ECLI:NL:CRVB:2025:1512 Centrale Raad van Beroep , 15-10-2025 / 24/601 WIA

Intrekking hoger beroep. Het bestuursorgaan is volledig tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant. Proceskostenveroordeling.

Source officielle

3 min de lecture 610 mots

Inhoudsindicatie. Intrekking hoger beroep. Het bestuursorgaan is volledig tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant. Proceskostenveroordeling.

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 februari 2024, 23/4015 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 15 oktober 2025

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.B. de Jong, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft op 23 april 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.

Op 4 juni 2025 heeft mr. De Jong het hoger beroep namens appellant ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellant in bezwaar, beroep en in hoger beroep heeft moeten maken.

Het Uwv heeft geen verweerschrift ingediend.

Partijen hebben niet te kennen gegeven dat zij gebruik willen maken van hun recht om op een zitting te worden gehoord. De Raad heeft daarom een zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken, omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 23 april 2025 volledig aan zijn bezwaren is tegemoetgekomen.

Er is geen aanleiding voor een kostenvergoeding in de bezwaarfase omdat hier pas in hoger beroep om is verzocht, terwijl een dergelijk verzoek ingevolge artikel 7:15, derde lid, van de Awb moet worden gedaan voordat het bestuursorgaan op het bezwaar heeft beslist. Dat is niet gebeurd. Daarbij heeft appellant destijds zelf bezwaar gemaakt en zich niet laten bijstaan door een professionele rechtshulpverlener. Pas in beroep heeft zich een gemachtigde gesteld. Er is dan ook niet gebleken van voor vergoeding in aanmerking komende kosten in verband met de behandeling van het bezwaar.

Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.814,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,-) en € 2.267,50 in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, 0,5 punt voor de zienswijze op het deskundigenrapport, met een waarde per punt van € 907,-), in totaal € 4.081,50.

Ook dient het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden. In beroep is een griffierecht van € 50,- geheven en in hoger beroep € 138,-.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

— veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 4.081,50;

— bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 188,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door T. Dompeling, in tegenwoordigheid van S.P.A. Elzer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2025.

(getekend) T. Dompeling

(getekend) S.P.A. Elzer


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.