ECLI:NL:GHAMS:2025:2981 Gerechtshof Amsterdam , 03-11-2025 / 23-002971-24
Veroordeling voor overtreding verblijfsverbod in overlastgebied te Amsterdam (artikel 2.9 APV). Bevestiging vonnis m.u.v. bewijsmiddelen.
4 min de lecture · 769 mots
Inhoudsindicatie. Veroordeling voor overtreding verblijfsverbod in overlastgebied te Amsterdam (artikel 2.9 APV). Bevestiging vonnis m.u.v. bewijsmiddelen.
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002971-24
datum uitspraak: 3 november 2025
VERSTEK (niet-gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 10 december 2024 in de strafzaak onder parketnummer
13-388887-24 tegen:
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1990,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
20 oktober 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof de bewijsmiddelen vervangt door de navolgende bewijsmiddelen en artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht aan de toepasselijke wetsartikelen toevoegt.
Bewijsmiddelen
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.
Een geschrift, te weten een brief van Directie Openbare Orde en Veiligheid van de gemeente Amsterdam en een ‘Verblijfsverbod drie maanden algemene plaatselijke verordening (APV)’ van 16 september 2024, opgemaakt door [persoon 1] namens de burgemeester van de gemeente Amsterdam, doorgenummerde pagina’s 57-62.
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Kenmerk: Z/24/2819567-5513240.
De burgemeester van Amsterdam besluit om aan u, [verdachte] , geboren op
[geboortedag] 1990, een verblijfsverbod op te leggen op grond van artikel 2.9, tweede lid, onder b van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Het verblijfsverbod geldt voor de duur van drie maanden voor het overlastgebied Centrum. Het verblijfsverbod houdt in dat u zich vanaf
21 september 2024, 00.01 uur tot en met 20 december 2024, 23.59 uur niet in dit gebied mag begeven en/of ophouden.
Een kaart met de grenzen van het overlastgebied is bij dit besluit gevoegd.
Er is geen grond gelet op hetgeen uit een Raadpleging Basisregistratie Personen op 30 augustus 2024 en hetgeen [verdachte] tijdens het politieverhoor heeft verklaard, om aan hem een corridor te verlenen.
Een proces-verbaal van uitreiking van 20 september 2024, in de wettelijk vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, doorgenummerde pagina 63.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de bevindingen van de verbalisant:
Op 20 september 2024 heb ik, verbalisant, aan de betrokkene/verdachte [verdachte] , geboren
[geboortedag] 1990, het verwijderingsbevel van de burgemeester van Amsterdam d.d. 16 september 2024, kenmerk Z-24 2819567-5513240, uitgereikt. Het verwijderingsbevel houdt in dat betrokkene/verdachte zich voor de duur van drie maanden niet mag ophouden in overlastgebied 1 Centrum en ondergrondse metrostations. Ik heb betrokkene/verdachte tevens een plattegrond met de omschrijving van het overlastgebied 1 Centrum en ondergrondse metrostations uitgereikt.
De betrokkene/verdachte sprak [persoon 2] en gaf mij aan in het [persoon 2] de strekking van het bevel door te nemen. De strekking van het bevel is daarop met behulp van een tolk (10148) doorgenomen. Ik zag dat de betrokkene/verdachte het verwijderingsbevel aannam. Ik heb betrokkene/verdachte gevraagd of hij het vorenstaande had begrepen. Daarop antwoordde betrokkene/verdachte: Oke.
Een proces-verbaal van bevindingen van 7 december 2024, in de wettelijk vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, doorgenummerde pagina’s 5-6.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de bevindingen van de verbalisanten:
Op 7 december 2024 omstreeks 21.13 hielden wij, verbalisanten, in de IJ-passage in het Centraal Station te Amsterdam een man staande die later bleek te zijn [verdachte] , geboren op
[geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ). Wij zagen dat [verdachte] nog een 3 maanden verbod had staan voor het centrum van Amsterdam. Zijn 3 maanden verbod was reeds geldig en geldt van 20 september 2024 tot 21 december 2024. Hierop hebben wij [verdachte] aangehouden.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. B.A.A. Postma en mr. H. Sytema, in tegenwoordigheid van
mr. C.H. Sillen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
3 november 2025.
Mr. H. Sytema is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...