ECLI:NL:RBMNE:2025:6727 Rechtbank Midden-Nederland , 21-11-2025 / C/16/25/246 R
Toepassing WSNP. Toegewezen. Looptijd wordt verkort vanaf het moment dat schuldhulpverlening in het kader van het minnelijke traject vraagt om opheffing van het loonbeslag.
Calcul en cours · 0
Inhoudsindicatie. Toepassing WSNP. Toegewezen. Looptijd wordt verkort vanaf het moment dat schuldhulpverlening in het kader van het minnelijke traject vraagt om opheffing van het loonbeslag.
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/25/246 R
uitspraakdatum: 21 november 2025
uitspraak op grond van artikel 288 lid 3 van de Faillissementswet
( “toepassing schuldsanering”)
enkelvoudige kamer
[verzoeker] ,
wonende [adres]
[postcode 1] [woonplaats] ,
verzoeker,
heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Het verzoekschrift is behandeld ter zitting van 17 november 2025. Daarbij is verzoeker gehoord. Bij deze zitting was verder aanwezig mevrouw [maatschapelijkwerker] , maatschappelijk werker (Kwintes).
Gebleken is dat er niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 sub b van de Faillissementswet dan wel het bepaalde in artikel 288 lid 2 sub c van de Faillissementswet. Het verzoek zal toch worden toegewezen omdat voldoende aannemelijk is geworden dat verzoeker de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen. Daarnaast is voldoende aannemelijk geworden dat voldaan is aan de overige vereisten voor toelating.
Gelet op artikel 349a lid 1 van de Faillissementswet duurt de schuldsaneringsregeling normaal 18 maanden. Er is verzocht om de looptijd van de schuldsaneringsregeling eerder te laten ingaan. Een dergelijke verkorting van de looptijd is mogelijkheid met de periode waarin er tijdens een minnelijk traject is afgedragen, als ware er al een schuldsaneringsregeling. Als er tijdens deze periode loonbeslag ligt, kan het loonbeslag gelijk worden gesteld met een aflossing ten behoeve van alle schuldeisers tijdens het minnelijk traject.
Toen verzoeker zich aanmeldde voor schuldhulpverlening, lag er al beslag op zijn inkomen. Uit het dossier blijkt dat bij brief van 28 januari 2025 door de schuldhulpverlener aan de beslaglegger is verzocht om het beslag op het inkomen van verzoeker op te schorten, zodat het minnelijk traject gestart kon worden. De rechtbank zal daarom uitgaan van 28 januari 2025 als ingangsdatum van het minnelijk traject, en dus ook als ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling.
Het gevolg is dat verzoeker vanaf vandaag nog negen maanden verplicht is te voldoen aan de inspannings- en afdrachtverplichting. Verzoeker moet gedurende de gehele looptijd van de schuldsaneringsregeling voldoen aan de verplichting om informatie te geven. Wat verzoeker vanaf vandaag aan bezittingen heeft of zal krijgen, moet worden gebruikt om de schulden af te lossen.
Gelet op artikel 295 lid 3 van de Faillissementswet.
Beslissing
De rechtbank:
– spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] ,
wonende [adres] , [postcode 1] [woonplaats] ;
– benoemt tot rechter-commissaris mr. R.W.J. van Veen,
en tot bewindvoerder [beschermingsbewindvoerder] ,
[postadres] ,
[postcode 2] [plaats] ;
– stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 28 januari 2025, zodat de schuldsaneringsregeling nog negen maanden na deze beslissing zal lopen;
– stelt bij wijze van voorschot, bij toereikend boedelactief, het salaris van de bewindvoerder vast op het op grond van artikel 2 van het Besluit salaris bewindvoerder schuldsaneringsregeling geldende bedrag;
– geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Neijt en is in het openbaar uitgesproken op
21 november 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...