ECLI:NL:PHR:2002:AD5568 Parket bij de Hoge Raad , 29-01-2002 / 03688/00
Nu de strafverzwarende omstandigheid (recidive) van art. 453 (oud) Sr niet is tenlastegelegd, kon ter zake van de bewezenverklaarde openbare dronkenschap geen hechtenis worden opgelegd.
2 min de lecture · 394 mots
Inhoudsindicatie. Nu de strafverzwarende omstandigheid (recidive) van art. 453 (oud) Sr niet is tenlastegelegd, kon ter zake van de bewezenverklaarde openbare dronkenschap geen hechtenis worden opgelegd.
Nr. 03688/00
Mr Wortel
Zitting: 6 november 2001
Conclusie inzake:
[Verzoeker=verdachte]
1. Verzoeker is door de Arrondissementsrechtbank te Almelo bij vonnis van 22 februari 2000, op tegenspraak gewezen, wegens diverse strafbare feiten veroordeeld, onder meer wegens 'zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevinden', voor welk feit de Rechtbank verzoeker één week hechtenis heeft opgelegd.
Tegen het vonnis heeft verzoeker onbeperkt hoger beroep ingesteld. Bij arrest van 27 oktober 2000 heeft het Gerechtshof te Arnhem verstaan dat verzoeker ter zake van bovengenoemd feit, dat een overtreding oplevert, het voor hem openstaande rechtsmiddel van cassatie heeft willen aanwenden, en bepaald dat de stukken aan de Hoge Raad toegezonden dienden te worden.
2. Door of namens verzoeker zijn geen middelen van cassatie voorgesteld. Ambtshalve wijs ik op het volgende.
3. Het bewezenverklaarde feit (als feit 2 tenlastegelegd bij de onder parketnummer 08/015401-99 uitgebrachte inleidende dagvaarding) is begaan op 3 juli 1999.
Ten tijde van het begaan van deze overtreding was daarop in art. 435 Sr alleen geldboete gesteld. De opgelegde hechtenisstraf vindt derhalve niet haar grond in de toepasselijke strafbepaling zoals die ten tijde van het begaan van het feit luidde.
4. Het komt mij voor dat het zonder nader onderzoek van feitelijke aard, waarvoor het geding in cassatie zich niet leent, niet mogelijk is om te bepalen of ter zake van de bewezen verklaarde overtreding een geldstraf opgelegd dient te worden, overeenkomstig art. 435 (OUD) Sr, en welk bedrag die geldstraf dient te belopen, op de voet van art. 63 Sr mede in aanmerking genomen de straf en de maatregel die het Hof ter zake van de overige, aan verzoeker tenlastegelegde, feiten inmiddels heeft opgelegd.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden vonnis, voor zover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen, doch uitsluitend ten aanzien van de strafoplegging, tot verwijzing van de zaak ter verdere afdoening naar het Hof te Arnhem teneinde in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...