ECLI:NL:HR:1996:AA1852 Hoge Raad , 10-01-1996 / 30715
-
3 min de lecture · 501 mots
Inhoudsindicatie. –
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 22 september 1994 betreffende de hem voor het jaar 1991 opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 85.484,–, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft een vertoogschrift ingediend.
3. Beoordeling van de middelen 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Belanghebbende voert het secretariaat van de Vereniging A (hierna: de Vereniging). In zijn aangifte heeft belanghebbende onder meer een bedrag van ƒ 50,– aan contributie voor de Vereniging en een bedrag van ƒ 2.755,– aan niet door hem bij de Vereniging gedeclareerde secretariaatskosten opgevoerd als aftrekbare giften. 3.2. Voor het Hof was primair in geschil of de Vereniging moet worden aangemerkt als een algemeen nut beogende instelling zoals bedoeld in artikel 47, lid 1, onderdeel a, onder 1°, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de Wet). 3.3. Met het in onderdeel 6.1 van de bestreden uitspraak gegeven oordeel heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat de statutaire doelstelling van de Vereniging niet primair is gericht op een algemeen belang, maar op particuliere belangen. In onderdeel 6.2 van de bestreden uitspraak heeft het Hof voorts tot uitdrukking gebracht dat van feitelijke werkzaamheden van de Vereniging welke niet in overwegende mate in dienst staan van particuliere belangenbehartiging, maar primair een algemeen belang dienen, niet is gebleken. Deze oordelen geven niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kunnen voor het overige als van feitelijke aard en geen nadere motivering behoevende, in cassatie niet met vrucht worden bestreden. 3.5. Uitgaande van voormelde oordelen heeft het Hof met juistheid beslist dat de in 3.1 bedoelde bedragen door de Inspecteur terecht niet zijn aangemerkt als giften aan een instelling als bedoeld in artikel 47, lid 1, van de Wet. De klachten falen derhalve.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 10 januari 1996 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Wildeboer, Urlings, Zuurmond en Fleers, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Loen, en op die datum in het openbaar uitgesproken.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...