ECLI:NL:CRVB:2025:1256 Centrale Raad van Beroep , 12-08-2025 / 23/2181-PV
Afwijzing aanvraag. Bijzondere bijstand. Tandheelkundige kosten. Voorliggende voorziening. Ontbreken beleid. De aanwezigheid en de toepassing van tegenwettelijk begunstigend beleid wordt als een gegeven aanvaard met dien verstande dat wordt getoetst of het beleid op consistente wijze wordt toegepast. Hieruit vloeit voort dat ook het ontbreken van tegenwettelijk begunstigend beleid als een gegev...
3 min de lecture · 539 mots
Inhoudsindicatie. Afwijzing aanvraag. Bijzondere bijstand. Tandheelkundige kosten. Voorliggende voorziening. Ontbreken beleid. De aanwezigheid en de toepassing van tegenwettelijk begunstigend beleid wordt als een gegeven aanvaard met dien verstande dat wordt getoetst of het beleid op consistente wijze wordt toegepast. Hieruit vloeit voort dat ook het ontbreken van tegenwettelijk begunstigend beleid als een gegeven wordt aanvaard. De vraag of het ontbreken van tegenwettelijk begunstigend beleid al dan niet aanvaardbaar is vanwege de nadelige gevolgen voor de betrokkene, is daarom niet aan de orde.
232181-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 19 juli 2023, 22/2803 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven (college)
Datum uitspraak: 12 augustus 2025
Zitting heeft: E.C.E. Marechal
Griffier: M. Ramanand
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 12 augustus 2025. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. J.E.A.H. Verstraelen, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.C.N. van Dijk.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
1. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
2. Niet in geschil is dat voor de kosten van een tandheelkundige behandeling als hier aan de orde de Zorgverzekeringswet (Zvw) een voorliggende voorziening is als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Participatiewet (PW). Ook niet in geschil is dat de tandheelkundige behandeling waarvoor appellant vergoeding vraagt, in zijn geval niet onder de in de Zvw te vergoeden prestaties valt en dat artikel 15, eerste lid, van de PW dan ook in de weg staat aan bijzondere bijstand voor de kosten van de tandheelkundige behandeling.
3. Verder is ter zitting vast komen te staan dat het college ten tijde hier van belang geen beleid had op grond waarvan het in weerwil van artikel 15, eerste lid van de PW, toch bijzondere bijstand voor kosten voor tandheelkundige behandeling vergoedde.
4. Appellant stelt zich op het standpunt dat het college met de bestreden besluitvorming ten onrechte zijn aanvraag voor bijzondere bijstand voor kosten voor tandheelkundige behandeling heeft afgewezen. Als enige beroepsgrond voert appellant daartoe aan dat het ontbreken van tegenwettelijk begunstigend beleid een zodanige tekortkoming is, dat het ontbreken daarvan geen nadelige gevolgen voor hem mag hebben. Deze beroepsgrond slaagt niet.
5. Volgens vaste rechtspraak van de Raad wordt de aanwezigheid en de toepassing van tegenwettelijk begunstigend beleid als een gegeven aanvaard met dien verstande dat wordt getoetst of het beleid op consistente wijze wordt toegepast. Hieruit vloeit voort dat ook het ontbreken van tegenwettelijk begunstigend beleid als een gegeven wordt aanvaard. De vraag of het ontbreken van tegenwettelijk begunstigend beleid al dan niet aanvaardbaar is vanwege de nadelige gevolgen voor de betrokkene, is daarom niet aan de orde. Dit heeft de Raad eerder overwogen, zie de uitspraak van 11 februari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:387.
6. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) M. Ramanand (getekend) E.C.E. Marechal
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...