ECLI:NL:HR:1997:AA3247 Hoge Raad , 19-02-1997 / 30178
-
3 min de lecture · 524 mots
Inhoudsindicatie. –
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 9 februari 1994 betreffende de hem voor het jaar 1990 opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is voor het jaar 1990 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 61.602,–, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft een vertoogschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel 3.1. Het geschil bij het Hof betrof de vraag tot welk bedrag de door belanghebbende als zodanig opgevoerde kosten als aftrekbare kosten in de zin van artikel 35 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 kunnen worden aangemerkt. Het middel bestrijdt het oordeel van het Hof dat ten aanzien van het in die bepaling opgenomen zogenaamde omvangscriterium alleen de Inspecteur heeft voldaan aan de – volgens het Hof op beide partijen rustende – stelplicht. 3.2. Redengevend voor dit oordeel is blijkens 's Hofs uitspraak dat tegenover hetgeen de Inspecteur op de bladzijden 3 en 4 van het vertoogschrift gemotiveerd en met bewijsmiddelen onderbouwd heeft uiteengezet, belanghebbende heeft volstaan met te benadrukken hoe zinvol zijn aanschaffingen waren en niet gemotiveerd heeft gesteld dat de daarmee gemoeide kosten in hun totale omvang niet hebben overtroffen hetgeen gebruikelijk is. In de door het Hof aangeduide gedeelten van het vertoogschrift betoogt de Inspecteur dat de door belanghebbende opgevoerde kosten ver uitgaan boven hetgeen gebruikelijk is in diens beroepsgroep. In dat licht gezien heeft het Hof met de aangevallen overweging kennelijk tot uitdrukking gebracht dat de Inspecteur – gemotiveerd en met bewijsmiddelen onderbouwd – heeft gesteld dat de in geschil zijnde kosten niet aan het omvangscriterium voldoen en dat belanghebbende deze stelling van de Inspecteur niet, althans niet voldoende gemotiveerd heeft betwist. 3.3. Aldus opgevat geeft het oordeel van het Hof niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Nu uit 's Hofs uitspraak en de stukken van het geding niet blijkt dat belanghebbende in verband met de toetsing aan het omvangscriterium iets anders heeft aangevoerd dan dat zijn aanschaffingen zinvol waren, is dit oordeel ook niet onbegrijpelijk. Het middel faalt derhalve.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 19 februari 1997 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Urlings, Fleers, Pos en Beukenhorst, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Reijngoud, en op die datum in het openbaar uitgesproken.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...