ECLI:NL:GHSHE:2022:1148 Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch , 25-08-2022 / 20-001804-20
Gepubliceerd in verband met het ingesteld cassatieberoep.
Calcul en cours · 0
Inhoudsindicatie. Gepubliceerd in verband met het ingesteld cassatieberoep.
Parketnummer : 20-001804-20
Uitspraak : 25 augustus 2021
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 25 augustus 2020, in de strafzaak met parketnummer 03-190629-20 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,
thans uit anderen hoofde verblijvende in Huis van Bewaring te Roermond.
Hoger beroep
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Omvang van het hoger beroep
Het hoger beroep is in de appelakte uitdrukkelijk beperkt tot de veroordeling ter zake van hetgeen aan de verdachte onder 1 is tenlastegelegd. Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen. Voorts is de benadeelde partij [benadeelde] in eerste aanleg niet-ontvankelijk in de vordering verklaard. In hoger beroep is niet gebleken van een wensenformulier waarin de benadeelde partij haar vordering handhaaft, zodat deze vordering in hoger beroep niet aan de orde is.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis integraal zal bevestigen.
Namens de verdachte is door diens raadsman een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 2 juli 2020 te Hoensbroek, gemeente Heerlen, een goed, te weten een (brom)scooter van het merk BTC Old Classic heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij op 2 juli 2020 te Hoensbroek, gemeente Heerlen, een goed, te weten een (brom)scooter van het merk BTC Old Classic voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
Bewijsoverwegingen
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Door de verdachte is bij zijn verhoor door de politie aangevoerd dat hij de scooter met verbroken contactslot heeft aangetroffen kort voor zijn aanhouding en dat het zijn bedoeling was om dit voertuig naar het politiebureau te brengen.
Door de politie is onderzoek gedaan aan de (brom) scooter. Verbalisant [verbalisant] heeft proces-verbaal van bevindingen opgemaakt (PL2300-2020103525-9) waarin hij relateert dat onder het zadel een aantal tassen werden aangetroffen die de eigendom van verdachte bleken te zijn. Van deze bevindingen zijn foto’s genomen die gevoegd zijn aan het proces-verbaal. Op een van deze foto’s is te zien dat zich in een blauwe tas gripzakjes bevinden met een witte substantie. Daarnaast bevond zich onder het zadel ook gereedschap dat aan de verdachte toebehoorde (naast het zich onder het zadel bevindende verbroken contactslot). Het hof acht het gezien deze bevindingen hoogst onwaarschijnlijk dat verdachte op het moment van de aanhouding op weg was naar het politiebureau. Het hof leidt uit zijn verklaring in het bijzonder over de staat van de scooter en de omstandigheden waarin verdachte zegt de scooter gevonden te hebben wel af dat verdachte wist dat de scooter een door misdrijf verkregen voorwerp was.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
opzetheling.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetheling van een (brom)scooter. Een dergelijk misdrijf maakt het plegen van diefstallen lucratief en houdt een afzetmarkt voor gestolen voorwerpen in stand.
De raadsman heeft in hoger beroep naar voren gebracht dat de politierechter de verdachte recentelijk een laatste kans heeft gegeven door voor een groot aantal feiten een taakstraf in plaats van een gevangenisstraf op te leggen. Wanneer het hof aan de verdachte een gevangenisstraf oplegt zal dit de lijn die door de politierechter is ingezet doorkruisen.
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het hof rekening gehouden met een de verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 8 juni 2021 waaruit volgt dat de verdachte reeds meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten en dat artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Naar het oordeel van het hof kan, gelet op de justitiële documentatie van de verdachte en de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 63 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.
Aldus gewezen door:
mr. A.M.G. Smit, voorzitter,
mr. Y.G.M. Baaijens- van Geloven en mr. F.P.E. Wiemans, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R.R.A.C. Dinnissen, griffier,
en op 25 augustus 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. A.M.G. Smit is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...