ECLI:NL:RBLIM:2022:6830 Rechtbank Limburg , 31-08-2022 / 03.330242.21
Vrijspraak van het anders dan op diens verzoek toezenden van aanstootgevende foto’s, films, video’s. Veroordeling voor het bezit en verspreiden van kinderporno tot een gevangenisstraf van één dag en een taakstraf van 100 uur.
Calcul en cours · 0
Inhoudsindicatie. Vrijspraak van het anders dan op diens verzoek toezenden van aanstootgevende foto’s, films, video’s. Veroordeling voor het bezit en verspreiden van kinderporno tot een gevangenisstraf van één dag en een taakstraf van 100 uur.
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer: 03.330242.21
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 31 augustus 2022
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,
wonende te [woonplaats] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. W.W.J. Houben, advocaat kantoorhoudende te Heerlen.
1Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 17 augustus 2022. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
2De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
Feit 1: kinderporno heeft verspreid en in zijn bezit heeft gehad.
Feit 2: voor de eerbaarheid aanstotelijk materiaal aan [slachtoffer] , anders dan op haar verzoek, namelijk foto’s van zijn geslachtdeel en filmpjes en/of video’s waarop te zien is dat hij masturbeert en/of ejaculeert, heeft toegezonden.
3De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde feit, met dien verstande dat de verdachte kinderpornografisch materiaal heeft verspreid, vervaardigd, verworven en in zijn bezit heeft gehad.
De officier van justitie heeft voorts gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde feit. De verdachte heeft [slachtoffer] seksueel getinte foto’s en filmpjes, waarvan hij wist dat deze voor haar aanstotelijk waren, toegezonden.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging refereert zich ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit aan het oordeel van de rechtbank, doch louter wat betreft een bewezenverklaring van het verspreiden en in bezit hebben van kinderporno. Van verwerven en vervaardigen van kinderporno is volgens de raadsman geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden.
De raadsman bepleit vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde feit. Van het ongevraagd toezenden van aanstootgevend materiaal als bedoeld in artikel 240 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), is géén sprake. Er is geen ‘opgedrongen confrontatie’ geweest: blijkens de chatsessies – waaronder ook de door de raadsman overgelegde chatsessies – tussen de verdachte en [slachtoffer] hebben beiden het initiatief genomen om elkaar seksueel getinte foto’s en video’s van zichzelf te sturen.
Het oordeel van de rechtbank
Feit 1
De rechtbank zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), nu de verdachte het ten laste gelegde, voor zover het betreft het verspreiden en in het bezit hebben van kinderpornografisch materiaal, ter terechtzitting duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en namens hem geen vrijspraak is bepleit.
De rechtbank acht het ten laste gelegde verspreiden en in het bezit hebben van kinderpornografisch materiaal bewezen, gelet op:
– het proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden d.d. 25 februari 2019, doorgenummerde dossierpagina 9;
– het proces-verbaal van verhoor van aangeefster [aangever] d.d. 27 februari 2019, doorgenummerde dossierpagina’s 15, 16 en 17;
– het proces-verbaal van verhoor van de getuige [slachtoffer] d.d. 27 februari 2019, doorgenummerde dossierpagina’s 19 tot en met 25;
– het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal d.d. 28 februari 2019, doorgenummerde dossierpagina’s 164 en 165;
– het proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 12 april 2022, niet doorgenummerd;
– de verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 17 augustus 2022.
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte kinderpornografisch materiaal heeft verworven en vervaardigd. Van deze en de overige tenlastegelegde handelingen zal de verdachte worden vrijgesproken.
Feit 2
De rechtbank zal de verdachte van dit feit vrijspreken omdat hiervoor geen onderbouwing is te vinden in het dossier. Er is veelvuldig contact geweest tussen de verdachte en [slachtoffer] . Niet uit die contacten, en ook overigens niet, is gebleken dat de seksueel getinte afbeeldingen die door de verdachte aan [slachtoffer] zijn gestuurd, ongevraagd zijn gestuurd dan wel aan haar op enigerlei wijze opgedrongen zijn.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
Feit 1:
in de periode van 26 november 2018 tot en met 19 februari 2019 in de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland, meermalen,
afbeeldingen, te weten foto's en een film/video van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken,
in bezit heeft gehad,
en
op of omstreeks 19 februari 2019 in de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland, meermalen,
afbeeldingen, te weten foto's van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken,
heeft verspreid,
welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:
het met een voorwerp (te weten een dildo) vaginaal penetreren van het eigen lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(een video met bestandsnaam: [bestandsnaam 1] )
en
het met een hand en voorwerpen (te weten een dildo’s) aanraken van het eigen geslachtsdeel en borst door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(een video met bestandsnaam: [bestandsnaam 1] en/of een foto met bestandsnaam: [bestandsnaam 2] )
en
het gedeeltelijk naakt poseren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij borsten, billen en het geslachtsdeel in beeld gebracht zijn
en
door de wijze van kleden van deze persoon nadrukkelijk het ontblote geslachtdeel en de borsten in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling.
(een foto met bestandsnaam: [bestandsnaam 3]
en/of een foto met bestandsnaam: [bestandsnaam 4] )
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:
Feit 1:
een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden en in bezit hebben, meermalen gepleegd.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
5De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6De straf en/of de maatregel
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarden meldplicht en verplichte (ambulante) behandeling.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft primair bepleit om aan de verdachte een geheel voorwaardelijke straf op te leggen met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. Subsidiair is oplegging van een taakstraf bepleit en een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijk gedeelte niet hoger is dan 1 dag.
Het oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezit en het verspreiden van kinderporno. De verdachte heeft foto’s van seksuele gedragingen van een kwetsbare minderjarige jonge vrouw, aangeefster, niet alleen enige tijd voor zichzelf behouden, maar ook verstuurd aan haar moeder, haar broer en een vriend van die broer. Zij was destijds 17 jaar oud. Het betreft een ernstig feit dat grote impact heeft gehad op het (psychisch) welzijn van deze jonge vrouw. De angst dat de verdachte het pornografisch materiaal verder op social media zou verspreiden, heeft haar tot suïcidale gedachten gebracht. De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat zijn gevoelens van boosheid en jaloezie hem ertoe hebben gebracht om foto’s en een video die naar hun aard bedoeld waren om tussen aangeefster en hem te blijven, aan derden te versturen. Dat de verdachte nooit de intentie heeft gehad om de foto’s wijd te verspreiden, maar slechts de familie heeft willen waarschuwen zodat het slachtoffer haar compromitterende beelden niet ook aan andere, minder goedwillende mannen zou toesturen, zoals hij heeft verklaard, doet daaraan niet af. Ook het sturen van foto’s naar naasten van haar, die daardoor overvallen werden, met welke intentie ook, is ronduit kwalijk.
De rechtbank zoekt bij het bepalen van de straf nadrukkelijk geen aansluiting bij wat in den lande gemiddeld aan straffen voor het (meermalen) verspreiden en het in het bezit hebben van kinderporno wordt opgelegd, De foto’s en videobeelden die de verdachte in bezit had, zijn hem door aangeefster in het kader van een uitwisseling van seksueel getinte berichten zelf gestuurd. De rechtbank is niet gebleken dat zij op enigerlei wijze daartoe gedwongen of anderszins onder druk gezet werd. Het enkele verschil in leeftijd is daartoe onvoldoende, nu zij op enkele maanden na meerderjarig en blijkens de berichten op seksueel gebied niet onontwikkeld was. De verspreiding heeft zich beperkt tot een zeer kleine kring van personen. Niet blijkt dat de verdachte ooit verdere verspreiding heeft beoogd. Het voorgaande maakt het feit weliswaar niet minder strafbaar, maar de rechtbank zal met de beschreven omstandigheden wel rekening houden bij de keuze van de strafmodaliteit en de hoogte daarvan. Daarnaast houdt de rechtbank in het voordeel van de verdachte rekening met zijn schuldbewuste houding op zitting, die op de rechtbank zeer oprecht overkomt. De verdachte is zich inmiddels goed bewust van de gevolgen van zijn daden voor aangeefster Hij gaat daaronder zichtbaar gebukt, en ook de op de terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring greep hem zichtbaar aan. Gelet hierop, en gelet op de tijd die inmiddels is verstreken sinds het plegen van het feit, is de rechtbank van oordeel dat de strafdoelen niet (langer) met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zijn gediend.
Artikel 22b Sr staat eraan in de weg dat de rechtbank volstaat met het opleggen van een taakstraf, die de rechtbank als straf het meest passend vindt. De rechtbank ziet zich daarom gedwongen om tevens een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op te leggen, maar zal deze beperken tot één dag. Daarnaast zal zij een taakstraf opleggen voor de duur van 100 uren. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen meerwaarde in het opleggen van bijzondere voorwaarden. Daarbij houdt de rechtbank rekening met de hulpverlening die verdachte op eigen initiatief heeft gezocht evenals zijn motivatie om in een vrijwillig kader behandeling te ondergaan.
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 1 dag en een taakstraf voor de duur van 100 uur passend.
7De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 57 en 240b van het Wetboek van Strafrecht.
8De beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
– verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart het onder 1 tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
spreekt de verdachte vrij van wat onder 1 meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
– veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf van 1 dag;
veroordeelt de verdachte voorts tot een taakstraf voor de duur van 100 uren;
beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 50 dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.W.E.C. Pulles, voorzitter, mr. K.G. Witteman en mr. A.H. Buijsman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.M. Penders, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 31 augustus 2022.
Buiten staat
Mr. Pulles en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
Feit 1:
hij
in of omstreeks de periode van 26 november 2018 tot en met 19 februari 2019
in de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland,
meermalen, althans eenmaal, (telkens)
afbeeldingen, te weten foto's en/of een film/video – en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten een telefoon –
van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,
heeft
verspreid,
aangeboden,
openlijk tentoongesteld,
vervaardigd,
ingevoerd,
doorgevoerd,
uitgevoerd,
verworven,
in bezit gehad en/of
zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met
gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft
welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:
het met (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) (te weten een of meer dildo('s)) oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het eigen lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(een video met bestandsnaam: [bestandsnaam 1] )
en/of
het met (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) (te weten een of meer dildo('s)) betasten en/of aanraken van het eigen geslachtsdeel, de eigen anus en/of de eigen billen en/of borsten door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(een video met bestandsnaam: [bestandsnaam 1] en/of
een foto met bestandsnaam: [bestandsnaam 2] )
en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die
kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze
persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert
in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een erotisch getinte houding
(op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen
en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende
afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet
en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of
de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de
foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten
en/of billen in beeld gebracht worden
(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(een foto met bestandsnaam: [bestandsnaam 3]
en/of
een foto met bestandsnaam: [bestandsnaam 4] )
(art. 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht)
Feit 2:
hij
in of omstreeks de periode van 26 november 2018 tot en met 19 februari 2019 in de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland,
meermalen, althans eenmaal, (telkens)
een of meer afbeelding(en), waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had te vermoeden dat deze(n) aanstotelijk is/zijn voor de eerbaarheid, te weten een of meer foto('s) van zijn, verdachtes, naakte lichaam en/of van zijn, verdachtes, althans een ontblote penis en/of een of meer film(s) en/of video('s) waarop te zien is dat hij, verdachte, althans iemand masturbeert en/of ejaculeert
aan [slachtoffer] , anders dan op diens verzoek, heeft toegezonden.
Voetnoten
- Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt – tenzij anders vermeld – gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, District Parkstad-Limburg, Flexteam Parkstad-Limburg, registratienummer PL2300-2019031285, gesloten d.d. 24 november 2021, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 184.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...