ECLI:NL:CRVB:2026:47 Centrale Raad van Beroep , 15-01-2026 / 25/336 AOR

Afwijzing aanvraag om erkenning als oorlogsgetroffene in de zin van de AOR. Terecht geoordeeld dat in onvoldoende mate is aangetoond of aannemelijk is gemaakt dat appellant in AOR-omstandigheden heeft verkeerd. Op grond van de beschikbare gegevens, waaronder mede de gegevens uit de dossiers van broers en zusters van appellant heeft ook de Raad niet kunnen vaststellen dat appellant de bestorming...

Source officielle

4 min de lecture 863 mots

Inhoudsindicatie. Afwijzing aanvraag om erkenning als oorlogsgetroffene in de zin van de AOR. Terecht geoordeeld dat in onvoldoende mate is aangetoond of aannemelijk is gemaakt dat appellant in AOR-omstandigheden heeft verkeerd. Op grond van de beschikbare gegevens, waaronder mede de gegevens uit de dossiers van broers en zusters van appellant heeft ook de Raad niet kunnen vaststellen dat appellant de bestorming en mishandeling van zijn moeder heeft meegemaakt. Met betrekking tot de door appellant gestelde dreigende situatie rondom de ouderlijke woning is de Raad met verweerder van oordeel dat een dergelijke algemene situatie niet onder de werking van de AOR kan worden gebracht. Voor het aanvaarden van een AOR-omstandigheid is van belang dat een aanvrager persoonlijk direct betrokken is geweest bij een gebeurtenis.

25/336 AOR

Datum uitspraak: 15 januari 2026

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)

SAMENVATTING

In deze zaak gaat het om de vraag of bevestiging kan worden verkregen dat appellant in omstandigheden heeft verkeerd als bedoeld in de AOR. De Raad is net als verweerder van oordeel dat die bevestiging niet is verkregen.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.G. Wattilete, advocaat, beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 2 januari 2025, kenmerk BZ011694137 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de AOR.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 4 december 2025. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Wattilete. Voor appellant was tevens aanwezig zijn zuster [naam zuster] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.L. van de Wiel.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Appellant, geboren in augustus 1952, heeft in maart 2024 verzocht om toekenningen op grond van de AOR.

Met een besluit van 9 oktober 2024, na bezwaar gehandhaafd met het bestreden besluit, heeft verweerder de aanvraag afgewezen omdat in onvoldoende mate is aangetoond of aannemelijk is gemaakt dat appellant in AOR-omstandigheden heeft verkeerd.

Het oordeel van de Raad

2. De Raad beoordeelt het bestreden besluit aan de hand van de argumenten die appellant in beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het beroep niet slaagt.

Uit artikel 1 van de AOR volgt dat voor het erkennen als oorlogsgetroffene in de zin van de AOR als eerste voorwaarde geldt dat de aanvrager gebeurtenissen als bedoeld in de AOR heeft meegemaakt. Pas als dat is vastgesteld, kunnen de medische gevolgen daarvan aan de orde komen. Verweerder heeft dan ook zonder voorafgaand medisch onderzoek beoordeeld of appellant oorlogsgebeurtenissen in de zin van de AOR heeft meegemaakt.

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat in onvoldoende mate is aangetoond of aannemelijk is gemaakt dat appellant aanwezig is geweest bij de bestorming van de ouderlijke woning waarbij zijn moeder is mishandeld. Met betrekking tot de door appellant gestelde dreigende situatie rondom de ouderlijke woning is voor verweerder niet gebleken van omstandigheden die onder de werking van de AOR kunnen worden gebracht.

Op grond van de beschikbare gegevens, waaronder mede de gegevens uit de dossiers van broers en zusters van appellant heeft ook de Raad niet kunnen vaststellen dat appellant de bestorming en mishandeling van zijn moeder heeft meegemaakt. Van doorslaggevende betekenis hierbij zijn de verklaringen die door zus D.A. (geboren in mei 1947) zijn gegeven. Ten behoeve van de AOR-aanvraag van haar broer R.W. (geboren in december 1949) verklaarde zij dat haar moeder bij de gebeurtenis baby R.W. in haar armen had en dat hij daarbij ten val is gekomen. Bij haar eigen aanvraag in 2023 heeft zij deze bewoordingen herhaald. Vervolgens heeft zus D.A. ten behoeve van de aanvraag van appellant telefonisch haar eerdere verklaringen herhaald en daarbij desgevraagd (tweemaal) aangegeven dat tijdens de inval haar moeder in verwachting was van appellant. Anders dan namens appellant is betoogd ziet de Raad geen aanleiding om aan de telefonische verklaring van zus D.A. te twijfelen. De verklaring van broer R.W. dat de gebeurtenis in 1953 heeft plaatsgevonden vindt geen bevestiging in de stukken en lijkt ook niet in overeenstemming met de gegeven verklaring ten behoeve van zijn eigen aanvraag.

Met betrekking tot de door appellant gestelde dreigende situatie rondom de ouderlijke woning is de Raad met verweerder van oordeel dat een dergelijke algemene situatie niet onder de werking van de AOR kan worden gebracht. Voor het aanvaarden van een AORomstandigheid is van belang dat een aanvrager persoonlijk direct betrokken is geweest bij een gebeurtenis. Daarvan is in het geval van appellant niet gebleken.

Conclusie en gevolgen

Het beroep slaagt niet. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.

3. Omdat het beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door H. Lagas, in tegenwoordigheid van B.F.C. Wiedenhof als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2026.

(getekend) H. Lagas

(getekend) B.F.C. Wiedenhof

Voetnoten

  1. Algemene Oorlogsongevallenregeling.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.