ECLI:BE:COHSAV:2024:DEC.20240112.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders Rechterlijke beslissing van 12 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:COHSAV:2024:DEC.20240112.1 Rolnummer: M21-5-0567 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-02-12 Raadplegingen: 85 - laatst gezien 2026-06-02 00:38 Fiche De Commissie, Verklaart het verzoek...
6 min de lecture · 1 193 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders
Rechterlijke beslissing van 12 januari 2024
ECLI nr:
ECLI:BE:COHSAV:2024:DEC.20240112.1
Rolnummer:
M21-5-0567
Rechtsgebied:
Strafrecht
Invoerdatum:
2025-02-12
Raadplegingen:
85 — laatst gezien 2026-06-02 00:38
Fiche
De Commissie, Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe
van € 8.360.
UTU-thesaurus:
STRAFRECHT — BIJZONDERE STRAFWETTEN — Slachtoffergeweld
Vrije woorden:
Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 31
mei 2021, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een
hulp, voor schade als gevolg van opzettelijk geweld.
Tekst van de beslissing
De Commissie nam kennis van:
— het verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 31 mei 2021, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een hulp, voor schade als gevolg van opzettelijk geweld;
— het verslag opgemaakt door de verslaggever op 27 januari 2023 overeenkomstig de artikelen 11 en 12 van het K.B. van 18 december 1986;
— de schriftelijke reactie van verzoekster, neergelegd op 8 mei 2023;
— de regelmatige kennisgevingen aan de partijen van de procedurestukken en van de rechtsdag vastgesteld op 1 december 2023.
De Commissie hoorde op haar openbare zitting van 1 december 2023:
— de verslaggever in het verslag over de feitelijke toedracht van de zaak en over de middelen van de partijen;
— de verzoekster in haar middelen.
De minister van Justitie is niet verschenen noch iemand voor hem.
I. Feiten
Tussen 13 december 1998 en 1 januari 2003 werd verzoekster te …, … en … meermaals seksueel misbruikt door de heer Christiaan Z. (° 1955), zijnde de halfbroer van de moeder van verzoekster. De feiten deden zich voor toen de heer Z. op verzoekster babysitte.
II. Vervolging
Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te … d.d. 21 juni 2018 werd de heer Christiaan Z. wegens het plegen van de hierboven vermelde feiten (gekwalificeerd als verkrachting met behulp van geweld en aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging) op tegenspraak veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van 2 jaar.
Op burgerlijk gebied werd de beklaagde veroordeeld tot betaling van een provisie van € 2.500 meer intresten aan verzoeker. Tevens werd Dr. R. M. als deskundige aangesteld, met de gebruikelijke opdracht.
Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door de beklaagde en door het Openbaar Ministerie.
Bij arrest van het Hof van Beroep te … d.d. 31 oktober 2019 werd de aan de beklaagde opgelegde effectieve gevangenisstraf verhoogd tot 4 jaar.
Tegen dit arrest werd geen cassatieberoep aangetekend.
In de zaak ter afhandeling van de burgerlijke belangen werd de beklaagde bij op tegenspraak gewezen vonnis d.d. 11 juni 2020 veroordeeld tot betaling van de som van € 11.059,20 meer intresten aan verzoekster.
Tegen laatstgenoemd vonnis werd geen rechtsmiddel aangewend.
III. Gevolgen van de feiten
Na de feiten kwam er hulpverlening op gang, o.a. observatie in het vertrouwenscentrum OOOC E. te ….
Tussen 13 oktober 2005 en 19 april 2021 vonden 36 consultaties plaats bij Dr. K. V., psychiater. Ter zitting van de Commissie d.d. 1 december 2023 deelde verzoekster mee dat ze nog steeds in behandeling is bij een psychiater.
In zijn deskundig verslag d.d. 13 juni 2019 weerhoudt Dr. R. M. een tijdelijke persoonlijke ongeschiktheid van 10 % van 1 januari 2003 tot en met 24 november 2007.
Er is consolidatie op 25 november 2007, met een blijvende persoonlijke ongeschiktheid van 5 % (uitgesproken stemmingsinstabiliteit met depressieve reacties, zelfdepreciatie, stressreacties).
IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling
De instrumenterende gerechtsdeurwaarder deelde op 5 mei 2021 mee dat er geen uitvoeringsmogelijkheden zijn ten opzichte van de heer Z.: hij staat gedomicilieerd op een referentieadres (zijnde het OCMW te …), bezit geen voertuigen en is nergens werkzaam.
Luidens het verzoekschrift beschikt verzoekster niet over enige verzekering in dekking van de geleden schade.
Verzoekster genoot juridische tweedelijnsbijstand en kosteloze rechtspleging.
V. Begroting van de gevraagde hulp
Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van € 11.156,58:
— hoofdsom conform vonnis d.d. 11.06.20 € 11.059,20
— administratie- en verplaatsingskosten € 200,00
— tijdelijke persoonlijke ongeschiktheid € 5.009,20
10 % van 01.01.03 t.e.m. 25.11.07 : 1789 d. x € 2,80
— blijvende persoonlijke ongeschiktheid (5 % x € 1.170 per punt) € 5.850,00
— procedurekosten € 2.597,38
— expertisekosten € 1.847,38
— rechtsplegingsvergoeding cf. vonnis € 750,00
— door de rechtbank toegekende provisie (zou zijn betaald door de dader) — € 2.500,00
VI. Beoordeling door de Commissie
Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.
De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op «schadeloosstelling», maar wel op het eventueel bekomen van een «hulp», gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de «volledige vergoeding» van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.
Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals zij blijken uit de neergelegde stukken alsook uit de mondelinge toelichting ter zitting verstrekt door verzoekster, is de Commissie van oordeel dat de gevraagde hulp voor de tijdelijke persoonlijke en de blijvende persoonlijke ongeschiktheid zonder meer kan toegekend worden.
Van de som van deze beide bedragen dient wel nog de door de rechtbank toegekende provisie van € 2.500 (die door de dader effectief werd betaald) in mindering te worden gebracht.
Voor de procedurekosten kent de Commissie geen hulp toe aangezien verzoekster kon genieten van juridische tweedelijnsbijstand en kosteloze rechtspleging.
Gelet op het bovenstaande kent de Commissie in billijkheid een hulp toe van € 8.360.
OP DIE GRONDEN,
De Commissie,
Gelet op:
— de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;
— de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 15 december 2022;
— het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 17 mei 2019.
Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van € 8.360.
Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 12 januari 2024.
De secretaris, De voorzitter,
G. VAN DEN ABBEELE A. GRAWET
PDF document ECLI:BE:COHSAV:2024:DEC.20240112.1
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst — FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...