoelde premies werknemersverzekeringen en volksverzekeringen behoren, en – op de voet van artikel 10, lid 2, van de Wet – een bedrag ter grootte van het aandeel van de werkgever in de premie ingevolge de Ziekenfondswet, terwijl, gelet op artikel 11, lid 1, aanhef en letter f, onder 2, van de Wet in verbinding met artikel 15, lid 1, van de Uitvoeringsbeschikking loonbelasting 1972, als negatief bestanddeel rekening moet worden gehouden met de daar bedoelde premies werknemersverzekeringen. 3.5. Voor het als negatief bestanddeel van het loon in aanmerking nemen van premies volksverzekeringen is evenwel geen plaats. Weliswaar wordt in gevallen waarin – anders dan hier – artikel 26a van de Wet niet van toepassing is, met premies volksverzekeringen rekening gehouden op de in artikel 9, lid 2, van de Wet bepaalde wijze, te weten door loonbelasting te heffen over het -gebruteerde- loon nadat dit is verminderd met die premies. Indien echter artikel 26a wel van toepassing is, kan zodanige vermindering niet plaats vinden omdat blijkens dat artikel de loonbelasting in dat geval niet wordt geheven over het loon nadat dit is verminderd met premies volksverzekeringen maar over het loon zonder die vermindering. 3.6. Aan het vorenoverwogene doet niet af dat de bedrijfsvereniging ter zake van de premies werknemersverzekeringen nog niet tot naheffing is overgegaan of wellicht in het geheel niet zal overgaan. 3.7. De klachten falen derhalve.

4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is op 25 januari 1995 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Wildeboer, Urlings, Herrmann en Fleers, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Loen, en op die datum in het openbaar uitgesproken.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.