ECLI:NL:GHAMS:2025:1653 Gerechtshof Amsterdam , 05-06-2025 / 24/184

NA parkeerbelasting. Rechtbank heeft ten onrechte niet beslist op verzoek om vergoeding wettelijke rente. Daarnaast heeft de rechtbank één uitspraak gedaan in zaken van verschillende belanghebbenden, hetgeen niet mogelijk is in het belastingrecht.

Source officielle

6 min de lecture 1 133 mots

Inhoudsindicatie. NA parkeerbelasting. Rechtbank heeft ten onrechte niet beslist op verzoek om vergoeding wettelijke rente. Daarnaast heeft de rechtbank één uitspraak gedaan in zaken van verschillende belanghebbenden, hetgeen niet mogelijk is in het belastingrecht.

GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerk 24/184

zevende enkelvoudige belastingkamer

proces-verbaal

van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep van

[X] , wonende te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: N.G.A. Voorbach)

tegen de uitspraak van 14 december 2023 in de zaak met kenmerk AMS 23/3357 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar.

Bij brief van 27 mei 2025 heeft het Hof aan partijen bericht na bestudering van het dossier geen vragen meer te hebben voor de zitting op 18 juni 2025. Met instemming van partijen heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden.

Beslissing

Het Hof:

vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover daarin niet is beslist over de vergoeding van de wettelijke rente over de proceskosten en het griffierecht;

draagt de heffingsambtenaar op aan belanghebbende de wettelijke rente te vergoeden over € 418,50 (zijnde de helft van de door de rechtbank in de zaken met kenmerken AMS 23/3357 en AMS 23/3359 in totaal gelaste vergoeding van proceskosten) en over het door belanghebbende in eerste aanleg betaalde griffierecht van € 50 vanaf vier weken na de openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank op
14 december 2023 tot op de dag van algehele voldoening;

veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende voor het hoger beroep tot een bedrag van € 113,50;

gelast de heffingsambtenaar het voor het instellen van het hoger beroep verschuldigde griffierecht van € 138 te vergoeden;

draagt de heffingsambtenaar op de wettelijke rente te vergoeden over de door het Hof gelaste vergoeding van proceskosten en griffierecht vanaf vier weken na de openbaarmaking van deze uitspraak tot op de dag van algehele voldoening.

Gronden

1. Bij het beroep in eerste aanleg heeft belanghebbende verzocht om over de proceskosten en het griffierecht wettelijke rente toe te kennen.

2. De rechtbank heeft de zaak van belanghebbende gelijk behandeld met die van een andere belanghebbende (met zaaknummer AMS 23/3359) en aan hen tezamen een proceskostenvergoeding van € 837 toegekend. Voorts heeft de rechtbank de heffingsambtenaar opgedragen belanghebbende het griffierecht van € 50 te vergoeden.

3. De rechtbank heeft daarbij ten onrechte niet op het onder 1. vermelde verzoek beslist. Daarnaast is het Hof niet gebleken dat de heffingsambtenaar de proceskosten en het griffierecht reeds heeft betaald.

4. Het hoger beroep, ingesteld tegelijk en in één geschrift met dat van de onder 2 bedoelde andere belanghebbende, is daarom gegrond.

5. De heffingsambtenaar zal worden veroordeeld in de kosten van belanghebbende voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand bij de behandeling van het hoger beroep. Die kosten worden vastgesteld op afgerond € 227 waarvan de helft aan belanghebbende toekomt en de andere helft aan de onder 2. bedoelde andere belanghebbende. Daarbij is uitgegaan van 1 punt voor het hoger beroepschrift, een waarde per punt van € 907 en wegingsfactor 0,25 (zeer licht). Voor de gehanteerde wegingsfactor is redengevend dat het Hof de bewerkelijkheid en complexiteit van het hoger beroep als zeer gering waardeert. De werkbelasting voor de gemachtigde kon daarom zeer beperkt zijn.

De uitspraak is gedaan op 5 juni 2025 door mr. F.J.P.M. Haas, lid van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Kranenburg als griffier. Hiervan is dit proces-verbaal opgemaakt, ondertekend door het lid van de belastingkamer en de griffier. De beslissing is op de datum van de mondelinge uitspraak in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad http://www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie http://www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;

2 — ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

3 — het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt u de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

Toelichting rechtsmiddelverwijzing

Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.

Digitaal procederen

Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op http://www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op http://www.hogeraad.nl.

Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.

Per post procederen

Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op:


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.