ECLI:NL:CRVB:2017:1630 Centrale Raad van Beroep , 21-04-2017 / 14/5936 AOW

Herhaalde aanvraag als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb terecht afgewezen.

Source officielle

5 min de lecture 1 053 mots

Inhoudsindicatie. Herhaalde aanvraag als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb terecht afgewezen.

14/5936 AOW

Datum uitspraak: 21 april 2017

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

6 oktober 2014, 13/589 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Appellant hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 april 2016. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Marijnissen.

Het onderzoek ter zitting is geschorst en hervat op 4 mei 2016. Appellant is niet verschenen en de Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Marijnissen.

Het onderzoek is heropend na de zitting. Appellant heeft gereageerd op een vraagstelling van de Raad.

Partijen hebben toestemming gegeven een nader onderzoek ter zitting achterwege te laten, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

Appellant heeft in 2008 een aanvraag om toekenning van een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) ingediend. Daarbij heeft hij te kennen gegeven van oktober 1990 tot en met december 1992 in Nederland te hebben gewerkt. De Svb heeft onderzoek gedaan naar het arbeidsverleden van appellant en heeft onderzocht of hij in Nederland heeft gewoond. De Svb heeft bij besluit van 29 juli 2010 de aanvraag van appellant om toekenning van een ouderdomspensioen afgewezen, omdat appellant nooit in Nederland heeft gewoond of gewerkt. Tegen dit besluit heeft appellant geen bezwaar gemaakt.

Vervolgens heeft appellant de Svb verzocht om terug te komen van het besluit van

29 juli 2010. Dit verzoek is, na onderzoek naar het woon- en arbeidsverleden van appellant, bij besluit van 22 februari 2011 afgewezen, omdat niet is gebleken van nieuwe feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Ook dit tegen besluit heeft appellant geen bezwaar gemaakt.

Bij brief van 6 april 2012 verzoekt appellant wederom om toekenning van een

AOW-pensioen. Bij besluit van 30 juli 2012 heeft de Svb ook dit verzoek met toepassing van artikel 4:6 van de Awb afgewezen. Tegen het besluit van 30 juli 2012 heeft appellant bezwaar gemaakt.

De gemeente Amersfoort heeft vervolgens desgevraagd aan de Svb meegedeeld dat appellant niet bekend is in het bevolkingsregister. De Svb heeft bij besluit van

10 december 2012 (bestreden besluit) het tegen het besluit van 30 juli 2012 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe is overwogen dat de aanvraag van 6 april 2012 een herhaalde aanvraag is en dat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb.

3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij in Nederland heeft gewoond en gewerkt en daarom recht heeft op een AOW-pensioen.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

De aanvraag van appellant van 6 april 2012 is een herhaalde aanvraag als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb. Bij uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:4872) heeft – ook – de Raad zijn rechtspraak over de toetsing door de bestuursrechter van besluiten op een herhaalde aanvraag of een verzoek om terug te komen van een besluit gewijzigd. In een geval als het voorliggende, waarin het bestuursorgaan toepassing geeft aan artikel 4:6, tweede lid, van de Awb, betekent dit dat de bestuursrechter aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden toetst of het bestuursorgaan zich terecht, zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn.

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat appellant bij zijn aanvraag van 6 april 2012 geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden heeft vermeld in de zin van artikel 4:6 van de Awb. De ingebrachte gegevens en vermelde omstandigheden waren reeds bekend bij de Svb ten tijde van het besluit van 29 juli 2010. In deze omstandigheden wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre evident onredelijk is.

Voor de periode na de aanvraag heeft de Svb terecht inhoudelijk beoordeeld of appellant op grond van wonen en/of werken in Nederland verzekerd was ingevolge de AOW. Daarbij is van belang geacht dat uit de onderzoeken die voorafgaande aan de besluiten van 29 juli 2010 en 22 februari 2011 zijn verricht, niet is gebleken dat appellant in Nederland heeft gewerkt en/of gewoond. Het genoemde uitzendbureau, het inlenend bedrijf, de gemeente Amersfoort, het pensioenfonds en het schakelregister zijn bevraagd en geraadpleegd, maar om uiteenlopende redenen is er geen informatie over appellant naar boven gekomen. In de onderhavige procedure heeft de Svb de gemeente Amersfoort opnieuw gevraagd of appellant daar stond ingeschreven, maar ook onder een andere naam en geboortedatum is appellant aldaar niet bekend. In hoger beroep is appellant nog diverse malen in de gelegenheid gesteld om zijn sofinummer (het huidige burgerservicenummer) bekend te maken, maar daar heeft hij geen gevolg aan gegeven. De overgelegde loonstroken van het uitzendbureau, die in eerst instantie niet waren voorzien van de persoonsgegevens van appellant, en waarop naderhand de naam van appellant is geschreven, waren al bekend bij de Svb en daarop staat geen leesbaar sofinummer vermeld. Anders dan het inbrengen van deze loonstroken, waarvan appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze op hem betrekking hebben, heeft appellant niets aangevoerd op grond waarvan het oordeel van de Svb met betrekking tot de weigering AOW-pensioen naar de toekomst toe te kennen onjuist zou zijn.

Uit 4.1 tot en met 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries , in tegenwoordigheid van

N. van Rooijen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 april 2017.

(getekend) T.L. de Vries

(getekend) N. van Rooijen

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303,

2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip verzekerde.

GdJ


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.