Pays-Bas Rechtbank Rotterdam Divers 15 octobre 2025 N° FT RK 25/1660, FT RK 25/1661, FT RK 25/1662 , FT RK 25/1663 NL

ECLI:NL:RBROT:2025:15154 Rechtbank Rotterdam , 15-10-2025 / FT RK 25/1660, FT RK 25/1661, FT RK 25/1662 , FT RK 25/1663

Verzoek moratorium. Voorlopige voorziening toegewezen voor drie maanden. Vanwege het nog niet kunnen aantonen van een bestending inkomen is afgeweken van de verzochte termijn van zes maanden.

Source officielle

Calcul en cours 0

Inhoudsindicatie. Verzoek moratorium. Voorlopige voorziening toegewezen voor drie maanden. Vanwege het nog niet kunnen aantonen van een bestending inkomen is afgeweken van de verzochte termijn van zes maanden.

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet: toewijzing

toepassing schuldsaneringsregeling: niet-ontvankelijk

rekestnummers: [nummer 1] – [nummer 2]

[nummer 3] – [nummer 4]

uitspraakdatum: 15 oktober 2025

[verzoeker]

en

[verzoekster]
,

wonende te [adres]

[postcode] [woonplaats] ,

verzoekers.

1De procedure

Verzoekers hebben op 16 september 2025, met een verzoekschrift ex artikel 284 Faillissementswet (Fw), een verzoekschrift ex artikel 287b, eerste lid, Fw ingediend, waarin wordt gevraagd om een voorlopige voorziening bij voorraad.

In het vonnis van deze rechtbank van 16 september 2025 heeft de rechtbank de behandeling van het verzoekschrift bepaald op 7 oktober 2025.

Ter zitting van 7 oktober 2025 zijn verschenen en gehoord:

verzoekers;

de heer [persoon A] , advocaat van verzoekers;

de heer C.P. van den Bosse en de heer J. Pouwelsen, beiden werkzaam bij Van den Bosse Bewindvoeringen (hierna: beschermingsbewindvoerder);

de heer [persoon B] , werkzaam bij Stichting Waterweg Wonen (hierna: verweerster);

de heer [persoon C] , werkzaam bij Willems Gerechtsdeurwaarders & Incasso, namens Stichting Waterweg Wonen (hierna: verweester).

De advocaat van verzoekers heeft op 9 oktober 2025 aanvullende stukken aan de rechtbank toegezonden.

Verweerster heeft hierop gereageerd in een aanvullend e-mailbericht van 9 oktober 2025.

De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.

2Het verzoek

Het verzoek strekt ertoe op grond van artikel 287b, eerste lid, Fw, gedurende een termijn van zes maanden bij uitspraak een voorlopige voorziening te treffen en verweerster te verbieden het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 25 juli 2025 tot ontruiming van de woonruimte van verzoekers ten uitvoer te leggen.

Verzoekers werken beide voor een uitzendbureau en hebben inkomen uit arbeid. Zij ontvangen gezamenlijk in totaal circa € 4.000,00 per maand aan inkomsten. Deze inkomsten zijn voldoende om de lopende huurtermijnen van € 654,06 per maand te voldoen. De advocaat van verzoekers heeft ter zitting verklaard dat de huur over oktober 2025 is voldaan op 3 oktober 2025.

Verzoeker staat sinds december 2024 onder beschermingsbewind. De beschermings-bewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat hij het beschermingsbewind sinds juli 2025 heeft overgenomen. Het opstarten van het beschermingsbewind heeft enige vertraging opgelopen omdat hij geen stukken van de voormalig beschermingsbewindvoerder heeft ontvangen waardoor hij het dossier zelf heeft moeten opbouwen.

De beschermingsbewindvoerder heeft verzoeker aangemeld voor schuldhulpverlening. Verzoeker is op 2 oktober 2025 toegelaten tot schuldhulpverlening van de gemeente. Het schuldhulpverleningstraject zal nu worden opgestart en de schulden zullen worden geïnventariseerd. Verzoekster staat niet onder beschermingsbewind. Voor haar zal een verzoek tot onderbewindstelling worden ingediend waarna er ook een schuldhulpverleningsaanvraag zal worden ingediend.

3Het verweer

Verweerster stelt zich op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen. De huurachterstand is in 2023 al ontstaan. Vanaf juni 2024 is er, op twee maanden na, geen huur betaald terwijl verzoeker in deze periode (deels) onder beschermingsbewind stond. De huurachterstand bedraagt thans circa € 12.000,00. Na de wisseling van het beschermingsbewind per 1 juli 2025 is er door de beschermingsbewindvoerder geen contact opgenomen met verweerster. Verweerster heeft alleen een e-mailbericht ontvangen waarin wordt aangegeven dat de lopende huur niet betaald kan worden en dat de beschermingsbewindvoerder bezig is om een fonds aan te vragen. Volgens verweerster is na controle gebleken dat verzoekers geen inkomsten ontvangen en het bevreemd haar dan ook dat er nu opeens wel inkomsten zouden zijn. Naar aanleiding van de na de zitting toegezonden loonstroken heeft verweerster opgemerkt dat verzoekers kennelijk nog maar recent in dienst zijn getreden bij hun werkgevers en er mogelijk nog sprake is van een proeftijd. Daarnaast is er slechts sprake van een nul-urencontract waardoor er volgens verweerster geen garantie bestaat dat de inkomsten voldoende en stabiel zijn om de lopende huurbetalingen structueel te voldoen.

4De beoordeling

Allereerst dient te worden beoordeeld of sprake is van een bedreigende situatie zoals dwingend is voorgeschreven in artikel 287b, tweede lid, Fw. Nu verzoekers een kopie van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 25 juli 2025 tot ontruiming van de woonruimte van verzoekers en een kopie van het exploot van 19 augustus 2025 hebben overgelegd waarin wordt aangekondigd dat verweerster op 16 september 2025 zal overgaan tot ontruiming van de woning van verzoekers, is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een bedreigende situatie.

De wetgever heeft met een moratorium beoogd om een schuldenaar bij een – dreigende – executie een adempauze te bieden opdat de schuldenaar in staat wordt gesteld om met zijn schuldeisers een regeling van zijn schulden overeen te komen.

Artikel 287b Fw bevat geen criterium op grond waarvan kan worden beslist of de voorlopige voorziening dient te worden toegewezen dan wel afgewezen. De rechtbank zoekt daarom aansluiting bij de voorziening zoals genoemd in artikel 287, vierde lid, Fw waarbij een afweging dient plaats te vinden tussen het belang van verzoekers enerzijds en de schuldeiser, in dit geval verweerster, anderzijds.

Het belang van verzoekers bestaat erin dat zij in de huurwoning kunnen blijven wonen en dat het minnelijk schuldhulpverleningstraject door verzoekers kan worden doorlopen.

Het belang van verweerster bestaat erin dat zij het vonnis van 25 juli 2025 ten uitvoer kan leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de lopende termijnen kunnen en zullen worden voldaan. Verzoekers ontvangen gezamenlijk inkomsten uit arbeid van in totaal circa € 4.000,00 per maand. De huur bedraagt € 654,06 per maand. Het inkomen van verzoekers is ruim voldoende om de lopende huurtermijnen te voldoen De huur over oktober 2025 is voldaan op 3 oktober 2025. Het feit dat de huur voor oktober 2025 iets te laat is voldaan, staat aan die vaststelling niet in de weg. Verzoeker staat onder beschermingsbewind en zijn vaste lasten, waaronder de huur, worden inmiddels door zijn beschermingsbewindvoerder voldaan. Voor verzoekster zal een verzoek tot onderbewindstelling worden ingediend. Hierdoor is voldoende gewaarborgd dat de lopende huurbetalingen tijdig kunnen en zullen worden voldaan. Tegen deze achtergrond dient het belang van verzoekers zwaarder te wegen dan het belang van verweerster. In de omstandigheid dat verzoekers nog niet hebben kunnen aantonen dat sprake is van een bestendig inkomen, ziet de rechtbank evenwel aanleiding om af te wijken van de verzochte termijn van zes maanden. De rechtbank zal het moratorium toewijzen voor drie maanden.

De rechtbank acht termen aanwezig om ter zekerheid van de belangen van verweerster in het dictum een voorwaarde op te nemen. De verzochte voorziening zal onder de in het dictum genoemde voorwaarde worden toegewezen.

Nu het minnelijk traject naar verwachting niet op korte termijn zal zijn afgerond, zullen verzoekers gelet op het bepaalde in artikel 285, eerste lid, sub f, in samenhang met artikel 287, tweede lid, Fw, ten aanzien van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, niet-ontvankelijk worden verklaard. Zo nodig kunnen verzoekers te zijner tijd een nieuw verzoek indienen.

5De beslissing

De rechtbank:

– schort de tenuitvoerlegging op van het op 25 juli 2025 op verzoek van verweerster uitgesproken vonnis van deze rechtbank tot ontruiming van de huurwoning van verzoekers gelegen aan [adres] te Vlaardingen, voor de duur van deze voorziening en verlengt de huurovereenkomst zoals deze tussen partijen bestaat of bestond voor de duur van deze voorziening;

– bepaalt dat de genoemde voorziening geldt voor de duur van drie maanden vanaf 16 september 2025;

– bepaalt dat deze voorziening slechts geldt zolang de lopende termijnen gedurende deze periode tijdig worden voldaan;

– bepaalt dat schuldhulpverlening die namens verzoekers de buitengerechtelijke schuldregeling gaat uitvoeren, uiterlijk twee weken voor het aflopen van de getroffen voorziening verslag uitbrengt als bedoeld in artikel 287b, zesde lid, Fw;

– verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek ex artikel 284, tweede lid, Fw.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Franken, rechter, en in aanwezigheid van

I. van Gemerde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2025.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier pénal. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.