ECLI:NL:CRVB:2024:1145 Centrale Raad van Beroep , 05-06-2024 / 23/3119 AW

De Raad is van oordeel dat de rechtbank zich terecht onbevoegd heeft verklaard. Appellante is een ambtenaar met een op 1 januari 2020 omgezette arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht en zij moet zich tot de civiele rechter wenden met haar verzoek om schadevergoeding.

Source officielle

5 min de lecture 896 mots

Inhoudsindicatie. De Raad is van oordeel dat de rechtbank zich terecht onbevoegd heeft verklaard. Appellante is een ambtenaar met een op 1 januari 2020 omgezette arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht en zij moet zich tot de civiele rechter wenden met haar verzoek om schadevergoeding.

23/3119 AW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 28 september 2023, 21/5028 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Staatssecretaris van Fiscaliteit en Belastingdienst (staatssecretaris)

Datum uitspraak: 5 juni 2024

SAMENVATTING

De Raad oordeelt dat de rechtbank zich terecht onbevoegd heeft verklaard om kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding van appellante.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 24 april 2024. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. De Jonge. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.E.C. van Brenk.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Appellante is werkzaam bij [werkgever], laatstelijk in de functie van [naam functie].

Met de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtpositie ambtenaren (Wnra) is de aanstelling van appellante per 1 januari 2020 omgezet naar een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.

Appellante heeft bij brief van 1 september 2020 de staatssecretaris verzocht om vergoeding van schade die zij stelt te hebben geleden. De staatssecretaris heeft bij brief van 16 augustus 2021 inhoudelijk gereageerd op dit verzoek en het verzoek afgewezen.

Bij verzoekschrift van 23 september 2021 heeft appellante de rechtbank verzocht om de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van (materiële en immateriële) schade die zij stelt te hebben geleden. De schadevergoeding houdt verband met ten onrechte ingehouden salariskortingen in de periode december 2011 tot en met april 2019 en de hieruit voortvloeiende ontvangen nabetalingen. Volgens appellante heeft zij als gevolg hiervan onder meer belastingschade geleden.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding. Door de Wnra is de ambtelijke aanstelling van appellante per 1 januari 2020 omgezet in een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. Appellante heeft ná 1 januari 2020 een verzoek om schadevergoeding ingediend. Een ambtenaar met een op 1 januari 2020 omgezette arbeidsovereenkomst moet met een dergelijk verzoek bij de civiele rechter zijn. Dit volgt uit de uitspraak van 27 oktober 2022 van de Raad, zo heeft de rechtbank geoordeeld.

Het standpunt van appellante

3. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Zij stelt dat het schadeverzoek voortvloeit uit de bestuursrechtelijke arbeidsverhouding van vóór 1 januari 2020 en dat zij ook vóór 1 januari 2020 meerdere schadeverzoeken heeft ingediend, die in verschillende bestuursrechtelijke procedures aan de orde zijn geweest, zodat het moet worden gezien als een doorlopend verzoek.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank zich terecht onbevoegd heeft verklaard om kennis te nemen van het geschil aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt.

De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat appellante een ambtenaar is met een op 1 januari 2020 omgezette arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht en dat zij zich tot de civiele rechter moet wenden met haar verzoek om schadevergoeding dat dateert van ná 1 januari 2020. Het betoog van appellante dat de bestuursrechter bevoegd is omdat haar schadeverzoek voortvloeit uit de bestuursrechtelijke arbeidsverhouding en voortborduurt op eerdere verzoeken om schadevergoeding treft geen doel.

Het verzoek om schadevergoeding van appellante houdt verband met ten onrechte ingehouden kortingen op het salaris en de hieruit voortvloeiende nabetalingen. Het is op zich juist dat in het nu voorliggende verzoek schadeposten staan genoemd die al eerder in bestuursrechtelijke procedures over de ingehouden kortingen op het salaris aan de orde zijn geweest. Van een doorlopend verzoek, zoals betoogd door appellante, is echter geen sprake. De desbetreffende schadeverzoeken in voorgaande procedures zijn steeds afgewezen omdat een (voldoende) onderbouwing ontbrak. Het verzoek dat appellante nu heeft ingediend, dateert van ruim ná 1 januari 2020. Voor dit nieuwe verzoek om schadevergoeding geldt dat de civiele rechter bevoegd is geworden. Dat de schadeoorzaak vóór de datum van 1 januari 2020 zou zijn gelegen, maakt die bevoegdheid niet anders. Dit is geheel in lijn en overeenstemming met de uitspraak van 27 oktober 2022 van de Raad, waarin het overgangsrecht in verband met de op 1 januari 2020 in werking getreden Ambtenarenwet 2017 nader is geduid, ook voor wat betreft schadevergoedingsverzoeken van de per 1 januari 2020 genormaliseerde ambtenaar.

Conclusie en gevolgen

Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.

5. Omdat het hoger beroep niet slaagt, krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H. Lagas, in tegenwoordigheid van I. van der Hout als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 juni 2024.

(getekend) H. Lagas

(getekend) I. van der Hout

Voetnoten

  1. Uitspraak van 27 oktober 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2309.
  2. Zie uitspraak van 27 oktober 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2309, rechtsoverweging 4.3.5 en 4.3.6.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.