ECLI:NL:GHAMS:2024:302 Gerechtshof Amsterdam , 09-02-2024 / 200.332.572/01 OK
OK; enquêterecht; beëindiging van het bevolen onderzoek en opheffing van de getroffen onmiddellijke voorzieningen
3 min de lecture · 641 mots
Inhoudsindicatie. OK; enquêterecht; beëindiging van het bevolen onderzoek en opheffing van de getroffen onmiddellijke voorzieningen
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.332.572/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 9 februari 2024
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
IDM GROUP HOLDING B.V.,
gevestigd te Tilburg,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. J.P.A. Jansen, kantoorhoudende te Tilburg,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MACON GROUP B.V.,
gevestigd te Tilburg,
VERWEERSTER,
niet bij advocaat verschenen,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A Group Holding B.V.]
,
gevestigd te [….] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. J.M. Molkenboer, kantoorhoudende te Tilburg.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
verzoekster als IDM;
verweerster als Macon;
belanghebbende als [A Group Holding B.V.] .
1Het verloop van het geding
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 25 en 29 januari 2024 in deze zaak.
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Macon over de periode vanaf 1 april 2022 zoals omschreven in rechtsoverweging 3.5 van die beschikking en bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van de procedure – voor zover nodig in afwijking van de statuten – mr. drs. F.P.G. Dix te Best (hierna: Dix) benoemd tot bestuurder van Macon met beslissende stem en bepaald dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is Macon te vertegenwoordigen en dat zonder deze bestuurder Macon niet vertegenwoordigd kan worden en bepaald dat het salaris en de kosten van deze bestuurder voor rekening komen van Macon.
Mr. Jansen heeft bij e-mail van 8 februari 2024 aan de Ondernemingskamer gemeld dat partijen op die dag onder begeleiding van Dix overeenstemming hebben bereikt over de definitieve beslechting van de geschillen binnen Macon. Hierom verzoekt mr. Jansen namens alle betrokken partijen de Ondernemingskamer de enquêteprocedure in te trekken en te beëindigen.
Dix heeft bij e-mail van 8 februari 2024 aan de Ondernemingskamer bevestigd, onder verwijzing naar de e-mail van mr. Jansen, dat de enquêteprocedure beëindigd kan worden. Ook heeft Dix gemeld dat partijen afspraken hebben gemaakt over betaling voor door hem verrichte werkzaamheden en dat hij daarmee heeft ingestemd.
Mr. Molkenboer heeft bij e-mail van 9 februari 2024 aan de Ondernemingskamer gemeld dat de inhoud van het bericht van mr. Jansen correct is.
2De gronden van de beslissing
Nu mr. Jansen namens alle betrokken partijen heeft verzocht – op grond van een tussen hen bereikte overeenstemming – de enquêteprocedure in te trekken en te beëindigen, mr. Molkenboer en Dix daarmee hebben ingestemd, Dix ook akkoord is met de door partijen gemaakte afspraken over voldoening van zijn kosten en de Ondernemingskamer voorts niet is gebleken van enig belang dat zich tegen toewijzing van het verzoek verzet, zal de Ondernemingskamer het verzoek inwilligen aldus dat zij het op 25 januari 2024 bevolen onderzoek zal beëindigen en de tevens op die datum getroffen onmiddellijke voorzieningen zal opheffen, een en ander met ingang van heden.
3De beslissing
De Ondernemingskamer:
beëindigt, met ingang van heden, het bij de beschikking van 25 januari 2024 door de Ondernemingskamer bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Macon Group B.V.;
heft op, met ingang van heden, de bij de beschikking van 25 januari 2024 getroffen onmiddellijke voorzieningen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. W.A.H. Melissen en mr. M.A.M. Vaessen, raadsheren, en dr. M.J.R. Broekema RV en prof dr. A.J. Brouwer RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2024.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...